Naar boven ↑

Rechtspraak

Uitspraakdatum

21-01-2026

ECLI

ECLI:NL:TADRSGR:2026:20

Zaaknummer

25-817/DH/DH

Inhoudsindicatie

Voorzittersbeslissing. Verweerster heeft in een procedure, waarbij klager geen partij is, een vonnis ingebracht waarin zijn naam wordt vermeld. Verwijt is dat verweerster daarmee klagers privacy heeft geschonden. Hoewel klager wel een eigen belang heeft bij de klacht, is niet duidelijk welke gedragsregel daarmee zou zijn overtreden. Ook is niet gebleken dat klager in enig belang is geschaad. Kennelijk ongegrond.

Uitspraak

Beslissing van de voorzitter van de Raad van Discipline in het ressort Den Haag van 21 januari 2026 in de zaak 25-817/DH/DH

naar aanleiding van de klacht van:

klager

over:

verweerster

De plaatsvervangend voorzitter van de raad van discipline (hierna ook: de voorzitter) heeft kennisgenomen van de brief van de deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement Den Haag (hierna: de deken) van 21 november 2025 met kenmerk K144 2025 en van de op de bijbehorende inventarislijsten genoemde bijlagen. Ook heeft de voorzitter kennis genomen van (de bijlage bij) de e-mail van klager van 28 december 2025 (te weten: de brief van klager van 21 december 2025).

1    FEITEN Voor de beoordeling van de klacht gaat de voorzitter, gelet op het klachtdossier, uit van de volgende feiten. 1.1    De heer K (hierna: K) heeft een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening ingediend bij de rechtbank. Verweerster staat de wederpartij (de gemeente) bij.  1.2    Verweerster heeft op 20 maart 2025 een verweerschrift ingediend. Als productie 13 is een (niet geanonimiseerd) vonnis in kort geding van 10 oktober 2025 bijgevoegd. Klager was één van de gedaagden in die procedure en zijn naam wordt in het vonnis van 10 oktober 2025 vermeld.  1.3    Op 12 juni 2025 heeft klager bij de deken een klacht ingediend over verweerster. 

2    KLACHT 2.1    De klacht houdt, zakelijk weergegeven, in dat verweerster tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld als bedoeld in artikel 46 Advocatenwet. Klager verwijt verweerster dat zij zijn naam heeft gedeeld in een zaak tegen K en daarmee klagers privacy heeft geschonden.  2.2    Klager stelt dat hij geen betrokkenheid heeft bij de zaak van K. Wat verweerster deelt heeft totaal geen betrekking op de aanvraag; er is sprake van zwartmakerij door verweerster. Verweerster heeft zonder klagers toestemming informatie over hem gedeeld. 

3    VERWEER 3.1    Verweerster heeft tegen de klacht verweer gevoerd. De voorzitter zal hierna, waar nodig, op het verweer ingaan.

4    BEOORDELING 4.1    Alleen de persoon of de rechtspersoon die door het handelen of nalaten van een advocaat direct in zijn belang wordt of kan worden getroffen, heeft het recht om hierover een klacht in te dienen. Als het in het algemeen belang is dat er een tuchtprocedure komt, dan heeft de deken het recht om te klagen.  4.2    Hoewel het gaat om een procedure waarbij klager geen partij is, heeft verweerster een (niet geanonimiseerd) vonnis met daarin de naam van klager als één van de gedaagden in gebracht in de zaak van K. De voorzitter is daarom van oordeel dat klager een eigen belang heeft bij de klacht.  4.3    Het verwijt is dat verweerster in de procedure tegen K een vonnis heeft ingebracht, waarin de naam van klager als gedaagde staat vermeld. Het is de voorzitter niet duidelijk welke gedragsregel verweerster daarmee zou hebben overtreden. Het is verder duidelijk dat klager het vervelend vindt, maar het is de voorzitter niet gebleken dat klager daardoor in enig belang is geschaad. Van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen van verweerster is niet gebleken. De klacht is kennelijk ongegrond. 

BESLISSING De voorzitter verklaart:  de klacht, met toepassing van artikel 46j Advocatenwet, kennelijk ongegrond.

Aldus beslist door mr. H.F.R. van Heemstra, plaatsvervangend voorzitter, bijgestaan door mr. C.M. van de Kamp als griffier en uitgesproken in het openbaar op 21 januari 2026.

Griffier         Voorzitter

Verzonden op: 21 januari 2026