Naar boven ↑

Rechtspraak

Uitspraakdatum

12-01-2026

ECLI

ECLI:NL:TADRSGR:2026:9

Zaaknummer

25-303/DH/DH

Inhoudsindicatie

Raadsbeslissing. Klacht over de eigen advocaat in een letselschadekwestie. Verweerster heeft het dossier voldoende voortvarend behandeld en heeft steeds teruggekoppeld wat de behandelaar van de verzekeraar haar beloofde. Klacht in alle onderdelen ongegrond.

Uitspraak

Beslissing van de Raad van Discipline in het ressort Den Haag van 12 januari 2026 in de zaak 25-303/DH/DH naar aanleiding van de klacht van:

klaagster  gemachtigde: [A]

over

verweerster  gemachtigde: mr. F.K. Doornbos

1    VERLOOP VAN DE PROCEDURE 1.1    Op 11 november 2024 heeft klaagster bij de deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement Den Haag (hierna: de deken) een klacht ingediend over verweerster. 1.2    Op 7 mei 2025 heeft de raad het klachtdossier met kenmerk K231 2024 ia/fd van de deken ontvangen.  1.3    De klacht is behandeld op de zitting van de raad van 17 november 2025. Daarbij waren de gemachtigde van klaagster en verweerster met haar gemachtigde aanwezig. 1.4    De raad heeft kennisgenomen van het in 1.2 genoemde klachtdossier en van de op de inventarislijst genoemde bijlagen 03 tot en met 07 (inhoudelijk) en 1. Tot en met 9. (procedureel). 

2    FEITEN 2.1    Voor de beoordeling van de klacht gaat de raad, gelet op het klachtdossier en de op de zitting afgelegde verklaringen, uit van de volgende feiten. 2.2    In juni 2023 is klaagster een ongeval overkomen waardoor zij letsel heeft opgelopen waarvoor de andere verkeersdeelnemer aansprakelijk was. Zij heeft daarvoor juridische bijstand gezocht bij de advocaat mr. B.  2.3    De gemachtigde van klaagster - die tevens haar partner is - heeft op 20 oktober 2023 telefonisch contact opgenomen met verweerster in verband met de door klaagster beoogde overname van de letselschadezaak door het kantoor van verweerster. Verweerster heeft klaagster en haar gemachtigde diezelfde dag uitgenodigd voor een intakegesprek. 2.4    Op 8 november 2023 heeft verweerster het dossier van de voorgaande advocaat ontvangen. Diezelfde dag heeft verweerster telefonisch contact gezocht met de WAM-verzekeraar van de andere verkeersdeelnemer. Laatstgenoemde heeft verweerster verzocht om toezending van een werkgeversverklaring in verband met het voorschotverzoek. Verweerster heeft klaagster hiervan diezelfde dag op de hoogte gebracht en verzocht haar de werkgeversverklaring - die zij niet in het dossier had aangetroffen - toe te zenden.  2.5    Verweerster heeft de werkgeversverklaring nadien ook in het ontvangen dossier aangetroffen. Op 14 november 2023 heeft verweerster deze naar de behandelaar bij de verzekeraar gestuurd met daarbij wederom een verzoek om aanvullende bevoorschotting aan klaagster.  2.6    Eveneens op 14 november 2023 vond een telefoongesprek tussen de gemachtigde van klaagster en een stagiaire die werkzaam is op het kantoor van verweerster plaats. De stagiaire en verweerster hebben dat gesprek als onplezierig ervaren en verweerster heeft daarover een mail gestuurd aan klaagster waarin zij aangeeft dat zij van dergelijk gedrag niet gediend is en haar bericht dat zij graag rechtstreeks met klaagster wil communiceren en niet via haar partner. 2.7    Omdat verweerster nog geen reactie had ontvangen van de behandelaar van de zaak bij de WAM-verzekeraar, heeft zij op 20 november 2023 nogmaals telefonisch contact met hem opgenomen. Zij heeft klaagster daarvan diezelfde dag op de hoogte gebracht.  2.8    Op 6 december 2023 heeft verweerster tevergeefs getracht de behandelaar bij de WAM-verzekeraar telefonisch te bereiken. Zij heeft hem een terugbelverzoek gezonden en klaagster daarvan de dag erna op de hoogte gebracht.  2.9    Op 12 december 2023 heeft verweerster de behandelaar bij de WAM-verzekeraar telefonisch kunnen bereiken. Hij berichtte haar dat hij diezelfde week nog zou terugkomen op het verzoek om een voorschot. Verweerster heeft klaagster daarvan diezelfde dag op de hoogte gebracht. 2.10    Op 20 december 2023 heeft verweerster aan klaagster bericht dat zij per 29 januari 2024 niet meer bij het advocatenkantoor werkzaam is en de behandeling van het dossier daarom overdraagt aan een kantoorgenote. Vanaf dat moment heeft verweerster geen werkzaamheden meer verricht in de zaak van klaagster.  2.11    In de periode van 20 oktober tot en met 20 december 2023 heeft verweerster totaal 7,6 uren aan de zaak van klaagster besteed. 2.12    Wanneer klaagster in november 2024 een klacht tegen verweerster indient, brengt verweerster haar nieuwe werkgever hiervan op de hoogte. 3    KLACHT 3.1    De klacht houdt, zakelijk weergegeven, in dat verweerster tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld als bedoeld in artikel 46 Advocatenwet doordat zij:  a)    Onaanvaardbare vertraging heeft laten ontstaan in de letselschadezaak met (ernstige) gevolgen voor klaagster. b)    Herhaaldelijk onrealistische beloftes heeft gedaan over het verkrijgen van een voorschot van de verzekeraar. c)    Klaagster niet naar behoren op de hoogte heeft gehouden van de voortgang van de zaak of van zaken die de voortgang belemmeren en niet heeft gereageerd op vragen en verzoeken. d)    Heeft getracht alleen rechtstreeks met klaagster te communiceren en de gemachtigde van klaagster daarmee heeft proberen uit te sluiten en/of dat sprake was van onjuiste bejegening van de gemachtigde van klaagster. e)    Onprofessioneel heeft gehandeld tijdens de behandeling van de letselschadezaak door erg emotioneel en overspannen (op klaagster en/of haar gemachtigde) te reageren. f)    Essentiële documenten, waaronder medische stukken, is kwijtgeraakt, wat leidde tot vertragingen in de zaak. g)    Onzorgvuldig is omgegaan met de vertrouwelijke gegevens van klaagster. h)    Heeft geweigerd actie te ondernemen tegen evidente fouten van de wederpartij. Deze passieve houding staat in contrast met eerdere toezeggingen van het kantoor, wat haar vertrouwen in verweerster verder heeft geschaad. i)    Excessief uren heeft gedeclareerd aan de verzekeraar in verhouding tot de behaalde resultaten waardoor nu geen enkele advocaat bereid is om de letselschadezaak over te nemen. 

4    VERWEER  4.1    Verweerster heeft tegen de klacht verweer gevoerd. De raad zal hierna, waar nodig, op het verweer ingaan. 

5    BEOORDELING Toetsingskader 5.1    De raad neemt bij de beoordeling van de klacht als uitgangspunt dat, gezien het bepaalde in artikel 46 Advocatenwet, de tuchtrechter mede tot taak heeft de kwaliteit van de dienstverlening te beoordelen indien daarover wordt geklaagd. Bij deze beoordeling geldt dat de tuchtrechter rekening houdt met de vrijheid die de advocaat heeft met betrekking tot de wijze waarop hij een zaak behandelt en met de keuzes waar de advocaat bij de behandeling van de zaak voor kan komen te staan. De vrijheid die de advocaat heeft met betrekking tot de wijze waarop hij een zaak behandelt en de keuzes waar hij voor kan komen te staan, zijn niet onbeperkt, maar worden begrensd door de eisen die aan de advocaat als opdrachtnemer in de uitvoering van die opdracht mogen worden gesteld en die met zich brengen dat zijn werk dient te voldoen aan datgene wat binnen de beroepsgroep als professionele standaard geldt. Die professionele standaard veronderstelt een handelen met de zorgvuldigheid die van een redelijk bekwame en redelijk handelende advocaat in de gegeven omstandigheden mag worden verwacht (zie Hof van Discipline 5 februari 2018 ECLI:NL:TAHVD:2018:32) en omvat onder meer het inschatten van de slagingskans van een aanhangig te maken procedure en het informeren van de cliënt daarover. De cliënt dient door de advocaat gewezen te worden op wat in zijn zaak de proceskansen zijn en wat het kostenrisico is. Voorts dienen processtukken te voldoen aan de redelijkerwijs daaraan te stellen eisen.  5.2    Verder geldt dat de tuchtrechter niet gebonden is aan de gedragsregels maar dat die regels gezien het open karakter van de wettelijke normen in artikel 46 Advocatenwet ter invulling van deze normen wel van belang zijn. Met betrekking tot de relatie met de cliënt is onder meer gedragsregel 16 lid 1 geformuleerd, waaruit volgt dat de advocaat zijn cliënt op de hoogte dient te brengen van belangrijke informatie, feiten en afspraken. Dit alles moet de advocaat ter voorkoming van misverstand, onzekerheid of geschil, schriftelijk aan de cliënt bevestigen. 5.3    De raad zal de verschillende klachtonderdelen aan de hand van bovenstaande uitgangspunten beoordelen. Klachtonderdeel a) 5.4    Uit de zich in het dossier bevindende stukken blijkt dat verweerster de zaak van klaagster vanaf het moment dat zij het dossier van de voorgaande advocaat heeft ontvangen, zes weken in behandeling heeft gehad. Naar het oordeel van de raad heeft zij in die periode het dossier voldoende voortvarend opgepakt. De vertraging die rondom de bevoorschotting is ontstaan, valt niet aan het handelen of nalaten van verweerster te wijten. Dit klachtonderdeel is dan ook ongegrond. Klachtonderdeel b) 5.5    Anders dan klaagster meent, blijkt uit de tussen klaagster en verweerster gevoerde correspondentie niet dat verweerster aan klaagster zou hebben toegezegd dat er snel een voorschot zou worden betaald door de WAM-verzekeraar. Verweerster heeft steeds teruggekoppeld wat de behandelaar van de WAM-verzekeraar haar beloofde. Het feit dat hij kennelijk zijn toezegging(en) niet nakwam c.q. geen actie ondernam, valt niet aan verweerster te verwijten. Zij heeft hem op dit nalaten in voldoende mate – maar tevergeefs – aangesproken. Ook dit klachtonderdeel is derhalve ongegrond. Klachtonderdeel c) 5.6    Voor het verwijt dat verweerster herhaaldelijk geen antwoord zou hebben gegeven op verzoeken van klaagster over de status van de zaak biedt het dossier geen aanknopingspunten. Integendeel. Uit de stukken in het klachtdossier blijkt juist dat verweerster klaagster steeds - zoals ook van een zorgvuldig handelend advocaat mag worden verwacht - van de voortgang van de zaak alsook van de reden voor de vertraging op de hoogte heeft gehouden. De raad acht ook dit klachtonderdeel ongegrond. Klachtonderdeel d) 5.7    Vast staat dat klaagster de cliënte van verweerster was. Dat haar partner (thans gemachtigde) veelal het woord voerde, maakt dat niet anders. Het stond verweerster vrij om te besluiten alleen nog met haar cliënte te communiceren. De klacht is ook in zoverre ongegrond. Van onheuse bejegening of onzorgvuldige communicatie door verweerster voorafgaand aan, of in deze, tuchtprocedure is evenmin gebleken.  Klachtonderdeel e) 5.8    Verweerster heeft gemotiveerd betwist dat zij emotioneel en overspannen naar klaagster heeft gereageerd. Gelet op deze betwisting had het op de weg van klaagster gelegen haar verwijt te onderbouwen. Nu in het dossier echter een feitelijke onderbouwing ontbreekt, zal de raad ook dit klachtonderdeel ongegrond verklaren. Klachtonderdeel f) 5.9    Verweerster heeft de verwijten van dit klachtonderdeel eveneens betwist en ook ten aanzien hiervan geldt dat in het dossier geen feitelijke onderbouwing van de verwijten te vinden is. De werkgeversverklaring waarnaar klaagster in dit verband verwijst, is op 14 november 2023 - en dus slechts zes dagen nadat verweerster het dossier heeft ontvangen - naar de WAM-verzekeraar gestuurd. Dat is voldoende voortvarend en ook overigens is klaagster door het tijdsverloop niet in haar belang geschaad. Dat verweerster die verklaring op de dag van ontvangst van het dossier daarin niet meteen ontdekt had en er om die reden bij klaagster naar heeft gevraagd, is naar het oordeel van de raad niet tuchtrechtelijk verwijtbaar . Ook dit klachtonderdeel is derhalve ongegrond. Klachtonderdeel g) 5.10    Uit de zich in het dossier bevindende stukken blijkt niet dat verweerster onzorgvuldig zou zijn omgegaan met vertrouwelijke gegevens. Dat de huidige werkgever van verweerster toegang zou hebben gehad tot het dossier van klaagster en/of correspondentie in de klachtzaak is niet komen vast te staan. Dat verweerster haar nieuwe werkgever heeft ingelicht over de klacht, ligt in de rede en is niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. De klacht is ook in zoverre ongegrond. Klachtonderdeel h) 5.11    Ten aanzien van dit klachtonderdeel geldt dat een advocaat voor het – in overleg met zijn cliënt – te voeren beleid ten aanzien van de rechtsbijstand een ruime vrijheid toekomt en dat in het algemeen van tuchtrechtelijk onoorbaar handelen pas sprake is indien de advocaat bij de behandeling van de zaak kennelijk onjuist optreedt en adviseert en de belangen van de cliënt daardoor worden geschaad of kunnen worden geschaad. Het handelen van verweerster is, gemeten naar deze maatstaf, niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. Dat verweerster zou hebben toegezegd tegen de WAM-verzekeraar te gaan procederen, blijkt niet uit het dossier en zij heeft naar het oordeel van de raad ook voldoende toegelicht welke keuzes zij bij de behandeling van de zaak heeft gemaakt en waarom. Het ligt overigens ook weinig voor de hand dat de gestelde toezegging zou zijn gedaan, ook gezien de aard van de zaak en het feit dat het eerste contact tussen (de gemachtigde van) klaagster en verweerster plaatsvond op een moment waarop verweerster het dossier nog niet (in detail) had kunnen bestuderen.  Ook dit klachtonderdeel is derhalve ongegrond. Klachtonderdeel i) 5.12    Het beoordelen van declaratiegeschillen is voorbehouden aan de civiele rechter; de raad kan slechts beoordelen of sprake is van excessief declareren. Daarvan is naar het oordeel van de raad geen sprake. Het gehanteerde tarief en aantal gedeclareerde uren staan in redelijke verhouding tot de werkzaamheden die verweerster blijkens de overgelegde urenspecificaties heeft verricht. Dat die werkzaamheden onnodig waren, blijkt daar niet uit. Dat betekent dat ook dit klachtonderdeel ongegrond is.  Conclusie 5.13    Het voorgaande leidt tot de slotsom dat de raad de klacht in alle onderdelen ongegrond zal verklaren.

BESLISSING De raad van discipline verklaart de klacht ongegrond.

Aldus beslist door mr. A. van Luijck, voorzitter, mrs. A.B. Baumgarten, N. de Boer, E.A.L. van Emden en J.G. Colombijn-Broersma, leden, bijgestaan door mr. M.M.C. van der Sanden als griffier en uitgesproken ter openbare zitting van 12 januari 2026.

Griffier    Voorzitter

Verzonden op: 12 januari 2026