Rechtspraak
Uitspraakdatum
08-01-2026
ECLI
ECLI:NL:TAHVD:2026:4
Zaaknummer
250447
Inhoudsindicatie
Klachten over de deken worden niet verwezen. De klachten/verwijzingsverzoeken zijn prematuur. Het onderzoek van verweerder naar de onderliggende klacht van klaagster is nog bezig en bevindt zich in het stadium waarin de standpunten van partijen worden uitgewisseld. Naar het oordeel van het hof moet verweerder eerst in staat worden gesteld het onderzoek naar de onderliggende klacht af te ronden met een zogenoemde dekenvisie. Indien de onderliggende klacht in het traject bij verweerder uiteindelijk niet naar tevredenheid van klaagster wordt opgelost, kan klaagster de klacht, na betaling van het griffierecht, voorleggen aan de Raad van Discipline en laten beoordelen door de tuchtrechter.
Uitspraak
Beslissing van de voorzitter van
het Hof van Discipline
van 8 januari 2026
in de zaak 250447
naar aanleiding van het verzoek van:
klaagster
tegen:
verweerder
1 HET VERZOEK
De voorzitter van het hof verwijst naar het e-mailbericht van 12 december 2025 van een stafmedewerker van verweerder aan het hof, met als bijlage onder meer een tweetal brieven van klaagster, van 30 september 2025 en 16 oktober 2025, waarin klaagster klachten over verweerder heeft geformuleerd. De klachten hebben betrekking op het onderzoek dat verweerder doet naar een klacht van klaagster over [mr. X], advocaat te Amsterdam en voormalig deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement Amsterdam (hierna: mr. X). De klacht over mr. X is door de voorzitter van het hof voor verder onderzoek en afhandeling verwezen naar verweerder.
2 DE BEOORDELING
2.1 Op grond van het bepaalde in artikel 46c lid 5 Advocatenwet dient een klacht over een deken in beginsel te worden verwezen naar een deken van een andere orde. De voorzitter beschouwt de klachten van klaagster over verweerder daarom tevens als een verzoek tot verwijzing. De voorzitter zal hiertoe echter niet beslissen en licht dit toe als volgt.
2.2 Naar het oordeel van de voorzitter zijn de klachten/de verwijzingsverzoeken prematuur.
2.3 Het onderzoek van verweerder naar de klacht van klaagster over mr. X is nog bezig en bevindt zich in het stadium waarin de standpunten van partijen worden uitgewisseld, met dien verstande dat verweerder zich door de klachten van klaagster over verweerder genoodzaakt heeft gezien het onderzoek naar de onderliggende klacht aan te houden.
2.4 Naar het oordeel van het hof moet verweerder eerst in staat worden gesteld het onderzoek naar de onderliggende klacht af te ronden met een zogenoemde dekenvisie. Indien de klacht over mr. X in het traject bij verweerder uiteindelijk niet naar tevredenheid van klaagster wordt opgelost, kan klaagster de klacht, na betaling van het griffierecht, voorleggen aan de Raad van Discipline en laten beoordelen door de tuchtrechter. Binnen de kaders van die procedure kan klaagster desgewenst ook naar voren brengen waarom het onderzoek door verweerder naar de mening van klaagster niet deugt. Daarom zal de voorzitter de klachten over verweerder niet verwijzen.
3 BESLISSING
De voorzitter van het Hof van Discipline:
wijst het verzoek tot verwijzing af.
Deze beslissing is genomen op 8 januari 2026 door mr. drs. P. Fortuin, plaatsvervangend voorzitter.
De beslissing is verzonden op 8 januari 2026.
