Rechtspraak
Uitspraakdatum
22-12-2025
ECLI
ECLI:NL:TADRARL:2025:279
Zaaknummer
25-319/AL/NN
Inhoudsindicatie
Raadsbeslissing. De klacht is niet tijdig ingediend. De klacht wordt niet-ontvankelijk verklaard.
Uitspraak
Beslissing van de Raad van Discipline in het ressort Arnhem Leeuwarden van 22 december 2025 in de zaak 25-319/AL/NN naar aanleiding van de klacht van:
klager gemachtigde: mr. M.J.W. Hoek
over
verweerder
1 VERLOOP VAN DE PROCEDURE
1.1 Op 23 februari 2024 heeft klager bij de deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement Noord-Nederland (hierna: de deken) een klacht ingediend over verweerder.
1.2 Op 12 mei 2025 heeft de raad het klachtdossier met kenmerk 2024 KNN027 / 2317919 van de deken ontvangen.
1.3 De klacht is behandeld op de zitting van de raad van 8 september 2025. Daarbij waren klager met zijn gemachtigde en verweerder aanwezig. Van de behandeling is proces-verbaal opgemaakt.
1.4 De raad heeft kennisgenomen van het in 1.2 genoemde klachtdossier.
2 FEITEN
Voor de beoordeling van de klacht gaat de raad, gelet op het klachtdossier en de op de zitting afgelegde verklaringen, uit van de volgende feiten.
2.1 Klager heeft begin 2017 400 melkschapen, afkomstig uit Frankrijk, verkocht en geleverd aan een koper. Sommige schapen bleken in september 2017 besmet te zijn met de CL-bacterie. De koper deelde dat mede aan klager en stelde klager op 12 maart 2018 aansprakelijk voor de schade. Verweerder was destijds als advocaat van klager bij deze kwestie betrokken.
2.2 Verweerder is op 1 januari 2021 bij een ander kantoor gaan werken. Op dezelfde datum heeft verweerder zich aan deze zaak onttrokken en is mr. K., de toenmalige kantoorgenoot van verweerder, voor klager gaan optreden.
3 KLACHT
3.1 De klachten van klager tegen verweerder en tegen de voormalige kantoorgenoot van verweerder zijn door de deken in één aanbiedingsbrief opgenomen en onderverdeeld in vier klachtonderdelen. Op de zitting van de raad heeft klager aangegeven dat alleen de klachtonderdelen a) en b) tegen verweerder zijn gericht. De raad zal daarom alleen op die klachtonderdelen een beslissing geven.
3.2 De klacht, voor zover nog aan de orde in deze klachtzaak houdt - zakelijk weergegeven - in dat verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld als bedoeld in artikel 46 Advocatenwet door:
a) de belangen van klager niet zorgvuldig te hebben waargenomen;
b) het verschil van mening tussen hem en klager over de wijze waarop de opdracht moest worden uitgevoerd niet in onderling overleg op te lossen, maar zich evenmin terug te trekken. In plaats daarvan heeft verweerder handelingen verricht tegen de kennelijke wil van klager in.
4 VERWEER
4.1 Verweerder heeft tegen de klacht verweer gevoerd. De raad zal hierna, waar nodig, op het verweer ingaan.
5 BEOORDELING
5.1 Een klacht over een advocaat moet worden ingediend binnen drie jaar nadat de klager op de hoogte was of redelijkerwijs kon zijn van de feiten waarover wordt geklaagd (artikel 46g lid 1 onder a Advocatenwet). Het moet gaan om kennis die de klager uit objectieve bronnen heeft verkregen. Als deze driejaarstermijn is verlopen zonder dat klager een klacht heeft ingediend, vervalt in principe het recht om te klagen. Dit is anders als klager pas na de driejaarstermijn over informatie beschikt (en ook daar niet eerder over kon beschikken), die gaat over de gevolgen van het handelen of nalaten waar de klacht over gaat. In dat geval vervalt het recht om te klagen één jaar nadat klager van de informatie kennis heeft genomen (artikel 46g lid 2 Advocatenwet). De achterliggende gedachte van deze regel is dat een advocaat niet tot in lengte van dagen rekening hoeft te houden met tuchtklachten over zijn doen en laten uit het verleden.
5.2 Verweerder heeft op 1 januari 2021 het kantoor verlaten. Per die datum heeft hij de zaak van klager aan zijn kantoorgenoot mr. K. overgedragen en is verweerder niet meer voor klager opgetreden. Het gestelde klachtwaardige handelen van verweerder heeft dus vóór die datum plaatsgevonden. Klager had daarom binnen drie jaar na die datum een klacht moeten indienen. Klager heeft zijn klacht echter pas op 23 februari 2024, en daarmee buiten deze termijn, ingediend. Dat klager wel binnen de driejarentermijn een klacht bij het kantoor van klager heeft ingediend, is geen omstandigheid waardoor de termijnoverschrijding verschoonbaar is. Op grond van het voorgaande zal de raad de klacht, met toepassing van artikel 46g Advocatenwet, niet-ontvankelijk verklaren. Aan een inhoudelijke beoordeling van de klacht komt de raad gelet hierop niet toe.
BESLISSING
De raad van discipline:
- verklaart de klacht niet-ontvankelijk.
Aldus beslist door mr. O.P. van Tricht, voorzitter, mrs. A.E. Mulder, E.J.C. de Jong, M.M. Kuyp, A.W. Siebenga, leden, bijgestaan door mr. W.B. Kok als griffier en uitgesproken in het openbaar op 22 december 2025.
Griffier Voorzitter
Verzonden op : 22 december 2025
