Rechtspraak
Uitspraakdatum
12-01-2026
ECLI
ECLI:NL:TAHVD:2026:6
Zaaknummer
250335
Inhoudsindicatie
Hoger beroep te laat. Niet-ontvankelijk.
Uitspraak
Beslissing van 12 januari 2026 in de zaak 250335
naar aanleiding van het hoger beroep van:
klaagster
tegen:
verweerder
gemachtigde: mr. F.G. Schalker, advocaat te Zoetermeer
1 DE PROCEDURE
Bij de Raad van Discipline 1.1 Het hof verwijst naar de beslissing van 1 september 2025 van de Raad van Discipline in het ressort Den Haag (hierna: de raad). De raad heeft met die beslissing (met zaaknummer:25-053/DH/DH) de klacht van klaagster over verweerder ongegrond verklaard.
1.2 Deze beslissing is onder ECLI:NL:TADRSGR:2025:180 op tuchtrecht.nl gepubliceerd.
Bij het Hof van Discipline 1.3 Het beroepschrift van klaagster tegen de beslissing van de raad is op 2 oktober 2025 door de griffie van het hof ontvangen.
1.4 Verder bevat het dossier van het hof: - de stukken van de raad; - een e-mail van klaagster van 9 oktober 2025, met bijlage; - een e-mail van verweerder van 14 oktober 2025, waarin verweerder meedeelt af te zien van een reactie op de brief die klaagster als bijlage met de e-mail van 9 oktober 2025 heeft meegestuurd. 1.5 Het hof heeft de zaak op basis van de stukken in raadkamer behandeld.
2 BEOORDELING
Ontvankelijkheid 2.1 Zoals bij brief van 7 oktober 2025 door het hof aan klaagster is meegedeeld, ziet het hof zich voor de vraag gesteld of het hoger beroep door klaagster tijdig is ingediend en zal het hof eerst deze voorvraag op basis van de stukken in raadkamer behandelen, voordat het hof eventueel aan een inhoudelijke beoordeling van de zaak toekomt. Over de vraag of klaagster in haar hoger beroep ontvankelijk is overweegt het hof het volgende.
2.2 In artikel 56 lid 1 van de Advocatenwet is bepaald dat van de beslissingen van de raad gedurende dertig dagen na de verzending van de beslissing hoger beroep kan worden ingesteld. Deze termijn is van openbare orde. Op grond van de rechtszekerheid moet het duidelijk zijn wanneer een beslissing onherroepelijk is. Daarom wordt de termijn van artikel 56 lid 1 Advocatenwet strikt gehanteerd. Slechts op grond van bijzondere omstandigheden is daar een uitzondering op mogelijk.
2.3 De raad heeft de beslissing op 1 september 2025 verzonden. Dat betekent dat klaagster tot en met 1 oktober 2025 de tijd had om hoger beroep in te stellen. Het beroepschrift van klaagster is echter op 2 oktober 2025 bij het hof binnengekomen. Klaagster is in de gelegenheid gesteld om uit te leggen waarom zij het hoger beroep te laat heeft ingesteld.
2.4 Dat heeft klaagster in de brief van 9 oktober 2025 gedaan. Klaagster heeft daarin - voor zover voor de beoordeling van de ontvankelijkheid van belang - naar voren gebracht dat zij zich al vijf jaar in een slepende juridische strijd bevindt als gevolg van een familierechtkwestie, en dat zij daarnaast alleen de zorg voor haar twee jonge kinderen heeft en een veeleisende baan. Klaagster heeft erop gewezen dat de combinatie hiervan een zware wissel op haar heeft getrokken, waardoor zij het overzicht verliest en het voor haar onmogelijk is geworden alles op tijd en naar behoren af te handelen. Het hof begrijpt uit de brief verder dat klaagster verzoekt de te late indiening van het beroepschrift verschoonbaar te achten en haar hoger beroep inhoudelijk te behandelen.
2.5 Het hof is - hoewel hij begrip heeft voor de moeilijke persoonlijke omstandigheden van klaagster - van oordeel dat de door klaagster aangevoerde omstandigheden de termijnoverschrijding niet verschoonbaar maken. Niet is gebleken dat zij niet in staat was om tijdig het beroep in te stellen.
2.6 De conclusie is dat klaagster in haar hoger beroep niet-ontvankelijk is.
3 BESLISSING
Het Hof van Discipline:
verklaart klaagster niet-ontvankelijk in haar hoger beroep.
Deze beslissing is genomen door mr. J. Blokland, voorzitter, mrs. B.J.R. van Tongeren en G.C. Endedijk, leden, in tegenwoordigheid van mr. S.N. Boogers-Keuning, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 12 januari 2026.
Griffier voorzitter
De beslissing is verzonden op 12 januari 2026.
