Naar boven ↑

Rechtspraak

Uitspraakdatum

19-01-2026

ECLI

ECLI:NL:TADRARL:2026:19

Zaaknummer

25-514/AL/MN

Inhoudsindicatie

Klacht over de advocaat van de wederpartij van klaagster. Naar het oordeel van de voorzitter mocht verweerder zonder nader onderzoek afgaan op de van zijn cliënt ontvangen feitelijke informatie zoals hij dat in het verweerschrift heeft verwerkt en tijdens de zitting heeft genoemd. Daarnaast kon en mocht verweerder uitgaan van de juistheid van de (medische) informatie over klaagster en haar dochter aangezien dat volgde uit het verzoekschrift met bijlagen zoals dat namens klaagster is ingediend. Klaagster heeft via haar advocaat tegen de vermeende onjuistheden en feiten verweer kunnen voeren en kon zelf ook relevante stukken indienen. Ook overigens van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen door verweerder niet gebleken. Kennelijk ongegrond.

Uitspraak

Beslissing van de Raad van Discipline in het ressort Arnhem-Leeuwarden van 19 januari 2026 in de zaak 25-514/AL/MN

naar aanleiding van het verzet tegen de beslissing van de plaatsvervangend voorzitter van de raad van discipline van 22 september 2025 op de klacht van:

 

klaagster 

over

verweerder

 

 

1    VERLOOP VAN DE PROCEDURE

1.1    Op 12 november 2024 heeft klaagster bij de deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement Midden-Nederland (hierna: de deken) een klacht ingediend over verweerder.

1.2    Op 4 augustus 2025 heeft de raad het klachtdossier met kenmerk Z 2388439 van de deken ontvangen. 

1.3    Bij beslissing van 22 september 2025 heeft de plaatsvervangend voorzitter van de raad (hierna ook: de voorzitter) de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Op 22 september 2025 heeft klaagster verzet ingesteld tegen de beslissing van de voorzitter. 

1.4    Het verzet is behandeld op de zitting van de raad van 24 november 2025. Daarbij waren klaagster en verweerder aanwezig. 

1.5    De raad heeft kennisgenomen van de beslissing van de voorzitter waartegen het verzet is gericht, van de stukken waarop de voorzittersbeslissing is gebaseerd en van het verzetschrift.

 

2    VERZET

2.1    De gronden van het verzet houden, zakelijk weergegeven, het volgende in. Verweerder heeft veel vrijheid om zijn cliënt bij te staan op de manier die hij goed vindt, maar hij heeft de grenzen van deze vrijheid overschreden door bij de rechtbank foto’s van de medicatie van klaagster in te dienen. Dit is namelijk in strijd met de Europese regelgeving. Verweerder heeft de privacy van klaagster en haar dochter geschonden door informatie te geven over hun medicatie en door te beoordelen wat klaagster in verband met haar gezondheid wel en niet kan.

2.2    Tegen de vaststaande feiten en de klachtomschrijving komt klaagster in verzet niet op. 

 

3    FEITEN EN KLACHT

3.1    Voor de vaststaande feiten en de omschrijving van de klacht verwijst de raad naar de beslissing van de voorzitter. 

 

4    BEOORDELING

4.1    Voordat de raad de klacht inhoudelijk kan beoordelen moet sprake zijn van een gegrond verzet. Een verzet is alleen gegrond als in redelijkheid moet worden betwijfeld of de beslissing van de voorzitter juist is. Twijfel kan bijvoorbeeld bestaan als de voorzitter een verkeerde maatstaf (toetsingsnorm) heeft toegepast of de beslissing heeft gebaseerd op onjuiste of onvolledige feiten.

4.2    De raad is van oordeel dat de door klaagster aangevoerde verzetgronden niet slagen; de voorzitter heeft bij de beoordeling de juiste maatstaf toegepast en heeft rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Daarmee hoeft in redelijkheid niet te worden betwijfeld of de beslissing van de voorzitter juist is.

4.3    Omdat het verzet tegen de beslissing van de voorzitter ook verder geen nieuwe gezichtspunten oplevert, is er geen plaats voor nader onderzoek naar de klacht. De raad zal het verzet daarom ongegrond verklaren. 

 

BESLISSING

De raad van discipline:

-    verklaart het verzet ongegrond.

Aldus beslist door mr. O.P. van Tricht, voorzitter, mrs. E.J.C. de Jong en L.S. Wachters, leden, bijgestaan door mr. W.E. Markus-Burger als griffier en uitgesproken in het openbaar op 19 januari 2026.   

Griffier    Voorzitter

 

Verzonden op: 19 januari 2026