Rechtspraak
Uitspraakdatum
01-12-2025
ECLI
ECLI:NL:TAHVD:2025:248
Zaaknummer
240311
Inhoudsindicatie
Klager heeft een klacht ingediend tegen de advocaat van de wederpartij. Klager verwijt verweerder zijn geheimhoudingsverplichting te hebben geschonden, door een e-mail van zijn advocaat integraal te citeren in zijn spreekaantekeningen. Het hof is met de raad van oordeel dat verweerder de normen van gedragsregel 26 en 27 niet heeft geschonden en bekrachtigt de beslissing van de raad.
Uitspraak
Beslissing van 1 december 2025 in de zaak 240311
naar aanleiding van het hoger beroep van:
klager
tegen:
verweerder
gemachtigde: mr. W.J.L de Clerck
1 INLEIDING
1.1 Klager heeft een klacht ingediend tegen de advocaat van de wederpartij. Klager verwijt verweerder zijn geheimhoudingsverplichting te hebben geschonden, door een e-mail van zijn advocaat integraal te citeren in zijn spreekaantekeningen. Het hof is met de Raad van Discipline in het ressort Den Haag (hierna: de raad) van oordeel dat verweerder de normen van gedragsregel 26 en 27 niet heeft geschonden en bekrachtigt de beslissing van de raad.
1.2 Het hof zet eerst het verloop van de procedure bij de raad en het hof uiteen. Vervolgens zet het hof het volgende op een rij: de feiten, de klacht en de beoordeling van de raad. Daarna volgen de redenen waarom klager in beroep is gekomen en hoe het hof daarover oordeelt.
2 DE PROCEDURE
Bij de raad van discipline
2.1 De raad heeft in de zaak tussen klager en verweerder (zaaknummer: 24-176/DH/DH) een beslissing gewezen op 21 oktober 2024. In deze beslissing is de klacht van klager deels ongegrond en deels niet-ontvankelijk verklaard.
2.2 Deze beslissing is onder ECLI:NL:TADRSGR:2024:184 op tuchtrecht.nl gepubliceerd.
Bij het hof van discipline
2.3 Het beroepschrift van klager tegen de beslissing is op 5 november 2024 ontvangen door de griffie van het hof.
2.4 Verder bevat het dossier van het hof: - de stukken van de raad; - het verweerschrift van verweerder. 2.5 Het hof heeft de zaak mondeling behandeld tijdens de openbare zitting van 6 oktober 2025. Daar zijn klager en verweerder, bijgestaan door zijn gemachtigde, verschenen.
3 FEITEN
3.1 Het hof stelt de volgende feiten vast.
3.2 Klager heeft in juli 2022 via [X] een accommodatie geboekt en betaald. Omdat de accommodatie niet voldeed aan de verwachtingen van klager, heeft hij bij aankomst de boeking geannuleerd en ter plekke een andere accommodatie geboekt. Klager wenste (onder meer) terugbetaling van de voor de accommodatie betaalde prijs.
3.3 Klager is een procedure bij de kantonrechter gestart. Enerzijds is een aantal verklaringen voor recht gevorderd, anderzijds is betaling van onder meer gemaakte kosten, schadevergoeding en proceskosten geëist.
3.4 Op 28 mei 2023 heeft klager per e-mail aan verweerder laten weten dat hij wordt bijgestaan door mr. G. Verweerder heeft hierop een schikkingsvoorstel gedaan aan mr. G. Mr. G. heeft dit voorstel afgewezen, waarna verweerder mr. G. heeft bericht dat [X] bereid was voor een hoger bedrag te schikken en hij aan mr. G. verzocht een voorstel te doen.
3.5 Op 6 juni 2023 heeft mr. G zich bij de rechtbank gesteld als advocaat van klager.
3.6 Op 9 juni 2023 om 10:03 uur heeft mr. G in een e-mail aan verweerder onder meer geschreven: “… ik zal u vanochtend een voorstel van cliënt mailen. Dit voorstel kan overigens niet in rechte worden aangehaald en daarop kan in rechte geen beroep worden gedaan. Er geldt derhalve vertrouwelijkheid.”
3.7 Verweerder heeft daarop gereageerd en is akkoord gegaan met vertrouwelijkheid. Mr. G heeft vervolgens een brief van klager aan verweerder doorgestuurd.
3.8 Op 9 juni 2023 om 13.52 uur heeft verweerder vervolgens in een e-mail aan mr. G onder meer geschreven: “Namens [X] bevestig ik u hierbij dat [X] de bedragen zal voldoen die [klager] vordert in de procedure, zoals genoemd in het petitum van de dagvaarding (…). Aangehecht treft u een berekening van mijn hand van het bedrag dat [X], op basis van de vorderingen van [klager], aan hem verschuldigd is. Deze berekening leidt tot een bedrag van EUR 3.801,18. (…) Ik verzoek u mij de gegevens van uw derdengeldenrekening per ommegaande toe te zenden, na ontvangst waarvan ik, eveneens per ommegaande, voor betaling zal zorgdragen. Het gevolg van het voorgaande is dat er geen noodzaak of belang meer is bij de procedure en dat de zitting niet behoeft door te gaan. Ik verzoek u daarom om de kantonrechter, met kopie aan mij, per ommegaande, maar in ieder geval direct na ontvangst van de betaling op uw derdengeldenrekening, te informeren dat de zaak wordt ingetrokken en dat de zitting niet behoeft door te gaan. De toezegging vervat in dit bericht behelst geen enkele erkenning van de stellingen of vorderingen van [klager]. De beslissingen om zijn vorderingen te voldoen vloeit uitsluitend voort uit proceseconomische overwegingen. Zoals volgt uit dit bericht is het geen voorstel, maar een toezegging. Zo nodig – ik ga ervan uit dat het niet nodig zal zijn – kan en zal daarop daarom wél een beroep worden gedaan.”
3.9 Mr. G heeft diezelfde dag om 16.52 uur gereageerd (zoals hierna opgenomen onder 3.10).
3.10 Op 12 juni 2023 is de zaak mondeling behandeld door de kantonrechter. Klager, zijn advocaat en verweerder waren daarbij aanwezig. Verweerder heeft het woord gevoerd aan de hand van een pleitnota. In deze pleitnota is onder meer opgenomen: “4. Toen [mr. G] zich kortgeleden in deze zaak meldde heeft [X] verschillende pogingen gedaan om tot een minnelijke regeling te komen. Ik kan over de inhoud van de schikkingsonderhandelingen zonder toestemming van [mr. G] geen mededelingen doen. Het leidde niet tot een oplossing. 5. [X] besloot daarom toe te zeggen dat zij de geldelijke vorderingen van eisers geheel zou voldoen en verzocht om mededeling van het rekeningnummer van de derdengeldenrekening van [mr. G] en intrekking van deze procedure. 6. Ik schreef daartoe afgelopen vrijdag aan [mr. G]: (…) 7. Ik probeerde [mr. G] te spreken te krijgen. Toen dat niet lukte stuurde ik hem om 15:40 uur per Zivver het volgende bericht: (…) 8. [Mr. G] reageerde op het eerste bericht, met een vermoedelijk grotendeels door [klager] opgesteld, bericht. Hij schreef: e-mail [mr. G] aan [verweerder] d.d. 9 juni 2023: --- Geachte confrère, Dank voor uw e-mail. Inmiddels heb ik uw e-mail besproken met cliënt. Uw cliënte heeft cliënt ertoe aangezet uw cliënte in rechte te betrekken. Cliënt is inmiddels fors op kosten gejaagd, waarvan cliënt niets terugziet in het door u gedane voorstel (toezegging). Het moge duidelijk dat een bedrag van 464 euro de kosten raadsman geenszins dekt. Voorts ziet cliënt op geen enkele wijze een van zijn vorderingen geformuleerd onder A van het petitum terugkomen in het namens uw cliënte gedane voorstel (toezegging). Ook al wenst uw cliënte de financiële vorderingen onder B van het petitum integraal te voldoen, dan kan niet worden gesteld dat cliënt geen noodzaak of belang meer heeft bij voortzetting van de procedure. Namens cliënt zal de Kantonrechter derhalve niet worden bericht dat tot intrekking van de procedure wordt overgegaan, nadat betaling heeft plaatsgevonden. De inhoud van deze e-mail is vertrouwelijk en het is derhalve niet toegestaan om ten overstaan van de rechtbank Amsterdam (kantonrechter) de inhoud van deze e-mail (als reactie op uw eerdere mail) te benoemen. (…) --- 9. De inhoud van dit bericht heeft [X] verrast. Zij dacht met haar toezegging partijen en de rechterlijke macht de gelegenheid te bieden met andere zaken bezig te gaan. Dat heeft niet zo mogen zijn. Ondanks dat staat de toezegging tot betaling zoals geformuleerd in mijn hiervoor geciteerde e-mail. 10. Uiteraard deel ik de inhoud van het bericht van [mr. G] met u, omdat dat voor een goede rechtsbedeling noodzakelijk is. Overigens gaan de hiervoor geciteerde berichten uitdrukkelijk niet over schikkingsonderhandelingen, maar over de ongeclausuleerde toezegging van [X]”
3.11 Op 20 juni 2023 heeft klager verweerder aansprakelijk gesteld ‘inzake verzaken geheimhoudingsplicht’.
3.12 Op 11 juli 2023 heeft de kantonrechter vonnis gewezen, de vorderingen van klager afgewezen en klager veroordeeld in de kosten van het geding. In het vonnis is onder meer opgenomen: “Tijdens de mondelinge behandeling is gebleken dat [X] al eerder aan [klager] c.s. had toegezegd dat zij alle gevorderde kosten inclusief de forfaitair berekende proceskosten van [klager] (ongeacht de uitkomst van deze procedure) zal voldoen. Tijdens de mondelinge behandeling heeft [X] deze toezegging herhaald. Verder is onweersproken gebleven dat (de gemachtigde van) [klager] c.s. – hoewel daarom meermaals is gevraagd – geen bankrekeningnummer aan (de gemachtigde van) [X] heeft verschaft waarop betaling kon plaatsvinden. Om die reden heeft betaling door [X] nog niet plaatsgevonden. Onder die omstandigheden hebben [klager] c.s. het aan zichzelf te danken dat de gevorderde (schade)vergoeding nog niet aan hen is betaald en hebben zij – gelet op de herhaalde toezegging van de gemachtigde van [X] dat alsnog betaald zal worden na bekendmaking van een bankrekeningnummer door [klager] c.s. – onvoldoende gesteld welk concreet belang zij thans nog hebben bij (ambtshalve) beoordeling en toewijzing van de vorderingen die strekken tot betaling van dat bedrag.”
4 KLACHT
4.1 De klacht houdt, zakelijk weergegeven in dat verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld als bedoeld in artikel 46 Advocatenwet. Klager verwijt verweerder het volgende.
a) Verweerder heeft vertrouwelijke mededelingen met de rechter gedeeld. Klager wijst op punt 8 van verweerders pleitnota voor de zitting van 12 juni 2023, waarin verweerder een vertrouwelijke e-mail van mr. G heeft geciteerd. Klager stelt dat expliciet was vastgelegd dat deze communicatie privé was en niet aan de rechter mocht worden voorgelegd. Die vertrouwelijkheid geldt niet alleen voor de inhoud van de eerste e-mail, maar ook voor de gehele keten van vervolgcommunicatie. Verweerder heeft zich niet aan deze vertrouwelijkheid gehouden.
b) Verweerder heeft klagers advocaat ervan beschuldigd dat hij zich niet zou hebben opgesteld als onafhankelijk advocaat en zich volledig conformeert aan wat klager hem zegt, opdraagt en dicteert. Dit is onwaar; mr. G. heeft in deze kwestie gehandeld als geheel integer en onafhankelijk advocaat.
5 BEOORDELING RAAD
5.1 Ten aanzien van klachtonderdeel a) heeft de raad overwogen dat klagers advocaat in de ochtend van 9 juni 2023 een vertrouwelijke mededeling conform gedragsregel 26 heeft gedaan. Hij heeft immers vertrouwelijkheid bedongen ten aanzien van het voorstel van klager en pas na akkoord van verweerder het voorstel van klager gestuurd. Verweerder heeft over dit voorstel van klager verder ook geen inhoudelijke mededelingen gedaan. De volgende e-mail van klagers advocaat van 9 juni 2023 betreft een reactie op de toezegging van [X]. Dit is naar het oordeel van de raad niet aan te merken als een vertrouwelijke mededeling waarop conform gedragsregel 26 in rechte geen beroep kon worden gedaan. Anders dan klager stelt, werkt de, ten aanzien van de eerste e-mail afgesproken vertrouwelijkheid voor het door klager zelf gedane voorstel, niet zonder meer door voor deze correspondentie. Indien ten aanzien van klagers reactie op de toezegging van [X] ook vertrouwelijkheid gewenst was, had de vertrouwelijkheid opnieuw vooraf moeten worden bedongen, in plaats van een opmerking hierover aan het einde van de betreffende e-mail. Van schending van gedragsregel 26 is volgens de raad dan ook geen sprake. Van schending van gedragsregel 27 is volgens de raad evenmin sprake. Naar het oordeel van de raad heeft verweerder in zijn e-mail van 9 juni 2023 om 13:52 uur geen voorstel gedaan, maar een onvoorwaardelijke toezegging dat [X] het betreffende (door klager gevorderde) bedrag zal betalen. Immers, aan deze toezegging had [X] door klager gehouden kunnen worden. Verweerder heeft daarbij weliswaar verzocht de zaak in te trekken, maar dit is niet als voorwaarde gesteld. Dat in de toezegging alleen is ingegaan op het financiële gedeelte van klagers vorderingen (petitum onder B) en niet op de overige vorderingen (petitum onder A) maakt dit niet anders. Klager had desgewenst (alleen) over petitum A kunnen doorprocederen. De raad heeft klachtonderdeel a) dan ook ongegrond verklaard.
5.2 Ten aanzien van klachtonderdeel b) heeft de raad geoordeeld dat klager geen rechtstreeks belang heeft bij dit klachtonderdeel. Het is aan klagers advocaat en niet aan klager zelf om hierover te klagen. De door klager gestelde (mogelijke) financiële schade maakt niet dat klager een tuchtrechtelijk rechtstreeks belang heeft. De raad heeft klachtonderdeel b) daarom niet-ontvankelijk verklaard.
6 BEROEPSGRONDEN EN VERWEER
Beroepsgronden klager
6.1 Ten aanzien van klachtonderdeel a) voert klager aan dat zijn advocaat vertrouwelijkheid bedongen heeft ten aanzien van het aanbod zoals verwoord in de e-mail van 9 juni 2023 om 10:03 uur en dat verweerder die vertrouwelijkheid geaccepteerd heeft. Verweerder heeft vervolgens op dezelfde dag om 13:52 uur een tegenbod c.q. toezegging gedaan om een bedrag te betalen, wat klager bij monde van zijn advocaat om 16:52 uur heeft geweigerd. Volgens klager hoort dit mailverkeer bij elkaar en vallen daarom ook de latere e-mails van 13:53 uur en 16:52 uur onder de bedongen vertrouwelijkheid.
6.2 Verder voert klager aan dat de uitzonderingsregel die geldt ten aanzien van gedragsregel 27, inhoudende dat gedragsregel 27 niet geldt in het geval waarin een partij onvoorwaardelijk aanbiedt wat zij erkent schuldig te zijn en dit aanbod handhaaft tijdens de zitting, niet opgaat. Volgens klager is er geen sprake van dat [X] een schuld aan klager erkend heeft, aangezien het standpunt van [X] nu juist is dat zij niets aan klager verschuldigd is. Daarbij is het bedrag waarvan [X] betaling heeft aangeboden te laag omdat de (werkelijke) proceskosten van klager hierin niet zijn meegenomen en is [X] bovendien niet ingegaan op de onder A van het petitum gevorderde verklaringen voor recht.
6.3 Ten aanzien van klachtonderdeel b) voert klager aan dat deze klacht in samenhang met klachtonderdeel a) moet worden bezien. Omdat in beide gevallen de integriteit van de advocaat van klager ter discussie wordt gesteld en klager in beide gevallen geen rechtstreeks belang heeft maar klachtonderdeel a) wel ontvankelijk is geacht, dient ook klachtonderdeel b) ontvankelijk te worden verklaard.
Verweer verweerder
6.4 Verweerder heeft gemotiveerd verweer gevoerd in beroep. Waar dat relevant is, bespreekt het hof dit bij de beoordeling van het beroep.
7 BEOORDELING HOF
Maatstaf
7.1 Deze zaak betreft een klacht tegen de advocaat van de wederpartij. De maatstaf die het hof bij de beoordeling daarvan aanlegt is mede ingegeven door de voor advocaten geldende kernwaarde partijdigheid en houdt het volgende in. Een advocaat geniet een grote mate van vrijheid om de belangen van zijn cliënt te behartigen op de wijze die hem passend voorkomt. Deze vrijheid mag niet ten gunste van een wederpartij worden beperkt, tenzij haar belangen nodeloos en op ontoelaatbare wijze worden geschaad. Zo mag de advocaat (a) zich niet onnodig grievend uitlaten over de wederpartij, (b) geen feiten poneren waarvan hij de onwaarheid kent of redelijkerwijs kan kennen, (c) bij de behartiging van de belangen van zijn cliënt de belangen van de wederpartij niet onnodig of onevenredig schaden zonder redelijk doel. Daarbij geldt verder dat de advocaat de belangen van zijn cliënt dient te behartigen aan de hand van het feitenmateriaal dat zijn cliënt hem verschaft, en dat hij in het algemeen mag afgaan op de juistheid daarvan en slechts in uitzonderingsgevallen gehouden is de juistheid daarvan te verifiëren.
7.2 De gedragsregels beogen invulling te geven aan de eisen die mogen worden gesteld aan een goede taakuitoefening door een behoorlijk advocaat. De tuchtrechter toetst aan de norm van artikel 46 van de Advocatenwet. De gedragsregels voor advocaten vormen daarbij een richtlijn, maar of het niet naleven van een gedragsregel ook tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen oplevert, hangt af van de feitelijke omstandigheden en wordt per geval door de tuchtrechter beoordeeld.
7.3 In gedragsregel 26 lid 1 is opgenomen dat een advocaat die aan een andere advocaat mededelingen wenst te doen die hij vertrouwelijk behandeld wil zien, hij dit verlangen duidelijk kenbaar moet maken vóór de verzending van de eerste van deze mededelingen. In lid 3 van de gedragsregel is opgenomen dat op vertrouwelijke mededelingen als bedoeld in het eerste lid in rechte geen beroep mag worden gedaan, tenzij het belang van de cliënt dit bepaaldelijk vordert, maar dan niet zonder voorafgaand overleg met de advocaat van de wederpartij.
7.4 In gedragsregel 27 is opgenomen dat omtrent de inhoud van tussen advocaten gevoerde schikkingsonderhandelingen aan de rechter aan wiens oordeel de zaak is onderworpen, niets mag worden medegedeeld zonder toestemming van de advocaat van de wederpartij. In de toelichting bij deze gedragsregel is opgenomen dat de regel niet slaat op het geval dat een partij onvoorwaardelijk aanbiedt te betalen wat zij erkent schuldig te zijn en dit aanbod handhaaft tijdens de procedure. Het is geboden dat hiervan melding mag worden gemaakt, omdat daardoor bijvoorbeeld ongerechtvaardigde veroordelingen in proceskosten kunnen worden voorkomen.
Overwegingen hof
klachtonderdeel a)
7.5 Klager verwijt verweerder dat verweerder vertrouwelijke mededelingen met de rechter heeft gedeeld door de e-mail 9 juni 2023, 16:52 uur, van de advocaat van klager op te nemen in zijn spreeknotities. Het hof is van oordeel dat van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen van verweerder geen sprake is en overweegt daartoe het volgende.
7.6 Vast staat dat de advocaat van klager in de ochtend van 9 juni 2023 heeft aangekondigd een voorstel van klager aan verweerder te zullen sturen, waarbij de advocaat van klager heeft vermeld dat dit voorstel niet in rechte kon worden aangehaald en er vertrouwelijkheid gold. Verweerder is hiermee akkoord gegaan, waarna klagers advocaat het voorstel aan verweerder heeft gestuurd. Dit voorstel betrof een door klager opgesteld stuk, gericht aan de CEO van [X]. Klager heeft ter zitting van het hof toegelicht dat de bedongen geheimhouding zag op dit voorstel aan de CEO. Verweerder heeft over dit voorstel van klager aan de CEO geen inhoudelijke mededelingen gedaan.
7.7 De volgende e-mail van klagers advocaat van 9 juni 2023 betreft een reactie op de e-mail van verweerder aan de advocaat van klager van 13:52 uur, waarin verweerder bevestigt dat [X] de bedragen zal voldoen die klager vordert in de procedure. Verweerder schrijft daarbij dat hij hierop, indien nodig, wél een beroep zal doen. De reactie van klagers advocaat op deze e-mail, betreft naar het oordeel van het hof geen vertrouwelijke mededeling waarop conform gedragsregel 26 geen beroep kon worden gedaan. De vertrouwelijkheid die klagers advocaat in de eerste e-mail bedongen had, had volgens de verklaringen van klager zelf, immers alleen betrekking op het door hem opgestelde voorstel dat was gericht aan de CEO van [X]. Onder die omstandigheden bestaat er geen aanleiding te oordelen dat deze vertrouwelijkheid doorwerkt naar latere correspondentie tussen verweerder en klagers advocaat en had de advocaat van klager, indien ten aanzien van zijn reactie op de toezegging van [X] ook vertrouwelijkheid gewenst was, deze vooraf moeten bedingen. Van schending van gedragsregel 26 is dan ook geen sprake.
7.8 Van schending van gedragsregel 27 is evenmin sprake. De e-mail van klagers advocaat van 16:52 uur betreft een reactie op de toezegging die verweerder namens [X] heeft gedaan. Deze toezegging hield in dat [X] het door klager gevorderde bedrag geheel zou betalen. Van een voorstel was dan ook geen sprake. Klagers advocaat wijst in de daaropvolgende e-mail deze toezegging van [X] af en schrijft dat klager niet zal overgaan tot intrekking van de procedure. Enige vorm van onderhandeling valt uit dit bericht niet af te leiden. Het bericht valt daarmee niet onder de werkingssfeer van gedragsregel 27.
7.9 Gelet op het voorgaande is klachtonderdeel a) ongegrond.
klachtonderdeel b)
7.10 Ten aanzien van klachtonderdeel b) ziet het hof op basis van de beroepsgronden en het onderzoek in hoger beroep geen aanleiding om tot een andere beoordeling van de klacht te komen dan de raad. Het hof sluit zich aan bij de beslissing van de raad en neemt die in zoverre over.
Slotsom
7.11 Het voorgaande betekent dat het hoger beroep faalt en dat het hof de beslissing van de raad zal bekrachtigen.
8 BESLISSING
Het Hof van Discipline:
8.1 bekrachtigt de beslissing van 21 oktober 2024 van de Raad van Discipline in het ressort Den Haag, gewezen onder nummer 24-176/DH/DH.
Deze beslissing is gewezen door mr. C.H. van Breevoort-de Bruin, voorzitter, mrs. K.H.A. Heenk en H.H. Tan, leden, in tegenwoordigheid van mr. A.R. Sijses, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 1 december 2025.
griffier voorzitter
De beslissing is verzonden op 1 december 2025.
