Rechtspraak
Uitspraakdatum
12-01-2026
ECLI
ECLI:NL:TADRSHE:2026:8
Zaaknummer
25-638/DB/OB
Inhoudsindicatie
Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij. Niet gebleken dat verweerster met opzet een foto in het geding gebracht met de onjuiste mededeling dat klager op die foto staat, als gevolg waarvan klager ten onrechte strafrechtelijk zou zijn veroordeeld en hij zijn kinderen niet meer zou zien. Ongegrond.
Uitspraak
Beslissing van de Raad van Discipline in het ressort ‘s-Hertogenbosch
van 12 januari 2026
in de zaak 25-638/DB/OB
naar aanleiding van de klacht van:
klager
over:
verweerster
1 VERLOOP VAN DE PROCEDURE
1.1 Op 17 maart 2025 heeft klager tegen verweerster een klacht ingediend bij de deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement Oost-Brabant (hierna: “de deken”).
1.2 Op 19 september 2025 heeft de raad het klachtdossier met kenmerk 48|25|040K van de deken ontvangen.
1.3 De klacht is behandeld op de zitting van de raad van 1 december 2025. Verschenen is verweerster, bijgestaan door mr. S, advocaat. Klager is niet verschenen.
1.4 De raad heeft kennisgenomen van het in 1.2 genoemde klachtdossier en van de volgende nagekomen stukken:
- de e-mail met bijlagen van verweerster van 24 september 2025.
2 FEITEN
2.1 Voor de beoordeling van de klacht gaat de raad, gelet op het klachtdossier en de op de zitting afgelegde verklaringen, uit van de volgende feiten.
2.2 Klager heeft een geschil (gehad) met mevrouw K. Verweerster heeft mevrouw K, hierna: “de vrouw”, bijgestaan in een boedelverdelingszaak, omgangskwestie, gezagskwestie en in de appelprocedure over de toekenning van het eenhoofdig gezag aan de vrouw.
2.3 In de gerechtelijke procedure in eerste aanleg rondom de omgangs- en gezagskwestie heeft verweerster namens de vrouw een foto, die de vrouw aan verweerster had overhandigd, in het geding gebracht. Verweerster heeft in de procedure namens de vrouw gesteld dat klager op die foto stond.
2.4 Klager heeft aan verweerster medegedeeld dat hij niet de persoon was die op de foto stond. Naar aanleiding van die mededeling heeft verweerster de foto onmiddellijk ingetrokken. De rechtbank heeft bij de beoordeling van de zaak geen acht geslagen op de foto.
2.5 Bij vonnis van 28 augustus 2023 heeft de rechtbank Gelderland klager strafrechtelijk veroordeeld wegens stalking van de vrouw. Verweerster heeft de vrouw in deze strafrechtelijke procedure niet bijgestaan.
2.6 Op 17 maart 2025 heeft klager tegen verweerster een klacht ingediend bij de deken.
3 KLACHT
3.1 De klacht houdt, zakelijk weergegeven, in dat verweerster tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld als bedoeld in artikel 46 Advocatenwet. Klager verwijt verweerster het volgende:
Verweerster heeft met opzet een foto in het geding gebracht met de onjuiste mededeling dat klager op die foto staat. Als gevolg hiervan is klager ten onrechte strafrechtelijk veroordeeld en ziet hij zijn kinderen niet meer.
4 VERWEER
4.1 Verweerster heeft verweer gevoerd. De raad zal hierna, waar nodig, op het verweer ingaan.
5 BEOORDELING
5.1 Toetsingskader
Deze zaak betreft een klacht over de advocaat van de wederpartij. Voor alle advocaten geldt dat zij partijdig zijn en in principe alleen de belangen van hun eigen cliënt hoeven te behartigen. Zij hebben veel vrijheid om te doen wat in het belang van hun cliënt nodig is, maar die vrijheid is wel begrensd. Advocaten mogen de belangen van de wederpartij niet onnodig of op een ontoelaatbare manier schaden. Zij mogen zich bijvoorbeeld niet onnodig kwetsend uitlaten over de wederpartij. Ook mogen advocaten niet bewust onjuiste informatie verschaffen. Daarbij geldt dat advocaten er in beginsel van mogen uitgaan dat de informatie die zij van hun cliënt hebben gekregen juist is. Slechts in uitzonderingsgevallen zijn advocaten gehouden de juistheid van die informatie te controleren. Tot slot hoeven advocaten in het algemeen niet af te wegen of het voordeel dat zij voor hun cliënt willen bereiken, opweegt tegen het nadeel dat zij aan de wederpartij toebrengen.
5.2 Verder geldt dat in familierechtkwesties de advocaat ervoor moet waken dat de verhoudingen tussen partijen niet escaleren. Van de advocaat mag een zekere terughoudendheid worden verwacht in het doen van uitlatingen over de wederpartij die deze naar verwachting als kwetsend zal ervaren, en in het starten van procedures. De advocaat moet daarbij in iedere zaak afwegen:
– het belang van zijn cliënt bij het voeren van de procedure,
– het belang van de wederpartij én dat van de kinderen bij het voorkomen daarvan,
– het verloop van het geschil tot dan toe en
– de kans op succes van de procedure.
5.3 Beoordeling
Klager verwijt verweerster dat zij met opzet een foto in het geding heeft gebracht met de onjuiste mededeling dat klager op die foto staat. Verweerster heeft dit verwijt uitdrukkelijk en gemotiveerd weersproken. Verweerster heeft uitdrukkelijk betwist dat er opzet in het spel was en heeft in dat verband toegelicht dat zij, toen zij de foto in het geding bracht, in de – naar achteraf is gebleken, onjuiste – veronderstelling verkeerde dat klager op de foto stond. Toen zij er achter kwam dat zulks niet het geval was heeft zij de foto direct teruggetrokken. In dergelijke gevallen, waarin de lezingen van partijen omtrent de feitelijke grondslag van de klacht uiteen lopen en niet goed kan worden vastgesteld welke van beide lezingen het meest aannemelijk is, moet die klacht c.q. dat klachtonderdeel in beginsel niet gegrond worden verklaard. Dit berust niet hierop dat het woord van klager minder geloof verdient dan het woord van verweerster maar op de omstandigheid dat voor het oordeel dat verweerster tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld eerst voldoende aannemelijk moet zijn dat het verweten handelen feitelijk heeft plaatsgevonden. Dat nu is in deze zaak niet het geval. Dat er aan de zijde van verweerster sprake was van opzet kan de raad kortom niet vaststellen. Dat verweerster wist of behoorde te weten dat klager niet op de foto stond, is de raad evenmin gebleken. Verweerster heeft de foto van haar cliënte ontvangen, is ervan uitgegaan dat klager op de foto stond en niet is gebleken dat verweerster aanleiding had om daaraan te twijfelen.
5.4 Klager heeft verder gesteld dat hij door toedoen van verweerster strafrechtelijk is veroordeeld en zijn kinderen niet meer ziet. De raad volgt klager hierin niet. Verweerster heeft geen enkele betrokkenheid gehad bij de strafrechtelijke procedure tegen klager, zodat, zonder nadere onderbouwing, die niet is gegeven, niet valt in te zien dat de strafrechtelijke veroordeling van klager op enigerlei wijze verband houdt met het optreden van verweerster.
5.5 De raad komt op grond van het voorgaande tot de slotsom dat niet is gebleken dat verweerster de grenzen van de aan haar, in haar hoedanigheid van advocaat van de wederpartij, toekomende vrijheid heeft overschreden. De raad zal de klacht ongegrond verklaren.
BESLISSING
De raad van discipline:
- verklaart de klacht ongegrond.
Aldus beslist door mr. R.A.J. van Leeuwen, voorzitter, mrs. H.C. Struijk, J.R.G. Smulders, leden, bijgestaan door mr. T.H.G. Huber-van de Langenberg als griffier, en uitgesproken op 12 januari 2026.
Griffier Voorzitter
Verzonden op: 12 januari 2026
