Naar boven ↑

Rechtspraak

Uitspraakdatum

12-01-2026

ECLI

ECLI:NL:TADRARL:2026:11

Zaaknummer

25-775/AL/OV

Inhoudsindicatie

voorzittersbeslissing over de advocaat van de wederpartij. Naar het oordeel van de voorzitter mocht verweerster afgaan op de van haar cliënte/ werkgever van klager verkregen informatie over - onder meer - het feit dat klager al zou beschikken over de opnieuw bij haar opgevraagde documenten en informatie. Bij haar optreden heeft verweerster naar het oordeel van de voorzitter ook ruim voldoende oog gehad voor de gerechtvaardigde belangen van klager die geen juridische bijstand had. Dat verweerster informatieblokkades heeft opgeworpen, klager heeft genegeerd of afgewimpeld, is de voorzitter uit de stukken niet gebleken. Dat klager dit anders heeft ervaren en het niet eens was met de in zijn ogen patroonmatige onbalans in het hele traject, is vervelend voor hem, maar dat alleen is onvoldoende om verweerster daarvan tuchtrechtelijk een verwijt te maken. Kennelijk ongegrond

Uitspraak

Beslissing van de voorzitter van de Raad van Discipline in het ressort Arnhem-Leeuwarden

van 12 januari 2026

in de zaak 25-775/AL/OV

naar aanleiding van de klacht van:

 

klager

 

over

 

verweerster

gemachtigde: mr. B. Holthuis, advocaat te Deventer

 

De plaatsvervangend voorzitter van de raad van discipline (hierna ook: de voorzitter) heeft kennisgenomen van de brief met bijlagen volgens de inventarislijst van de deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement Overijssel (hierna: de deken) van 10 november 2025 met kenmerk 250583 . Ook heeft de voorzitter kennisgenomen van de e-mails met bijlagen van klager van 25 november 2025.

 

1 FEITEN

Voor de beoordeling van de klacht gaat de voorzitter, gelet op het klachtdossier, uit van de volgende feiten.

 

1.1 Klager is door ziekte uitgevallen en is daarna verwikkeld in een geschil met zijn werkgever, M (hierna verder: de werkgever). Sinds 1 januari 2025 maakt de werkgever onderdeel uit van [T] als gevolg waarvan de processen en (klachten)regelingen van [T] ook op de werkgever van toepassing zijn.

1.2 Op 20 juni 2025 heeft verweerster zich bij klager kenbaar gemaakt als de advocaat van de werkgever en klager verzocht om verdere correspondentie tot haar te richten.

1.3 Op 24 juni 2025 heeft klager aan verweerster geschreven dat hij binnen tien dagen de specifiek daarin genoemde documenten en informatie wilde ontvangen, onder meer over de klachtenprocedure en de interne vertrouwenspersoon. Klager heeft daarin ook aangekondigd zo nodig (rechts)maatregelen te zullen treffen. Verder heeft hij gemeld dat hij zijn dossier eerder juridisch heeft laten toetsen maar formeel niet wordt vertegenwoordigd en zich ook niet gebonden acht aan exclusieve communicatie via haar kantoor. Ook heeft hij geschreven:

Een constructief mediationtraject is op zichzelf niet uitgesloten, mits wordt voldaan aan de randvoorwaarde van volledige feitelijke transparantie voorafgaand aan bemiddeling. Gelijkwaardigheid vereist toegang tot alle relevante documentatie.

1.4 Op 27 juni 2025 heeft verweerster aan klager via e-mail onder meer laten weten dat haar cliënte bij voorkeur in een gesprek met klager zijn knelpunten wil bespreken. Verder heeft zij aan klager geschreven:

(…) Zoals gezegd heeft cliënte steeds voor ogen gehad om samen met u tot een passende oplossing te komen. In uw laatste bericht geeft u aan dat mediation niet is uitgesloten, mits vooraf volledige feitelijke transparantie is geboden. Cliënte kan deze voorwaarde echter niet goed plaatsen. De bedrijfsarts heeft enkel geadviseerd om mediation in te zetten en geen voorwaarden gesteld. Bovendien biedt mediation juist het kader waarin openheid, vertrouwelijkheid en gelijkwaardigheid worden gewaarborgd. Cliënte begrijpt dan ook niet waarom vooraf aanvullende transparantie wordt geëist. Zij is van mening dat zij steeds open en zorgvuldig heeft gehandeld en dat u beschikt over alle relevante informatie, stukken en rapportages.

Voor zover u opnieuw om gegevens verzoekt die reeds eerder zijn gedeeld, verwijst cliënte u daar graag naar. Eventuele aanvullingen zullen worden meegenomen in het kader van het AVG-verzoek.

Tot slot breng ik onder uw aandacht dat u als werknemer gehouden bent aan redelijke re-integratievoorschriften. Mediation op advies van de bedrijfsarts kan als zodanig worden aangemerkt. Ik wil u dan ook met klem verzoeken om positief in te gaan op het mediationverzoek van cliënte. Zoals aangegeven heeft cliënte een MfN-geregistreerde mediator aangedragen die ingeschakeld kan worden, maar staat het u ook vrij om zelf een andere mediator aan te dragen. Cliënte verneemt graag zo spoedig mogelijk van u om op korte termijn een aanvang te kunnen maken met mediation.

1.5 Op 3 juli 2025 heeft klager onder meer aan verweerster geschreven:

U wijst mij in uw e-mail van 27 juni met klem op mijn re-integratieverplichtingen, stelt dat mediation dringend gewenst is, en verzoekt mij “zo spoedig mogelijk” positief te reageren.

Dat verzoek komt opvallend genoeg ná mijn uitgebreide correspondentie van 18 juni en mijn formele verzoek van 24 juni, waarin ik - onder verwijzing naar artikel 15 AVG, de Arbowet en artikel 7:611 BW - herhaaldelijk verzocht om documentatie, feitelijke transparantie en correctie van eerder geuite onjuiste beweringen. (…)

De asymmetrie tussen wat van mij wordt verwacht en wat cliënte (via u) zelf levert, voelt in toenemende mate onevenwichtig en, eerlijk gezegd, niet oprecht. (…)

1.5 In haar e-mail van 4 juli 2025 heeft verweerster onder meer aan klager geschreven:

Cliënte heeft u reeds de klachtenprocedure en de contactgegevens toegezonden. Het staat u dan ook zeker vrij om de klachtenprocedure te volgen. Cliënte wil u hier zeker niet van onthouden. Cliënte kan dan ook oprecht niet plaatsen waar steeds het verwijt vandaan komt dat zij de gegevens niet deelt. Cliënte kiest er alleen voor om niet steeds dezelfde informatie te verstrekken en u enkel te verwijzen naar hetgeen zij reeds heeft verstrekt. Ik ben anders uiteraard ook bereid om uw klacht door te geleiden naar de klachtencommissie, mocht u dit prettig vinden.

Dan voor wat betreft mediation. Cliënte hoopt juist middels mediation met u te kunnen spreken over de gehele situatie en met elkaar tot een oplossing te komen in het kader van het re-integratietraject. Dat u thans vooraf voorwaarden stelt, is niet gebruikelijk. (…). Dan toch nog kort over uw voorwaarden alvorens u aan mediation wil deelnemen. Ook uw stellig dat het te doen gebruikelijk is dat sprake is van een verankerde procesvolgorde als het gaat om een klachtenprocedure en mediation, is niet correct. Dit soort situaties zijn te allen tijde maatwerk en laten zich niet in een vast stramien vervatten. Al zie ik juist in de praktijk dat dergelijke trajecten heel goed parallel kunnen lopen.

Overigens geeft u in uw email aan dat cliënte cruciale informatie zou hebben achtergehouden. Hier is echter geen sprake van. Er is enkel sprake van een ongelukkig samenloop van omstandigheden. (…).

In uw e-mail van afgelopen zondag sluit u verder af dat de situatie zich toespits op een schikking. Cliënte kan u in deze niet volgen. Partijen zijn werkzaam op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd. Cliënte zal gedurende deze periode van de arbeidsrelatie zich uiteraard inzetten voor de re-integratie. Verder heeft cliënte reeds aangegeven dat zij niet over zal gaan tot verlenging van de arbeidsovereenkomst. De formele afwikkeling van het dienstverband vindt dan zoals te doen gebruikelijk plaats binnen een maand na het einde van de arbeidsovereenkomst. (…)

1.7 In zijn e-mail van 9 juli 2025 heeft klager onder meer het volgende aan verweerster geschreven:

Op 4 juli jl. schreef u mij dat ik de klachtenprocedure kon volgen, dat de gegevens reeds verstrekt waren, en dat uw cliënte het mij “zeker niet wil onthouden” om een klacht in te dienen. U gaf tevens aan bereid te zijn om mijn klacht door te geleiden naar de klachtencommissie.

Vandaag, op 8 juli, heb ik opnieuw telefonisch contact gehad met [T]. Ik heb herhaaldelijk verzocht om contact met een klachtenfunctionaris. De reactie was:

- “U heeft al een klachtenfunctionaris.”

- Op mijn vraag wie dat is, kreeg ik als antwoord: “Die informatie is reeds bij u bekend.”

Daarmee wordt mij feitelijk opnieuw de toegang tot de klachtenprocedure onthouden - in tegenstelling tot wat u op schrift verklaarde. Deze tegenstrijdigheid roept vragen op over de feitelijke toegankelijkheid en integriteit van de klachtenprocedure binnen [T].

Klager heeft verweerster om uitleg en een toelichting gevraagd. Verder heeft hij in zijn e-mail ingestemd met de voorgestelde mediation.

1.8 In een e-mail van 10 juli 2025 heeft verweerster onder meer aan klager geschreven:

Cliënte heeft u de regeling verstrekt. Op dit moment werkt cliënte niet met één klachtenfunctionaris of klachtencommissie maar met een coördinatieteam klachten. Dit team zal afhankelijk van de inhoud van de klacht, besluiten om een externe klachtencommissie bijeenroepen die een klacht kunnen gaan beoordelen. Zoals u heeft kunnen lezen zal dit dan een inzet zijn van onafhankelijke specialisten. U heeft aangegeven een klacht te willen gaan indienen, maar cliënte heeft de volledige klacht niet ontvangen, althans als u al wel een en ander heeft gestuurd is een en ander niet als een specifieke klacht als zodanig opgevat. Om de voortgang in deze klachtenprocedure te houden, stel ik voor dat u de klacht aan mij stuurt. Ik zal dan een en ander doorzetten met het verzoek conform klachtenregeling alles in gang te zetten. Voor de volledigheid merk ik wel op dat als gevolg van vakanties een en ander lang zal kunnen duren. Maar weet dat cliënte met voortvarendheid een en ander in gang zal zetten.

Voor wat betreft uw mededeling dat u openstaat voor mediation, heeft cliënte mij aangegeven dat zij dit heel fijn vindt om te horen. Cliënte zal de mediator informeren en verzoeken de intakesessies in te plannen. De mediator zal uw e-mailadres verstrekt krijgen om met u in contact te kunnen komen. Namens cliënte zal alleen [naam] deelnemen. Voor wat betreft de inhoud van mediation hoopt cliënte middels mediation met u te kunnen spreken over de gehele situatie en met elkaar tot een oplossing te komen in het kader van het re-integratietraject.

En om 16:47 uur heeft verweerster aan klager gemaild:

Ik heb begrepen dat u zojuist via LinkedIn contact hebt gelegd met [T] , dit nadat ik u had gemaild vandaag. U heeft hierbij aangegeven dat u geen klachtenfunctionaris kunt benaderen. Ik heb u evenwel herhaaldelijk aangegeven dat u de klacht bij mij kunt indienen en dat ik ervoor zorg zal dragen dat het coördinatieteam klachten een en ander in gang zal gaan zetten. Ik wil u hierbij nogmaals wijzen op deze mogelijkheid. Verder wil ik u nogmaals aangegeven dat u wordt verzocht de communicatie aangaande de klacht via ondergetekende te laten lopen.

Verder heb ik zojuist vernomen dat de mediator op zeer korte termijn in de gelegenheid is om het traject op te starten. De mediator zou daarvoor van u willen ontvangen: uw volledige naam, functie, mobiele nummer en uw mailadres. Bent u akkoord met dat ik de gevraagde gegevens deel en zo ja zou u mij de gevraagde gegevens dan kunnen verstrekken, zodat ik de juiste gegevens doorgeef. Bij voorbaat dank!

Waarop klager om 22:56 onder meer als volgt heeft gereageerd:

Hartelijk dank voor uw bereidheid om het traject in gang te zetten. In het kader van transparantie en gezien het feit dat ik tot op heden systematisch ben belemmerd in het rechtstreeks bereiken van interne functionarissen (waaronder de klachtenfunctionaris en de ondernemingsraad), zie ik mij genoodzaakt deze weg te kiezen.

Hoewel het niet gebruikelijk is om een klacht en OR-verzoek via de juridische vertegenwoordiger van de wederpartij te laten verlopen, acht ik dit thans noodzakelijk — mede in het licht van eerdere intercepties, waaronder de LinkedIn-benadering richting [T] op 10 Juli.

U forceert hiermee, impliciet, mijn hand.

Ik verzoek u vriendelijk om:

● Mij in contact te laten komen met een klachtenfunctionaris. en met de OR;

● mij een ontvangstbevestiging te sturen zodra dit is gebeurd;

● en erop toe te zien dat zij rechtstreeks contact met mij opnemen via dit e-mailadres.

Ten aanzien van de voorgestelde mediator: mijn mailadres volstaat als startpunt voor contactlegging. Ik ben vanzelfsprekend bereid mijn gegevens te verstrekken aan de mediator zelf - zodra hij of zij rechtstreeks contact met mij opneemt. Ik zal echter geen persoonsgegevens aan de juridische vertegenwoordiger van de wederpartij verstrekken. Dat is onwenselijk en niet proportioneel in het kader van AVG en vertrouwelijkheid.

Ik vertrouw erop dat u dit proces zorgvuldig en zonder inhoudelijke bemoeienis behandelt.

1.9 Voorafgaand aan het op 15 juli 2025 geplande intakegesprek heeft klager aan de mediator bericht dat hij niet bereid is om voor de intake een geheimhoudingsverklaring te ondertekenen. De mediator heeft zich daarna teruggetrokken.

1.10 Op 12 juli 2025, aangevuld op 15 juli 2025 en 12 augustus 2025, heeft klager bij de deken een klacht ingediend over verweerster.

 

2 KLACHT

De klacht houdt in, zakelijk weergegeven, dat verweerster tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld als bedoeld in artikel 46 Advocatenwet door:

a) zijn recht op toegang tot een onafhankelijke klachtenbehandeling te frustreren.

Toelichting: Klager heeft meerdere keren gepoogd een formele klacht in te dienen over het handelen van zijn werkgever. In plaats van gehoor te geven aan deze signalen, zijn meerdere routes geblokkeerd. De contactgegevens van de vertrouwenspersoon zijn pas laat verstrekt en de OR is structureel - ondanks herhaalde verzoeken - buiten bereik gebleven van klager. De klachtenprocedure van zijn werkgever werd alleen afgehandeld via verweerster, die de partijdig advocaat is van zijn werkgever, en aldus zonder onafhankelijk klachtrecht. Verweerster oefende volgens klager ten onrechte invloed uit op het klachtrecht door te stellen dat alle communicatie, dus ook over klachten, via haar moest lopen;

b) actief bepalend te zijn voor het verloop van het proces en daarmee de gerechtvaardigde belangen van klager te schaden.

Toelichting: Verweerster heeft het verloop van het proces bepaald en is niet slechts adviserend opgetreden. Volgens klager stelde verweerster eenzijdig een mediator voor, heeft dat instrument misbruikt om de verantwoordelijkheid van haar cliënte te ontwijken. Ook trad zij op namens twee rechtspersonen zonder dit vooraf aan klager helder te maken. Ook volhardde zij in het gebruik van onjuiste informatie ondanks beschikbaar schriftelijk tegenbewijs. Verweerster heeft hem niet objectief of evenwichtig geïnformeerd, structureel niet gereageerd en een informatieblokkade opgeworpen. Dit heeft geleid tot een situatie waarin klager geen toegang meer had tot onafhankelijke vertegenwoordiging of het klachtrecht, terwijl aan kant van de werkgever een actief meebeslissende advocaat werd ingezet. Dat was voor klager geen eerlijke en evenwichtige rechtsverhouding die geen bijstand van een advocaat had. Verweerster had geen oog voor deze machtsongelijkheid. Zij heeft de route naar herstel, de eisen van hoor en wederhoor gefrustreerd en de grenzen van haar beroepsethiek overschreden;

c) zich in haar communicatie met klager schuldig te maken aan structurele incongruentie.

Toelichting: Volgens klager doet verweerster in haar communicatie een nadrukkelijk verzoek op de medewerking en instemming van klager, maar blijft zelf cruciale informatie onthouden. Zo negeert verweerster zijn verzoeken, of schuift die naar voren, om documenten over de klachtenprocedure, de gedragsregels of interne rapportages te verstrekken. Verweerster draagt niet bij aan een evenwichtig proces, maar maakt zij het voor hem - zonder advocaat - onmogelijk om zijn recht effectief te halen. De rechtsongelijkheid die hierdoor ontstaat is in strijd met de kernwaarden onafhankelijkheid, waarheidsvinding en integriteit en met het EVRM-principe van ‘equality of arms’.

 

3 VERWEER

3.1 Haar cliënte heeft haar verzocht om de communicatie met klager volledig over te nemen, wat gebruikelijk is. Klager had aanvankelijk zelf bij zijn werkgever aangekondigd dat er nog een inhoudelijke reactie van zijn jurist zou volgen. Dat was de reden dat ervoor is gekozen dat verweerster niet meteen een uitgebreide inhoudelijke reactie aan klager heeft gestuurd. Zij heeft klager geadviseerd eventueel juridisch advies in te winnen om voor de-escalatie te zorgen. Het was aan klager om dat advies al dan niet op te volgen.

3.2 Volgens verweerster stelde haar cliënte zich op het standpunt dat er al voldoende informatie en uitleg aan klager was gegeven tijdens het gesprek op 6 juni 2025 en in eerder verzonden stukken, zoals over de klachtenregeling. Op die informatie mocht zij afgaan.

3.3 Verweerster verwijst verder naar de met klager gevoerde correspondentie in de periode tussen 20 juni 2025 en 12 juli 2025, deels opgenomen onder de feiten hiervoor. Daaruit volgt volgens verweerster dat zij klager meermaals heeft verwezen naar de eerder door de werkgever aan hem verstrekte stukken en daarop gegeven toelichting. Ook blijkt volgens verweerster duidelijk, onder meer uit haar e-mails van 4 en 9 juli 2025, dat zij nimmer de toegang van klager tot de klachtenprocedure heeft willen blokkeren of hem de toegang tot de klachtencommissie heeft willen onthouden. Juist het tegendeel. In haar e-mail van 10 juli 2025 heeft zij klager ook aangeboden om zijn klacht naar het coördinatieteam klachten door te sturen. Zo lang klager zijn klacht niet formeel indiende, kon die ook niet in behandeling worden genomen. Toen zij de vereiste gegevens van het coördinatieteam uiteindelijk had ontvangen, heeft zij de informatie dezelfde dag nog met klager gedeeld.

3.4 Een mediation-gesprek tussen klager en haar cliënte is door de bedrijfsarts voorgesteld. Haar cliënte, die de voorkeur had voor een persoonlijk gesprek met klager, wilde aan mediation meewerken. Verweerster betwist dat zij in het kader van dit traject voor klager blokkades heeft opgeworpen of dit middel heeft misbruikt. In haar e-mail van 20 juni 2025 heeft zij klager ook de keuze gegeven om zelf een mediator voor te stellen. In haar e-mail van 24 juni 2025 heeft zij aan klager de basisbeginselen van mediation toegelicht. Klager heeft op 9 juli 2025 ingestemd met de voorgestelde mediator waarna dat traject in gang is gezet. Omdat klager zich niet kon verenigen met de door de mediator vereiste eis van geheimhouding, heeft de mediator zich teruggetrokken.

 

4 BEOORDELING

4.1 Deze zaak betreft een klacht tegen de advocaat van de wederpartij van klager. Voor alle advocaten geldt dat zij in principe alleen de belangen van hun eigen cliënt hoeven te behartigen. Niet voor niets is partijdigheid een belangrijke kernwaarde voor advocaten (artikel 10a Advocatenwet). Zij hebben veel vrijheid om te doen wat in het belang van hun cliënt nodig is. Wel moeten zij voorkomen dat zij de belangen van de wederpartij onnodig en op ontoelaatbare wijze schaden. Advocaten mogen zich bijvoorbeeld niet onnodig kwetsend uitlaten over de wederpartij. Ook mogen zij niet bewust onjuiste informatie verschaffen om daarmee de rechter te misleiden. Verder geldt dat advocaten ervan mogen uitgaan dat de informatie die zij van hun cliënt hebben gekregen juist is. Tot slot hoeven zij in het algemeen niet af te wegen of het voordeel dat zij voor hun cliënt willen bereiken met de middelen waarvan zij zich bedienen, opweegt tegen het nadeel dat zij daarmee aan de wederpartij toebrengen.

4.2 Naar het oordeel van de voorzitter heeft verweerster de belangen van klager niet onnodig of onevenredig geschaad. Zij mocht afgaan op de van haar cliënte verkregen informatie over - onder meer - het feit dat klager al zou beschikken over de opnieuw bij haar opgevraagde documenten en informatie. Uit de overgelegde e-mails, voor zover relevant opgenomen onder de feiten, volgt dat verweerster zich voldoende heeft ingespannen om ontbrekende informatie aan klager te doen toekomen dan wel aan hem heeft uitgelegd waarom zij dat niet deed. Uit die stukken is de voorzitter verder gebleken dat verweerster meermaals aan klager in zakelijke bewoordingen heeft uitgelegd welke mogelijkheden hij had om met haar cliënte tot een gesprek en oplossing te komen, waaronder het door de bedrijfsarts geadviseerde mediation traject. Het was aan klager om daarin zijn eigen keuzes te maken.

4.3 Als partijdig advocaat diende verweerster ook de belangen van haar cliënte te behartigen. Zij mocht haar cliënte daarbij actief adviseren zoals zij dat heeft gedaan. Daarbij was zij gehouden aan de door haar cliënte verstrekte opdracht. Volgens verweerster heeft zij binnen de grenzen daarvan op verzoeken van klager kunnen reageren. Dat klager het daarmee niet altijd eens was of iets anders wilde, kan verweerster niet worden verweten.

4.4 Bij haar optreden heeft verweerster naar het oordeel van de voorzitter ook ruim voldoende oog gehad voor de gerechtvaardigde belangen van klager die geen juridische bijstand had. Dat verweerster informatieblokkades heeft opgeworpen, klager heeft genegeerd of afgewimpeld, is de voorzitter uit de stukken niet gebleken. Dat klager dit anders heeft ervaren en het niet eens was met de in zijn ogen patroonmatige onbalans in het hele traject, is vervelend voor hem, maar dat alleen is onvoldoende om verweerster daarvan tuchtrechtelijk een verwijt te maken.

4.5 Voor zover klager de werkgever verwijten maakt over de gang van zaken, kan verweerster ook daarvan tuchtrechtelijk geen verwijt worden gemaakt. Daar staan voor klager andere wegen open.

4.6 Op grond van het vorenstaande, in onderling samenhang bezien, is de voorzitter van oordeel dat verweerster niet de grenzen heeft overschreden van de vrijheid die zij als advocaat van de wederpartij had, en dus niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld jegens klager. Daarom verklaart de voorzitter alle klachtonderdelen kennelijk ongegrond.

 

 

BESLISSING

De voorzitter verklaart:

de klacht in alle onderdelen, met toepassing van artikel 46j Advocatenwet, kennelijk ongegrond.

 

Aldus beslist door mr. G.F. van den Berg, plaatsvervangend voorzitter, bijgestaan door mr. M.M. Goldhoorn als griffier en uitgesproken in het openbaar op 12 januari 2026.

 

Griffier                                                                     Voorzitter

 

Verzonden op: 12 januari 2026