Naar boven ↑

Rechtspraak

Uitspraakdatum

23-02-2026

ECLI

ECLI:NL:TADRSGR:2026:37

Zaaknummer

25-360/DH/RO

Inhoudsindicatie

Rubriek 6.2

Inhoudsindicatie

Verzet ongegrond.

Uitspraak

Beslissing van de Raad van Discipline in het ressort Den Haag van 23 februari 2026 in de zaak 25-360/DH/RO naar aanleiding van het verzet tegen de beslissing van de plaatsvervangend voorzitter van de raad van discipline van 30 juli 2025 op de klacht van:

klager

over:

verweerder

1    VERLOOP VAN DE PROCEDURE 1.1    Op 27 februari 2025 heeft klager bij de deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement Rotterdam (hierna: de deken) een klacht ingediend over verweerder. 1.2    Op 2 juni 2025 heeft de raad het klachtdossier met kenmerk R 2025/055 van de deken ontvangen.  1.3    Bij beslissing van 30 juli 2025 heeft de plaatsvervangend voorzitter van de raad (hierna ook: de voorzitter) de klacht, met toepassing van artikel 46g, eerste lid en onder a, van de Advocatenwet niet-ontvankelijk verklaard. 1.4    Op 30 juli 2025 heeft klager verzet ingesteld tegen de beslissing van de voorzitter. 1.5    Het verzet is behandeld op de zitting van de raad van 12 januari 2026. Klager is zonder bericht van verhindering niet verschenen. Verweerder was bij de zitting aanwezig. 1.6    De raad heeft kennisgenomen van de beslissing van de voorzitter waartegen het verzet is gericht, van de stukken waarop de voorzittersbeslissing is gebaseerd en van het verzetschrift.

2    VERZET 2.1    De gronden van het verzet houden, zakelijk weergegeven, het volgende in: 2.2    De voorzitter heeft onjuist geoordeeld dat klager op uiterlijk 23 maart 2020 bekend was met de feiten waarop de klacht is gebaseerd. Pas uit de schriftelijke verklaring van mr. B van 4 februari 2025 is dit bij klager bekend geworden. Klager verzoekt om een inhoudelijke beoordeling van zijn klacht. 2.3    Tegen de vaststaande feiten en de klachtomschrijving komt klager in verzet niet op.

3    FEITEN EN KLACHT 3.1    Voor de vaststaande feiten en de omschrijving van de klacht verwijst de raad naar de beslissing van de voorzitter. 

4    BEOORDELING

4.1    Voordat de raad de klacht inhoudelijk kan beoordelen moet sprake zijn van een gegrond verzet. Een verzet is alleen gegrond als in redelijkheid moet worden betwijfeld of de beslissing van de voorzitter juist is. Twijfel kan bijvoorbeeld bestaan als de voorzitter een verkeerde maatstaf (toetsingsnorm) heeft toegepast of de beslissing heeft gebaseerd op onjuiste of onvolledige feiten. 4.2    De raad is van oordeel dat de door klager aangevoerde verzetgronden niet slagen; de voorzitter heeft bij de beoordeling de juiste maatstaf toegepast en heeft rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Ook in verzet heeft klager zijn stelling dat hij pas op 4 februari 2025 kennis heeft genomen van het handelen waar zijn klacht op ziet niet nader onderbouwd. Dit terwijl niets hem ervan had hoeven te weerhouden om bijvoorbeeld de betreffende reactie van 4 februari 2025 in het geding te brengen. Daarmee hoeft in redelijkheid niet te worden betwijfeld of de beslissing van de voorzitter juist is. 4.3    Omdat het verzet tegen de beslissing van de voorzitter ook verder geen nieuwe gezichtspunten oplevert, is er geen plaats voor nader onderzoek naar de klacht. De raad zal het verzet daarom ongegrond verklaren. 

BESLISSING De raad van discipline verklaart het verzet ongegrond.