Naar boven ↑

Rechtspraak

Uitspraakdatum

03-12-2025

ECLI

ECLI:NL:TADRSGR:2025:250

Zaaknummer

25-656/DH/DH

Inhoudsindicatie

Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in een familierechtelijke procedure. Verweerster heeft de ingediende correspondentie niet als vertrouwelijk hoeven aan te merken. Niet gebleken dat verweerster onvoldoende professionele distantie heeft betracht. Zij mocht haar cliënte beschermen tegen de beschuldigingen van klager. Ook heeft verweerster niet ondoelmatig gehandeld. Klacht kennelijk ongegrond.

Uitspraak

Beslissing van de voorzitter van de Raad van Discipline in het ressort Den Haag

van 3 december 2025 in de zaak 25-656/DH/DH

naar aanleiding van de klacht van:

 

klager

over:

verweerster

De plaatsvervangend voorzitter van de raad van discipline (hierna ook: de voorzitter) heeft kennisgenomen van de brief van de deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement Den Haag (hierna: de deken) van 25 september 2025 met kenmerk K205 2025 en van de op de inventaris genoemde bijlagen.

 

1 FEITEN

Voor de beoordeling van de klacht gaat de voorzitter, gelet op het klachtdossier, uit van de volgende feiten.

1.1 Klager heeft diverse geschillen met zijn ex-partner. De ex-partner werd daarin aanvankelijk bijgestaan door mr. [G]. Vanaf augustus 2024 staat (ook) verweerster de ex-partner bij in enkele procedures. Klager is in deze geschillen bijgestaan door mr. [S] en tijdens diens vakantie door zijn waarnemer mr. Van [M].

1.2 Bij vonnis in kort geding van 7 mei 2024 heeft de voorzieningenrechter onder meer een contactverbod opgelegd aan klager jegens de ex-partner, omdat sprake was van zeer frequente berichten met grote omvang die in veel gevallen beschuldigend van toon en onnodig grievend waren.

1.3 In een (ander) kort geding heeft verweerster e-mailcorrespondentie overgelegd dat is gevoerd tussen:

- klager en mr. [G];

- klager en mr. [S];

- mr. [G] en mr. Van [M].

1.4 Op 5 augustus 2024 heeft klager aan mr. [G] medegedeeld:

“Mr [S] zal u spoedig informeren dat zij mij niet bijstaat in kind gerelateerde zaken zoals uw punten rondom reistoestemming. (…)”

1.5 Op 20 augustus 2024 heeft verweerster mr. [S] aangeschreven over de onderwerpen BSO, het paspoort van de dochter en toestemming voor een vakantie.

1.6 Op 23 augustus 2024 heeft klager aan verweerster geschreven:

“(…) 1. Allereerst stelt het teleur dat u mijn advocaten aanschrijft. Waarom doet u dat? Sinds maandag, 5 augustus 2024 09:43 weet uw cliënte dat zij mij niet vertegenwoordigen in kindgerelateerde zaken, maar alleen in het hoger beroep. U schrijft mij aan voor zaken uit de email van de genoemde 5 augustus 2024. In die email had u kunnen lezen dat mijn advocaten mij niet vertegenwoordig voor kindgerelateerde zaken. Hoe verklaart u uw handelen? Ik wil dat graag uitdrukkelijk van u weten omdat ik het klachtwaardig handelen vind.

(…)

Kindermishandeling door uw cliënte en professionele hulp

3. Uw cliënte hoort ook beter te weten. Ik heb haar er nu meermaals op gewezen dat het een ernstig probleem is dat zij de strijd maar kan staken. Zij kan haar haat en wrok tegen mij niet wegfilteren. Veilig Thuis heeft er voor gewaarschuwd dat dit nadelige gevolgen heeft voor onze dochter. Het is immers een aanslag op mijn belastbaarheid en mijn beschikbaarheid. En (zie https://www.vechtscheidingshulp.nl/faq-items/is-inter-ouder-strijdgedrag-kindermishandeling/) haar gedrag wordt gekwalificeerd als kindermishandeling. Het moet echt stoppen. (…)”

1.7 Op 23 augustus 2024 heeft verweerster aan klager geschreven:

“Dank voor uw reactie. Ik zal u in het vervolg in deze procedure direct aanschrijven aangezien u er bewust voor kiest niet bijgestaan te worden door een advocaat. (…) Wel wil ik hierbij opmerken dat ik er niet van gediend ben hoe u spreekt over cliënte, noch hoe u mij meermaals wijst op de gedragsregels en verzoek u dit in het vervolg achterwege te laten. Los van het feit dat de gedragsregels door mij worden nageleefd, komen die voort uit een zorgplicht naar cliënte en niet naar u. (…)”

1.8 Op 1 september 2024, aangevuld op 2 september 2024, heeft klager bij de deken een klacht ingediend over verweerster.

1.9 Op 22 november 2024 heeft verweerster gereageerd op de klacht. Daarin heeft er onder meer op gewezen dat klager meerdere klachten heeft ingediend tegen mr. [G] en professionele instanties die bij de kwestie betrokken zijn, alsmede driemaal afgewezen wrakingsverzoeken heeft gedaan. Volgens verweerster is daarmee een patroon zichtbaar.

1.10 Bij repliek van 13 december 2024 heeft klager zijn klacht aangevuld.

2 KLACHT

2.1 De klacht houdt, zakelijk weergegeven, in dat verweerster tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld als bedoeld in artikel 46 Advocatenwet. Klager verwijt verweerster het volgende.

a) Verweerster heeft vertrouwelijke e-mailcorrespondentie van klager ingebracht in een procedure;

b) Verweerster heeft onvoldoende professionele distantie bewaard, door blijk te geven van persoonlijke geraaktheid door in haar communicatie te stellen: "Wel wil ik hierbij opmerken dat ik er niet van gediend ben hoe u spreekt over cliënte.”;

c) Verweerster heeft klagers recht op een weerwoord en vrijheid van meningsuiting proberen in te perken, terwijl daarvoor geen enkele aanleiding was;

d) Verweerster heeft ondoelmatig gehandeld, door klagers advocaat te blijven aanschrijven over kind gerelateerde onderwerpen en door niet te werken aan praktische en juridisch verantwoorde oplossingen;

e) Verweerster heeft klager gediskwalificeerd en zijn fundamentele rechten geschonden, door klager in een negatief daglicht te verwijten dat hij regelmatig klachten indient.

3 VERWEER

3.1 Verweerster heeft tegen de klacht verweer gevoerd. De voorzitter zal hierna, waar nodig, op het verweer ingaan.

4 BEOORDELING

Toetsingskader

4.1 Deze zaak betreft een klacht over de advocaat van de wederpartij. Voor alle advocaten geldt dat zij partijdig zijn en in principe alleen de belangen van hun eigen cliënt hoeven te behartigen. Zij hebben veel vrijheid om te doen wat in het belang van hun cliënt nodig is, maar die vrijheid is wel begrensd. Advocaten mogen de belangen van de wederpartij niet onnodig of op een ontoelaatbare manier schaden. Zij mogen zich bijvoorbeeld niet onnodig kwetsend uitlaten over de wederpartij. Ook mogen advocaten niet bewust onjuiste informatie verschaffen. Daarbij geldt dat advocaten er in beginsel van mogen uitgaan dat de informatie die zij van hun cliënt hebben gekregen juist is. Slechts in uitzonderingsgevallen zijn advocaten gehouden de juistheid van die informatie te controleren. Tot slot hoeven advocaten in het algemeen niet af te wegen of het voordeel dat zij voor hun cliënt willen bereiken, opweegt tegen het nadeel dat zij aan de wederpartij toebrengen.

4.2 Verder geldt dat in familierechtkwesties de advocaat ervoor moet waken dat de verhoudingen tussen partijen niet escaleren. Van de advocaat mag een zekere terughoudendheid worden verwacht in het doen van uitlatingen over de wederpartij die deze naar verwachting als kwetsend zal ervaren, en in het starten van procedures. De advocaat moet daarbij in iedere zaak afwegen:

– het belang van zijn cliënt bij het voeren van de procedure,

– het belang van de wederpartij én dat van de kinderen bij het voorkomen daarvan,

– het verloop van het geschil tot dan toe en

– de kans op succes van de procedure.

Relevante gedragsregels

4.3 Klager verwijt in zijn klacht(en) naar de Gedragscode voor advocaten in het Personen- en Familierecht uit de Inschrijvingsvoorwaarden advocatuur 2025 krachtens de Wet op de Rechtsbijstand. Deze inschrijvingsvoorwaarden zijn algemeen verbindende voorschriften, die regels bevatten waarnaar de advocaten die bij de Raad voor Rechtsbijstand zijn ingeschreven zich moeten richten (zie HvD 11 januari 2019, ECLI:NL:TAHVD:2019:1 en HvD 8 maart 2024, ECLI:NL:TAHVD:2024:73). Verweerster is blijkens het register van de Raad voor Rechtsbijstand aldaar ingeschreven op onder meer het rechtsgebied ‘Personen- en Familierecht’. Dat betekent dat zij ook tuchtrechtelijk aan deze gedragscode gehouden worden. De relevante gedragscodes zijn:

Gedragscode 5: De advocaat hanteert een professionele distantie, maar de-escaleert waar dat nodig is. Hij onderkent de gebruikelijke emoties, maar wakkert ze niet aan. In correspondentie vermijdt hij taalgebruik dat de wederpartij of zijn advocaat diskwalificeert of als onnodig grievend ervaren kan worden.

Gedragscode 6: De advocaat gebruikt al zijn vaardigheden om conflicten terug te brengen tot hun (juridische) kern en werkt doelgericht naar praktische oplossingen. Hij spreekt andere betrokkenen in de procedure daar op aan.

Gedragscode 7: De advocaat zorgt dat financiële en emotionele kosten zoveel mogelijk beperkt blijven, aan beide zijden.

4.4 De advocatuur kent ook haar eigen gedragsregels: de Gedragsregels advocatuur 2018. De voorzitter zal bij de beoordeling van deze klacht aansluiting zoeken bij de overeenkomstige gedragsregels, zijnde:

Gedragsregel 2 lid 1: De advocaat vermijdt dat zijn onafhankelijkheid in de uitoefening van zijn beroep in gevaar zou kunnen komen.

Gedragsregel 3 lid 1: Lid 1: De advocaat is op grond van de wet verplicht tot geheimhouding; zo dient de advocaat te zwijgen over bijzonderheden van door hem behandelde zaken, de persoon van zijn cliënt en de aard en omvang van diens belangen.

Gedragsregel 3 lid 5: Indien de advocaat aan een wederpartij of een derde vertrouwelijkheid heeft toegezegd of deze vertrouwelijkheid voortvloeit uit de aard van zijn relatie met een derde, zal de advocaat deze vertrouwelijkheid ook jegens zijn cliënt in acht nemen.

Gedragsregel 6 lid 1: De advocaat streeft een doelmatige behandeling van de zaak na en houdt in het oog dat ook ten laste van een wederpartij of andere betrokkenen geen onnodige kosten worden gemaakt.

Gedragsregel 7: De advocaat dient zich niet onnodig grievend uit te laten.

Gedragsregel 26 lid 1: Onverminderd het bepaalde in regel 27 dient een advocaat die aan een andere advocaat mededelingen wenst te doen die hij vertrouwelijk behandeld wil zien, dit verlangen duidelijk kenbaar te maken vóór de verzending van de eerste van deze mededelingen.

4.5 Bij deze toetsing is de tuchtrechter niet gebonden aan de gedragsregels, maar die regels kunnen, gezien ook het open karakter van de wettelijke norm, daarbij wel van belang zijn. Of sprake is van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen hangt af van de feitelijke omstandigheden en wordt door de tuchtrechter per geval beoordeeld.

Klachtonderdeel a)

4.6 De voorzitter ziet geen reden waarom de correspondentie die verweerster heeft ingediend als vertrouwelijk zou moeten worden aangemerkt.

4.7 E-mailcorrespondentie met een wederpartij valt niet onder de geheimhoudingsplicht. De e-mailcorrespondentie tussen klager en mr. [G] was dus niet vertrouwelijk. Dat in de e-mails van mr. [G] aan klager een disclaimer was opgenomen over de verspreiding daarvan, maakt die correspondentie niet alsnog vertrouwelijk – voor zover de disclaimer al juridisch afdwingbaar is. Ook had zij klager niet om toestemming hoeven vragen om dit in te mogen dienen.

4.8 Verweerster heeft daarnaast toegelicht dat zij de e-mailcorrespondentie van klager met zijn advocaat zelf (althans: via mr. [G], die op dat moment nog het dossier behandelde) van klager heeft ontvangen. Dit is door klager niet betwist. Met dit handelen heeft klager zelf het vertrouwelijke karakter van die berichten ontnomen. Verweerster mocht daar vervolgens gebruik van maken.

4.9 Tot slot is niet gebleken dat mr. [G] en mr. Van [M] voorafgaand hebben afgesproken dat hun e-mailcorrespondentie vertrouwelijk is. Dat is wel vereist volgens gedragsregel 26 lid 1. Er is dus geen reden om deze e-mailwisseling als vertrouwelijk te beschouwen. Ook had zij klager niet om toestemming hoeven vragen om dit in te mogen dienen.

4.10 Klachtonderdeel a) is kennelijk ongegrond.

Klachtonderdelen b) en c)

4.11 Het is de voorzitter niet gebleken dat verweerster, in strijd met de kernwaarde onafhankelijkheid en gedragsregel 2, onvoldoende professionele distantie heeft betracht ten opzichte van haar cliënte. Verweerster heeft overgebracht dat zij niet gediend is van de uitlatingen van klager over haar cliënte. Kennelijk zag dat op de beschuldig van klaagster over kindermishandeling door de ex-partner. Ter bescherming van de belangen van haar cliënte mocht verweerster, als partijdige belangenbehartiger, daar een opmerking over maken. Klager mag zijn communicatie beleefd vinden, maar verweerster heeft dit als een ernstige beschuldiging mogen aanmerken en reden gezien hebben om dit te weerspreken. Daarbij kan ook in aanmerking worden genomen dat de voorzieningenrechter al eerder heeft vastgesteld dat klager zich onnodig grievend over de ex-partner had uitgelaten. Klager wijst op zijn recht op een weerwoord en vrijheid van meningsuiting, maar dat geldt zo ook voor (de advocaat van) zijn wederpartij. Een advocaat hoeft niet alles over haar kant te laten gaan van een wederpartij en mag haar cliënte tegen beschuldigen als deze beschermen. Dat verweerster de betreffende passage vanuit de ik-vorm heeft geschreven,

4.12 Klachtonderdelen b) en c) zijn kennelijk ongegrond.

Klachtonderdeel d)

4.13 De voorzitter ziet niet in dat verweerster ondoelmatig heeft gehandeld. Klager heeft alleen aan mr. [G] laten weten dat zijn advocaat hem niet meer bijstaat in de kind gerelateerde onderwerpen. Uit het dossier volgt niet dat klager dat ook aan verweerster heeft medegedeeld, zodat zij op 20 augustus 2025 nog in de veronderstelling verkeerde dat mr. [S] klager nog vertegenwoordigde. Nadat klager haar daar alsnog op had gewezen, heeft zij bevestigd hem in het vervolg direct aan te schrijven. Verweerster heeft daarmee gehandeld zoals van haar kon worden verwacht.

4.14 Daarnaast wordt verweerster verweten zich niet tot de juridische kern van de zaak te hebben beperkt, door 96 pagina’s aan producties in te dienen over toestemming voor een niet nader gespecificeerde vakantie in mei 2025 die niets met de zaak te maken had. Klager heeft dit echter niet met stukken onderbouwd, zodat de raad niet kan vaststellen of verweerster daarmee tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Overigens geldt daarbij dat het debat daarover in beginsel gevoerd moet worden bij de rechtbank en niet aan de tuchtrechter.

4.15 Klachtonderdeel d) is kennelijk ongegrond.

Klachtonderdeel e)

4.16 Beklaagde advocaten mogen op een tuchtklacht verweer voeren zoals hen dat goeddunkt. Ook voor advocaten geldt de vrijheid van meningsuiting, hoewel zij zich daarbij in het kader van de beroepsuitoefening in het openbaar discreet en waardig dienen op te stellen. Het is de voorzitter niet gebleken dat verweerster die (ruime) vrijheid te buiten is gegaan. Zij heeft de klacht in perspectief mogen plaatsen door te wijzen op klagers opstelling in de procedure en jegens andere betrokkenen. Dat kan klager niet leuk vinden om mee geconfronteerd te worden, maar verweerster heeft dat dienstig mogen achten voor haar verweer. Als het al kwetsend was, dan was het in elk geval niet onnodig kwetsend. Dat heeft verweerster bovendien met een zakelijke toon naar voren gebracht. Klachtonderdeel e) is kennelijk ongegrond.

Afsluitende opmerkingen

4.17 Voor zover klager bedoeld heeft nog andere klachtonderdelen naar voren te brengen, waaronder schending van ‘algemene gedragsregels’, overweegt de voorzitter nog dat ook uit de rest van het voorliggende dossier niet is gebleken van enig tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen van verweerster.

4.18 De voorzitter zal de klacht kennelijk ongegrond verklaren.

BESLISSING

De voorzitter verklaart de klacht, met toepassing van artikel 46j van de Advocatenwet, kennelijk ongegrond.

Aldus beslist door mr. H.F.R. van Heemstra, plaatsvervangend voorzitter, bijgestaan door mr. M.A.A. Traousis als griffier en uitgesproken in het openbaar op 3 december 2025.

Griffier Voorzitter

Verzonden op: 3 december 2025