Naar boven ↑

Rechtspraak

Uitspraakdatum

23-03-2026

ECLI

ECLI:NL:TADRSHE:2026:39

Zaaknummer

25-737/DB/LI

Inhoudsindicatie

Verzet. De raad is op grond van het verzetschrift van oordeel dat de verzetgronden van klager niet slagen. De voorzitter heeft bij de beoordeling van de klacht de juiste maatstaf toegepast en voorts rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Verzet ongegrond.

Uitspraak

Beslissing van de Raad van Discipline in het ressort ‘s-Hertogenbosch van 23 maart 2026

in de zaak 25-737/DB/LI

naar aanleiding van het verzet tegen de beslissing van de (plaatsvervangend) voorzitter van de raad van discipline van 9 december 2025 op de klacht van:

 

klager

en

klaagster

 

over:

 

verweerder

 

 

1 VERLOOP VAN DE PROCEDURE 

1.1 Op 25 april 2025 hebben klagers tegen verweerder een klacht ingediend bij de deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement Limburg (hierna: “de deken”).

1.2 Op 24 oktober 2025 heeft de raad het dossier van de deken ontvangen.

1.3 Bij beslissing van 9 december 2025 heeft de (plaatsvervangend) voorzitter van de raad, de raad kennelijk onbevoegd verklaard voor zover de klacht raakt aan een schending van de AVG, en de klacht voor het overige kennelijk ongegrond verklaard.

1.4 Bij e-mail van 22 december 2025 hebben klagers verzet ingesteld tegen de beslissing van de voorzitter.

1.5 Partijen zijn opgeroepen voor de mondelinge behandeling van het verzet tijdens de zitting van de raad op 9 februari 2026. Verschenen zijn klager en verweerder. Klaagster is niet verschenen.

1.6 De raad heeft kennisgenomen van de beslissing van de voorzitter waartegen het verzet is gericht, van de stukken waarop de beslissing van de voorzitter is gebaseerd, van het verzetschrift en van de nagekomen e-mailberichten van klagers van 11 en 23 januari 2026.

 

2 FEITEN EN KLACHT

2.1 Voor een weergave van de vaststaande feiten en de omschrijving van de klacht verwijst de raad naar de beslissing van de voorzitter.

 

3 VERZET

3.1 De gronden van het verzet houden het volgende in:

De beslissing van de voorzitter is doordrongen van een schijn van voordelige bejegening van verweerder. Ook is de beslissing onvoldoende gemotiveerd, procedureel ondeugdelijk en in strijd met fundamentele beginselen van een eerlijk proces, waaronder het motiveringsbeginsel en het beginsel van hoor en wederhoor.

 

4 BEOORDELING  

4.1 Voordat de raad de klacht inhoudelijk kan beoordelen moet sprake zijn van een gegrond verzet. Een verzet is alleen gegrond als in redelijkheid moet worden betwijfeld of de beslissing van de voorzitter juist is. Twijfel kan bijvoorbeeld bestaan als de voorzitter een verkeerde maatstaf (toetsingsnorm) heeft toegepast of de beslissing heeft gebaseerd op onjuiste of onvolledige feiten.

4.2 De raad is op grond van het verzetschrift van oordeel dat de verzetgronden van klagers niet slagen. De voorzitter heeft bij de beoordeling van de klacht de juiste maatstaf toegepast en voorts rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Daarmee hoeft in redelijkheid niet te worden betwijfeld of de beslissing van de voorzitter juist is.

4.3 Omdat het verzet tegen de beslissing van de voorzitter ook verder geen nieuwe gezichtspunten oplevert, is er geen plaats voor verder onderzoek naar de klacht. De raad zal het verzet daarom ongegrond verklaren.

 

BESLISSING

De raad van discipline:

verklaart het verzet ongegrond.

 

Aldus beslist door mr. J.M.H. Schoenmakers, voorzitter, mrs. A.A.T. van Ginderen, S.M.P.T. Ruijs-Kreté, leden, bijgestaan door mr. T.H.G. Huber-van de Langenberg als griffier, en uitgesproken op 23 maart 2026.

 

Griffier                                                            Voorzitter

 

Verzonden op: 23 maart 2026