Naar boven ↑

Rechtspraak

Uitspraakdatum

24-11-2025

ECLI

ECLI:NL:TADRARL:2025:251

Zaaknummer

25-296/AL/MN

Inhoudsindicatie

Verzetbeslissing. De voorzitter heeft bij de beoordeling de juiste maatstaf toegepast en rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden. Verzet ongegrond.

Uitspraak

Beslissing van de Raad van Discipline in het ressort Arnhem-Leeuwarden van 24 november 2025 in de zaak 25-296/AL/MN naar aanleiding van het verzet tegen de beslissing van de plaatsvervangend voorzitter van de raad van discipline van 23 juni 2025 op de klacht van:

 

klager

over

verweerster 

 

 

1    VERLOOP VAN DE PROCEDURE

1.1    Op 10 februari 2025 heeft klager bij de deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement Midden-Nederland (hierna: de deken) een klacht ingediend over verweerster.

1.2    Op 1 mei 2025 heeft de raad het klachtdossier met kenmerk Z 2457141/FG/SD van de deken ontvangen. 

1.3    Bij beslissing van 23 juni 2025 heeft de plaatsvervangend voorzitter van de raad (hierna ook: de voorzitter) de klacht deels kennelijk niet-ontvankelijk en deels kennelijk ongegrond verklaard. Op 21 juli 2025 heeft klager verzet ingesteld tegen de beslissing van de voorzitter. 

1.4    Het verzet is behandeld op de zitting van de raad van 19 september 2025. Daarbij waren klager en verweerster aanwezig. 

1.5    De raad heeft kennisgenomen van de beslissing van de voorzitter waartegen het verzet is gericht, van de stukken waarop de voorzittersbeslissing is gebaseerd en van het verzetschrift.

 

2    VERZET

2.1    De gronden van het verzet houden, zakelijk weergegeven, het volgende in:

I)    de afwijzing van de klacht zonder hoorzitting, zonder een inhoudelijke beoordeling van de kernpunten en zonder mogelijkheid van repliek vormt een schending van artikel 6 van het EVRM;

II)    waar verweerster ruimschoots de tijd en ruimte heeft gekregen om haar positie te formuleren, werd klager vanaf het begin beperkt in hoor- en wederhoor.

III)    er was geen sprake van evidente ongegrondheid, gelet op het feit dat de klacht ruim was onderbouwd met documentatie, wetsartikelen, jurisprudentie en bewijs van misleiding van de rechtbank.

IV)    de Orde van Advocaten heeft in eerdere fasen verzuimd handhavend op te treden tegen evident tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen. De keuze van de voorzitter om deze klacht deels niet-ontvankelijk te verklaren bevestigt een patroon van stilzwijgende protectie.

V)    door deze beslissing wordt feitelijk verhinderd dat ernstige klachten over de integriteit van een advocaat op rechtstatelijke wijze worden getoetst.

VI)    een klacht met dit gewicht had publiekelijk moeten worden onderzocht.  

2.2    Tegen de vaststaande feiten en de klachtomschrijving komt klager in verzet niet op. 

 

3    FEITEN EN KLACHT

3.1    Voor de vaststaande feiten en de omschrijving van de klacht verwijst de raad naar de beslissing van de voorzitter. 

 

4    BEOORDELING

4.1    Klager heeft tijdens de zitting een groot aantal formele bezwaren tegen de procedure bij de raad naar voren gebracht. De raad ziet echter in deze bezwaren geen aanleiding om niet tot een inhoudelijke beoordeling van het verzet te komen.

4.2    Voordat de raad de klacht inhoudelijk kan beoordelen moet sprake zijn van een gegrond verzet. Een verzet is alleen gegrond als in redelijkheid moet worden betwijfeld of de beslissing van de voorzitter juist is. Twijfel kan bijvoorbeeld bestaan als de voorzitter een verkeerde maatstaf (toetsingsnorm) heeft toegepast of de beslissing heeft gebaseerd op onjuiste of onvolledige feiten.

4.3    De raad is van oordeel dat de door klager aangevoerde verzetgronden niet slagen; de voorzitter heeft bij de beoordeling de juiste maatstaf toegepast en heeft rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Daarmee hoeft in redelijkheid niet te worden betwijfeld of de beslissing van de voorzitter juist is.

4.4    Omdat het verzet tegen de beslissing van de voorzitter ook verder geen nieuwe gezichtspunten oplevert, is er geen plaats voor nader onderzoek naar de klacht. De raad zal het verzet daarom ongegrond verklaren. 

 

BESLISSING

De raad van discipline: -    verklaart het verzet ongegrond.

Aldus beslist door mr. O.P. van Tricht, voorzitter, mrs. S.M. Bosch-Koopmans, N.A. Heidanus, M.H. Pluymen en V.S.A.W. Wegter, leden, bijgestaan door  mr. W.E. Markus-Burger als griffier en uitgesproken in het openbaar op 24 november 2025.      

Griffier    Voorzitter

 

Verzonden op : 24 november 2025