Naar boven ↑

Rechtspraak

Uitspraakdatum

08-12-2025

ECLI

ECLI:NL:TADRSHE:2025:166

Zaaknummer

24-944/DB/ZWB

Inhoudsindicatie

Verzet. De voorzitter heeft bij de beoordeling van de klacht de juiste maatstaf toegepast en voorts rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Ongegrond. 

Uitspraak

Beslissing van de Raad van Discipline in het ressort ‘s-Hertogenbosch van 8 december 2025 in de zaak 24-944/DB/ZWB

naar aanleiding van het verzet tegen de beslissing van de voorzitter van de raad van discipline van 29 januari 2025 op de klacht van:

  klager

en

klaagster

over:

verweerder

1    VERLOOP VAN DE PROCEDURE

1.1    Op 25 maart 2024 hebben klagers tegen verweerder een klacht ingediend bij de deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement Zeeland-West-Brabant (hierna: “de deken”). 

1.2    Op 19 december 2024 heeft de raad het dossier met kenmerk K24-023 van de deken ontvangen.

1.3    Bij beslissing van 29 januari 2025 heeft de plaatsvervangend voorzitter van de raad (hierna: “voorzitter”) de klacht kennelijk ongegrond verklaard.

1.4    Op 4 februari 2025 hebben klagers verzet ingesteld tegen de beslissing van de voorzitter.

1.5    Partijen zijn opgeroepen voor de mondelinge behandeling van het verzet tijdens de zitting van de raad op 27 oktober 2025. Verschenen zijn klaagster en verweerder.

1.6    De raad heeft kennisgenomen van de beslissing van de voorzitter waartegen het verzet is gericht, van de stukken waarop de beslissing van de voorzitter is gebaseerd, van het verzetschrift en van de volgende nagekomen stukken:  -    de e-mail met bijlagen van klagers van 1 oktober 2025; -    de e-mail met bijlage van verweerder van 20 oktober 2025.

2    FEITEN EN KLACHT

2.1    Voor een weergave van de vaststaande feiten en de omschrijving van de klacht verwijst de raad naar de beslissing van de voorzitter. 

 

3    VERZET

3.1    De gronden van het verzet houden het volgende in: 

De klacht is ten onrechte kennelijk ongegrond verklaard. Verweerder is ten onrechte niet ingegaan op de brief van mr. T en heeft het gestelde in die brief niet weerlegd. Klagers willen aan de klacht toevoegen dat verweerder zich niet onafhankelijk heeft opgesteld. Verweerder heeft niet gereageerd op de opmerkingen en vragen van klagers. Verweerder had onvoldoende kennis om de claim te kunnen beoordelen en had de zaak moeten teruggeven aan de deken.

4    BEOORDELING

4.1    Voordat de raad de klacht inhoudelijk kan beoordelen moet sprake zijn van een gegrond verzet. Een verzet is alleen gegrond als in redelijkheid moet worden betwijfeld of de beslissing van de voorzitter juist is. Twijfel kan bijvoorbeeld bestaan als de voorzitter een verkeerde maatstaf (toetsingsnorm) heeft toegepast of de beslissing heeft gebaseerd op onjuiste of onvolledige feiten. 

4.2    De raad is op grond van het verzetschrift van oordeel dat de verzetgronden van klagers niet slagen. De voorzitter heeft bij de beoordeling van de klacht de juiste maatstaf toegepast en voorts rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Daarmee hoeft in redelijkheid niet te worden betwijfeld of de beslissing van de voorzitter juist is. 

4.3    Omdat het verzet tegen de beslissing van de voorzitter ook verder geen nieuwe gezichtspunten oplevert, is er geen plaats voor verder onderzoek naar de klacht. De raad zal het verzet daarom ongegrond verklaren.

BESLISSING

De raad van discipline:     

verklaart het verzet ongegrond.

Aldus beslist door mr. R.A.J. van Leeuwen, voorzitter, mrs. A.J.F. van Dok, W.A.A.J. Fick-Nolet, leden, bijgestaan door mr. T.H.G. Huber-van de Langenberg als griffier, en uitgesproken op 8 december 2025.

Griffier    Voorzitter

Verzonden op: 8 december 2025