Rechtspraak
Uitspraakdatum
05-01-2026
ECLI
ECLI:NL:TADRSHE:2026:5
Zaaknummer
25-433/DB/OB
Inhoudsindicatie
Verzet. De raad is op grond van het verzetschrift van oordeel dat het verzet slaagt. De voorzitter heeft bij de beoordeling van de klacht weliswaar de juiste maatstaf toegepast, maar gezien de motivering van de beslissing heeft de voorzitter naar het oordeel van de raad onvoldoende rekening gehouden met de door klager naar voren gebrachte feiten, die slechts in zeer beperkte mate door verweerder zijn weersproken. Verzet gegrond. De raad vernietigt de beslissing van de voorzitter van 29 augustus 2025, bepaalt dat partijen worden opgeroepen voor de mondelinge behandeling van de klacht en houdt iedere verdere beslissing aan.
Uitspraak
Beslissing van de Raad van Discipline in het ressort ‘s-Hertogenbosch van 5 januari 2026 in de zaak 25-433/DB/OB
naar aanleiding van het verzet tegen de beslissing van de voorzitter van de raad van discipline van 29 augustus 2025 op de klacht van:
klagers
over:
verweerder
1 VERLOOP VAN DE PROCEDURE
1.1 Op 25 december 2025 hebben klagers tegen verweerder een klacht ingediend bij de deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement Oost-Brabant (hierna: “de deken”).
1.2 Op 27 juni 2025 heeft de raad het dossier met kenmerk 48|24|174K van de deken ontvangen.
1.3 Bij beslissing van 29 augustus 2025 heeft de voorzitter van de raad de klacht kennelijk ongegrond verklaard.
1.4 Op 26 september 2025 hebben klagers verzet ingesteld tegen de beslissing van de voorzitter.
1.5 Partijen zijn opgeroepen voor de mondelinge behandeling van het verzet tijdens de zitting van de raad op 17 november 2025. Verschenen zijn klagers. Verweerder is niet verschenen.
1.6 De raad heeft kennisgenomen van de beslissing van de voorzitter waartegen het verzet is gericht, van de stukken waarop de beslissing van de voorzitter is gebaseerd en van het verzetschrift.
2 VERZET
2.1 De gronden van het verzet houden het volgende in: Mr. L is geen voorzitter, zodat ook geen voorzittersbeslissing voorligt. Mr. L heeft de kerntaak van de raad ontkend. Mr. L heeft de aard van de klacht onjuist voorgesteld. Mr. L is bijzonder onzorgvuldig geweest, ook als hij de klacht niet of onvoldoende zou hebben gelezen, en er is gerechtvaardigde twijfel aan zijn oordelend vermogen. Mr. L heeft ten onrechte geoordeeld dat verweerder gebruik heeft gemaakt van het feitenmateriaal dat zijn cliënten hem hadden verschaft. De beslissing is apert onjuist, ver onder de maat, inconsistent en slecht gemotiveerd. Klagers hebben een gerechtvaardigd vermoeden dat zij bij de raad geen eerlijke procesgang hebben gehad en kunnen verwachten. De “voorzittersbeslissing” moet nietig worden verklaard en de zaak moet alsnog, zonder “voorzittersbeslissing”, op zitting komen.
3 BEOORDELING
3.1 Voordat de raad de klacht inhoudelijk kan beoordelen moet sprake zijn van een gegrond verzet. Een verzet is alleen gegrond als in redelijkheid moet worden betwijfeld of de beslissing van de voorzitter juist is. Twijfel kan bijvoorbeeld bestaan als de voorzitter een verkeerde maatstaf (toetsingsnorm) heeft toegepast of de beslissing heeft gebaseerd op onjuiste of onvolledige feiten.
3.2 De raad is op grond van het verzetschrift van oordeel dat het verzet voor een deel slaagt. Dat mr. L geen voorzitter zou zijn en er geen voorzittersbeslissing voorligt, zijn geen terechte gronden om het verzet te honoreren. De voorzitter heeft bij de beoordeling van de klacht voorts de juiste maatstaf toegepast. Gezien de motivering van de beslissing heeft de voorzitter naar het oordeel van de raad evenwel onvoldoende rekening gehouden met de door klager naar voren gebrachte feiten, die slechts in zeer beperkte mate door verweerder zijn weersproken.
3.3 Nu deze verzetgrond, die dus enkel betrekking heeft op de motivering van de beslissing van de voorzitter, slaagt, zal de raad de beslissing vernietigen en bepalen dat er een mondelinge behandeling volgt waarvoor partijen worden opgeroepen en inhoudelijk wordt ingegaan op de stellingen die door klager naar voren zijn gebracht. De raad wenst beide partijen alsdan te horen.
BESLISSING
De raad van discipline: - verklaart het verzet gegrond; - vernietigt de beslissing van de voorzitter van 29 augustus 2025; - bepaalt dat partijen worden opgeroepen voor de mondelinge behandeling van de klacht; - houdt iedere verdere beslissing aan.
Aldus beslist door mr. J.M.H. Schoenmakers, voorzitter, mrs. J.A.J.A. Luijten, A.J.C. Perdaems, leden, bijgestaan door mr. T.H.G. Huber-van de Langenberg als griffier, en uitgesproken op 5 januari 2026.
Griffier Voorzitter
Verzonden op: 5 januari 2026
