Rechtspraak
Uitspraakdatum
11-12-2025
ECLI
ECLI:NL:TAHVD:2025:258
Zaaknummer
250415
Inhoudsindicatie
Niet-verwijzing klacht over deken. Klager klaagt over de volledig uitblijvende behandeling van zijn klacht over wijlen mr. S. Klager stelt dat zijn (daaruit volgende) schade het directe gevolg is van het ontbreken van toezicht, het structureel niet behandelen van de klachten van klager door verweerster en het afschermen van een advocaat die aantoonbaar tegen zijn belangen heeft gehandeld. Uit de bij de klacht bijgevoegde bijlage kan het hof niet afleiden dat verweerster de klacht(en) van klager over wijlen mr. S. niet in behandeling wenst te nemen. Het hof kan hieruit slechts afleiden dat verweerster weigert informatie te verstrekken over de beroepsaansprakelijkheidsverzekering van wijlen mr. S. In zoverre is de klacht over (het niet behandelen van de klacht over wijlen mr. S door) verweerster door het hof niet te verifiëren en is er in zoverre geen grond tot verwijzing voor onderzoek naar een andere deken. Het hof is niet bevoegd verweerster te bevelen informatie te verstrekken. Het hof is evenmin bevoegd te oordelen over door verweerster al dan niet veroorzaakte schade. Verweerster is ook geen partij in een eventuele door klager jegens (de verzekeraar van) mr. S te beginnen procedure tot verhaal van zijn schade.
Uitspraak
Beslissing van de voorzitter van het Hof van Discipline van 11 december 2025 in de zaak 250415 naar aanleiding van de klacht van:
klager
tegen:
verweerster
1 HET VERZOEK
De voorzitter van het hof verwijst naar de brief met bijlage van 21 november 2025 van klager, bij de griffie van het hof ontvangen op 24 november 2025. Klager dient in deze brief een klacht in over verweerster in haar hoedanigheid van deken. De klacht is aangevuld met twee stukken gedateerd op 21 november 2025 en binnengekomen bij het hof op 25 november 2025.
2 DE BEOORDELING
2.1 Op grond van het bepaalde in artikel 46c lid 5 Advocatenwet dient een klacht over een deken in beginsel te worden verwezen naar een deken van een andere orde. De voorzitter zal hiertoe echter niet beslissen en licht dit als volgt toe.
2.2 Uit de toelichting op de klacht begrijpt de voorzitter dat klager op enig moment bij verweerster een klacht heeft ingediend over mr. S, zijnde de advocaat die klager heeft bijgestaan in een aansprakelijkheidsprocedure.
2.3 Op 11 november 2025 heeft klager bij verweerster informatie opgevraagd over de beroeps-aansprakelijkheidsverzekeraar van mr. S. De voorzitter begrijpt dat verweerster die informatie niet heeft gegeven. Hierna heeft klager zijn klacht over verweerster ingediend bij het hof.
2.4 Klager verzoekt in zijn klacht het hof: 1. Vast te stellen dat de Deken ernstig tekort is geschoten in haar wettelijke verplichtingen; 2. Te bevelen dat de gevraagde informatie onverwijld wordt verstrekt; 3. Te bepalen dat het nalaten van de Deken tuchtrechtelijk verwijtbaar is; 4. Te oordelen dat de Deken medeverantwoordelijk is voor de door klager geleden schade.
Klager klaagt over de volledig uitblijvende behandeling van zijn klacht over wijlen mr. S. Klager stelt dat zijn (daaruit volgende) schade het directe gevolg is van het ontbreken van toezicht, het structureel niet behandelen van de klachten van klager door verweerster en het afschermen van een advocaat die aantoonbaar tegen zijn belangen heeft gehandeld.
In de aanvullingen verzoekt klager het hof mede om zijn klachten over wijlen mr. S te behandelen.
2.5 Uit de bij de klacht bijgevoegde bijlage ‘Tweede rappel - weigering verstrekking verzekeringsgegevens [mr. S]’ kan het hof niet afleiden dat verweerster de klacht(en) van klager over wijlen mr. S. niet in behandeling wenst te nemen. Het hof kan hieruit slechts afleiden dat verweerster weigert informatie te verstrekken over de beroepsaansprakelijkheidsverzekering van wijlen mr. S. In zoverre is de klacht over (het niet behandelen van de klacht over wijlen mr. S door) verweerster door het hof niet te verifiëren en is er in zoverre geen grond tot verwijzing voor onderzoek naar een andere deken.
2.6 Voor de behandeling van de klachten van klager over wijlen mr. S is in eerste instantie alleen de deken bevoegd. Aan het verzoek van klager aan het hof om zijn klachten over wijlen mr. S te behandelen kan het hof dus niet voldoen. Daarnaast is het zo dat na het overlijden van een advocaat de behandeling van een klacht over die advocaat in beginsel niet plaatsvindt (artikel 47a, lid 5 Advocatenwet).
2.7 Het hof is niet bevoegd verweerster te bevelen informatie te verstrekken. Het hof is evenmin bevoegd te oordelen over door verweerster al dan niet veroorzaakte schade. Verweerster is ook geen partij in een eventuele door klager jegens (de verzekeraar van) mr. S te beginnen procedure tot verhaal van zijn schade.
2.8 Gelet op het vorenstaande zal de voorzitter de klacht over verweerster niet verwijzen.
3 BESLISSING
De voorzitter van het Hof van Discipline:
wijst het verzoek tot verwijzing af.
Deze beslissing is gewezen op 11 december 2025 door mr. drs. P. Fortuin, plaatsvervangend voorzitter.
Plaatsvervangend voorzitter
De beslissing is verzonden op 11 december 2025.
