Naar boven ↑

Rechtspraak

Uitspraakdatum

05-01-2026

ECLI

ECLI:NL:TADRSHE:2026:3

Zaaknummer

25-568/DB/ZWB

Inhoudsindicatie

Verzet. De voorzitter heeft bij de beoordeling van de klacht de juiste maatstaf toegepast en voorts rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Verzet ongegrond. 

Uitspraak

Beslissing van de Raad van Discipline in het ressort ‘s-Hertogenbosch van 5 januari 2026 in de zaak 25-568/DB/ZWB

naar aanleiding van het verzet tegen de beslissing van de voorzitter van de raad van discipline van 7 oktober 2025 op de klacht van:

 

klager

over:

verweerster

 

 

1    VERLOOP VAN DE PROCEDURE

1.1    Op 6 mei 2025 heeft klager tegen verweerster een klacht ingediend bij de deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement Zeeland-West-Brabant (hierna: “de deken”). 

1.2    Op 21 augustus 2025 heeft de raad het dossier met kenmerk K25-035 van de deken ontvangen.

1.3    Bij beslissing van 7 oktober 2025 heeft de voorzitter van de raad de klacht kennelijk ongegrond verklaard.

1.4    Op 4 februari 2025 heeft klager verzet ingesteld tegen de beslissing van de voorzitter.

1.5    Partijen zijn opgeroepen voor de mondelinge behandeling van het verzet tijdens de zitting van de raad op 17 november 2025. Klager heeft aan de mondelinge behandeling deelgenomen met gebruikmaking van Microsoft Teams. Verweerster is fysiek ter zitting verschenen.

1.6    De raad heeft kennisgenomen van de beslissing van de voorzitter waartegen het verzet is gericht, van de stukken waarop de beslissing van de voorzitter is gebaseerd en van het verzetschrift.

2    FEITEN EN KLACHT

2.1    Voor een weergave van de vaststaande feiten en de omschrijving van de klacht verwijst de raad naar de beslissing van de voorzitter. 

 

3    VERZET

3.1    De gronden van het verzet houden het volgende in:  De voorzitter heeft de verkeerde maatstaf toegepast en de feiten verkeerd vastgesteld. De voorzitter heeft het bewust verzwijgen van een dwingend vormvereiste ten onrechte bestempeld als een juridisch geschilpunt. De voorzitter heeft ten onrechte de brief van klager aan de deken van 2 juli 2025 en de nagekomen e-mail met bijlage van 21 augustus 2025 niet meegenomen in de beoordeling.

 

4    BEOORDELING

4.1    Voordat de raad de klacht inhoudelijk kan beoordelen moet sprake zijn van een gegrond verzet. Een verzet is alleen gegrond als in redelijkheid moet worden betwijfeld of de beslissing van de voorzitter juist is. Twijfel kan bijvoorbeeld bestaan als de voorzitter een verkeerde maatstaf (toetsingsnorm) heeft toegepast of de beslissing heeft gebaseerd op onjuiste of onvolledige feiten. 

4.2    De raad is op grond van het verzetschrift van oordeel dat de verzetgronden van klager niet slagen. De voorzitter heeft bij de beoordeling van de klacht de juiste maatstaf toegepast en voorts rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Daarmee hoeft in redelijkheid niet te worden betwijfeld of de beslissing van de voorzitter juist is. 

4.3    Omdat het verzet tegen de beslissing van de voorzitter ook verder geen nieuwe gezichtspunten oplevert, is er geen plaats voor verder onderzoek naar de klacht. De raad zal het verzet daarom ongegrond verklaren.

 

BESLISSING

De raad van discipline:      verklaart het verzet ongegrond.

Aldus beslist door mr. J.M.H. Schoenmakers, voorzitter, mrs. J.A.J.A. Luijten, A.J.C. Perdaems, leden, bijgestaan door mr. T.H.G. Huber-van de Langenberg als griffier, en uitgesproken op 5 januari 2026.

Griffier    Voorzitter

Verzonden op: 5 januari 2026