Naar boven ↑

Rechtspraak

Uitspraakdatum

05-01-2026

ECLI

ECLI:NL:TADRARL:2026:1

Zaaknummer

25-038/AL/GLD

Inhoudsindicatie

Raadsbeslissing. Niet is komen vast te staan dan verweerster niet (tijdig) communiceerde, de opdracht onzorgvuldig zou hebben uitgevoerd, de belangen van klaagster onvoldoende zou hebben behartigd of zich onnodig grievend zou hebben uitgelaten jegens klaagster. Klacht ongegrond.

Uitspraak

Beslissing van de Raad van Discipline in het ressort Arnhem‑Leeuwarden

van 5 januari 2026

in de zaak 25-038/AL/GLD

naar aanleiding van de klacht van:

klaagster

 

over

 

verweerster

 

1 VERLOOP VAN DE PROCEDURE 

1.1 Op 6 februari 2024 heeft klaagster bij de deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement Gelderland (hierna: de deken) een klacht ingediend over verweerster.

1.2 Op 16 januari 2025 heeft de raad het klachtdossier met kenmerk K 24/15 van de deken ontvangen.

1.3 De klacht is behandeld op de zitting van de raad van 10 november 2025. Daarbij waren klaagster en verweerster aanwezig. Van de behandeling is proces-verbaal opgemaakt.

1.4 De raad heeft kennisgenomen van het in 1.2 genoemde klachtdossier.

 

2 FEITEN

Voor de beoordeling van de klacht gaat de raad, gelet op het klachtdossier en de op de zitting afgelegde verklaringen, uit van de volgende feiten.

2.1 Vanaf december 2021 zijn klaagster en haar partner bijgestaan door verweerster in een letselschadeprocedure. Klaagster en haar partner wilden het ziekenhuis aansprakelijk stellen voor, kort gezegd, het niet opmerken van de handicap van hun in oktober 2021 geboren zoon.

2.2 Het contact tussen klaagster en haar partner enerzijds en verweerster anderzijds liep veelal via e-mail en WhatsApp.

2.3 Verweerster heeft met het oog op de aansprakelijkheidstelling een medisch haalbaarheidsonderzoek laten uitvoeren door een door haar ingeschakelde medische dienst. Het medisch advies van de medisch adviseur is door verweerster op 27 september 2022 aan klaagster gezonden.

2.4 Op 8 december 2022 zijn de aansprakelijkheidstellingen door verweerster aan het ziekenhuis gezonden. Daarop heeft het ziekenhuis aan verweerster bericht dat zij de zaak hebben doorgezet naar hun verzekeraar. Vervolgens is er contact geweest tussen verweerster en de gemachtigde van de verzekeraar, waarin verweerster die gemachtigde in de periode januari tot en met juli 2023 meermaals een rappel heeft gestuurd en heeft verzocht te reageren en haar op de hoogte te houden. De uiteindelijke reactie van de verzekeraar heeft verweerster op 22 juli 2023 ontvangen en direct aan klaagster doorgezonden.

2.5 Verweerster heeft vervolgens weer haar medische dienst ingeschakeld en het advies van die medische dienst heeft verweerster op 11 oktober 2023 ontvangen en doorgezonden aan klaagster. Op 16 oktober 2023 heeft verweerster gereageerd naar de verzekeraar en daarna is er tussen verweerster en de verzekeraar verder gecorrespondeerd.

2.6 Vanaf eind 2023/begin 2024 ontstond er tussen klaagster en haar partner enerzijds en verweerster anderzijds verschil van inzicht over de kans van slagen van het voorleggen van de aansprakelijkheidstelling aan de rechter. Verweerster heeft meermaals aangegeven dat zij niet verwachte dat het laten erkennen van de aansprakelijkheid door de rechter zou slagen. Klaagster en haar partner waren het daar niet mee eens.

2.7 Bij e-mail van 20 januari 2024 heeft klaagster aan verweerster bericht dat het haar een verstandig idee leek om de samenwerking te stoppen, zodat zij de kans kreeg op zoek te gaan naar een andere advocaat. Diezelfde dag heeft verweerster daar per e-mail op gereageerd en gemeld dat zij het dossier aan de nieuwe advocaat zal overdragen. Dat is enige tijd daarna ook gebeurd.

2.8 Op 2 februari 2024 heeft klaagster een klacht tegen verweerster ingediend bij de deken. Die heeft doorverwezen naar de interne klachtenprocedure van het kantoor van verweerster. Omdat die interne klachtenprocedure niet heeft geleid tot een vergelijk heeft de deken het onderzoek naar de klacht verder opgepakt.  

 

3 KLACHT

3.1 De klacht houdt, zakelijk weergegeven, in dat verweerster tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld als bedoeld in artikel 46 Advocatenwet door:

a) niet (tijdig) te communiceren;

Toelichting: Verweerster reageerde soms lange tijd niet of in zijn geheel niet op e-mails van klaagster of die van de (verzekeraar van de) wederpartij. Vanaf het begin van de zaak hoorde klaagster vaak langere tijd niets van verweerster. Meerdere keren kwam het voor dat er weken/maanden niets gebeurde in de zaak. De offerte van de medisch adviseur kreeg klaagster pas binnen op 6 mei 2023 en pas op 20 juli 2023 werd een gesprek gepland tussen klaagster en de medisch adviseur. Dit gesprek werd vervolgens verplaatst, maar daarvan werd klaagster niet op de hoogte gesteld. Gedurende de rechtsbijstandsverlening heeft verweerster meermaals niet (goed) gecommuniceerd.

b) de opdracht onzorgvuldig uit te voeren en de belangen van klaagster onvoldoende te behartigen;

Toelichting: Klaagster heeft het vermoeden dat verweerster onvoldoende haar belangen heeft behartigd en meer aan de kant van de (verzekeraar van de) wederpartij stond. Dat vermoeden heeft zijn oorzaak er onder meer in dat verweerster de (verzekeraar van de) wederpartij lange tijd heeft gegeven om te reageren. Ook is verweerster na mailwisseling met de (verzekeraar van de) wederpartij van gedachten veranderd over hoe ze de zaak wilde aanpakken. Klaagster en haar partner hebben verweerster meerdere malen verzocht om te procederen. Voor verweerster was dat niet mogelijk, terwijl het wel op haar website staat vermeld. Ook vernam klaagster vanaf 8 december 2022 tot juli 2023 niets van de (verzekeraar van de) wederpartij en verweerster zette toen geen druk achter de zaak. Verweerster heeft ook alle mailwisselingen tussen haar en klaagster aan de nieuwe advocaat van klaagster overgelegd in plaats van enkel het inhoudelijke (medische) dossier en de communicatie met de (verzekeraar van de) wederpartij. Dit lijkt klaagster niet de bedoeling, want de mailwisseling tussen verweerster en klaagster was persoonlijk van aard. Dat had niet gedeeld hoeven worden met de nieuwe advocaat, omdat dit los van de zaak stond.

c) zich onnodig grievend over klaagster uit te laten en onjuiste informatie te verschaffen;

Toelichting: De manier van communiceren van verweerster past volgens klaagster niet bij een advocaat-cliënt relatie. Klaagster heeft verweerster daar meerdere keren op aangesproken, om vervolgens van verweerster te horen dat klaagster dan maar een andere advocaat moest kiezen. Ook dat vindt klaagster erg ongepast.

3.2 Op de mondelinge behandeling heeft klaagster de klacht nader toegelicht.

 

4 VERWEER

Verweerster heeft tegen de klacht verweer gevoerd. De raad zal hierna op het verweer ingaan.

 

5 BEOORDELING

Maatstaf

5.1 Naar vaste jurisprudentie van het Hof van Discipline dient de tuchtrechter bij de beoordeling van een tegen een advocaat ingediende klacht het aan de advocaat verweten handelen of nalaten te toetsen aan de in artikel 46 Advocatenwet omschreven normen, onder andere inhoudende dat advocaten zich dienen te onthouden van enig handelen of nalaten dat een behoorlijk advocaat niet betaamt.  Artikel 10a van de Advocatenwet bevat de kernwaarden onafhankelijkheid, partijdigheid, deskundigheid, (financiële) integriteit en vertrouwelijkheid die advocaten bij de uitoefening van hun beroep in acht dienen te nemen. Daarbij geldt dat een advocaat een bijzondere positie in de rechtsbedeling vervult. Een advocaat dient zich te onthouden van handelingen waardoor het vertrouwen in de advocatuur als zodanig wordt geschaad, en dient zich te allen tijde te onthouden van een handelen of nalaten dat een behoorlijk advocaat niet betaamt. De gedragsregels beogen invulling te geven aan de eisen die mogen worden gesteld aan een goede taakuitoefening door een behoorlijk advocaat. De tuchtrechter toetst aan de norm van artikel 46 van de Advocatenwet en niet aan de gedragsregels, waarbij de gedragsregels overigens zo nodig wel van betekenis kunnen zijn bij bedoelde toets.

5.2 Deze klacht gaat over de kwaliteit van de dienstverlening van de eigen advocaat. Er is pas sprake van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen als de kwaliteit duidelijk onder de maat is geweest. De tuchtrechter houdt bij de beoordeling rekening met de vrijheid die een advocaat heeft bij de wijze waarop hij een zaak behandelt. Ook houdt de tuchtrechter rekening met de keuzes waar een advocaat bij de behandeling van de zaak voor kan komen te staan. Die (keuze)vrijheid is niet onbeperkt, maar wordt begrensd door bepaalde eisen die aan het werk van de advocaat worden gesteld. Als algemene professionele standaard geldt dat de advocaat te werk moet gaan zoals van een redelijk bekwame en redelijk handelende beroepsgenoot mag worden verwacht.

Klachtonderdeel a): niet (tijdig) communiceren

5.3 De raad is van oordeel dat niet is komen vast te staan dat verweerster niet of niet tijdig communiceerde met klaagster en haar partner, althans niet zodanig dat sprake zou zijn van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen of nalaten. De zaak betreft een letselschadezaak tussen klaagster en haar partner en het ziekenhuis, welk ziekenhuis volgens klaagster en haar partner een aandoening bij hun zoontje niet heeft opgemerkt. In dergelijke gevallen is inschakeling van medisch deskundigen noodzakelijk om te beoordelen of een medische fout is gemaakt. Advocaten hebben die kennis niet. Door verweerster is dat op de zitting bij de raad ook toegelicht. Verweerster is daarbij dus afhankelijk van derden, in dit geval de medisch deskundige. Dat het een tijd heeft geduurd voordat die deskundige de tijd en mogelijkheid had voor een onderzoek ligt niet in de invloedsfeer van verweerster. Ook overigens is de raad niet gebleken dat verweerster niet of niet tijdig zou hebben gecommuniceerd. Dit klachtonderdeel zal de raad daarom ongegrond verklaren.

Klachtonderdeel b): opdracht onzorgvuldig uitvoeren en belangen klaagster onvoldoende behartigen

5.4 Ook is niet komen vast te staan dat verweerster de opdracht onzorgvuldig heeft uitgevoerd en de belangen van klaagster en haar partner onvoldoende zou hebben behartigd. Volgens klaagster zou dit onder meer blijken uit het feit dat zij de verzekeraar van het ziekenhuis een lange periode heeft gegund om te reageren. De raad ziet echter niet dat daarvan sprake is. Dat de verzekeraar lange tijd heeft genomen om te reageren, betekent niet automatisch dat verweerster de verzekeraar die tijd heeft gegund. Zo blijkt dat verweerster de verzekeraar in de periode januari tot en met juli 2023 meermaals heeft gerappelleerd.

5.5 Verweerster zou volgens klaagster gaandeweg van gedachten zijn veranderd over hoe zij de zaak wilde aanpakken. Zo daar al sprake van is, kunnen daar goede redenen voor zijn. Verweerster heeft echter toegelicht dat zij niet van gedachten is veranderd. De kern hiervan is dat bij een zogenoemd GUO-onderzoek geen protocol bestaat. Die informatie heeft verweerster van de deskundige ontvangen en verweerster mag op die informatie afgaan. Verweerster is daarmee niet van gedachten veranderd. De raad ziet ook hier geen tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen.

5.6 Dat geldt ook voor het advies van verweerster ten aanzien van de kansen van het starten van een procedure voor de rechtbank. Verweerster heeft klaagster en haar partner uitgelegd waarom zij een procedure voor de rechter als kansloos heeft ingeschat. Het is ook de taak van een advocaat om voor zijn of haar cliënten de kans van slagen van een gerechtelijke procedure in te schatten. Dat verweerster achter haar advies is blijven staan, terwijl klaagster en haar partner wel wilden procederen kan verweerster niet worden verweten.

5.7 Nadat de samenwerking tussen verweerster en klaagster en haar partner was geëindigd heeft verweerster het dossier overgedragen aan de nieuwe advocaat van klaagster. Een advocaat dient daarbij alle relevante stukken over te dragen en het is de raad niet gebleken dat er stukken zijn overgedragen die niet relevant waren. Dat er ook financiële stukken zijn overgedragen is logisch en relevant, want het gaat er in deze zaak ook om dat klaagster en haar partner kosten via een aansprakelijkheidstelling willen verhalen op de wederpartij. Ook klachtonderdeel b) zal de raad ongegrond verklaren.

Klachtonderdeel c): onnodig grievende uitlatingen en onjuiste informatie verschaffen

5.8 Het laatste klachtonderdeel zal de raad ook ongegrond verklaren. Het is de raad niet duidelijk geworden welke uitlatingen van verweerster (onnodig) grievend zouden zijn. Uit de overgelegde stukken is de raad niet van dergelijke uitlatingen gebleken. Ook ziet de raad niet welke onjuiste informatie verweerster zou hebben verstrekt. Ten aanzien van de kosten heeft verweerster toegelicht dat zij haar uren niet bij klaagster en haar partner in rekening heeft gebracht en dit ook niet zal doen. Wel heeft zij de kosten van de deskundige voorgeschoten en is tussen verweerster en klaagster en haar partner ten aanzien daarvan een betalingsregeling afgesproken. Dat verweerster nakoming van die regeling vraagt is niet klachtwaardig.

 

BESLISSING

De raad van discipline:

-    verklaart de klacht in al zijn klachtonderdelen ongegrond.

 

Aldus beslist door mr. S.C. Hagedoorn, voorzitter, mr. E.M.G. Pouls en mr. A.W. Siebenga, leden, bijgestaan door mr. H.P.J. Meijerink als griffier en uitgesproken in het openbaar op 5 januari 2026.

 

Griffier                                                                             Voorzitter

 

Verzonden op: 5 januari 2026