Rechtspraak
Uitspraakdatum
26-01-2026
ECLI
ECLI:NL:TADRSHE:2026:15
Zaaknummer
25-559/DB/ZWB
Inhoudsindicatie
Verzet. De raad is op grond van het verzetschrift van oordeel dat de verzetgronden van klager niet slagen. De voorzitter heeft bij de beoordeling van de klacht de juiste maatstaf toegepast en voorts rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Daarmee hoeft in redelijkheid niet te worden betwijfeld of de beslissing van de voorzitter juist is. Verzet ongegrond.
Uitspraak
Beslissing van de Raad van Discipline in het ressort ‘s-Hertogenbosch van 26 januari 2026 in de zaak 25-559/DB/ZWB naar aanleiding van het verzet tegen de beslissing van de voorzitter van de raad van discipline van 30 september 2025 op de klacht van:
klager
over:
verweerder
1 VERLOOP VAN DE PROCEDURE
1.1 Bij brieven aan de deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement Zeeland-West-Brabant (hierna: “de deken”) van 7 november 2024 (door de deken ontvangen op 5 december 2024), 11 december 2024 (door de deken ontvangen op 17 december 2024), 23 december 2024 (door de deken ontvangen op 31 december 2024), 3 januari 2025 (door de deken ontvangen op 14 januari 2025) en 14 februari 2025 (door de deken ontvangen op 18 februari 2025) heeft klager zich beklaagd over verweerder.
1.2 Op 19 augustus 2025 heeft de raad het dossier met kenmerk K25-008 van de deken ontvangen.
1.3 Bij beslissing van 30 september 2025 heeft de voorzitter van de raad de klacht deels niet-ontvankelijk en deels kennelijk ongegrond verklaard.
1.4 Bij brief van 21 oktober 2025, door de raad ontvangen op 24 oktober 2025, heeft klager verzet ingesteld tegen de beslissing van de voorzitter.
1.5 Partijen zijn opgeroepen voor de mondelinge behandeling van het verzet tijdens de zitting van de raad op 15 december 2025. Klager is verschenen. Verweerder is niet verschenen.
1.6 De raad heeft kennisgenomen van de beslissing van de voorzitter waartegen het verzet is gericht, van de stukken waarop de beslissing van de voorzitter is gebaseerd en van het verzetschrift.
2 FEITEN EN KLACHT
2.1 Voor een weergave van de vaststaande feiten en de omschrijving van de klacht verwijst de raad naar de beslissing van de voorzitter.
3 VERZET
3.1 De gronden van het verzet houden het volgende in: De voorzitter heeft onvoldoende rekening gehouden met de omstandigheden waarin klager verkeert en de motivering schiet tekort. Verweerder heeft klager bewust schade berokkend en zich schuldig gemaakt aan misbruik van omstandigheden en chantage.
4 BEOORDELING
4.1 Voordat de raad de klacht inhoudelijk kan beoordelen moet sprake zijn van een gegrond verzet. Een verzet is alleen gegrond als in redelijkheid moet worden betwijfeld of de beslissing van de voorzitter juist is. Twijfel kan bijvoorbeeld bestaan als de voorzitter een verkeerde maatstaf (toetsingsnorm) heeft toegepast of de beslissing heeft gebaseerd op onjuiste of onvolledige feiten.
4.2 De raad is op grond van het verzetschrift van oordeel dat de verzetgronden van klager niet slagen. De voorzitter heeft bij de beoordeling van de klacht de juiste maatstaf toegepast en voorts rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Daarmee hoeft in redelijkheid niet te worden betwijfeld of de beslissing van de voorzitter juist is.
4.3 Omdat het verzet tegen de beslissing van de voorzitter ook verder geen nieuwe gezichtspunten oplevert, is er geen plaats voor verder onderzoek naar de klacht. De raad zal het verzet daarom ongegrond verklaren.
BESLISSING
De raad van discipline: verklaart het verzet ongegrond.
Aldus beslist door mr. P.A.M. Wijffels, voorzitter, mrs. M.J. Hoekstra , M.M.C. van de Ven, leden, bijgestaan door mr. T.H.G. Huber-van de Langenberg als griffier, en uitgesproken op 26 januari 2026.
Griffier Voorzitter
Verzonden op: 26 januari 2026
