Naar boven ↑

Rechtspraak

Uitspraakdatum

24-11-2025

ECLI

ECLI:NL:TADRSGR:2025:238

Zaaknummer

25-488/DH/DH

Inhoudsindicatie

Verzetbeslissing. In zijn verzetschrift heeft klager geen verzetgronden aangevoerd die de raad aanleiding geven om aan de juistheid van de voorzittersbeslissing te twijfelen. Verzet ongegrond. Voor zover klager in zijn verzetschrift een nieuwe klacht over verweerder heeft ingediend, is het verzet niet-ontvankelijk.

Uitspraak

Beslissing van de Raad van Discipline in het ressort Den Haag van 24 november 2025 in de zaak 25-488/DH/DH naar aanleiding van het verzet tegen de beslissing van de plaatsvervangend voorzitter van de raad van discipline van 25 augustus 2025 op de klacht van:

klager

over:

verweerder

1    VERLOOP VAN DE PROCEDURE 1.1    Op 2 juni 2025 heeft klager bij de deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement Den Haag (hierna: de deken) een klacht ingediend over verweerder.  1.2    Op 23 juli 2025 heeft de raad het klachtdossier met kenmerk K132 2025 van de deken ontvangen.  1.3    Op 25 augustus 2025 heeft de voorzitter van de raad (hierna ook: de voorzitter) de klacht van klager kennelijk niet-ontvankelijk verklaard wegens misbruik van recht. Deze beslissing is op dezelfde datum verzonden aan partijen. 1.4    Op 22 september 2025 heeft klager verzet ingesteld tegen de beslissing van de voorzitter. De raad heeft het verzetschrift op dezelfde datum digitaal ontvangen. 1.5    De raad heeft het verzet inhoudelijk behandeld op de zitting van 13 oktober 2025. Klager en verweerder waren daarbij aanwezig. Van de behandeling is proces verbaal opgemaakt. 1.6    De raad heeft kennisgenomen van de beslissing van de voorzitter waartegen het verzet is gericht, van de stukken waarop de voorzittersbeslissing is gebaseerd en van het verzetschrift. 

2    VERZET 2.1    Uit het verzetschrift blijkt dat klager het niet eens is met de beslissing van de voorzitter. In dat kader heeft klager, zakelijk weergegeven, gesteld dat verweerder namens de N.V.  twee procedures voert waar geen toestemming voor is gegeven door de Algemene Vergadering van Aandeelhouders (AVA). Daarbij heeft klager benadrukt dat het om recente zaken gaat. Ook heeft klager gesteld dat de huidige bestuurder van de vennootschap een tegenstrijdig belang heeft, onrechtmatig gelden uit de vennootschap heeft opgenomen en uit rancune handelt in plaats van de belangen van de N.V. te behartigen.  2.2    Tegen de vaststaande feiten en de klachtomschrijving komt klager in verzet niet op.

3    FEITEN EN KLACHTOMSCHRIJVING 3.1    Voor de vaststaande feiten en de omschrijving van de klacht verwijst de raad naar de beslissing van de voorzitter.   4    BEOORDELING 4.1    Voordat de raad de klacht inhoudelijk kan beoordelen moet sprake zijn van een gegrond verzet. Een verzet is alleen gegrond als in redelijkheid moet worden betwijfeld of de beslissing van de voorzitter juist is. Twijfel kan bijvoorbeeld bestaan als de voorzitter een verkeerde maatstaf (toetsingsnorm) heeft toegepast of de beslissing heeft gebaseerd op onjuiste of onvolledige feiten. 4.2    De raad stelt vast dat de verwijten die klager verweerder in zijn klacht van 2 juni 2025 heeft gemaakt eerder al door de plaatsvervangend voorzitter van de raad zijn beoordeeld en toen bij diens beslissing van 17 maart 2025 als kennelijk ongegrond zijn afgedaan wegens misbruik van klachtrecht (ECLI:NL:TADRSGR:2025:49). Mede om die reden heeft de voorzitter de klacht in de thans door klager aangevochten beslissing kennelijk niet-ontvankelijk verklaard vanwege misbruik van recht. In zijn verzetschrift heeft klager geen verzetgronden aangevoerd die de raad aanleiding geven om aan de juistheid van de voorzittersbeslissing van 25 augustus 2025 te twijfelen. Het verzet levert ook verder geen nieuwe gezichtspunten op, zodat er ook overigens geen plaats is voor nader onderzoek naar de klacht. In zoverre is het verzet dan ook eveneens ongegrond. 4.3    Voor zover klager in zijn verzetschrift een nieuwe klacht over verweerder heeft ingediend met betrekking tot het voeren van een tweede procedure zonder toestemming van de AVA is het verzet niet-ontvankelijk. In een verzetprocedure staat immers de beslissing van de voorzitter centraal en de raad dient te beoordelen of in redelijkheid moet worden betwijfeld of die beslissing juist is. Voor de inhoudelijke beoordeling van een nieuwe klacht is in verzet geen plaats.

BESLISSING De raad van discipline:

- verklaart het verzet tegen de voorzittersbeslissing van 25 augustus 2025 op de klacht van 2 juni 2025 ongegrond; - verklaart het verzet, voor zover klager daarin een nieuwe klacht over verweerder heeft geformuleerd, niet-ontvankelijk.

Aldus beslist door mr. A.E.A.M. van Waesberghe, voorzitter, mrs. D.G.M. van den Hoogen en C.J. van Weering, leden, bijgestaan door mr. A.E. van Oost  als griffier en uitgesproken in het openbaar op 24 november 2025.

Griffier                Voorzitter

Verzonden op: 24 november 2025