Rechtspraak
Uitspraakdatum
19-01-2026
ECLI
ECLI:NL:TADRARL:2026:18
Zaaknummer
25-284/AL/MN
Zaaknummer
25-285/AL/MN
Inhoudsindicatie
Ongegrond verzet.
Uitspraak
Beslissing van de Raad van Discipline in het ressort Arnhem-Leeuwarden van 19 januari 2026 in de zaken 25-284/AL/MN en 25-285/AL/MN
naar aanleiding van het verzet tegen de beslissing van de plaatsvervangend voorzitter van de raad van discipline van 23 juni 2025 op de klachten van:
klager
over
1. [verweerder 1] (25-284/AL/MN) 2. [verweerder 2] (25-285/AL/MN) samen ook: verweerders
1 VERLOOP VAN DE PROCEDURE IN BEIDE ZAKEN
1.1 Op 3 december 2024 heeft klager bij de deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement Midden-Nederland een klacht ingediend over verweerder 1 en over verweerder 2.
1.2 Op 29 april 2025 heeft de raad de klachtdossiers over verweerders met kenmerk 2393275 (in 25-284/AL/MN) en met kenmerk 239372 (in 25-285/AL/MN) van de deken ontvangen.
1.3 Bij beslissingen van 23 juni 2025 heeft de plaatsvervangend voorzitter van de raad (hierna ook: de voorzitter) de klachten over verweerders kennelijk ongegrond verklaard. Op 8 juli 2025, door de raad op 11 juli 2025 ontvangen, heeft klager (in een verzetschrift) verzet ingesteld tegen beide beslissingen van de voorzitter.
1.4 Het verzet in beide zaken is gelijktijdig behandeld op de zitting van de raad van 21 november 2025. Daarbij waren klager en verweerders aanwezig.
1.5 De raad heeft kennisgenomen van de beslissingen van de voorzitter waartegen het verzet is gericht, van de stukken waarop de voorzittersbeslissingen zijn gebaseerd en van het verzetschrift.
2 VERZET IN BEIDE ZAKEN
2.1 De grond van het verzet houden, zakelijk weergegeven, het volgende in: de voorzitter heeft miskend dat verweerders onvoldoende duidelijke urenspecificaties van hun werkzaamheden aan klager hebben gestuurd en nimmer inzicht aan klager hebben verschaft over hun werkzaamheden, terwijl klager daar als opdrachtgever recht op had. Ook is de voorzitter uitgegaan van verkeerde feiten, zo is er geen sprake van een zorgverzekeraar maar van een zorginkoper. Klager was geen verzekerde maar leverde zorg.
2.2 Tegen de klachtomschrijving komt klager in verzet niet op. Verder heeft klager in zijn verzet een aantal van de door de voorzitter vastgestelde feiten uitgebreid toegelicht.
3 FEITEN EN KLACHT IN BEIDE ZAKEN
Voor de vaststaande feiten en de omschrijving van de klacht verwijst de raad naar de beslissing van de voorzitter. De raad heeft kennisgenomen van de correctie en aanvulling op feiten.
4 BEOORDELING IN BEIDE ZAKEN
4.1 Voordat de raad de klachten inhoudelijk kan beoordelen moet sprake zijn van een gegrond verzet. Een verzet is alleen gegrond als in redelijkheid moet worden betwijfeld of de beslissing van de voorzitter juist is. Twijfel kan bijvoorbeeld bestaan als de voorzitter een verkeerde maatstaf (toetsingsnorm) heeft toegepast of de beslissing heeft gebaseerd op onjuiste of onvolledige feiten.
4.2 De raad is van oordeel dat de door klager aangevoerde verzetgronden niet slagen; de voorzitter heeft bij de beoordeling in beide zaken de juiste maatstaf toegepast en heeft rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Daarmee hoeft in redelijkheid niet te worden betwijfeld of de beslissingen van de voorzitter juist zijn.
4.3 Omdat het verzet tegen de beslissingen van de voorzitter ook verder geen nieuwe gezichtspunten oplevert, is er geen plaats voor nader onderzoek naar de klacht. De raad zal het verzet in beide zaken daarom ongegrond verklaren.
BESLISSING
De raad van discipline:
- verklaart het verzet in beide klachtzaken ongegrond.
Aldus beslist door mr. M. Jansen, voorzitter, mrs. Y.M. Nijhuis en V.S.A.W. Wegter, leden, bijgestaan door mr. M.M. Goldhoorn als griffier en uitgesproken in het openbaar op 19 januari 2026.
Griffier Voorzitter
Verzonden op : 19 januari 2026
