Naar boven ↑

Rechtspraak

Uitspraakdatum

18-03-2026

ECLI

ECLI:NL:TADRSGR:2026:55

Zaaknummer

26-023/DH/RO

Inhoudsindicatie

Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij. Niet gebleken dat verweerder (bewust) onjuiste en/of misleidende informatie heeft verstrekt. Van het belemmeren van de communicatie is geen sprake.

Uitspraak

Beslissing van de voorzitter van de Raad van Discipline  in het ressort Den Haag van 18 maart 2026 in de zaak 26-023/DH/RO

naar aanleiding van de klacht van:

klagers

over:

verweerder

De plaatsvervangend voorzitter van de raad van discipline (hierna ook: de voorzitter) heeft kennisgenomen van de brief van de deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement Rotterdam (hierna: de deken) van 14 januari 2025 met kenmerk R 2025/007 en van de op de inventarislijst genoemde bijlagen 1 tot en met 25. 

1    FEITEN Voor de beoordeling van de klacht gaat de voorzitter, gelet op het klachtdossier, uit van de volgende feiten. 1.1    Klagers hebben een geschil met hun rechtsbijstandsverzekeraar ARAG over de dekking c.q. het budget voor verschillende kwesties. 1.2    Op 24 mei 2024 hebben klagers van bedrijfsjurist O van ARAG een waarschuwing ontvangen vanwege de manier waarop klagers communiceerden met (medewerkers van) ARAG. Op 13 augustus 2024 hebben klagers van bedrijfsjurist O nogmaals een waarschuwing gekregen.  1.3    Op 23 augustus 2024 heeft verweerder zich per e-mail tot klagers gewend en onder meer geschreven: “ARAG verzocht mij de discussie die zij heeft met u over haar verplichtingen onder de rechtsbijstandsverzekering(en) van haar over te nemen. Gezien de verwijten die u ARAG maakt en vooral de aankondiging dat u uw advocaat al zou hebben geïnstrueerd ARAG aan te spreken, lijkt het mij ook opportuun dat deze discussie thans wordt beperkt door wat rechtens juist is en wordt gevoerd door advocaten die op basis van de feiten en het recht argumenten kunnen aanvoeren en die – daarna en desnoods – vervolgens aan een rechter of ander forum kunnen worden voorgelegd. Wilt u mijn gegevens daarom doorgeven aan uw advocaat, of mij de adresgegevens van uw advocaat sturen? Ondertussen sprak ik met ARAG af dat zij verder geen correspondentie met u zal wisselen of gesprekken met u beiden zal voeren, het heeft dus geen zin haar of haar medewerkers nog te benaderen. Uw e-mail van 20 augustus zal ARAG derhalve niet beantwoorden maar ik, en overigens eerst nadat ik het dossier heb kunnen bestuderen. Maar als gezegd, stuur ik die reactie bij voorkeur aan uw advocaat.” 1.4    Klagers hebben diezelfde dag gereageerd en onder meer geschreven dat zij ARAG gaan aanklagen en aansprakelijk stellen en dat verweerder de aansprakelijkstelling van klagers advocaat zal ontvangen.  1.5    Op 2 september 2024 hebben klagers verweerder per e-mail bedankt voor het aangename en constructieve telefoongesprek, waarbij zij onder meer schrijven: “Wij hebben aan u bevestigd dat wij hier geen advocaat bij willen betrekken omdat wij die constructief en in vrede willen oplossen. Wij willen enkel dat het ARAG ons voorziet van een advocaat tegen ABN Amro of het budget om ABN Amro aan te klagen als een manier om ons geschil vredig op te lossen” 1.6    Op 9 september 2024 hebben klagers aan verweerder onder meer gemaild dat ze hopen dat hij de tijd heeft gehad om het probleem tussen klagers en ARAG te bestuderen. Klagers hebben in hun bericht ARAG verzocht om hen voor vrijdag 13 september 12.00 uur te voorzien van een advocaat of het maximale budget van € 50.000,- voor de zaak tegen ABN Amro.  1.7    Op 13 september 2024 hebben klagers een formele schadeclaim (totale schade € 122 miljoen) en verzoek tot compensatie ingediend bij ARAG en verweerder. 1.8    Op 17 september 2024 heeft klager bij de deken een klacht ingediend over verweerder. Op 15 en 20 oktober 2024 hebben klagers de klacht aangevuld en/of onderbouwd. 1.9    Op 30 september 2024 heeft verweerder (per e-mail) een brief aan klaagster gestuurd. In deze brief staat onder meer: “Op verzoek van ARAG las ik de stukken en beoordeelde ik haar standpunt(en) ten aanzien van de dekking, ook in verband met de serieschade bepaling in de polisvoorwaarden. Die bepaling is gebruikelijk in verzekeringsovereenkomsten en is bedoeld om te voorkomen dat een verzekeraar meermaals voor – eigenlijk – hetzelfde risico, of zo men wil het dezelfde schade dekking moet verlenen. (…) Mijns inzien heeft ARAG terecht een beroep gedaan op de (gebruikelijke) afspraken in deze (en overigens ook elke andere) rechtsbijstandsverzekering en ik heb haar geadviseerd hier niet op terug te komen. (…) Het dossier onderscheidt zich wel van andere discussies over dekking door de wijze waarop u uw standpunt meent naar voren te moeten brengen. U bejegent de medewerkers van ARAG bij herhaling onheus, beledigend en schermt (beter: dreigt) met verstrekkende klachten en zelfs aangiften van crimineel handelen tegen ARAG en haar medewerkers als uw eisen niet (terstond?) worden ingewilligd. (…) Voor ARAG is dit onwerkbaar en dit onrechtmatig handelen (want dat is het) moet stoppen. Het vertrouwen, noodzakelijk tussen verzekerde en verzekeraar is zozeer beschadigd, dat van ARAG ook niet meer mag worden verwacht dat zij zich nog met u verstaat, of haar medewerkers blootstelt aan uw onheuse bejegeningen. (…) De maat is vol, ARAG wenst niet meer met u of [klager] te spreken of te corresponderen en zal dat – op mijn advies – ook niet meer doen. Als u verder over de dekking of uw aanspraken en/of beschuldigingen jegens ARAG wenst te discussiëren, zult u dat met behulp van een advocaat moeten doen, die zich met mij zal moeten verstaan. ARAG zal op mijn advies ook niet (meer) reageren op de verschillende klachten die u (ongericht) aan DNB, ARM en allerlei andere instanties per e-mail stuurde op 12 en 13 september jl. (…) Zoals ik eerder schreef vind ik het juist(er) als u deze kwestie voorlegt aan een advocaat (wat u eerder ook schreef te willen doen), omdat u dan wellicht een objectiever oordeel kan krijgen over de feiten, de kwalificatie daarvan en uw grieven. Dan kan ik de discussie – zo nodig – met uw advocaat voortzetten op basis van de feiten en het recht, eventueel ten overstaan van een rechter. (…) [Klager] liet mij eerder telefonisch weten dat u (beiden) geen advocaat wenst (wensen) in te schakelen(…). Omdat ik wel gevolg wil geven aan mijn aankondiging aan u de zaak op verzoek van ARAG te beoordelen en u daarover te laten weten, stuur ik u deze brief toch maar zonder tussenkomst van een/uw advocaat.” 1.10    Klagers hebben hierop diezelfde dag gereageerd met een (Engelstalige) mail, waarin zij onder meer schrijven over de door ARAG veroorzaakte economische schade van € 20 miljoen euro en ‘the breach of the 107 million euro settlement agreement’. 1.11    Op 1 oktober 2024 heeft verweerder aan klagers laten weten dat ARAG zich niet herkent in de verwijten die klagers haar maakt en evenmin in de telkens oplopende schade van nu € 107 miljoen. De reactie van klagers heeft geen wijziging gebracht in het standpunt van ARAG en ARAG wijst iedere aansprakelijkheid af. Verweerder heeft verder geschreven: “Aan het slot van uw mail laat u weten dat als ARAG niet op haar standpunt terugkomt u een procedure zal aanvragen. Gezien het procesmonopolie zult u daarvoor een advocaat moeten inschakelen. Dat lijkt mij – zoals ik eerder schreef – de beste volgende stap voor u om te zetten.” 1.12    Op 4 november 2024 heeft een medewerker van verweerders kantoor verweerders reactie op de klacht aan de deken gestuurd, met een cc aan klagers.

2    KLACHT 2.1    De klacht houdt, zakelijk weergegeven, in dat verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld als bedoeld in artikel 46 Advocatenwet. Klagers verwijten verweerder het volgende.  a)    Verweerder heeft opzettelijk onjuiste en/of misleidende informatie verstrekt.  b)    Verweerder heeft klagers belemmerd door te bepalen dat verdere communicatie via de advocaat van klagers diende te verlopen. Verweerder negeert klagers, terwijl er vanuit klagers geen advocaat betrokken is bij de zaak.   c)    Verweerder staat ARAG bij terwijl hij ervan op de hoogte is dat ARAG onrechtmatig handelt. Hij pleegt daardoor obstructie van rechtsgang, net zoals ARAG vanaf het begin heeft gedaan.  2.2    Klagers stellen dat verweerder zich schuldig heeft gemaakt aan ernstige juridische wanpraktijken en actief heeft bijgedragen aan het handhaven van onwettelijke clausules in de verzekeringspolissen van ARAG. Verweerder is daardoor medeplichtig aan het in stand houden van verzekeringsfraude en/of de frauduleuze praktijken van ARAG. Klagers stellen dat verweerder zijn cliënt (ARAG) had moeten adviseren in overeenstemming met de wet en had moeten aansporen het onrechtmatig handelen te corrigeren. In plaats daarvan heeft verweerder ARAG actief geadviseerd om hun gedrag te minimaliseren en illegale clausules in stand te houden. 

3    VERWEER 3.1    Verweerder heeft tegen de klacht verweer gevoerd. Hij stelt dat klagers lijken te miskennen dat hij als advocaat de belangen van zijn cliënte behartigt. Het enkele feit dat klagers het oneens zijn met ARAG is geen reden het meningsverschil dat klagers met ARAG hebben in een tuchtklacht naar verweerder te vertalen. ARAG heeft zich, in een veelvoud van schademeldingen waarvoor klagers dekking vroegen op hun rechtsbijstandsverzekering, beroepen op de zogenaamde serieschade regeling in de polisvoorwaarden. Verweerder heeft tweemaal een e-mail gestuurd aan klaagster: op 23 augustus 2024 en (nadat verweerder telefonisch van klager vernam dat klaagster geen advocaat zou aanzoeken) op 30 september 2024.  3.2    Verweerder stelt dat hij geen feiten verkeerd heeft weergegeven en dat er geen sprake is van misleiding en valsheid in geschrifte. Verweerder heeft klagers geenszins verplicht via een advocaat te communiceren, hij heeft hen dat gemotiveerd in overweging gegeven en zijn voorkeur daarvoor uitgesproken. Verweerder heeft klagers geschreven dat hij ARAG heeft geadviseerd niet meer met klagers te communiceren. Verweerder heeft klagers niet verboden met ARAG te communiceren.  3.3     De voorzitter zal hierna, waar nodig, op het verweer ingaan.

4    BEOORDELING Toetsingskader 4.1    Deze zaak betreft een klacht over de advocaat van de wederpartij. Voor alle advocaten geldt dat zij partijdig zijn en in principe alleen de belangen van hun eigen cliënt hoeven te behartigen. Zij hebben veel vrijheid om te doen wat in het belang van hun cliënt nodig is, maar die vrijheid is wel begrensd. Advocaten mogen de belangen van de wederpartij niet onnodig of op een ontoelaatbare manier schaden. Zij mogen zich bijvoorbeeld niet onnodig kwetsend uitlaten over de wederpartij. Ook mogen advocaten niet bewust onjuiste informatie verschaffen. Daarbij geldt dat advocaten er in beginsel van mogen uitgaan dat de informatie die zij van hun cliënt hebben gekregen juist is. Slechts in uitzonderingsgevallen zijn advocaten gehouden de juistheid van die informatie te controleren.  Tot slot hoeven advocaten in het algemeen niet af te wegen of het voordeel dat zij voor hun cliënt willen bereiken, opweegt tegen het nadeel dat zij aan de wederpartij toebrengen.  Klachtonderdelen a) en c) 4.2    Klagers verwijten verweerder dat hij opzettelijk onjuiste en/of misleidende informatie heeft verstrekt, onder meer over de dekking van de polis van klagers en het blokkeren van klagers rechtmatige aanspraken. Verder verwijten zij verweerder dat hij ARAG bijstaat, terwijl hij weet dat ARAG onrechtmatig handelt.  4.3    De voorzitter overweegt dat klagers een geschil hebben met ARAG. Verweerder treedt op voor ARAG en heeft als partijdig belangenbehartiger het standpunt van ARAG naar voren gebracht in de communicatie met klagers. Het is inherent aan het geschil tussen klagers en ARAG dat zij het niet eens zijn met het door verweerder naar voren gebrachte standpunt. Het is niet aan de tuchtrechter om over de inhoud van het geschil tussen klagers en ARAG te oordelen. Als klagers daarover een oordeel willen, moeten zij dit aan de (civiele) rechter voorleggen. Het is de voorzitter niet gebleken dat verweerder (bewust) onjuiste en/of misleidende informatie heeft verstrekt. Deze klachtonderdelen zijn daarom kennelijk ongegrond. Klachtonderdeel b) 4.4    Klager verwijten verweerder dat hij hen heeft belemmerd door te bepalen dat verdere communicatie via de advocaat van klagers diende te verlopen. Dit verwijt is niet terecht. Verweerder mocht namens ARAG de communicatie voeren. Uit verweerders bericht van 23 augustus 2024 blijkt dat door klagers was aangekondigd dat zij hun advocaat hadden geïnstrueerd ARAG aan te spreken. Begrijpelijk is dat verweerder heeft verzocht om contactgegevens van de advocaat, zodat de discussie door advocaten gevoerd kon worden. Op 2 september 2024 heeft er kennelijk nog een telefoongesprek tussen klager en verweerder plaatsgevonden. Toen duidelijk was dat klager(s) geen advocaat wenste(n) in te schakelen, heeft verweerder op 30 september 2024 een inhoudelijke reactie aan klaagster gestuurd. Van het belemmeren van de communicatie of het negeren van klagers is de voorzitter dan ook niet gebleken. Ook dit verwijt is kennelijk ongegrond. Tot slot 4.5    Voor zover klagers er ook over klagen dat verweerder de reactie op de klacht ook (in cc) aan klagers hebben gestuurd, geldt dat verweerder dit correct heeft gedaan. De deken heeft partijen expliciet verzocht hun bericht aan de deken én de wederpartij te sturen, in het kader van transparantie. Verweerder heeft hieraan voldaan. Daarvan kan hem vanzelfsprekend geen verwijt worden gemaakt.  BESLISSING De voorzitter verklaart:  de klacht, met toepassing van artikel 46j Advocatenwet, kennelijk ongegrond.