Naar boven ↑

Rechtspraak

Uitspraakdatum

04-03-2026

ECLI

ECLI:NL:TADRSGR:2026:49

Zaaknummer

26-021/DH/DH

Inhoudsindicatie

Voorzittersbeslissing. Klacht over eigen advocaat. Kwaliteit dienstverlening. Verweerster heeft gedaan wat zij in juridische zin voor klaagster kon doen in haar geschil met de VvE. Daarbij heeft verweerster ook oog gehad voor de belangen van klaagster door klaagster erop te wijzen dat een eventuele procedure tegen een besluit van de VvE weinig kansrijk is en dat zij verdere werkzaamheden voor klaagster, mede gelet op haar uurtarief, niet wenselijk en verantwoord acht. Klacht is kennelijk ongegrond.

Uitspraak

Beslissing van de voorzitter van de Raad van Discipline  in het ressort Den Haag van 4 maart 2026 in de zaak 26-021/DH/DH naar aanleiding van de klacht van:

klaagster

over:

verweerster

De plaatsvervangend voorzitter van de raad van discipline (hierna ook: de voorzitter) heeft kennisgenomen van de brief van de deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement Den Haag (hierna: de deken) van 12 januari 2026 met kenmerk K224 2025 ia/ak, van de op de inventarislijst inhoudelijk genoemde bijlagen 03 tot en met 12 en van de op de inventarislijst procedureel genoemde bijlagen 1 tot en met 9.

1    FEITEN Voor de beoordeling van de klacht gaat de voorzitter, gelet op het klachtdossier, uit van de volgende feiten. 1.1    Klaagster is eigenaar van een appartement en lid van de  Vereniging van Eigenaren (hierna: de VvE). 1.2    Klaagster heeft een geschil met de VvE over onder meer de gang van zaken binnen de VvE, de servicekosten en afrekeningen voor de stookkosten van Techem. In het najaar van 2024 heeft klaagster verweerster benaderd om haar hierin bij te staan. 1.3    In oktober 2024 heeft klaagster de opdrachtbevestiging van verweerster voor akkoord getekend. Op 28 oktober 2024 heeft verweerster een declaratie aan klaagster gestuurd. 1.4    Op 6 november 2024 heeft op het kantoor van verweerster een bespreking tussen klaagster en verweerster plaatsgevonden. 1.5    Op 28 november 2024 heeft verweerster namens klaagster een brief aan de beheerder van de VvE gestuurd. Daarop heeft de beheerder telefonisch contact met verweerster opgenomen. Verweerster heeft klaagster over dit contact geïnformeerd.  1.6    Op 3 december 2024 heeft de beheerder een schriftelijke reactie met bijlagen aan verweerster gestuurd. Verweerster heeft deze reactie aan klaagster doorgestuurd. Klaagster heeft daar op 4 december 2024 op gereageerd. 1.7    Op 5 december 2024 heeft verweerster klaagster gemaild: ‘Dank voor uw e-mail. Ik begrijp dat de situatie die zich de afgelopen jaren en nog steeds binnen de VvE afspeelt zeer vervelend is. Echter, dat de VvE of de beheerder u nooit te woord heeft willen staan of uw vragen nooit heeft willen beantwoorden kan ik niet rijmen met de e-mails die ik van de beheerder heb ontvangen. Daaruit blijkt immers dat er mediation met het bestuur heeft plaatsgevonden en dat de beheerder bereid is geweest uw vragen te beantwoorden maar dat uw vragen hen niet duidelijk waren en uw standpunten niet onderbouwd waren, hier kon de beheerder dus niet zoveel mee. Daarbij komt dat ook tijdens de laatste ALV de kwestie is besproken. Dit heeft wellicht niet tot de gewenste uitkomst geleid, maar er is wel gesproken tijdens de ALV over de kwestie. Daarnaast begreep ik ook van de beheerder dat diverse buren u geprobeerd hebben te helpen, maar dat dit ook niet tot een oplossing heeft geleid. Zoals besproken tijdens onze bespreking heb ik een brief opgesteld aan de beheerder waarin ik de beheerder op de algemene gang van zaken binnen de VE heb gewezen (…) en tevens is de kwestie met betrekking tot de kastjes van Techem in de brief heb opgenomen met het verzoek om dit op de eerst volgende ALV te bespreken en een besluit te nemen. Gezien de reactie van de beheerder denk ik dat we het doel van de brief hebben bereikt (…). Nu het doel van de brief mijns inziens is bereikt, houden mijn werkzaamheden hier op. Nu zal allereerst de ALV afgewacht moeten worden en de stemming over het besluit. Mocht tegen het besluit zoals deze voor u is ingebracht, gestemd worden dan bestaat er de mogelijkheid om binnen vier weken naar de rechter te gaan om het besluit te laten vernietigen en een vervangende machtiging te vragen. Echter, aangezien u met betrekking tot de afrekeningen en de kastjes van Techem met name optreed voor appartementseigenaren die een hoger afrekening hebben gehad (…) en ik niet kan herleiden dat dat ook voor u het geval is geweest, kan gesteld worden dat u in deze geen eigen belang heeft om een dergelijke procedure op te starten. Een procedure acht ik dan ook weinig kansrijk. Mede gezien ons hoge uurtarief acht ik het verrichten van werkzaamheden voor u in dit dossier dan ook niet wenselijk en verantwoordelijk gezien de kans van slagen van een gerechtelijke procedure.’ 1.8    Op 5 januari 2025 heeft klaagster verweerster gemaild dat zij het niet eens is met het sluiten van het dossier en dat verweerster zou zorgen voor een ‘second opinieonderzoek’. Daarop heeft verweerster op 22 januari 2025 gereageerd: ‘Naar aanleiding van uw e-mail kan ik u als volgt berichten. U geeft aan dat ik ervoor zou kunnen zorgen dat er een ‘second opinieonderzoek’ komt naar de afrekeningen en de kastjes van Techem. Dat is echter niet helemaal hoe het werkt binnen een VvE. Een VvE is een democratisch stelsel waarin de VvE leden na hiertoe te hebben gestemd, beslissingen nemen. Ik kan dat dus niet als advocaat voor u bewerkstelligen. Wat ik wel voor u kan doen en ik ook voor u heb gedaan is een brief sturen aan de VvE beheerder met daarin het verzoek om tijdens de eerst volgende vergadering een besluit te nemen over het uitvoeren van het onderzoek. Dit is in de brief die ik voor u heb verstuurd opgenomen. Het is nu aan de VvE om te beslissen of zij dit wel of niet willen en dat zal moeten blijken tijdens de eerstvolgende ALV. Ik heb voor nu dan ook gedaan wat binnen mijn mogelijkheden valt. Ik begrijp dat er het afgelopen jaren binnen de VvE een hoop mis is gegaan volgens u. U gebruikt hiervoor zeer sterke woorden als ‘fraude’ en ‘frauduleuze bedrijf’, maar ik kan dit niet rijmen met de stukken die ik van u heb ontvangen. Zonder bewijs en dus zonder nadere stukken kan ik dit niet voor u hard maken en kan ik daarmee ook niets doen richting de VvE beheerder.  Ik hoop voor u dat tijdens de eerstvolgende ALV besloten wordt dat er een onderzoek zal gaan plaatsvinden en dat u daarmee antwoord zult krijgen op uw vragen.’ 1.9    Op 3 februari 2025 heeft een telefoongesprek tussen klaagster en verweerster plaatsgevonden. 1.10    Op 6 februari 2025 heeft klaagster gereageerd op de declaratie van het kantoor van verweerster: ‘(…)  En waarom moet ik de rekening betalen voor geheime gesprekken met de tegenpartij in achteraf kamertjes waar ik niets van weet. Ik vind dit niet normaal. Krijg wel een rekening. Voor mij word niets gedaan, mag alleen veel geld betalen voor gebakken lucht.’ 1.11    Op 14 februari 2025 heeft verweerster klaagster bericht dat sprake is van een vertrouwensbreuk en dat zij gehouden is om de opdracht van klaagster terug te geven: ‘(…) Uw e-mail van 6 februari 2025 en ons telefoongesprek van 3 februari 2025 hebben mij doen besluiten om de opdracht die u mij heeft gegeven terug te geven in verband met een vertrouwensbreuk. De advocatenregels schrijven mijn in het geval van een vertrouwensbreuk voor dat ik mijn werk neer moet leggen. Dat is dan ook wat ik nu doe. Het feit dat u aangeeft dat ik met de wederpartij geheime gesprekken in achteraf kamertjes zou hebben gehad, dat u aangegeven heeft geen vertrouwen meer te hebben in de behandeling van de zaken en het feit dat u mij beschuldigt van het meewerken aan de fraude van VvE, maken dat er sprake is van een vertrouwensbreuk en dat ik mijn werkzaamheden niet op goede manier voort kan zetten. Uw ongefundeerde en onterechte beschuldigingen werp ik verre van mij.  Het betreurt mij dat dit zo heeft moeten lopen. Mijn collega zal zorgdragen voor de verdere afwikkeling van het dossier. Hiervan zult een afschrift ontvangen. Ik wens u in ieder geval al het beste en hoop dat de VvE zal besluiten dat er een onderzoek naar Techem plaats zal moeten gaan vinden.’ 1.12    Op 14 en 16 februari 2025 heeft klaagster verweerster gemaild. 1.13    Op 17 februari 2025 heeft verweerster gereageerd op de e-mails van klaagster van   14 en 16 februari 2025: ‘Ik heb uw onderstaande berichten (14 en 16 februari jl.) gelezen en naar aanleiding daarvan bericht ik u als volgt. Helaas kan ik uw berichten niet volgen en begrijp ik niet wat u in reactie op mijn e-mail aangeeft. Het lijkt ook geen reactie op hetgeen ik heb geschreven. Kennelijk begrijpen/volgen wij elkaar niet. Dit bevestigt dan ook dat ik niet de juiste advocaat voor u ben. Ik zal nu overgaan tot het sluiten van het dossier.’ 1.14    Op 11 mei 2025 heeft klaagster bij het kantoor van verweerster een klacht over verweerster ingediend. Op 19 mei 2025 is aan klaagster gemaild dat het dossier gesloten is en dat verweerster de zaak van klaagster niet meer behandelt. 1.15    Op 20 mei 2025 heeft klaagster het kantoor van verweerster laten weten het er niet mee eens te zijn. 1.16    Op 28 mei 2025 heeft een kantoorgenoot van verweerster inhoudelijk op de klacht van klaagster gereageerd. 1.17    Op 5 september 2025 heeft klaagster bij de deken een klacht over verweerster ingediend. 

2    KLACHT 2.1    De klacht houdt, zakelijk weergegeven, in dat verweerster tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld als bedoeld in artikel 46 Advocatenwet. Klaagster verwijt verweerster dat zij in het geschil van klaagster met de VvE te weinig voor klaagster heeft gedaan, terwijl klaagster wel de factuur van verweerster mag betalen. Volgens klaagster heeft verweerster een brief geschreven, waarna zij klaagster telefonisch heeft laten weten niets te willen doen, zodat de VvE zich niet heeft hoeven verantwoorden. Verweerster heeft het dossier gesloten, terwijl klaagster daar niet vanaf wist. 2.2    De voorzitter zal hierna op de klacht ingaan.

3    VERWEER 3.1    Verweerster voert verweer tegen de klacht en betwist dat zij tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. In dat verband voert verweerster aan dat zij voor klaagster heeft gedaan wat zij op dat moment juridisch kon doen in het geschil met de VvE en dat zij dit ook aan klaagster heeft uitgelegd. Ook voert verweerster aan dat zij klaagster ook heeft uitgelegd dat eerst de ALV afgewacht moest worden voordat verdere actie nuttig zou zijn. Volgens verweerster verwachtte klaagster dingen van haar die onmogelijk zijn en heeft zij dit ook aan klaagster uitgelegd. Daarbij verwijst verweerster naar de door haar overgelegde correspondentie. Verder voert verweerster aan dat klaagster haar tijdens het telefoongesprek op   3 februari 2025 ten onrechte heeft beticht van het samenspannen met de wederpartij, van geheime gesprekken in achterkamertjes en van het meewerken aan de fraude binnen de VvE, waardoor klaagster geen vertrouwen in verweerster had. Volgens verweerster heeft de opdracht vervolgens aan klaagster teruggegeven.  Tot slot voert verweerster aan dat op de klacht van klaagster serieus is ingegaan. Daarbij verwijst verweerster naar de e-mail van haar kantoorgenoot aan klaagster van 28 mei 2025.  3.2    De voorzitter zal hierna, waar nodig, op het verweer ingaan.

4    BEOORDELING Toetsingskader 4.1    Deze klacht gaat over de kwaliteit van de dienstverlening van de advocaat. Er is pas sprake van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen als de kwaliteit duidelijk onder de maat is geweest. De tuchtrechter houdt bij de beoordeling rekening met de vrijheid die een advocaat heeft bij de wijze waarop hij een zaak behandelt. Ook houdt de tuchtrechter rekening met de keuzes waar een advocaat bij de behandeling van de zaak voor kan komen te staan. Die (keuze)vrijheid is niet onbeperkt, maar wordt begrensd door bepaalde eisen die aan het werk van de advocaat worden gesteld. Als algemene professionele standaard geldt dat de advocaat te werk moet gaan zoals van een redelijk bekwame en redelijk handelende beroepsgenoot mag worden verwacht. De klacht is kennelijk ongegrond 4.2    De voorzitter kan op grond van de overgelegde stukken niet vaststellen dat verweerster in haar bijstand aan klaagster op enigerlei wijze tekort is geschoten. Uit de overgelegde stukken blijkt dat verweerster, na haar bespreking met klaagster, een brief aan de beheerder van de VvE heeft gestuurd (zie 1.5), dat zij telefonisch contact met de beheerder heeft gehad en dat zij de schriftelijke reactie van de beheerder aan klaagster heeft doorgestuurd. Verder blijkt dat verweerster klaagster op 5 december 2024 (zie 1.7) en 5 januari 2025 (zie 1.8) heeft uitgelegd dat het doel van haar brief aan de VvE beheerder is bereikt – het informeren van de beheerder over de gang van zaken binnen een VvE en het bespreken van de Techem-kwestie op de eerstvolgende ALV – en dat de eerstvolgende ALV zal moeten worden afgewacht. Daarmee heeft verweerster gedaan wat zij op dat moment in juridische zin voor klaagster kon doen richting de VvE, namelijk het informeren van de VvE-beheerder over de standpunten van klaagster en over de juiste gang van zaken binnen een VvE, waarbij verweerster heeft vermeld dat klaagster de VvE-beheerder aansprakelijk stelt als blijkt dat de VvE-regels niet worden nageleefd. Ook heeft verweerster daarbij oog gehad voor de belangen van klaagster door klaagster erop te wijzen dat een eventuele procedure tegen een besluit van de VvE weinig kansrijk is en dat zij verdere werkzaamheden voor klaagster, mede gelet op haar uurtarief, niet wenselijk en verantwoord acht. De voorzitter begrijpt dat klaagster teleurgesteld is dat haar geschil met de VvE niet is opgelost, maar dat kan verweerster niet worden verweten. In zoverre is de klacht dan ook kennelijk ongegrond.  4.3    Voor wat betreft het sluiten van het dossier door verweerster stelt de voorzitter op grond van het klachtdossier vast dat in februari 2025 een vertrouwensbreuk tussen klaagster en verweerster is ontstaan na het telefoongesprek op 3 februari 2025 (zie 1.9) en de reactie van klaagster van 6 februari 2025 (zie 1.10) nadat klaagster was gewezen op de declaratie van verweerster. In geval van een vertrouwensbreuk is een advocaat gehouden om de werkzaamheden voor een cliënt te beëindigen. Verweerster heeft klaagster op 14 en 17 februari 2025 (zie 1.11 en 1.13) laten weten dat zij de opdracht aan klaagster teruggeeft en dat zij overgaat tot sluiting van het dossier. Klaagster had er dus redelijkerwijs van op de hoogte kunnen zijn dat verweerster haar werkzaamheden voor klaagster had beëindigd en het dossier had gesloten. In zoverre is de klacht eveneens kennelijk ongegrond. 4.4    Op grond van het voorgaande zal de voorzitter de klacht, met toepassing van artikel 46j lid 1 onder c Advocatenwet, daarom kennelijk ongegrond verklaren.

BESLISSING De voorzitter verklaart de klacht, met toepassing van artikel 46j Advocatenwet, kennelijk ongegrond.