Naar boven ↑

Rechtspraak

Uitspraakdatum

13-11-2025

ECLI

ECLI:NL:TAHVD:2025:239

Zaaknummer

250376

Inhoudsindicatie

Klacht tegen deken wordt niet verwezen. De klacht heeft betrekking op het onderzoek naar en het dekenstandpunt van de deken over de klacht. Deze klacht bevindt zich op dit moment in het stadium van doorgeleiding naar de Raad van Discipline in het ressort Arnhem-Leeuwarden. Uit de stukken blijkt dat de deken het door klaagster betaalde griffierecht heeft ontvangen.  De aanstaande behandeling van de klacht over mr. Van der W bij de Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden is de geëigende plek om ook gerezen bezwaren tegen het dekenonderzoek naar die klacht naar voren te brengen en zonodig aan te voeren dat de tuchtrechter tot een andere conclusie zou moeten komen dan verweerster. 

Uitspraak

Beslissing van de voorzitter van het Hof van Discipline     van 13 november 2025 in de zaak 250376      naar aanleiding van het verzoek van:               klaagster      tegen:

verweerster

 

1    HET VERZOEK

1.1    De voorzitter van het hof verwijst naar het e-mailbericht van 4 november 2025, verzonden om 10:04 van verweerster. Hierin heeft verweerster het hof in kennis gesteld van een klacht van klaagster over verweerster en heeft verweerster het hof verzocht de klacht op grond van artikel 46c, lid 5 van de Advocatenwet in samenhang met artikel 12.1 van het Procesreglement van het hof te verwijzen naar een andere deken voor onderzoek en behandeling.

1.2    In een e-mailbericht van 4 november 2025, verzonden om 15:35, heeft verweerster aan het hof verzocht om de klacht niet te verwijzen omdat deze klacht zich in het stadium van doorgeleiding naar de Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden bevindt. 

1.3    De klacht van klaagster heeft betrekking op het onderzoek naar en het dekenstandpunt in een lopende klachtprocedure van klaagster tegen de eigen advocaat. De deken heeft te kennen gegeven dat het griffierecht inmiddels is ontvangen en dat de klacht zal worden doorgezonden naar de Raad van Discipline in het resort Arnhem-Leeuwarden. Bij de behandeling van de klacht door de Raad van Discipline kunnen bezwaren tegen het dekenonderzoek naar de klacht naar voren worden gebracht. Daarom heeft de deken, onder verwijzing naar de beslissing van het Hof van Discipline van 30 oktober 2025, gepubliceerd op tuchtrecht.nl onder nummer ECLI:NL:TAHVD:2025:212, verzocht de klacht niet te verwijzen. 

 

2    DE BEOORDELING

2.1   Op grond van het bepaalde in artikel 46c lid 5 Advocatenwet dient een klacht over een (voormalig) deken in beginsel te worden verwezen naar een deken van een andere orde. De voorzitter zal hiertoe echter niet beslissen en overweegt hiertoe als volgt.

2.2   De voorzitter constateert dat de klacht van klaagster betrekking heeft op het onderzoek naar en het dekenstandpunt van de deken over de klacht van klaagster over mr. Van der W. Deze klacht bevindt zich op dit moment in het stadium van doorgeleiding naar de Raad van Discipline in het ressort Arnhem-Leeuwarden. Uit de stukken blijkt dat de deken het door klaagster betaalde griffierecht heeft ontvangen. 

2.3   De aanstaande behandeling van de klacht over mr. Van der W bij de Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden is de geëigende plek om ook gerezen bezwaren tegen het dekenonderzoek naar die klacht naar voren te brengen en zonodig aan te voeren dat de tuchtrechter tot een andere conclusie zou moeten komen dan verweerster. Die procedure moet eerst worden doorlopen en daarom zal de voorzitter de klacht over verweerster in dit stadium niet verwijzen.

3    BESLISSING

De voorzitter van het Hof van Discipline:

wijst het verzoek tot verwijzing af.

Deze beslissing is gewezen op 13 november 2025 door mr. J.D. Streefkerk, plaatsvervangend voorzitter.

Plaatsvervangend voorzitter

De beslissing is verzonden op 20 november 2025.