Rechtspraak
Uitspraakdatum
12-01-2026
ECLI
ECLI:NL:TADRARL:2026:10
Zaaknummer
25-765/AL/GLD
Inhoudsindicatie
voorzittersbeslissing over eigen advocaat. Uit de stukken volgt dat klager met de financiële afspraken voor het optreden door verweerster in een schadestaatprocedure heeft ingestemd waarna verweerster op betalende basis voor klager aan de slag is gegaan. Uit de opdrachtbevestiging volgt ook dat door verweerster is onderzocht dat klager niet voor de kosten voor rechtsbijstand was verzekerd en klager niet voor gefinancierde rechtshulp in aanmerking kwam. Dat klager in een andere kwestie een toevoeging heeft gekregen, maakt nog niet dat verweerster die kon gebruiken. Dat heeft zij ook niet gedaan. Voor zover verweten wordt dat alsnog een toevoeging had kunnen worden aangevraagd door verweerster, staat vast dat het kantoor van verweerster klager meermaals heeft laten weten geen zaken op basis van gefinancierde rechtsbijstand te doen. Dat staat een advocaat vrij. Van het onder druk zetten van klager om te betalen, is de voorzitter evenmin gebleken. Kennelijk ongegrond.
Uitspraak
Beslissing van de voorzitter van de Raad van Discipline in het ressort Arnhem-Leeuwarden
van 12 januari 2026
in de zaak 25-765/AL/GLD
naar aanleiding van de klacht van:
klager
over
verweerster
gemachtigde:mr. W.P.G.M. Schellens-Stoks, advocaat te Nijmegen
De plaatsvervangend voorzitter van de raad van discipline (hierna ook: de voorzitter) heeft kennisgenomen van de brief met bijlagen volgens de inventarislijst van de deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement Gelderland van 6 november 2025 met kenmerk K 25/35. Ook heeft de voorzitter kennisgenomen van de e-mail van klager gedateerd 26 november 2025 en op de griffie van de raad ontvangen op 27 november 2025.
1 FEITEN
Voor de beoordeling van de klacht gaat de voorzitter, gelet op het klachtdossier, uit van de volgende feiten.
1.1 Klager is rabarberteler en heeft in dat kader een pachtovereenkomst gesloten. Hij is verwikkeld geraakt in verschillende geschillen, waaronder een geschil met zijn verpachter. Dit heeft onder meer geleid tot een schadestaatprocedure bij de pachtkamer waarin hij bijstand zocht van, uiteindelijk, verweerster.
1.2 Op 26 mei 2023 heeft mr. G, een kantoorgenoot van verweerster, onder meer aan klager geschreven:
U hebt ons kantoor gevraagd u bij te staan in een schadestaatprocedure die u bij de rechtbank Limburg aanhangig wilt maken tegen de heer [C]. Voor deze procedure ligt een grondslag in het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 29 november 2022. Tussen u en de heer [C] spelen meer geschilkwesties. Ons kantoor kan en zal u in die kwesties niet bijstaan. Telefonisch heb ik u dat uitgebreid toegelicht. Meer concreet zal mijn kantoorgenote [verweerster] u in de schadestaatprocedure bijstaan. Daartoe blijven onze werkzaamheden dus beperkt.
Op dit moment verkeert u in de positie dat u declaraties voor onze werkzaamheden niet direct kunt voldoen en u wilt om die reden vooraf een betalingsregeling treffen. U wijst er op dat u over voldoende vermogen beschikt en perspectief hebt op de ontvangst van schadevergoeding. Ons kantoor zal u in de schadestaatprocedure bijstaan onder de navolgende condities:
• U wordt in de schadestaatprocedure bijgestaan door [verweerster]. [Verweerster] kan zich waar nodig laten ondersteunen door een kantoorgenoot. Het uurtarief van [verweerster] bedraagt Euro 355,00 ex btw. (…);
• door ons kantoor worden geen externe kosten voorgeschoten. (…);
• door ons kantoor worden voor verrichte werkzaamheden pas declaraties opgemaakt, zodra u in staat bent om deze te voldoen. (…) U dient ons kantoor maandelijks te informeren over uw liquiditeitspositie. Afhankelijk daarvan worden declaraties opgemaakt en u toegezonden;
• indien de heer [C] door de rechtbank wordt veroordeeld tot betaling van (een voorschot op) schadevergoeding, stemt u in met uitbetaling daarvan naar de derdengeldrekening van [naam kantoor] en vervolgens met verrekening met de aan u in rekening gebrachte of nog te brengen kosten. Dit geldt ook voor een eventuele proceskostenveroordeling van de heer [C]; (…)
• alle werkzaamheden worden verricht krachtens een overeenkomst van opdracht gesloten met [naam kantoor] waarop onze algemene voorwaarden van toepassing zijn, waarvoor ik u verwijs naar [website kantoor].
Graag verneem ik van u of u zich met deze condities kunt verenigen. U kunt uw instemming vanzelfsprekend per e-mail kenbaar maken. Na uw akkoord, ontvangt u een opdrachtbevestiging vanuit [naam kantoor]. [Verweerster] en u maken dan een afspraak om de strategie in deze zaak gezamenlijk te bepalen. Ik reken er op u hiermee goed te hebben geïnformeerd. Hebt u vragen of stelt u overleg op prijs neemt u dan zeker contact met mij op.
1.3 Op 2 juni 2023 heeft klager van verweerster de opdrachtbevestiging ontvangen. Hierin staat onder meer vermeld:
Namens [naam kantoor] aanvaard en bevestig ik de opdracht om u bij te staan in de schadestaatprocedure die namens u gestart dient te worden conform de voorwaarden zoals vastgelegd in de mail van mijn kantoorgenoot [mr. G] van 26 maart 223 om 16:56 uur [de voorzitter begrijpt: 26 mei 2023].
Algemene voorwaarden
Alle werkzaamheden worden verricht krachtens een overeenkomst van opdracht gesloten met [naam kantoor] waarop onze algemene voorwaarden van toepassing zijn, waarvoor ik u verwijs naar [website kantoor]. Bijgaand zend ik u een digitale versie daarvan.
De kosten van onze rechtsbijstand
Wij stelden vast dat u niet verzekerd bent voor de kosten van rechtsbijstand en dat u niet in aanmerking komt voor gefinancierde rechtshulp. Wij kwamen overeen dat ik mijn werkzaamheden verricht op basis van een uurtarief van € 355,00, te vermeerderen met btw. (…)
Op dit moment verkeert u in de positie dat u declaraties voor onze werkzaamheden niet direct kunt voldoen en u wilt om die reden vooraf een betalingsregeling treffen. U wijst er op dat u over voldoende vermogen beschikt en perspectief hebt op de ontvangst van schadevergoeding. Ons kantoor zal u in de schadestaatprocedure bijstaan onder de navolgende condities:
• U wordt in de schadestaatprocedure bijgestaan door [verweerster]. (…) Het uurtarief van [verweerster] bedraagt Euro 355,00 ex btw. (…);
• door ons kantoor worden geen externe kosten voorgeschoten. (…);
• door ons kantoor worden voor verrichte werkzaamheden pas declaraties opgemaakt, zodra u in staat bent om deze te voldoen. (…) U dient ons kantoor maandelijks te informeren over uw liquiditeitspositie. Afhankelijk daarvan worden declaraties opgemaakt en u toegezonden;
• indien de heer [C] door de rechtbank wordt veroordeeld tot betaling van (een voorschot op) schadevergoeding, stemt u in met uitbetaling daarvan naar de derdengeldrekening van [naam kantoor] en vervolgens met verrekening met de aan u in rekening gebrachte of nog te brengen kosten. Dit geldt ook voor een eventuele proceskostenveroordeling van de heer [C]; (…)
In beginsel ontvangt u maandelijks een overzicht van de verrichte werkzaamheden en gemaakte kosten, voorzien van een specificatie. Omvangrijke verschotten worden direct aan u doorberekend. (…)
Zonder tegenbericht vertrouw ik u met het bovenstaande akkoord.
1.4 Op 22 juni 2023 heeft de Raad voor Rechtsbijstand aan klager bericht dat aan hem een toevoeging werd verleend naar aanleiding van de aanvraag van 22 februari 2023 van advocaat mr. Van H. De vermelde zaakcode en zaakaanduiding zijn: O010 geschil onrechtmatige daad.
1.5 In zijn e-mail van 23 juni 2023 heeft klager onder meer aan verweerster geschreven:
Ik heb zojuist [naam] gesproken en [naam verweerster] jij vroeg om de toevoeging.
Hierbij als bijlage de toekenning voor toevoeging. Het peiljaar 2021 pakte precies “goed” uit voor de toevoeging.
Hier uit blijkt dat ik onvermogend ben en dus “geluk” heb dat de griffierechten lager zullen zijn ik meen gezien te hebben 87 euro.
Mr [H] doet de dwangsom daar heeft hij telefonisch contact over met Mr [M]. (…)
En dit is even belangrijk Mr. [H] weet nog niet dat jullie de schadestaat voor mij doen. Dat leek mij even beter om niet te melden want dan zegt mr. [H] (zeer waarschijnlijk) zoek het maar uit met je dwangsom.
Ik weet niet of jullie al iets op de rol hebben gezet waar uit blijkt dat jullie de schadestaat voor mij doen dan is het niet anders.
Maar als we dat nog even kunnen voorkomen zodat mr. [H] hopelijk die dwangsom kwestie heeft “opgelost” zijn dat weer wat zorgen minder voor mij.
Dezelfde dag heeft verweerster onder meer aan klager het volgende geschreven:
Bijgaand stuur ik je het eerste concept van de schadestaatprocedure. Wij hebben nog redelijk wat vragen en opmerkingen ter afronding van dit stuk. Wil jij daar naar kijken en ontbrekende informatie invullen, toesturen of documenten ter onderbouwing mailen? Daarnaast is voor verlaging van het griffierecht van belang dat dit kan door een inkomensverklaring of bewijs van toevoeging in te dienen bij het starten van de procedure. Het document met toevoeging dat jij vandaag toegestuurd hebt, ziet op de toevoeging van advocaat mr. [H] in de andere zaak. Ik denk niet dat wij een toevoeging van een andere advocaat kunnen indienen in deze zaak. Ons voorstel is dat jij een inkomensverklaring aanvraagt via [website]? Die verklaring of de aanvraag daarvan mag ingediend worden, zodat het griffierecht voor onvermogenden wordt geheven. (…)
1.6 Verweerster heeft maandelijks declaraties aan klager gestuurd die deels door klager zijn betaald.
1.7 Op 20 februari 2025 heeft klager bij de deken een klacht ingediend over verweerster.
2 KLACHT
De klacht houdt in, zakelijk weergegeven, dat verweerster tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld als bedoeld in artikel 46 Advocatenwet door:
klager achteraf onder druk te zetten om declaraties te voldoen terwijl aan hem een toevoeging was verleend en verweerster niet heeft onderzocht of haar werkzaamheden gedekt werden door zijn rechtsbijstandsverzekering.
Toelichting: Volgens klager heeft hij meteen bij aanvang van de rechtsbijstand op 2 juni 2023 aan verweerster gemeld dat hij haar niet kon betalen wat aanvankelijk geen probleem was. Op 22 juni 2023 werd aan klager een toevoeging verleend. Verweerster heeft daarvan gebruik gemaakt, ook voor verlaging van de griffierechten. Later is verweerster hem onder druk gaan zetten om haar declaraties te betalen terwijl hij een toevoeging had en verweerster dat vanaf 22 juni 2023 ook wist. Ook had hij een rechtsbijstandsverzekering. Verweerster heeft niet onderzocht of haar kosten onder de dekking vielen.
3 VERWEER
3.1 Verweerster stelt dat zij duidelijke financiële afspraken met klager heeft gemaakt en verwijst naar de overgelegde e-mails van 26 mei 2023 en 2 juni 2023. Voorafgaand aan de aanvaarding van de opdracht maar ook kort daarna is met klager gesproken over de financiële consequenties van haar rechtsbijstand. Aan klager is ook meermaals mondeling en schriftelijk duidelijk gemaakt dat haar kantoor geen zaken op basis van gefinancierde rechtsbijstand doet. Klager heeft toen zelf gemeld dat de dekking bij de rechtsbijstandsverzekering was opgesoupeerd vanwege de eerdere procedures over hetzelfde geschil. Verweerster heeft de met klager gemaakte financiële afspraken op 2 juni 2023 aan hem bevestigd. Klager heeft daarmee ingestemd waarna zij haar werkzaamheden op betalende basis voor hem is gaan doen.
3.2 Op 22 juni 2023 is een toevoeging aan de toenmalige advocaat van klager verleend in een andere zaak. Die zaak had niet te maken met de schadestaatzaak waarin verweerster klager bijstond, waarin de agrarische onderneming van klager een schadevergoeding van de verpachter van meer dan 1 miljoen euro wilde krijgen. Voor een bedrijfsmatig rechtsbelang wordt in beginsel geen toevoeging verstrekt. In haar e-mail van 23 juni 2023 heeft zij klager erop gewezen dat die toevoeging niet bruikbaar was in de zaak die zij voor hem deed. Zij heeft klager geadviseerd om een inkomensverklaring aan te vragen om verlaging van griffierechten te verkrijgen, wat deels is gelukt.
3.3 Verweerster betwist dat zij klager onder druk heeft gezet om haar declaraties te betalen. Met klager is meermaals, ook in bijzijn van anderen, besproken dat hij declaraties op een later moment zou voldoen en op welke manier. In het najaar van 2024 is de vertrouwensrelatie tussen klager en haar steeds meer onder druk komen te staan. Zij heeft klager enkel verzocht om de gemaakte afspraken na te komen.
4 BEOORDELING
4.1 De tuchtrechter dient bij de beoordeling van een tegen een advocaat ingediende klacht het aan die advocaat verweten handelen of nalaten te toetsen aan de in artikel 46 Advocatenwet omschreven normen, waaronder de kernwaarden zoals omschreven in artikel 10a Advocatenwet. De tuchtrechter is niet gebonden aan de gedragsregels, maar die regels kunnen wel van belang zijn vanwege het open karakter van de behoorlijkheidsnorm in artikel 46 Advocatenwet.
4.2 In gedragsregel 16 is beschreven dat een advocaat gehouden is om zijn cliënt op de hoogte te brengen van belangrijke informatie. Ter voorkoming van misverstand, onzekerheid of geschil moet de advocaat die belangrijke informatie en afspraken schriftelijk aan zijn cliënt bevestigen. Daaronder valt ook de verplichting van een advocaat om de verleende opdracht en de in dat kader gemaakte (financiële) afspraken te bevestigen.
4.3 Uit de stukken volgt dat zowel haar kantoorgenoot als verweerster meermaals, in elk geval in de e-mails van 26 mei 2023 en 2 juni 2023, in heldere bewoordingen aan klager hebben uitgelegd onder welke financiële voorwaarden (het kantoor van) verweerster de schadestaatprocedure voor klager wilde doen. Klager heeft met die voorwaarden uitdrukkelijk ingestemd waarna verweerster op betalende basis voor klager aan de slag is gegaan. Uit de opdrachtbevestiging van 2 juni 2023 volgt ook dat door verweerster is onderzocht dat klager niet voor de kosten voor rechtsbijstand was verzekerd en klager niet voor gefinancierde rechtshulp in aanmerking kwam.
4.4 Vaststaat dat op 22 juni 2023 aan klager een toevoeging is verleend in een andere zaak waarin klager door mr. H werd bijgestaan. Klager heeft verweerster daarover op 23 juni 2023 geïnformeerd. Naar het oordeel van de voorzitter kon die toevoeging niet door verweerster worden gebruikt in de schadestaatprocedure van klager en heeft zij dat ook niet gedaan. De verlaging van de griffierechten van klager in de schadestaatprocedure is immers het gevolg geweest van de op advies van verweerster door klager bij de rechtbank aangeleverde inkomensverklaring. Verweerster heeft klager hierover op 23 juni 2023 schriftelijk duidelijk geïnformeerd.
4.5 Voor zover klager verweerster ook verwijt dat zij alsnog een toevoeging voor hem had kunnen aanvragen, volgt de voorzitter klager daar niet in. Als onbetwist staat vast dat verweerster klager meermaals schriftelijk duidelijk heeft gemaakt dat haar kantoor alleen zaken op betalende basis doet. Een dergelijke keuze staat een advocaat ook vrij. Als klager zich daarin na 22 juni 2023 niet had kunnen vinden, had hij na de e-mail van verweerster van 23 juni 2023 een andere advocaat moeten zoeken. Dat heeft klager kennelijk niet gedaan. Dit betekent dan ook dat klager de met (het kantoor van) verweerster gemaakte financiële afspraken moet nakomen. De voorzitter is uit de stukken niet gebleken dat verweerster klager onder druk heeft gezet om tot betaling van declaraties over te gaan. Verweerster heeft dat betwist, terwijl klager dit niet met concrete feiten of stukken is onderbouwd.
4.6 Op grond van het vorenstaande is de voorzitter van oordeel dat verweerster niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. De klacht wordt dan ook kennelijk ongegrond verklaard.
BESLISSING
De voorzitter verklaart:
de klacht, met toepassing van artikel 46j Advocatenwet, kennelijk ongegrond.
Aldus beslist door mr. O.P. van Tricht, plaatsvervangend voorzitter, bijgestaan door mr. M.M. Goldhoorn als griffier en uitgesproken in het openbaar op 12 januari 2026.
Griffier Voorzitter
Verzonden op: 12 januari 2026
