Rechtspraak
Uitspraakdatum
19-01-2026
ECLI
ECLI:NL:TADRARL:2026:17
Zaaknummer
25-043/AL/NN
Inhoudsindicatie
Ongegrond verzet.
Uitspraak
Beslissing van de Raad van Discipline in het ressort Arnhem-Leeuwarden van 19 januari 2026 in de zaak 25-043/AL/NN
naar aanleiding van het verzet tegen de beslissing van de plaatsvervangend voorzitter van de raad van discipline van 17 maart 2025 op de klacht van:
klaagster gemachtigde: [naam]
over
verweerder
1 VERLOOP VAN DE PROCEDURE
1.1 Op 16 augustus 2024 heeft klaagster bij de deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement Noord-Nederland (hierna: de deken) een klacht ingediend over verweerder.
1.2 Op 20 januari 2025 heeft de raad het klachtdossier met kenmerk 2024 KNN096 / 2364648 van de deken ontvangen.
1.3 Bij beslissing van 17 maart 2025 heeft de plaatsvervangend voorzitter van de raad (hierna ook: de voorzitter) de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Op 7 april 2025 is namens klaagster verzet ingesteld tegen de beslissing van de voorzitter.
1.4 Het verzet is behandeld op de zitting van de raad van 21 november 2025. Daarbij was de gemachtigde van klaagster via een videoverbinding aanwezig. Ook verweerder was daarbij aanwezig.
1.5 De raad heeft kennisgenomen van de beslissing van de voorzitter waartegen het verzet is gericht, van de stukken waarop de voorzittersbeslissing is gebaseerd en van het verzetschrift.
2 VERZET
2.1 De gronden van het verzet houden, zakelijk weergegeven, het volgende in:
I) de voorzitter heeft miskend dat de opdracht aan verweerder was om voor klaagster, die de Nederlandse taal niet spreekt, het contact met haar louter in het Nederlands communicerende (ex-)werkgever te herstellen en dat hij daar geen gehoor dan wel uitvoering aan heeft gegeven;
II) de voorzitter heeft niet geoordeeld over het ondeskundige en onzorgvuldige standpunt van verweerder dat de werkgever van klaagster heeft getracht om de verplichtingen tot re-integratie na te komen. Of verweerder heeft de stukken, waaronder het deskundigenoordeel niet gelezen, of hij heeft moedwillig de opdracht om zeep proberen te helpen door met opzet dergelijke kwetsende uitgangspunten te debiteren.
2.2 Tegen de vaststaande feiten en de klachtomschrijving komt klaagster in verzet niet op.
3 FEITEN EN KLACHT
Voor de vaststaande feiten en de omschrijving van de klacht verwijst de raad naar de beslissing van de voorzitter.
4 BEOORDELING
4.1 Voordat de raad de klacht inhoudelijk kan beoordelen moet sprake zijn van een gegrond verzet. Een verzet is alleen gegrond als in redelijkheid moet worden betwijfeld of de beslissing van de voorzitter juist is. Twijfel kan bijvoorbeeld bestaan als de voorzitter een verkeerde maatstaf (toetsingsnorm) heeft toegepast of de beslissing heeft gebaseerd op onjuiste of onvolledige feiten.
4.2 De raad is van oordeel dat de door klaagster aangevoerde verzetgronden niet slagen; de voorzitter heeft bij de beoordeling de juiste maatstaf toegepast en heeft rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Daarmee hoeft in redelijkheid niet te worden betwijfeld of de beslissing van de voorzitter juist is.
4.3 Omdat het verzet tegen de beslissing van de voorzitter ook verder geen nieuwe gezichtspunten oplevert, is er geen plaats voor nader onderzoek naar de klacht. De raad zal het verzet daarom ongegrond verklaren.
BESLISSING
De raad van discipline:
- verklaart het verzet ongegrond.
Aldus beslist door mr. M. Jansen, voorzitter, mrs. Y.M. Nijhuis en V.S.A.W. Wegter, leden, bijgestaan door mr. M.M. Goldhoorn als griffier en uitgesproken in het openbaar op 19 januari 2026.
Griffier Voorzitter
Verzonden op : 19 januari 2026
