Naar boven ↑

Rechtspraak

Uitspraakdatum

22-01-2026

ECLI

ECLI:NL:TAHVD:2026:16

Zaaknummer

260005

Inhoudsindicatie

Klacht over deken niet verwezen. De klachten hebben betrekking op het dekenbezwaar en horen in het debat daarover thuis. Klager moet eerst de procedure bij de tuchtrechter doorlopen om daarover het oordeel van de tuchtrechter te verkrijgen. Klager kan niet buiten die procedure om separaat zijn klachten over verweerder in een aparte procedure aanhangig maken.

Uitspraak

Beslissing van de voorzitter van

het Hof van Discipline

van 22 januari 2026

in de zaak 260005

naar aanleiding van de klachten van:

 

klager

 

tegen:

 

advocaat en deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement Overijssel

verweerder

 

1 HET VERZOEK

1.1 De voorzitter van het hof verwijst naar de e-mail van 8 januari 2026 van verweerder, met als bijlage een klachtbrief van klager van 22 december 2025, met bijlagen.

1.2 In genoemde klachtbrief heeft klager een viertal klachten betreffende het handelen dan wel nalaten van verweerder opgenomen. Het hof begrijpt, kort gezegd, dat de vier klachten betrekking hebben op de gang van zaken rondom en de inhoud van een dekenbezwaar dat verweerder over klager bij de Raad van Discipline in het ressort Arnhem-Leeuwarden (hierna: de raad) heeft ingediend.

 

2 DE BEOORDELING

2.1 Op grond van het bepaalde in artikel 46c lid 5 Advocatenwet dient een klacht tegen een deken in beginsel te worden verwezen naar een deken van een andere orde. De voorzitter zal hiertoe echter niet beslissen en licht dit als volgt toe.

2.2 Uit de e-mail van verweerder van 8 januari 2026 begrijpt het hof dat de mondelinge behandeling van het dekenbezwaar bij de raad op 17 december 2025 heeft plaatsgevonden, en dat de uitspraak van de raad naar verwachting eind januari 2026 zal volgen. Dat betekent dat het dekenbezwaar op dit moment nog bij de raad aanhangig is.

1.3 De klachten van klager horen naar het oordeel van de voorzitter thuis in het debat over het dekenbezwaar. Binnen die kaders heeft klager zijn klachten betreffende het handelen dan wel nalaten van verweerder aan de orde kunnen stellen en klager moet die procedure doorlopen om daarover het oordeel van de tuchtrechter te verkrijgen. Klager kan niet buiten die procedure om separaat zijn klachten over verweerder in een aparte procedure aanhangig maken.

 

3 BESLISSING

De voorzitter van het Hof van Discipline:

 

wijst het verzoek tot verwijzing af.

Deze beslissing is gewezen op 22 januari 2026 door mr. drs. P. Fortuin, plaatsvervangend voorzitter.

 

De beslissing is verzonden op 22 januari 2026.