Naar boven ↑

Rechtspraak

Uitspraakdatum

18-12-2025

ECLI

ECLI:NL:TAHVD:2025:261

Zaaknummer

250406

Inhoudsindicatie

De voorzitter stelt vast dat deze klacht zodanig gebrekkig is geformuleerd dat niet duidelijk is wat de klacht precies inhoudt. De onderbouwing maakt een en ander niet bepaald inzichtelijker. De algemene verwijten en het onbehoorlijke taalgebruik maakt deze klacht naar het oordeel van de voorzitter niet voor verwijzing in aanmerking komt.  

Uitspraak

Beslissing van de voorzitter van het Hof van Discipline      van 18 december 2025

in de zaak 250406     

naar aanleiding van het verzoek van:                klager       tegen:

verweerster

 

1    HET VERZOEK

1.1    De voorzitter van het hof verwijst naar het e-mailbericht van 18 november 2025 van De Amsterdamse Orde van Advocaten, met als bijlages een klacht van klager tegen verweerster van 11 november 2025 en een e-mail van klager aan de Amsterdamse Orde van Advocaten van 21 oktober 2025.

1.2    Klager vindt dat verweerster de wettelijke plicht met voeten heeft getreden. Klager stelt dat hij wordt tegengewerkt met leugens en incompetentie.

2    DE BEOORDELING

2.1    Op grond van het bepaalde in artikel 46c lid 5 Advocatenwet dient een klacht tegen een deken in beginsel te worden verwezen naar een deken van een andere orde. De voorzitter zal hiertoe echter niet beslissen en licht dit als volgt toe.

2.2    De voorzitter stelt vast dat deze klacht zodanig gebrekkig is geformuleerd dat niet duidelijk is wat de klacht precies inhoudt. De onderbouwing maakt een en ander niet bepaald inzichtelijker. De algemene verwijten en het onbehoorlijke taalgebruik maakt deze klacht naar het oordeel van de voorzitter niet voor verwijzing in aanmerking komt.  

3    BESLISSING

De voorzitter van het Hof van Discipline:

- wijst het verzoek tot verwijzing af.

Deze beslissing is gewezen op 18 december 2025 door mr. drs. P Fortuin, plaatsvervangend voorzitter.

Plaatsvervangend voorzitter

De beslissing is verzonden op 18 december 2025.