Rechtspraak
Uitspraakdatum
19-12-2025
ECLI
ECLI:NL:TAHVD:2025:264
Zaaknummer
250236H
Inhoudsindicatie
Herzieningsverzoek van klager kennelijk niet-ontvankelijk.
Uitspraak
Beslissing van 19 december 2025
in de zaak 250236H
naar aanleiding van het verzoek tot herziening van:
verzoeker
1 DE BESLISSING WAARVAN HERZIENING WORDT VERZOCHT
Het hof verwijst naar zijn beslissing van 19 september 2025 naar aanleiding van het beklag op grond van artikel 13 Advocatenwet (zaaknummer 250236). In deze beslissing is het beklag van verzoeker ongegrond verklaard. De beslissing is onder ECLI:NL:TAHVD:2025:180 gepubliceerd op tuchtrecht.nl.
2 HET VERZOEK TOT HERZIENING
2.1 Verzoeker heeft per e-mail van 26 september 2025 verzocht om herziening van de beslissing van het hof. Verder bevat het herzieningsdossier het verweerschrift van de deken.
2.2 Het hof heeft de zaak in raadkamer behandeld op grond van artikel 4 lid 2 van het herzieningsprotocol.
3 BEOORDELING
de mogelijkheid tot herziening
3.1 Het hof stelt voorop dat tegen een beslissing van het hof in de Advocatenwet geen gewoon rechtsmiddel is opengesteld. De Advocatenwet voorziet evenmin in de mogelijkheid tot herziening van een uitspraak van de tuchtrechter. Daarom is een verzoek om herziening van een uitspraak van het hof in beginsel niet-ontvankelijk en neemt het hof zo’n verzoek niet in behandeling.
3.2 In artikel 1.2 van het Herzieningsprotocol van het hof zijn de uitzonderingen op deze regel geformuleerd en in artikel 1.3 van het Herzieningsprotocol is bepaald dat alleen advocaten, aan wie een maatregel is opgelegd in de betreffende beslissing, een beroep op die uitzonderingen uit 1.2 het Herzieningsprotocol kunnen doen.
ontvankelijkheid van het herzieningsverzoek
3.3 Verzoeker voldoet niet aan de eis, die in artikel 1.3 van het Herzieningsprotocol is neergelegd. Hij is immers geen advocaat aan wie een maatregel is opgelegd.
3.4 Ook is geen sprake van een uitzonderingssituatie als bedoeld in de uitspraak van het hof van 26 september 2022, ECLI:NL:TAHVD:2022:141, waarin het herzieningsverzoek werd toegewezen omdat het hof ten onrechte twee processtukken van de klaagster buiten beschouwing had gelaten (schending van het beginsel van hoor en wederhoor). Uit het herzieningsverzoek van verzoeker blijkt immers dat hij het niet eens is met de beslissing van het hof van 19 september 2025 en in het bijzonder niet met de uitleg door het hof van het woord ‘gerechtvaardigd’ en van de artikelen 5 EVRM en 38m Wetboek van Strafrecht. In feite klaagt verzoeker daarmee over de motivering van de beslissing door het hof. Motiveringsklachten leveren naar vaste jurisprudentie van het hof geen schending van een fundamenteel rechtsbeginsel op (zie Hoge Raad, bijvoorbeeld HR 23 juni 1995, NJ 1995/661 en HvD 27 januari 2019, ECLI:NL:TAHVD:2020:5 en HvD 16 december 2022, ECLI:NL:TAHVD:2022:173).
3.5 Er is feitelijk sprake van een verkapt hoger beroep, waarvoor een herzieningsverzoek niet is bedoeld. Het herzieningsverzoek is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.
4 BESLISSING
Het Hof van Discipline:
- verklaart het herzieningsverzoek niet-ontvankelijk.
Deze beslissing is gewezen door mr. J.D. Streefkerk, voorzitter, mrs. J.C.A.T. Frima en
G.C. Endedijk, leden, in tegenwoordigheid van mr. N.A.M. Sinjorgo, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 19 december 2025.
griffier voorzitter
De beslissing is verzonden op 19 december 2025 .
