Rechtspraak
Uitspraakdatum
05-01-2026
ECLI
ECLI:NL:TADRSHE:2026:2
Zaaknummer
25-645/DB/LI
Inhoudsindicatie
Raadsbeslissing. Klacht over de eigen advocaat over de kwaliteit van de dienstverlening ongegrond omdat niet is gebleken dat verweerder de met klager gemaakte afspraken niet is nagekomen, noch dat hij niet de benodigde stukken met de rechter gedeeld.
Uitspraak
Beslissing van de Raad van Discipline in het ressort ‘s-Hertogenbosch van 5 januari 2026
in de zaak 25-645/DB/LI
naar aanleiding van de klacht van:
klager
over:
verweerder
1 VERLOOP VAN DE PROCEDURE
1.1 Op 9 maart 2025 heeft klager tegen verweerder een klacht ingediend bij de deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement Limburg (hierna: “de deken”).
1.2 Op 23 september 2025 heeft de raad het klachtdossier met kenmerk K25-031 van de deken ontvangen.
1.3 De klacht is behandeld op de zitting van de raad van 17 november 2025. Verschenen zijn klager en verweerder.
1.4 De raad heeft kennisgenomen van het in 1.2 genoemde klachtdossier en van de volgende nagekomen stukken: - de e-mail met bijlagen van klager van 2 november 2025.
2 FEITEN
2.1 Voor de beoordeling van de klacht gaat de raad, gelet op het klachtdossier en de op de zitting afgelegde verklaringen, uit van de volgende feiten.
2.2 Tussen klager en de heer B is sprake (geweest) van een geschil over de erfgrens. Op 2 november 2022 heeft klager op het perceel van de heer B schade aan de tuin en beplanting aangebracht. Op enig moment heeft klager zich voor rechtsbijstand gewend tot verweerder.
2.3 B heeft een kort geding procedure jegens klager aanhangig gemaakt. In deze procedure heeft verweerder klager niet bijgestaan. Op 27 januari 2023 heeft de mondelinge behandeling in kort geding plaatsgevonden. Klager is zonder bijstand ter zitting verschenen. Klager heeft ter zitting erkend onrechtmatig te hebben gehandeld, waarmee de aansprakelijkheid voor de schade aan de tuin en de beplanting is komen vast te staan.
2.4 Klager en B verschilden van mening over de omvang van de schade. Partijen hebben afgesproken om een onafhankelijke deskundige in te schakelen voor het uitbrengen van een bindend advies over de omvang van de schade. Bij e-mail van 16 juni 2023 heeft klager zich akkoord verklaard met de voorgestelde deskundige en de te volgen procedure met betrekking tot de totstandkoming van het bindend advies.
2.5 De door partijen aangestelde deskundige, Van B, heeft op 27 oktober 2023 een conceptrapport aan partijen toegestuurd en hen in de gelegenheid gesteld op het conceptrapport te reageren. Klager heeft bij brief van 1 november 2023 op het concept gereageerd.
2.6 Op 30 november 2023 heeft de deskundige het definitieve rapport aan partijen toegestuurd. In het rapport is de schade begroot op een bedrag van € 83.435,56.
2.7 Bij e-mail van 29 november 2023 heeft mr. W klager gesommeerd tot betaling. Klager was het niet eens met de begroting van de schade en wilde zich niet aan de uitkomsten van het deskundigenrapport conformeren. Bij e-mails van 15 en 20 december 2023 heeft verweerder klager geadviseerd over de mogelijkheden. Verweerder heeft bij klager aangegeven dat de kans van slagen van een vordering tot vernietiging van het bindend advies niet groot was en dat een kritische beoordeling van het deskundigenrapport door een derde-deskundige de enige mogelijkheid zou zijn om het rapport bij de rechter van tafel te krijgen. Verweerder heeft klager gewezen op het risico van een proceskostenveroordeling. Klager en verweerder hebben afgesproken dat klager zelf op zoek zou gaan naar een deskundige, hetgeen klager heeft gedaan. Klager heeft offertes opgevraagd en derden gevraagd om het deskundigenrapport te beoordelen.
2.8 De heer B heeft in een bodemprocedure nakoming van het bindend advies en betaling van de door deskundige Van B vastgestelde schadevergoeding gevorderd.
2.9 Bij e-mail van 29 februari 2024 heeft verweerder aan klager puntsgewijs uitgelegd wat de inzet van de procedure en de mogelijkheden in de procedure zouden zijn. Verweerder heeft afwijzend gereageerd op klagers voorstel om foto’s in het geding te brengen.
2.10 Verweerder heeft een conclusie van antwoord, tevens houdende eis in reconventie, opgesteld en in concept aan klager toegestuurd. Na van klager verkregen akkoord heeft verweerder de conclusie op 5 maart 2024 ingediend. Verweerder heeft namens klager in reconventie de vernietiging van het bindend advies gevorderd.
2.11 Bij e-mail van 8 januari 2025 heeft verweerder aan klager gevraagd om met het oog op de op 13 januari 2025 geplande mondelinge behandeling na te denken over een bedrag waarvoor hij de zaak zou willen schikken.
2.12 Klager en de heer B hebben tijdens de schorsing van de mondelinge behandeling op 13 januari 2025 een minnelijke regeling getroffen, die is vastgelegd in een proces-verbaal.
2.13 Klager heeft op grond van de interne klachtenregeling een klacht ingediend tegen verweerder. De klacht is in behandeling genomen door de klachtenfunctionaris en met klager besproken. Bij brief van 10 maart 2025 heeft de klachtenfunctionaris aan klager bericht dat in zijn visie de klacht ongegrond was.
2.14 Op 9 maart 2025 heeft klager tegen verweerder een klacht ingediend bij de deken.
3 KLACHT
3.1 De klacht houdt, zakelijk weergegeven, in dat verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld als bedoeld in artikel 46 Advocatenwet. Klager verwijt verweerder het volgende:
1. Verweerder heeft zijn zorgplicht geschonden doordat hij de met klager gemaakte afspraken niet is nagekomen;
2. Verweerder heeft niet de benodigde stukken (fotos’en een offerte van FN) met de rechter gedeeld. Klager heeft tijdens de zitting geprobeerd om bepaalde stukken onder de aandacht van de rechter te brengen, waarop de rechter antwoordde dat deze stukken niet in het dossier zaten.
4 VERWEER
4.1 Verweerder heeft verweer gevoerd. De raad zal hierna, waar nodig, op het verweer ingaan.
5 BEOORDELING
5.1 Toetsingskader Deze klacht gaat over de kwaliteit van de dienstverlening van de advocaat. Er is pas sprake van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen als de kwaliteit duidelijk onder de maat is geweest. De tuchtrechter houdt bij de beoordeling rekening met de vrijheid die een advocaat heeft bij de wijze waarop hij een zaak behandelt. Ook houdt de tuchtrechter rekening met de keuzes waar een advocaat bij de behandeling van de zaak voor kan komen te staan. Die (keuze)vrijheid is niet onbeperkt, maar wordt begrensd door bepaalde eisen die aan het werk van de advocaat worden gesteld. Als algemene professionele standaard geldt dat de advocaat te werk moet gaan zoals van een redelijk bekwame en redelijk handelende beroepsgenoot mag worden verwacht.
5.2 Klachtonderdeel 1: nakoming van de afspraken Klager verwijt verweerder dat hij de afspraak, om excuses te eisen voor het feit dat klager door de heer B ten onrechte was beschuldigd van diefstal, niet is nagekomen. Verweerder heeft dit klachtonderdeel uitdrukkelijk weersproken. Verweerder heeft betwist dat klager is beschuldigd van diefstal en – in het verlengde daarvan – dat hij met klager heeft afgesproken om excuses te eisen. Gelet op deze betwisting is het aan klager om zijn stelling nader te onderbouwen. Dat klager is beschuldigd van diefstal blijkt niet uit de stukken en de beweerdelijk met verweerder gemaakte afspraak om excuses van de wederpartij te eisen, evenmin. Omdat de feitelijke grondslag van dit verwijt ontbreekt, kan dit klachtonderdeel niet gegrond worden verklaard.
5.3 Klachtonderdeel 2: het niet overleggen van stukken Klager verwijt verweerder dat hij de afspraken over de te volgen strategie niet is nagekomen. Verweerder heeft ook dit verwijt weersproken. De raad stelt op grond van de overgelegde stukken en hetgeen ter zitting naar voren is gebracht vast dat verweerder de aanpak van de zaak met klager heeft afgestemd en conform die afgesproken aanpak heeft gehandeld, terwijl klager ook in de gelegenheid is gesteld om te reageren op concepten. Op grond van de overgelegde stukken en hetgeen ter zitting naar voren is gebracht heeft de raad niet kunnen vaststellen dat verweerder gemaakte afspraken niet is nagekomen en in dat verband tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.
5.4 Zo verwijt klager verweerder dat hij de benodigde stukken niet met de rechter heeft gedeeld. De raad begrijpt dit klachtonderdeel zo, dat klager hier doelt op foto’s en een offerte van FN. Verweerder heeft dit verwijt gemotiveerd weersproken. De raad overweegt dat de advocaat bij de behandeling van een zaak de leiding heeft en vanuit zijn eigen verantwoordelijkheid dient te bepalen met welke aanpak de belangen van zijn cliënt het best zijn gediend. Dit uitgangspunt brengt met zich dat niet iedere weigering om aan een verzoek van een cliënt tot het indienen van stukken te voldoen tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen oplevert. Verweerder heeft gemotiveerd aan klager kenbaar gemaakt dat en waarom hij de foto’s en offerte niet in het geding zou brengen. Dat het overleggen van deze stukken de rechter niet tot een ander oordeel zou brengen, maakt onderdeel uit van de vrijheid die een advocaat heeft om de zaak te behandelen. Hierdoor heeft verweerder de hiervoor genoemde grenzen niet overschreden.
5.5 Naar het oordeel van de raad getuigt de bijstand zoals geschetst, niet van een kwaliteit van dienstverlening die onder de maat blijft van wat van een redelijk handelend en redelijk bekwaam advocaat mag worden verwacht. De klacht is derhalve in beide onderdelen ongegrond.
BESLISSING
De raad van discipline: - verklaart de klacht in beide onderdelen ongegrond.
Aldus beslist door mr. J.M.H. Schoenmakers, voorzitter, mrs. J.A.J.A. Luijten, A.J.C. Perdaems, leden, bijgestaan door mr. T.H.G. Huber-van de Langenberg als griffier, en uitgesproken op 5 januari 2026.
Griffier Voorzitter
Verzonden op: 5 januari 2026.
