Rechtspraak
Uitspraakdatum
17-11-2025
ECLI
ECLI:NL:TAHVD:2025:234
Zaaknummer
250286
Inhoudsindicatie
Beklag artikel 13 Advocatenwet. De deken heeft aan het besluit tot afwijzing van het verzoek om een advocaat aan te wijzen ten grondslag gelegd dat voor de procedure die klager wil voeren; een kort geding en een klachtprocedure bij de gemeente, een advocaat niet verplicht is. Ondanks het verzoek van verweerder heeft klager de aard van en de meer concrete gronden voor de door hem te doorlopen procedure niet onderbouwd, alsmede nagelaten te onderbouwen dat zijn gestelde schade meer dan € 25.000,-- zou zijn. Het hof onderschrijft het standpunt van de deken dat in de mails van klager in reactie op het verzoek om meer informatie over de te voeren procedure niet duidelijk is geworden welke procedures klager wil voeren.
Uitspraak
Beslissing van 17 november 2025 in de zaak 250286 naar aanleiding van het beklag op grond van artikel 13 Advocatenwet van:
klager tegen: de deken
1 DE PROCEDURE
Bij de deken 1.1 Klager heeft op 10 juli 2025 bij de deken een verzoek ingediend tot aanwijzing van een advocaat als bedoeld in artikel 13 lid 1 Advocatenwet.
1.2 De deken heeft dit verzoek afgewezen met de beslissing van 18 augustus 2025. De deken heeft aan de afwijzende beslissing ten grondslag gelegd dat voor de procedure die klager wil voeren een advocaat niet verplicht is. Ook heeft klager onvoldoende informatie verschaft over de procedure(s) waarvoor hij een advocaat zoekt.
Bij het hof 1.3 Klager heeft op 21 augustus 2025 een beklag tegen de beslissing van de deken ingediend bij het Hof van Discipline (hierna: het hof).
1.4 Verder bevat het dossier: - het verweer van de deken - de repliek
1.5 Het hof heeft het verzoek in raadkamer behandeld op basis van de stukken uit het dossier.
2 FEITEN
Het hof stelt de volgende feiten vast.
2.1 Klager wil een kort geding starten tegen de gemeente Hattem om zijn rechten als statushouder met betrekking tot woonruimte af te dwingen. Klager is van mening dat hij van de gemeente een huisvestingsaanbod had moeten ontvangen.
2.2 In reactie op het verzoek van de deken om nadere informatie heeft klager met e-mails van 11, 15, 23 en 28 juli 2025 (met bijlagen) gereageerd. Klager heeft documenten gestuurd met informatie over uiteenlopende problemen en verzoeken, zoals het invullen van een aanvraag kort geding, het indienen van een klacht tegen de gemeente Hattem en een verzoek tot schadevergoeding wegens gezondheidsschendingen bij COA-locaties. Dit zou om meer dan € 25.000,-- gaan, zodat voor een procedure bijstand van een advocaat verplicht is.
2.3 Op 29 juli 2025 heeft de deken klager in de gelegenheid gesteld om het verzoek om schadevergoeding te onderbouwen. De deken heeft verzocht om de onderbouwing van de schade te voorzien van bewijsstukken.
2.4 Op 18 augustus 2025 heeft de deken het verzoek om aanwijzing van een advocaat afgewezen. Aan dit besluit is ten grondslag gelegd dat voor de procedure die klager wil voeren, een kort geding en een klachtprocedure bij de gemeente een advocaat niet verplicht is. Daarnaast heeft klager onvoldoende informatie verschaft over de procedures die hij wil voeren en heeft klager zijn verzoek om schadevergoeding niet onderbouwd. De deken heeft ook niet kunnen vaststellen dat de zaak met betrekking tot de schade daadwerkelijk moet dienen in het arrondissement Gelderland.
2.5 Op 25 augustus 2025 heeft klager een nieuw verzoek om aanwijzing van een advocaat ingediend. Klager heeft desgevraagd nieuwe/aanvullende informatie toegevoegd. Dit nieuwe verzoek is bij de deken in behandeling en de deken onderzoekt of er sprake is van een herhaald verzoek of dat sprake is van nieuwe feiten of omstandigheden.
3 BEKLAG EN VERWEER
Gronden van het beklag 3.1 Klager stelt dat de deken het verzoek ten onrechte heeft afgewezen. Klager heeft erop gewezen dat hij in juli 2023, op een van de locaties van het COA, lepra (de ziekte van Hansen) heeft opgelopen. Klager wijt dat aan het feit dat een medewerker van het COA een Syrische asielzoeker met een geamputeerde hand en een onbekende ziekte in een stapelbed direct onder hem heeft geplaatst. Er is nog geen definitieve diagnose gesteld of behandeling gestart.
3.2 Klager stelt dat gedurende de afgelopen twee jaar de zorgverleners van de Nederlandse overheid op COA-locaties hebben geprobeerd zijn klachten toe te schrijven aan bloedarmoede of vitaminetekorten. Dit terwijl zij vanaf het begin wisten dat de Syrische asielzoeker die vlak bij hem verbleef onbehandelde Multi bacillaire lepromateuze lepra had, de meest besmettelijke vorm van lepra. Dit heeft ertoe geleid dat klager zijn vertrouwen in COA volledig heeft verloren. Klager is van mening dat het COA verraad heeft gepleegd tegen zijn lichamelijke integriteit. Klager wil een procedure starten bij de civiele rechtbank, waarvoor een advocaat noodzakelijk is. Daarvoor wil hij een advocaat toegewezen krijgen. Klager stelt de rechtbank hem heeft laten weten dat de bewering van verweerder dat de zaak via de kantonrechter moet worden behandeld, ongegrond is en dat hij een advocaat nodig heeft om de zaak via een kort geding te behandelen.
Verweer 3.3 De deken heeft aangevoerd dat klager niet voldoende duidelijkheid heeft verschaft over de procedure waarvoor hij een advocaat zoekt. Klager heeft zelf aangegeven dat hij een zaak wil starten bij de kantonrechter en op basis van deze informatie heeft de deken vastgesteld dat een advocaat niet verplicht is. In reactie op het bericht van de rechtbank Gelderland waar klager in het beklag op heeft gewezen, heeft de deken opgemerkt dat niet duidelijk is waar dit bericht een reactie op is.
3.4 De deken heeft opgemerkt dat klager op 25 augustus 2025 een nieuw verzoek om aanwijzing heeft ingediend. In deze procedure is klager opnieuw in de gelegenheid gesteld om te onderbouwen voor welke procedure hij een advocaat nodig heeft.
4 BEOORDELING
Toetsingskader
4.1 Op grond van artikel 13 Advocatenwet kan een rechtzoekende die niet (tijdig) een advocaat bereid vindt hem bij te staan in een zaak waarin vertegenwoordiging door een advocaat is voorgeschreven of bijstand uitsluitend door een advocaat kan geschieden, zich wenden tot de deken met het verzoek een advocaat aan te wijzen. De deken kan een verzoek op grond van dit artikel alleen wegens gegronde redenen afwijzen. Een dergelijke reden kan onder meer bestaan indien de door klager gewenste procedure geen verplichte procesvertegenwoordiging kent, of indien de procedure geen redelijke kans van slagen heeft.
4.2 De deken heeft aan het besluit tot afwijzing van het verzoek om een advocaat aan te wijzen van 18 augustus 2025 ten grondslag gelegd dat voor de procedure die klager wil voeren; een kort geding en een klachtprocedure bij de gemeente, een advocaat niet verplicht is. Klager heeft op het webformulier van 10 juli 2025 vermeld dat hij een advocaat zoekt voor “het indienen van een klacht tegen de gemeente via Kort geding (..)”. Ondanks het verzoek van verweerder heeft klager de aard van en de meer concrete gronden voor de door hem te doorlopen procedure niet onderbouwd, alsmede nagelaten te onderbouwen dat zijn gestelde schade meer dan € 25.000,-- zou zijn.
4.3 Het hof onderschrijft het standpunt van de deken dat in de mails van klager in reactie op het verzoek om meer informatie over de te voeren procedure niet duidelijk is geworden welke procedures klager wil voeren. Uit het bericht van de rechtbank dat klager heeft overgelegd, blijkt dat ook niet. Het hof onderschrijft ook het standpunt van de deken dat klager (in ieder geval tot aan het moment van de afwijzende beslissing die in deze procedure bij het hof voorligt) onvoldoende informatie heeft verschaft over de procedures die hij wil voeren.
4.4 Het hof zal daarom het beklag ongegrond verklaren.
5 BESLISSING
Het Hof van Discipline:
- verklaart het beklag van klager tegen de beslissing van 18 augustus 2025 van de Deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement Overijssel ongegrond.
Deze beslissing is genomen door mr. C.H. van Breevoort - de Bruin, voorzitter, mrs. B.J.R. van Tongeren en J.M. Frons, leden, in tegenwoordigheid van M.H.A. Uri, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 17 november 2025.
griffier voorzitter
De beslissing is verzonden op 17 november 2025.
