Naar boven ↑

Rechtspraak

Uitspraakdatum

09-03-2026

ECLI

ECLI:NL:TADRSGR:2026:41

Zaaknummer

25-394/DH/DH

Inhoudsindicatie

Raadsbeslissing. Excessief declareren door de advocaat. Verweerster heeft geen verweer gevoerd. Klacht gegrond. Van een advocaat mag worden verwacht dat hij of zij niet alleen een heldere opdrachtbevestiging maar ook een plan van aanpak en een adequate begroting aan zijn cliënten verstrekt en regelmatig factureert overeenkomstig de gemaakte afspraken. Door dat na te laten heeft verweerster onzorgvuldig jegens klagers gehandeld en in strijd gehandeld met de kernwaarden. De aard en de ernst van de feiten rechtvaardigen zonder meer een zeer zware maatregel. Bij de oplegging van de maatregel acht de raad van belang dat verweerster op geen enkel bericht van de deken en/of de raad heeft gereageerd en dat ook anderszins niet is gebleken dat zij beseft dat zij onbetamelijk heeft gehandeld. Schrapping.

Uitspraak

Beslissing van de Raad van Discipline in het ressort Den Haag van 9 maart 2026 in de zaak 25-394/DH/DH naar aanleiding van de klacht van:

1. [...] 2. […] klagers 

over

verweerster 

1    VERLOOP VAN DE PROCEDURE 1.1    Op 25 februari 2025 hebben klagers bij de deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement Den Haag (hierna: de deken) een klacht ingediend over verweerster. 1.2    Op 16 juni 2025 heeft de raad het klachtdossier met kenmerk K055a 2025 van de deken ontvangen.  1.3    De klacht is behandeld op de zitting van de raad van 26 januari 2026. Daarbij waren klagers aanwezig. Verweerster is behoorlijk opgeroepen maar niet ter zitting verschenen.  1.4    De raad heeft kennisgenomen van het in 1.2 genoemde klachtdossier en van de op de inventarislijst genoemde bijlagen 03 tot en met 05 (inhoudelijk) en 1 tot en met 12 (procedureel). 

2    FEITEN 2.1    Voor de beoordeling van de klacht gaat de raad, gelet op het klachtdossier en de op de zitting afgelegde verklaringen, uit van de volgende feiten. 2.2    Klagers hebben verweerster op 29 augustus 2018 verzocht hen bij te staan in verband met een FIOD onderzoek. Verweerster heeft die opdracht aanvaard en klagers diezelfde dag haar opdrachtbevestiging gezonden. Daarin komt onder meer de volgende paragraaf voor:

“Het vaste honorarium bedraagt € 250, exclusief belaste en onbelaste verschotten, 21% omzetbelasting, alsmede 5% kantoorkosten (telefoon, telefax, fotokopieën en dergelijke). Het bepaalde omtrent eventuele verschotten en kosten van derden blijven wel onverkort van toepassing. Verschotten zijn de door mij gedane uitgaven, zoals griffierecht, deurwaarderskosten, reis-, parkeer-, verblijfskosten en porti. Reiskosten worden doorberekend echter niet in zijn geheel. In beginsel worden deze kosten direct doorgefactureerd of zal u worden verzocht zorg te dragen voor een betaling per omgaande. (…)” U zult een voorschotfactuur ontvangen van € 750, alsmede een factuur voor de reeds verrichte werkzaamheden, exclusief BTW die direct betaalbaar is. Indien als gevolg van verrichte werkzaamheden, het saldo van het voorschot daalt beneden een percentage van 30%, zal wederom een nieuwe voorschotnota voor hetzelfde bedraag worden uitgereikt.(…)” 2.3    Op 14 september 2018 heeft verweerster klagers een factuur gezonden ad EUR 1.699,29 inclusief btw (2018F010). Met deze factuur zijn 3,25 uren waarvan 1,5 uur reistijd, een voorschot voor 2 uren, 5% kantoorkosten en 105 reiskilometers in rekening gebracht.  2.4    Op 19 mei 2019 heeft verweerster klagers een factuur gezonden ad EUR 2.858,63 inclusief btw (2019F008). Met deze factuur zijn 9,25 uren, een voorschot voor 5 uren, 5% kantoorkosten en 105 reiskilometers in rekening gebracht. 2.5    Op 27 mei 2019 heeft verweerster klagers een factuur gezonden ad EUR 5.948,66 inclusief btw (2019F009). Met deze factuur zijn 22,9 uren, 5% kantoorkosten en 870 reiskilometers in rekening gebracht. Het door klagers betaalde voorschot voor 5 uren is daarop in mindering gebracht. 2.6    Op 11 september 2019 heeft verweerster klagers een factuur gezonden ad EUR 2.389,30 inclusief btw (2019F014). Met deze factuur zijn 7,45 uren, 5% kantoorkosten en 67 reiskilometers in rekening gebracht. 2.7    Op 30 december 2019 heeft verweerster klagers een factuur gezonden ad EUR 2.350,43 inclusief btw (2019F019). Met deze factuur zijn 2,4 uren, een voorschot voor 5 uren en 5% kantoorkosten in rekening gebracht. 2.8    Op 16 mei 2022 heeft verweerster klagers een concept factuur voor gewerkte uren in de periode 1 januari 2020 tot en met 30 april 2022 gezonden ad EUR 31.175,00 inclusief btw. In haar begeleidende e-mail heeft zij voorgesteld daarover gelet op het bedrag te overleggen. 2.9    Op 2 juni 2022 heeft verweerster klagers een factuur gezonden ad EUR 5.082,00 inclusief 5% kantoorkosten en btw (FACT20220602-006-RO6). 2.10    Op 4 juli 2022 heeft verweerster klagers een factuur gezonden ad EUR 5.082,00 inclusief btw (FACT20220704-007-RO7). Met deze factuur zijn 16 uren en 5% kantoorkosten in rekening gebracht. 2.11    Op 2 augustus 2022 heeft verweerster klagers een factuur gezonden ad EUR 5.082,00 inclusief btw (FACT20220802-008-RO8). Met deze factuur zijn 16 uren en 5% kantoorkosten in rekening gebracht. 2.12    Begin augustus 2022 hebben klagers verweerster tevens verzocht hen bij te staan naar aanleiding van opgelegde en nog te verwachten navorderingsaanslagen IB/PVV. Verweerster heeft die opdracht aanvaard en aan klagers een opdrachtbevestiging gezonden welke op respectievelijk 4 en 8 augustus 2022 door hen is ondertekend. In deze opdrachtbevestiging komt onder meer de volgende paragraaf voor: “Het vaste honorarium bedraagt € 125 ([H]) en € 250 (mijzelf), exclusief belaste en onbelaste verschotten, 21% omzetbelasting, alsmede 5% kantoorkosten (telefoon, telefax, fotokopieën en dergelijke). Het bepaalde omtrent eventuele verschotten en kosten van derden blijven wel onverkort van toepassing. Verschotten zijn de door mij gedane uitgaven, zoals griffierecht, deurwaarderskosten, reis-, parkeer-, verblijfskosten en porti. Reiskosten worden doorberekend echter niet in zijn geheel. In beginsel worden deze kosten direct doorgefactureerd of zal u worden verzocht zorg te dragen voor een betaling per omgaande. (…)” Er zal een voorschotnota worden uitgereikt die is gebaseerd op de in te schatten werkzaamheden. De voorschotnota is direct betaalbaar. Indien als gevolg van verrichte werkzaamheden, het saldo van het voorschot daalt beneden een percentage van 30%, zal wederom een nieuwe voorschotnota voor hetzelfde bedraag worden uitgereikt.(…)” 2.13    In dezelfde periode hebben klagers verweerster tevens verzocht hen bij te staan naar in verband met een strafzitting op 5 oktober 2022. Verweerster heeft die opdracht aanvaard en aan klagers een opdrachtbevestiging gezonden welke op respectievelijk 4 en 8 augustus 2022 door hen is ondertekend. In deze opdrachtbevestiging komt onder meer de volgende paragraaf voor: “Het vaste honorarium bedraagt € 125 ([H]) en € 250 (mijzelf), exclusief belaste en onbelaste verschotten, 21% omzetbelasting, alsmede 5% kantoorkosten (telefoon, telefax, fotokopieën en dergelijke). Het bepaalde omtrent eventuele verschotten en kosten van derden blijven wel onverkort van toepassing. Verschotten zijn de door mij gedane uitgaven, zoals griffierecht, deurwaarderskosten, reis-, parkeer-, verblijfskosten en porti. Reiskosten worden doorberekend echter niet in zijn geheel. In beginsel worden deze kosten direct doorgefactureerd of zal u worden verzocht zorg te dragen voor een betaling per omgaande. (…)” Er zal een voorschotnota worden uitgereikt die is gebaseerd op de in te schatten werkzaamheden. De voorschotnota is direct betaalbaar. Indien als gevolg van verrichte werkzaamheden, het saldo van het voorschot daalt beneden een percentage van 30%, zal wederom een nieuwe voorschotnota voor hetzelfde bedraag worden uitgereikt.(…)” 2.14    Op 2 augustus 2022 heeft verweerster klagers een voorschotfactuur gezonden voor 70 uren en 5% kantoorkosten ad EUR 22.233,75 inclusief btw (FACT20220802-009-RO9). 2.15    Op 13 september 2022 heeft verweerster klagers een factuur gezonden voor 16 uur juridische werkzaamheden ad EUR 5.082,00 inclusief 5% kantoorkosten en btw (FACT 20220913-010-RO10). Op deze factuur is tevens de nog openstaande voorschotfactuur van 2 augustus 2022 vermeld. 2.16    Op 23 januari 2023 heeft verweerster klagers een factuur gezonden voor 16 uur juridische werkzaamheden ad EUR 5.082,00 inclusief 5% kantoorkosten en btw (FACT 20230123-001-RO11). 2.17    Op 10 maart 2023 heeft verweerster klagers een factuur gezonden voor 16 uur juridische werkzaamheden ad EUR 5.082,00 inclusief 5% kantoorkosten en btw (FACT 20230310-003-RO12). 2.18    Op 10 maart 2023 heeft verweerster klagers een factuur gezonden ad EUR 43.873,54 inclusief 5% kantoorkosten en btw (FACT 20230310-004-RO13). Met deze factuur zijn 149,05 uur juridische werkzaamheden, 126,50 uur kosten derden, 1840 reiskilometers EUR 486,00 reiskosten derden in rekening gebracht. Op deze factuur is het door klagers voldane voorschot ad EUR 22.233,75 inclusief btw alsmede een bedrag van EUR 1.500,00 inclusief btw wegens “incidenteel niet gedeclareerd” in mindering gebracht.  2.19    Op 4 januari 2024 heeft verweerster klagers een factuur gezonden voor 28,70 uur juridische werkzaamheden ad EUR 9.115,84 inclusief 5% kantoorkosten en btw (FACT 20240104-001-RO14). 2.20    Op 4 januari 2024 heeft verweerster klagers een factuur gezonden voor 27,45 uur juridische werkzaamheden ad EUR 9.774,96 inclusief 5% kantoorkosten en btw (FACT 20240104-002-RO15). Met deze factuur zijn 60 reiskilometers in rekening gebracht. 2.21    Totaal heeft verweerster voor haar werkzaamheden een bedrag van EUR 166.993,40 aan klagers in rekening gebracht. Daarvan betreft een bedrag van ca. EUR 20.000,00 door haar (tegen haar gebruikelijke uurtarief) gedeclareerde reistijd. 2.22    Verweerster heeft zich in 2024 laten schrappen van het tableau. 2.23    Op 13 januari 2025 hebben klagers verweerster een brief gezonden waarin zij zich hebben beklaagd over haar facturering en kosten en hebben verzocht om overleg hierover. Deze brief hebben zij op 14 januari ook per mail aan verweerster gezonden.  2.24    Verweerster heeft hierop per e-mail van 16 januari 2025 gereageerd; zij betwist daarin de door klagers aan haar gemaakte verwijten en doet een betalingsvoorstel, inhoudende dat de helft van de op dat moment nog openstaande factuur nog diezelfde week zou worden voldaan zonder rente en incassokosten en de andere helft in mei, met de rente daarover vanaf de factuurdatum. 2.25    Klagers hebben op 25 februari 2025 onderhavige klacht ingediend.

3    KLACHT 3.1    De klacht houdt, zakelijk weergegeven, in dat verweerster tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld als bedoeld in artikel 46 Advocatenwet doordat zij onduidelijkheid heeft laten bestaan over de kosten, vaak vertraagd heeft gefactureerd waardoor klagers geen overzicht hadden, excessief heeft gedeclareerd in de strafzaak en reistijd naar haar eigen kantoor in Den Bosch en in strijd met de gemaakte afspraken de door haar aan de overdracht van het dossier bestede tijd tegen haar gebruikelijke uurtarief in rekening heeft gebracht.  3.2    De raad zal hierna op de klachtonderdelen ingaan. 

4    VERWEER  4.1    Verweerster heeft – ook in de klachtprocedure bij de deken - tegen de klacht geen verweer gevoerd. 

5    BEOORDELING 5.1    De tuchtrechter dient bij de beoordeling van een tegen een advocaat ingediende klacht het aan de advocaat verweten handelen of nalaten te toetsen aan de in artikel 46 Advocatenwet omschreven normen, waaronder de kernwaarden zoals omschreven in artikel 10a Advocatenwet. De tuchtrechter is niet gebonden aan de gedragsregels, maar die regels kunnen wel van belang zijn, gezien ook het open karakter van de behoorlijkheidsnorm in artikel 46 Advocatenwet. Of sprake is van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen hangt af van de feitelijke omstandigheden en wordt door de tuchtrechter per geval beoordeeld. 5.2    Klagers verwijten verweerster in de kern dat zij ruim EUR 166.000,00 voor haar werkzaamheden in rekening heeft gebracht, zonder daarover vooraf een redelijke kostenbegroting aan klagers te sturen en hen door haar late facturering bovendien te hebben overvallen met hoge nota’s. Daarbij heeft verweerster volgens klagers een gedeelte van haar tijdsbesteding – meer in het bijzonder reistijd en werkzaamheden in verband met overdracht van het dossier - in strijd met de gemaakte afspraken tegen haar gebruikelijke uurtarief bij hen in rekening gebracht.  5.3    Voor zover klagers bedoelen te klagen over de hoogte van de declaraties van verweerster als zodanig, merkt de raad op dat volgens vaste jurisprudentie de tuchtrechter niet bevoegd is om declaratiegeschillen te beslechten. Hiervoor dienen andere wegen te worden bewandeld zoals een gang naar de civiele rechter of de geschillenprocedure. In dat verband wijst de raad op de uitspraak van het Europese Hof van Justitie d.d. 12 januari 2023 (ECLO:EU:C:2023:14) op grond waarvan advocaten – vanaf die datum – verplicht zijn om voorafgaand aan de opdracht een duidelijke kostenberaming te geven. Dat geldt in elk geval voor een gedeelte van de periode waarover verweerster heeft gedeclareerd.  5.4    De tuchtrechter beoordeelt wel of sprake is geweest van excessief declareren. Bij het vaststellen van de declaratie van een advocaat is het uitgangspunt dat een, alle omstandigheden in aanmerking genomen, redelijk honorarium in rekening wordt gebracht (zie gedragsregel 17 lid 1). In het kader van de te hanteren tuchtnorm beperkt de raad zich bij de beoordeling van declaraties van advocaten tot een marginale toets. Beoordeeld wordt of er sprake is van excessief declareren. Daarbij gaat het om de verhouding tussen het in rekening gebrachte bedrag en de verrichte werkzaamheden.  5.5    Nu verweerster geen verweer heeft gevoerd, is de gegrondheid van de door klagers aan  haar gemaakte verwijten gegeven. Van een advocaat mag worden verwacht dat hij of zij niet alleen een heldere opdrachtbevestiging maar ook een plan van aanpak en een adequate begroting aan zijn cliënten verstrekt en regelmatig factureert overeenkomstig de gemaakte afspraken. Door dat na te laten heeft verweerster onzorgvuldig jegens klagers gehandeld en in strijd gehandeld met de kernwaarden. 5.6    De raad zal de klacht derhalve gegrond verklaren.      6    MAATREGEL 6.1    Verweerster heeft ten opzichte van haar cliënten niet die zorg in acht genomen, die van een behoorlijk handelend advocaat verwacht mag worden en hen daardoor in hun belangen geschaad. De raad rekent dit verweerster zwaar aan. De aard en de ernst van de feiten rechtvaardigen zonder meer een zeer zware maatregel. Bij de oplegging van de maatregel acht de raad van belang dat verweerster op geen enkel bericht van de deken en/of de raad heeft gereageerd en dat ook anderszins niet is gebleken dat zij beseft dat zij onbetamelijk heeft gehandeld.  6.2    Gelet op de ernst van de gedragingen en het feit dat verweerster zich volstrekt onbereikbaar houdt en geen verantwoordelijkheid voor haar handelen neemt, is de raad van oordeel dat het niet verantwoord is dat verweerster de praktijk als advocaat in de toekomst nog uitoefent. Daarom wordt de maatregel van schrapping opgelegd. Dat verweerster een schoon tuchtrechtelijk verleden heeft en zich in 2024 reeds van het tableau heeft laten schrappen, vormt geen reden van deze vergaande maatregel af te zien. 

7    GRIFFIERECHT EN KOSTENVEROORDELING  7.1    Omdat de raad de klacht gegrond verklaart, moet verweerster op grond van artikel 46e lid 5 Advocatenwet het door klagers betaalde griffierecht van € 50,- aan hen vergoeden binnen vier weken nadat deze beslissing onherroepelijk is geworden. Klagers geven binnen twee weken na de datum van deze beslissing hun rekeningnummer schriftelijk aan verweerster door. 7.2    Nu de raad een maatregel oplegt, zal de raad verweerster daarnaast op grond van artikel 48ac lid 1 Advocatenwet veroordelen in de volgende proceskosten: a) € 50,- reiskosten van klagers, b) € 750,- kosten van de Nederlandse Orde van Advocaten en c) € 500,- kosten van de Staat. 

7.3    Verweerster moet het bedrag van € 50,- aan reiskosten binnen vier weken nadat deze beslissing onherroepelijk is geworden, betalen aan klagers. Klagers geven binnen twee weken na de datum van deze beslissing hun rekeningnummer schriftelijk aan verweerster door.  7.4    Verweerster moet het bedrag van € 1.250,- (het totaal van de in 7.2 onder b en c genoemde kosten) binnen vier weken nadat deze beslissing onherroepelijk is geworden, overmaken naar rekeningnummer lBAN: NL85 lNGB 0000 079000, BIC: INGBNL2A, Nederlandse Orde van Advocaten, Den Haag, onder vermelding van “kostenveroordeling raad van discipline" en het zaaknummer.  BESLISSING De raad van discipline: -    verklaart de klacht gegrond; -    legt aan verweerster de maatregel van schrapping op, ingaande op de tweede dag na het onherroepelijk worden van deze beslissing; -    veroordeelt verweerster tot betaling van het griffierecht van € 50,- aan klagers; -    veroordeelt verweerster tot betaling van de reiskosten van € 50,- aan klagers, op de manier en binnen de termijn als hiervóór bepaald in 7.3;  -    veroordeelt verweerster tot betaling van de proceskosten van € 1.250,- aan de Nederlandse Orde van Advocaten, op de manier en binnen de termijn als hiervóór bepaald in 7.3.