Rechtspraak
Uitspraakdatum
18-12-2025
ECLI
ECLI:NL:TAHVD:2025:260
Zaaknummer
250440
Inhoudsindicatie
Het hof stelt vast dat de klacht niet is geconcretiseerd. Ook is de door klager geformuleerde klacht niet onderbouwd. Op grond van de inhoud van de klacht is niet duidelijk waar onderzoek naar zou moeten worden gedaan. Daarom zal het hof de klacht niet verwijzen.
Uitspraak
Beslissing van de voorzitter van het Hof van Discipline van 18 december 2025 in de zaak 250440 naar aanleiding van het verzoek van: klager tegen:
verweerster
1 HET VERZOEK
1.1 De voorzitter van het hof verwijst naar het e-mailbericht van 11 december 2025 van de stafjurist van de Orde van Advocaten Noord-Nederland. Hierin verzoekt de stafjurist aan de voorzitter van het hof een klacht over verweerster te verwijzen naar een andere deken voor onderzoek en behandeling.
1.2 Klager heeft op 8 december 2025 een klacht ingediend tegen verweerster. Hij heeft aangevoerd dat er sprake is van verwijtbaar handelen, links laten liggen, de ogen sluiten, Oost-Indisch doof zijn en collega’s/bekenden indekken. Verweerster heeft volgens klager rechtspraak onwaardig gehandeld door openlijke valse processtrategieën te laten voor wat het is. Indirect heeft verweerster daarmee ouderverstoting, onthechting en vervreemding gefaciliteerd.
2 DE BEOORDELING
2.1 Op grond van het bepaalde in artikel 46c lid 5 Advocatenwet dient een klacht tegen een deken in beginsel te worden verwezen naar een deken van een andere orde. De voorzitter zal hiertoe echter niet beslissen en licht dit als volgt toe.
2.2 Het hof stelt vast dat de klacht niet is geconcretiseerd. Ook is de door klager geformuleerde klacht niet onderbouwd. Op grond van de inhoud van de klacht is niet duidelijk waar onderzoek naar zou moeten worden gedaan. Daarom zal het hof de klacht niet verwijzen.
3 BESLISSING
De voorzitter van het Hof van Discipline:
- wijst het verzoek tot verwijzing af.
Deze beslissing is gewezen op 18 december 2025 door mr. J.D. Streefkerk, plaatsvervangend voorzitter.
Plaatsvervangend voorzitter
De beslissing is verzonden op 18 december 2025.
