Naar boven ↑

Rechtspraak

Uitspraakdatum

05-01-2026

ECLI

ECLI:NL:TADRARL:2026:5

Zaaknummer

25-631/AL/OV

Inhoudsindicatie

Raadsbeslissing. De raad is van oordeel dat verweerder onvoldoende duidelijk is geweest over de door hem in rekening te brengen kosten en ook niet adequaat heeft gereageerd op de duidelijke signalen van klager dat de oplopende kosten een probleem zouden gaan worden. Nadien heeft verweerder zelfs nog ruim € 11.000 in rekening gebracht, terwijl verweerder eerder zelf had aangegeven dat normaal gesproken de meeste kosten wel gemaakt zouden zijn. Waarschuwing.

Uitspraak

Beslissing van de Raad van Discipline in het ressort Arnhem‑Leeuwarden

van 5 januari 2026

in de zaak 25-631/AL/OV

naar aanleiding van de klacht van:

 

klager

 

over

 

verweerder

 

1 VERLOOP VAN DE PROCEDURE 

1.1 Op 19 maart 2025 heeft klager bij de deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement Overijssel (hierna: de deken) een klacht ingediend over verweerder.

1.2 Op 17 september 2025 heeft de raad het klachtdossier met kenmerk 2480651 van de deken ontvangen.

1.3 De klacht is behandeld op de zitting van de raad van 10 november 2025. Daarbij waren klager en verweerder aanwezig. Van de behandeling is proces-verbaal opgemaakt.

1.4 De raad heeft kennisgenomen van het in 1.2 genoemde klachtdossier.

 

2 FEITEN

Voor de beoordeling van de klacht gaat de raad, gelet op het klachtdossier en de op de zitting afgelegde verklaringen, uit van de volgende feiten.

2.1 Klager en zijn echtgenote zijn verwikkeld in een echtscheidingsprocedure.

2.2 In dat kader hebben klager en zijn echtgenote via mediation geprobeerd om tot overeenstemming te komen, maar dat is niet gelukt.

2.3 Vervolgens hebben klager en zijn echtgenote zich ieder tot een eigen advocaat gewend. Klager werd vanaf toen bijgestaan door verweerder.

2.4 Bij brief van 8 januari 2024 heeft verweerder de opdracht aan klager bevestigd. In deze brief staat onder meer:

De exact te besteden hoeveelheid tijd is in uw zaak moeilijk vooraf te begroten. Er zal om die reden periodiek met u worden afgerekend op basis van de in de voorafgaande maand(en) bestede tijd. Daarbij zal een uurtarief van € 220 excl. 21% BTW en 7% kantoorkosten (€ 284,83 incl. 21% BW en 7% kantoorkosten) in rekening worden gebracht.

2.5 Klager en zijn echtgenote verschillen ten aanzien van de echtscheiding op verschillende vlakken van mening, waardoor er meerdere mondelinge behandelingen bij de rechtbank hebben plaatsgevonden. Rondom de situatie van de kinderen van klager en zijn echtgenote is de Raad voor de Kinderbescherming bij de zaak betrokken.

2.6 Er is geen ouderschapsplan en/of convenant door klager en zijn echtgenote opgesteld en ondertekend. De echtscheiding is wel uitgesproken en ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand.

2.7 Klager heeft zich inmiddels gewend tot een andere advocaat voor bijstand.

2.8 Op 19 maart 2025 heeft klager een klacht bij de deken ingediend over verweerder.

 

3 KLACHT

3.1 De klacht houdt, zakelijk weergegeven, in dat verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld als bedoeld in artikel 46 Advocatenwet door:

a) disproportionele declaraties te zenden zonder afronding van de zaak;

toelichting: Ondanks dat klager zelf het convenant en ouderschapsplan al in november 2023 volledig had opgesteld, heeft verweerder € 25.337,14 aan juridische kosten gefactureerd. Verweerder heeft de kosten niet van te voren duidelijk met klager gecommuniceerd. Verweerder heeft in zijn reactie benoemd korting op de facturen te hebben gegeven, maar die korting acht klager marginaal in verhouding tot het uiteindelijk gedeclareerde bedrag. In april 2024 heeft klager al aangegeven dat de oplopende kosten hem ernstig zorgen baarden, maar dat heeft geen kentering in de facturatie gebracht. Klager heeft zich meerdere keren tot verweerder gewend in verband met de oplopende kosten en het gebrek aan voortgang in de zaak. De zaak betrof geen complexe echtscheiding, maar er is onnodig gerekt zonder juridische noodzaak. Na meer dan een jaar is er nog steeds geen enkele verdeling vastgelegd en staat er niets op papier. De echtscheiding is nog steeds niet afgerond, terwijl dat al lang had gekund.

b) nalatig te zijn geweest in de afwikkeling van de echtscheiding van klager;

toelichting: Verweerder heeft klager niet geadviseerd over de gevolgen van het niet uitschrijven van zijn ex-echtgenote op zijn adres. Daardoor is klager € 4.100 aan toeslagen misgelopen, wat door een juist juridisch advies voorkomen had kunnen worden. Verweerder wist als advocaat van deze situatie en de mogelijke gevolgen, maar handelde daar niet naar. Dat is een gemiste signaleringsplicht met concrete schade tot gevolg, die niet verhaald kan worden op de ex-echtgenote van klager.

c) onnodige vertragingen niet te voorkomen;

toelichting: De ex-echtgenote van klager heeft gedurende anderhalf jaar geen enkele reactie gegeven op het door klager opgestelde convenant en ouderschapsplan. Verweerder heeft daarbij niet ingegrepen en ook geen juridische stappen ondernomen om een juridische afronding af te dwingen. Klager heeft eerdere klachten over de extreme declaraties en vertragingen bij verweerder ingediend, maar die heeft daar niets mee gedaan. De rechtbank heeft meerdere keren de zittingen en beslissingen uitgesteld met het argument dat dit ‘in het belang van de kinderen’ zou zijn. Door deze vertragingen werd echter niet alleen de omgangsregeling uitgesteld, maar had dit ook financiële gevolgen inzake de verdeling. Verweerder heeft ook geen actie ondernomen tegen de vertragingstactieken van de wederpartij.

3.2 Op de mondelinge behandeling heeft klager zijn klacht nader toegelicht.

 

4 VERWEER

Verweerder heeft tegen de klacht verweer gevoerd. De raad zal hierna op het verweer ingaan.

 

5 BEOORDELING

Maatstaf

5.1 Naar vaste jurisprudentie van het Hof van Discipline dient de tuchtrechter bij de beoordeling van een tegen een advocaat ingediende klacht het aan de advocaat verweten handelen of nalaten te toetsen aan de in artikel 46 Advocatenwet omschreven normen, onder andere inhoudende dat advocaten zich dienen te onthouden van enig handelen of nalaten dat een behoorlijk advocaat niet betaamt.  Artikel 10a van de Advocatenwet bevat de kernwaarden onafhankelijkheid, partijdigheid, deskundigheid, (financiële) integriteit en vertrouwelijkheid die advocaten bij de uitoefening van hun beroep in acht dienen te nemen. Daarbij geldt dat een advocaat een bijzondere positie in de rechtsbedeling vervult. Een advocaat dient zich te onthouden van handelingen waardoor het vertrouwen in de advocatuur als zodanig wordt geschaad, en dient zich te allen tijde te onthouden van een handelen of nalaten dat een behoorlijk advocaat niet betaamt. De gedragsregels beogen invulling te geven aan de eisen die mogen worden gesteld aan een goede taakuitoefening door een behoorlijk advocaat. De tuchtrechter toetst aan de norm van artikel 46 van de Advocatenwet en niet aan de gedragsregels, waarbij de gedragsregels overigens zo nodig wel van betekenis kunnen zijn bij bedoelde toets.

5.2 Deze klacht gaat over de kwaliteit van de dienstverlening van de eigen advocaat. Er is pas sprake van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen als de kwaliteit duidelijk onder de maat is geweest. De tuchtrechter houdt bij de beoordeling rekening met de vrijheid die een advocaat heeft bij de wijze waarop hij een zaak behandelt. Ook houdt de tuchtrechter rekening met de keuzes waar een advocaat bij de behandeling van de zaak voor kan komen te staan. Die (keuze)vrijheid is niet onbeperkt, maar wordt begrensd door bepaalde eisen die aan het werk van de advocaat worden gesteld. Als algemene professionele standaard geldt dat de advocaat te werk moet gaan zoals van een redelijk bekwame en redelijk handelende beroepsgenoot mag worden verwacht.

Klachtonderdeel a) disproportionele declaraties te zenden zonder afronding van de zaak 

5.3 Op 8 januari 2024 is de opdrachtbevestiging aan klager gezonden, met de daarin hierboven geciteerde passage. Vervolgens is verweerder voor klager aan de slag gegaan.

5.4 In de periode daarna heeft klager bij verweerder meerdere malen zijn zorgen geuit over de oplopende kosten, ook in relatie tot de verrichte werkzaamheden. Bij e-mailbericht van 2 april 2024 heeft klager expliciet aangegeven dat zijn financiële middelen ontoereikend zijn om nog veel langer op dezelfde voet door te gaan. Naar het oordeel van de raad heeft verweerder daar onvoldoende adequaat op gereageerd. Verweerder heeft aan klager op 4 april 2024 enkel bericht dat het echtscheidingsverzoek is ingediend en dat normaal gesproken de meeste kosten al gemaakt zouden moeten zijn. Dat bleek echter niet het geval, want nadien is door verweerder in ieder geval nog een vijftal declaraties aan klager gezonden voor een totaal bedrag van ruim € 11.000. Nu de echtscheidingsprocedure ook de verdeling van huwelijksgemeenschap en alimentatieverzoeken omvatte, was verweerder op de hoogte van de financiële situatie van klager. Klager heeft immers al vóór 2 april 2024 diverse financiële gegevens, zoals salarisstroken een jaaropgaves, aan verweerder verstrekt. Dat klager in zijn correspondentie steeds vriendelijk is gebleven en verweerder bedankte voor zijn werkzaamheden en inspanningen, doet er niet aan af dat verweerder de zorgen van klager over de oplopende kosten naar het oordeel van de raad onvoldoende serieus heeft genomen. Zulks ook bezien in het licht van de kennis die verweerder had over de financiële situatie van klager. Een gesprek hierover had toch op zijn minst op zijn plaats geweest.

5.5 Daar komt bij dat klager ook geen idee had hoe hoog de kosten zouden kunnen oplopen. In de opdrachtbevestiging heeft verweerder vermeld dat de hoeveelheid tijd moeilijk vooraf te begroten was en dat er daarom tussentijds gedeclareerd zou worden. Een advocaat dient er zorg voor te dragen dat bij het aanvaarden van de opdracht duidelijke afspraken zijn gemaakt over zijn honorarium, de doorbelasting van kosten en de wijze van declareren. De advocaat dient dus transparant te zijn over de kosten en veelal zal hij daarom een inschatting moeten geven van de te verwachten tijdbesteding en het totaal aan kosten. Er kunnen gevallen zijn dat een inschatting vooraf niet mogelijk is, maar een advocaat mag zich daar niet achter verschuilen als die inschatting redelijkerwijs wel te maken is. Daarbij speelt ook de ervaring van de betreffende advocaat op het betreffende rechtsgebied een rol. Het is de raad niet duidelijk geworden waarom het voor verweerder niet mogelijk was om vooraf een redelijke inschatting te maken, gelet op zijn ervaring als familierechtadvocaat. Wat daar echter ook van zij, op het moment dat klager meermaals expliciet zijn zorgen over de oplopende kosten uitsprak had het op de weg van verweerder gelegen daar ook expliciet op te reageren. Dat is niet gebeurd en daarna heeft verweerder klager nog ruim € 11.000 in rekening gebracht. De raad is van oordeel dat verweerder op het punt van het scheppen van duidelijkheid over zijn in rekening te brengen kosten tuchtrechtelijk tekort is geschoten. In zoverre zal de raad dit klachtonderdeel gegrond verklaren.

5.6 Of de in rekening gebrachte kosten disproportioneel zijn kan de raad niet beoordelen. Op het eerste gezicht lijken kosten van ruim € 25.000 voor een echtscheidingszaak, ook al is daarbij ook de Raad voor de Kinderbescherming betrokken, nogal fors. De gezonden declaraties zijn echter alle voorzien van een toelichting met urenspecificatie en daarin ziet de raad geen onregelmatigheden. Dit onderdeel van de klacht zal de raad ongegrond verklaren.  

5.7 Voor zover dit klachtonderdeel erop ziet dat de werkzaamheden van verweerder niet tot  afronding van de zaak hebben geleid zal de raad dat ongegrond verklaren. Dat na beëindigen van de werkzaamheden van verweerder de echtscheiding niet finaal afgewikkeld kon worden, kan verweerder niet worden verweten. Dit zal hierna bij de overige klachtonderdelen nog nader aan de orde komen.

Klachtonderdeel b): nalatig te zijn geweest in de afwikkeling van de echtscheiding

5.8 Klager verwijt verweerder hem er niet van op te hoogte te hebben gebracht dat het zich niet uitschrijven door zijn ex-echtgenote van zijn woonadres, gevolgen kon hebben voor te ontvangen toeslagen. De raad stelt voorop dat het primair op de weg van partijen zelf ligt om eventuele toeslagen aan te vragen en te bezien of zij daarvoor in aanmerking komen. Bovendien heeft verweerder toegelicht dat de ex-echtgenote mede-eigenaar van de woning was, zich niet wilde laten uitschrijven en dat zij daartoe ook niet gedwongen kan worden. De raad ziet niet dat verweerder hier tekort is geschoten in zijn advisering of dat hem anderszins een verwijt kan worden gemaakt. Dit klachtonderdeel zal de raad ongegrond verklaren.

Kl achtonderdeel c):  onnodige vertragingen niet voorkomen  

5.9 De zaak betreft een echtscheiding die tussen de ex-echtelieden niet in der minne geregeld kon worden. In dergelijke gevallen rest dan veelal niet anders dan de andere partij in rechte te betrekken. Dat kost tijd en daarbij is men afhankelijk van zowel de wederpartij als rechterlijke - en andere instanties. Dat verweerder daarbij (onnodige) vertragingen niet zou hebben voorkomen is de raad niet gebleken. Dit klachtonderdeel zal de raad ongegrond verklaren.

 

6 MAATREGEL

6.1 Nu de raad de klacht gedeeltelijk gegrond zal verklaren is de vraag of aan verweerder een maatregel moet worden opgelegd en zo ja welke.

6.2 Uit het voorgaande volgt dat de raad van oordeel is dat verweerder onvoldoende duidelijk is geweest over de door hem in rekening te brengen kosten en ook niet adequaat heeft gereageerd op de duidelijke signalen van klager dat de oplopende kosten een probleem zouden gaan worden. Nadien heeft verweerder zelfs nog ruim € 11.000 in rekening gebracht, terwijl verweerder zelf had aangegeven dat normaal gesproken de meeste kosten wel gemaakt zouden zijn.  Ook aan de facturen die daarna werden verstuurd ging geen waarschuwing of inschatting van kosten vooraf en verweerder heeft ook niet duidelijk gemaakt waarom nog zoveel kosten gemaakt werden. Verweerder is te makkelijk over de door klager gemelde problemen met de omvang van de facturen heen gestapt. Dit alles kan verweerder tuchtrechtelijk worden verweten. Dat de dienstverlening van verweerder inhoudelijk tekort zou hebben geschoten is de raad niet gebleken. Dit alles maakt dat de raad van oordeel is dat in dit geval de maatregel van een waarschuwing passend en geboden is.

 

7 GRIFFIERECHT EN KOSTENVEROORDELING

7.1 Omdat de raad de klacht gedeeltelijk gegrond verklaart, moet verweerder op grond van artikel 46e lid 5 Advocatenwet het door klager betaalde griffierecht van € 50 aan hem vergoeden binnen vier weken nadat deze beslissing onherroepelijk is geworden. Klager geeft binnen twee weken na de datum van deze beslissing zijn rekeningnummer schriftelijk aan verweerder door.

7.2 Omdat raad een maatregel oplegt, zal de raad verweerder daarnaast op grond van artikel 48ac lid 1 Advocatenwet veroordelen in de volgende proceskosten:

a) € 50 aan forfaitaire reiskosten van klager,

b) € 750 kosten van de Nederlandse Orde van Advocaten en

c) € 500 kosten van de Staat.

7.3 Verweerder moet het bedrag van € 50 aan forfaitaire reiskosten binnen vier weken nadat deze beslissing onherroepelijk is geworden, betalen aan klager. Klager geeft binnen twee weken na de datum van deze beslissing zijn rekeningnummer schriftelijk aan verweerder door.

7.4 Verweerder moet het bedrag van € 1.250 (het totaal van de in 7.2 onder b en c  genoemde kosten) binnen vier weken nadat deze beslissing onherroepelijk is geworden, overmaken naar rekeningnummer lBAN: NL85 lNGB 0000 079000, BIC: INGBNL2A, Nederlandse Orde van Advocaten, Den Haag, onder vermelding van “kostenveroordeling raad van discipline" en het zaaknummer.

 

BESLISSING

De raad van discipline:

-    verklaart klachtonderdeel a) gegrond ten aanzien van de (on)duidelijkheid omtrent de      kosten;

-    verklaart de overige klachtonderdelen (en klachtonderdeel a) voor het overige) ongegrond;

-    legt aan verweerder de maatregel van waarschuwing op;

-    veroordeelt verweerder tot betaling van het griffierecht van € 50 aan klager;

-    veroordeelt verweerder tot betaling van de reiskosten van € 50 aan klager, op de manier en binnen de termijn als hiervóór bepaald in 7.3;

-    veroordeelt verweerder tot betaling van de proceskosten van € 1.250 aan de Nederlandse Orde van Advocaten, op de manier en binnen de termijn als hiervóór bepaald in 7.4.

 

Aldus beslist door mr. S.C. Hagedoorn, voorzitter, mr. E.M.G. Pouls, mr. S.M. Bosch-Koopmans, mr. A.W. Siebenga en mr. E.H.M. Harbers leden, bijgestaan door mr. H.P.J. Meijerink als griffier en uitgesproken in het openbaar op 5 januari 2026.

 

Griffier                                                                             Voorzitter

 

Verzonden op: 5 januari 2026