Rechtspraak
Uitspraakdatum
01-12-2025
ECLI
ECLI:NL:TADRARL:2025:260
Zaaknummer
25-280/AL/NN
Inhoudsindicatie
Verzetbeslissing. Verzet ongegrond.
Uitspraak
Beslissing van de Raad van Discipline in het ressort Arnhem-Leeuwarden
van 1 december 2025
in de zaak 25-280/AL/NN
naar aanleiding van het verzet tegen de beslissing van de plaatsvervangend voorzitter van de raad van discipline van 10 maart 2025 op de klacht van:
klager
over
verweerster
1 VERLOOP VAN DE PROCEDURE
1.1 Op 22 april 2024 heeft klager bij de deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement Noord-Nederland (hierna: de deken) een klacht ingediend over verweerster. Op 23 mei 2024 heeft de deken het onderzoek naar de klacht tijdelijk gestaakt, in afwachting van een procedure bij het gerechtshof. Op 24 september 2024 heeft klager de deken verzocht zijn klacht weer op te pakken.
1.2 Op 24 april 2025 heeft de raad het klachtdossier met kenmerk 2024 NNN053/2338978 van de deken ontvangen.
1.3 Bij beslissing van 16 juni 2025 heeft de plaatsvervangend voorzitter van de raad (hierna ook: de voorzitter) de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Op 26 juni 2025 heeft klager verzet ingesteld tegen de beslissing van de voorzitter.
1.4 Het verzet is behandeld op de zitting van de raad van 3 oktober 2025 . Daarbij was klager aanwezig. Verweerster heeft zich afgemeld voor de zitting en is niet verschenen.
1.5 De raad heeft kennisgenomen van de beslissing van de voorzitter waartegen het verzet is gericht, van de stukken waarop de voorzittersbeslissing is gebaseerd, van het verzetschrift en van de stuken van verweerster van 18 september 2025 .
2 VERZET
2.1 De gronden van het verzet houden in dat klager zich niet kan vinden in de uitspraak van de voorzitter en dat hij de beschuldigingen in de stukken van verweerster zo erg vindt, dat hij de beslissing van de voorzitter niet kan begrijpen.
2.2 Tegen de vaststaande feiten en de klachtomschrijving komt klager in verzet niet op.
3 FEITEN EN KLACHT
Voor de vaststaande feiten en de omschrijving van de klacht verwijst de raad naar de beslissing van de voorzitter.
4 BEOORDELING
4.1 Voordat de raad de klacht inhoudelijk kan beoordelen moet sprake zijn van een gegrond verzet. Een verzet is alleen gegrond als in redelijkheid moet worden betwijfeld of de beslissing van de voorzitter juist is. Twijfel kan bijvoorbeeld bestaan als de voorzitter een verkeerde maatstaf (toetsingsnorm) heeft toegepast of de beslissing heeft gebaseerd op onjuiste of onvolledige feiten.
4.2 De raad is van oordeel dat de door klager aangevoerde verzetgronden niet slagen; de voorzitter heeft bij de beoordeling de juiste maatstaf toegepast en heeft rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Daarmee hoeft in redelijkheid niet te worden betwijfeld of de beslissing van de voorzitter juist is.
4.3 Omdat het verzet tegen de beslissing van de voorzitter ook verder geen nieuwe gezichtspunten oplevert, is er geen plaats voor nader onderzoek naar de klacht. De raad zal het verzet daarom ongegrond verklaren.
BESLISSING
De raad van discipline:
- verklaart het verzet ongegrond.
Aldus beslist door mr. M. Jansen, voorzitter, mr. G.N. Paanakker en mr. Y.M. Nijhuis, leden, bijgestaan door mr. H.P.J. Meijerink als griffier en uitgesproken in het openbaar op 1 december 2025.
Griffier Voorzitter
Verzonden op: 1 december 2025
