Rechtspraak
Uitspraakdatum
22-12-2025
ECLI
ECLI:NL:TADRSGR:2025:272
Zaaknummer
25-239/DH/DH
Inhoudsindicatie
Inhoudsindicatie
Verzet ongegrond.
Inhoudsindicatie
Uitspraak
Beslissing van de Raad van Discipline in het ressort Den Haag van 22 december 2025
in de zaak 25-239/DH/DH
naar aanleiding van het verzet tegen de beslissing van de plaatsvervangend voorzitter van de raad van discipline van 18 juni 2025 op de klacht van:
klaagster
over:
verweerder
gemachtigde: mr. R. Sanders
1 VERLOOP VAN DE PROCEDURE
1.1 Op 13 maart 2024 heeft klaagster bij de deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement Den Haag (hierna: de deken) een klacht ingediend over verweerder.
1.2 Op 9 april 2025 heeft de raad het klachtdossier met kenmerk K063 2024 van de deken ontvangen.
1.3 Bij beslissing van 18 juni 2025 heeft de plaatsvervangend voorzitter van de raad (hierna ook: de voorzitter) de klacht kennelijk ongegrond verklaard.
1.4 Op 14 juli 2025 heeft klaagster verzet ingesteld tegen de beslissing van de voorzitter.
1.5 Het verzet is behandeld op de zitting van de raad van 10 november 2025. Daarbij waren klaagster en verweerder, bijgestaan door zijn gemachtigde, aanwezig.
1.6 De raad heeft kennisgenomen van de beslissing van de voorzitter waartegen het verzet is gericht, van de stukken waarop de voorzittersbeslissing is gebaseerd en van het verzetschrift.
2 VERZET
2.1 De gronden van het verzet houden, zakelijk weergegeven, het volgende in:
2.2 Met betrekking tot overweging 1.9:
Verweerder heeft juist altijd beweerd dat hij weldegelijk kansen zag. Zijn houding en werkwijze tijdens de verhoren gaven echter blijk van oppervlakkigheid en niet doorvragen.
2.3 Met betrekking tot overweging 1.10:
De vragen die gesteld hadden moeten worden waren in opdracht van DAS. Verweerder heeft daardoor niet voldaan aan de opdracht. Omdat het rapport van het voorlopige getuigenverhoor te laat bij DAS arriveerde en verweerder al was betaald, heeft DAS afgezien van verdere opvolging.
2.4 Met betrekking tot overweging 3.1:
Klaagster heeft een andere lezing dan verweerder in zijn verweer heeft gesteld.
2.5 Met betrekking tot overweging 4.1:
Klaagster heeft er begrip voor dat de keuzevrijheid van een advocaat bij de behandeling van een zaak niet onbeperkt is, maar dat is geen rechtvaardiging om de vragen waarvoor het getuigenverhoor was geëntameerd niet te stellen.
2.6 Met betrekking tot overweging 4.2:
Klaagster is meer dan twee uur lang uitgebreid bevraagd door verweerder, terwijl hij de andere getuigen veel korter heeft bevraagd en de overeengekomen vragen niet heeft gesteld. Juist de onder ede gegeven antwoorden hadden een heel ander licht op de zaak kunnen laten schijnen. Klaagster voelde zich na het verhoor volkomen genegeerd, niet gesteund en niet vertegenwoordigd door verweerder.
2.7 Tegen de overige feiten en de klachtomschrijving komt klaagster in verzet niet op.
3 FEITEN EN KLACHT
3.1 Voor de vaststaande feiten en de omschrijving van de klacht verwijst de raad naar de beslissing van de voorzitter.
4 BEOORDELING
4.1 Voordat de raad de klacht inhoudelijk kan beoordelen moet sprake zijn van een gegrond verzet. Een verzet is alleen gegrond als in redelijkheid moet worden betwijfeld of de beslissing van de voorzitter juist is. Twijfel kan bijvoorbeeld bestaan als de voorzitter een verkeerde maatstaf (toetsingsnorm) heeft toegepast of de beslissing heeft gebaseerd op onjuiste of onvolledige feiten.
4.2 De raad is van oordeel dat de door klaagster aangevoerde verzetgronden niet slagen; de voorzitter heeft bij de beoordeling de juiste maatstaf toegepast en heeft rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. De feiten onder 1.9 en 1.10 in de voorzittersbeslissing zijn correct weergegeven. Er hoeft in redelijkheid niet te worden betwijfeld of de beslissing van de voorzitter juist is. Dat klaagster het met die uitkomst niet eens is, vormt geen reden om het verzet gegrond te verklaren.
4.3 Omdat het verzet tegen de beslissing van de voorzitter ook verder geen nieuwe gezichtspunten oplevert, is er geen plaats voor nader onderzoek naar de klacht. De raad zal het verzet daarom ongegrond verklaren.
BESLISSING
De raad van discipline verklaart het verzet ongegrond.
Aldus beslist door mr. S.M. Krans, voorzitter, mrs. N. de Boer en M. van Eck, leden, bijgestaan door mr. M.A.A. Traousis als griffier en uitgesproken ter openbare zitting van 22 december 2025.
Griffier Voorzitter
Verzonden op: 22 december 2025
