Naar boven ↑

Rechtspraak

Uitspraakdatum

15-12-2025

ECLI

ECLI:NL:TADRSGR:2025:261

Zaaknummer

25-121/DH/RO

Inhoudsindicatie

Verzet ongegrond.

Uitspraak

Beslissing van de Raad van Discipline in het ressort Den Haag

van 15 december 2025 in de zaak 25-121/DH/RO

naar aanleiding van het verzet tegen de beslissing van de plaatsvervangend voorzitter van de raad van discipline van 16 april 2025 op de klacht van:

 

klager

over:

verweerder

gemachtigde: mr. A.F. Ammerlaan

 

1 VERLOOP VAN DE PROCEDURE

1.1 Bij brief van 27 augustus 2024 heeft klager bij de deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement Rotterdam (hierna: de deken) een klacht ingediend over verweerster.

1.2 Op 19 februari 2025 heeft de raad het klachtdossier met kenmerk R 2025/021 van de deken ontvangen.

1.3 Bij beslissing van 16 april 2025 heeft de plaatsvervangend voorzitter van de raad (hierna ook: de voorzitter) de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Deze beslissing is diezelfde dag verzonden aan partijen.

1.4 Bij brief van 7 mei 2025 heeft klager verzet ingesteld tegen de beslissing van de voorzitter. De raad heeft het verzetschrift op 8 mei 2025 ontvangen.

1.5 Het verzet is behandeld op de zitting van de raad van 3 november 2025. Daarbij waren klager, verweerder en zijn gemachtigde aanwezig.

1.6 De raad heeft kennisgenomen van de beslissing van de voorzitter waartegen het verzet is gericht, van de stukken waarop de voorzittersbeslissing is gebaseerd en van het verzetschrift. Ook heeft de raad kennisgenomen van klagers brieven met bijlagen van 14 mei 2025 en 7 oktober 2025.

2 VERZET

2.1 De gronden van het verzet houden, zakelijk weergegeven, in dat klager zich met de beslissing van de voorzitter en de gronden waarop deze berust, niet kan verenigen. Hij heeft daartoe onder meer aangevoerd dat sprake is van een onjuiste en onrechtmatig genomen beslissen, van een volkomen onjuiste toetsingsnorm en van onjuiste feiten. De voorzitter heeft de plank volkomen misgeslagen, aldus klager.

2.2 Tegen de vaststaande feiten en de klachtomschrijving komt klager in verzet niet kenbaar op.

3 FEITEN EN KLACHT

3.1 Voor de vaststaande feiten en de omschrijving van de klacht verwijst de raad naar de beslissing van de voorzitter.

4 BEOORDELING

4.1 Voordat de raad de klacht inhoudelijk kan beoordelen moet sprake zijn van een gegrond verzet. Een verzet is alleen gegrond als in redelijkheid moet worden betwijfeld of de beslissing van de voorzitter juist is. Twijfel kan bijvoorbeeld bestaan als de voorzitter een verkeerde maatstaf (toetsingsnorm) heeft toegepast of de beslissing heeft gebaseerd op onjuiste of onvolledige feiten.

4.2 De raad is van oordeel dat de door klager aangevoerde verzetgronden niet slagen; de voorzitter heeft bij de beoordeling de juiste maatstaf toegepast en heeft rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Daarmee hoeft in redelijkheid niet te worden betwijfeld of de beslissing van de voorzitter juist is.

4.3 Omdat het verzet tegen de beslissing van de voorzitter ook verder geen nieuwe gezichtspunten oplevert, is er geen plaats voor nader onderzoek naar de klacht. De raad zal het verzet daarom ongegrond verklaren.

BESLISSING

De raad van discipline verklaart het verzet ongegrond.

Aldus beslist door mr. H.F.R. van Heemstra, voorzitter, mrs. A. Schaberg en M.M. van Wijk, leden, bijgestaan door mr. C.M. van de Kamp als griffier en uitgesproken ter openbare zitting van 15 december 2025.

 

Griffier Voorzitter

 

Verzonden op: 15 december 2025