Naar boven ↑

Rechtspraak

Uitspraakdatum

05-11-2025

ECLI

ECLI:NL:TADRSGR:2025:227

Zaaknummer

24-593/DH/RO

Inhoudsindicatie

Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat van de wederpartij. Omdat niet is gebleken dat verweerster met haar optreden jegens klager de grenzen van de aan haar, in haar hoedanigheid van advocaat van de wederpartij, toekomende vrijheid heeft overschreden wordt de klacht kennelijk ongegrond verklaard.

Uitspraak

Beslissing van de voorzitter van de Raad van Discipline in het ressort  Den Haag van 5 november 2025 in de zaak 25-593/DH/RO

naar aanleiding van de klacht van:

klager

over:

verweerster

De plaatsvervangend voorzitter van de raad van discipline (hierna ook: de voorzitter) heeft kennisgenomen van de brief van de deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement Rotterdam (hierna: de deken) van 1 september 2025 met kenmerk R2025/079, door de raad ontvangen op 1 september 2025, en van de op de inventarislijst genoemde bijlagen 1 tot en met 24. 

1    FEITEN Voor de beoordeling van de klacht gaat de voorzitter, gelet op het klachtdossier, uit van de volgende feiten. 1.1    Tussen klager en klagers onderburen is een conflict ontstaan. Klagers onderburen hebben bij de verhuurder, WW Wonen, geklaagd over door (onder meer de vloer en de honden van) klager veroorzaakte (geluids)overlast. WW Wonen heeft zich voor rechtsbijstand gewend tot verweerster.  1.2    Op 17 mei 2024 is een door klager gedreven eenmanszaak met de naam [QF] opgeheven.  1.3    Bij brief van 6 augustus 2024 heeft verweerster klager als volgt bericht: “Uw verhuurder, [WW Wonen], heeft mij de opdracht gegeven u deze brief te sturen. U heeft in uw huurwoning zonder toestemming van [WW Wonen] een granietvloer en vloertegels, zonder ondervloer, aangebracht, hetgeen in strijd is met het bepaalde in de huurvoorwaarden en de wet. Uw onderburen ervaren geluidsoverlast doordat alle geluiden vanuit uw huurwoning doordringen in hun huurwoning. [WW Wonen] heeft u meerdere malen verzocht de door u geplaatste vloerafwerking te verwijderen en een wél toegestane vloerafwerking met voldoende geluiddempende ondervloer te plaatsen, maar dit weigert u. U stelt dat u de huidige vloerafwerking heeft overgenomen van de voormalige huurder, maar dat is aantoonbaar onjuist. Op de opnamestaat die is opgesteld bij aanvang van uw huurovereenkomst staat dat u een laminaatvloer heeft overgenomen van de vorige huurder. Verder stelt u geen financiële middelen te hebben om de vloerafwerking aan te passen, maar dat heeft u niet aangetoond. Los daarvan, is het aan u om hiervoor een oplossing te vinden. U heeft ook nog aangegeven dat sprake is van een conflict met uw onderburen. Het is zaak dat u eerst de vloerafwerking aanpast en als de klachten van uw onderburen vervolgens aanhouden, kan een bemiddelingstraject worden opgestart. U krijgt hierbij nog een laatste kans om de granietvloer en vloertegels te vervangen door een wél toegestane vloerafwerking met voldoende geluiddempende ondervloer (minimaal 10 dB geluiddempend). Graag hoor ik uiterlijk op 13 augustus a.s. schriftelijk van u wanneer u hieraan voldaan kunt hebben. Dit dient een redelijke termijn te zijn, denkt u aan circa vier tot zes weken. U dient een kopie van de facturen en specificaties van de nieuw te plaatsen vloerafwerking, inclusief ondervloer, aan mijn cliënte te verstrekken. Als u blijft weigeren de vloerafwerking te vervangen, riskeert u een gerechtelijke procedure. Vooralsnog hoopt [WW Wonen] dat het zover niet hoeft te komen. Om er zeker van te zijn dat deze brief u bereikt, zend ik hem u zowel aangetekend als per gewone post.” 1.4    Bij e-mail van 27 augustus 2024 heeft verweerster een rappel aan klager gestuurd. 1.5    Op 26 november 2024 heeft WW Wonen een huisbezoek gebracht aan klager. Op 11 december 2024 heeft WW Wonen daarover een brief gestuurd aan klager.  1.6    Bij e-mail van 3 januari 2025 heeft verweerster klager als volgt bericht: “Mijn cliënte, [WW Wonen], heeft u bij brief van 11 december 2024 een terugkoppeling gegeven naar aanleiding van het huisbezoek op 26 november 2024. In die brief is u gevraagd binnen twee weken te laten weten of stopt met het fokken van honden in uw huurwoning, uw bedrijf uitschrijft van het adres van het gehuurde en uw huisdieren beperkt tot de vier honden die u momenteel heeft. Op deze brief heeft u gereageerd met het verzoek u bewijs te sturen. Mijn cliënte zou volgens u slechte informatie hebben ontvangen van de familie op nummer 11. U heeft tijdens het huisbezoek op 26 november 2024 zelf aangegeven over drie weken het vijfde nestje van dat jaar te verwachten. Verder heeft u een eenmanszaak [SD], die staat ingeschreven op het adres van het gehuurde en is sprake van Marktplaatsadvertenties waarop u puppy’s adverteert. Hiermee staat dus vast dat u het gehuurde bedrijfsmatig gebruikt voor het fokken van honden, hetgeen niet is toegestaan op grond van de huurvoorwaarden (artikel 6.4). Dat uw onderburen van nummer 11 geluidsoverlast ervaren, afkomstig vanuit uw huurwoning (mede veroorzaakt door uw honden), is een tweede punt van aandacht. U mag op grond van de huurvoorwaarden (artikel 6.6) geen (geluids)overlast (laten) veroorzaken. Het is dus belangrijk dat u maatregelen treft om overlast te voorkomen. U krijgt tot en met 10 januari a.s. de gelegenheid om mij (óf [WW Wonen]) schriftelijk te laten weten of u stopt met het fokken van honden in uw huurwoning, uw bedrijf uitschrijft van het adres van het gehuurde en uw huisdieren beperkt tot de vier honden die u momenteel heeft. Als u niet bereid bent hieraan te voldoen óf als u niet (tijdig) reageert, zal ik de vervolgstappen met [WW Wonen] bespreken en u daar vervolgens van op de hoogte brengen. Vooralsnog vertrouwt [WW Wonen] op uw medewerking.” 1.7    Bij e-mail van dezelfde dag heeft klager als volgt op het bericht van verweerster gereageerd: “Ik schreef naar de vertegenwoordigers van de staat om bewijs te leveren van wat de buurman zei. Ik heb het niet ontvangen. Ondertussen veranderde het bedrijf zijn naam in [QF]. In de bijlage vindt u het bewijs dat het bedrijf op 17 mei 2024 is gesloten en er geen dekking heeft plaatsgevonden in de woning. De vloer is gedaan. Ook het geluidsprobleem is opgelost. Ik vind deze hele situatie niet normaal en daarom zal mijn advocaat juridische stappen ondernemen tegen de buurman en de woningcorporatie.” 1.8    Bij e-mail van 17 januari 2025 heeft verweerster klager als volgt bericht: “Naar aanleiding van mijn brief aan u van 3 januari jl. heeft u in een e-mail van diezelfde datum als volgt gereageerd: "Ik vind deze hele situatie niet normaal en daarom zal mijn advocaat juridische stappen ondernemen tegen de buurman en de woningcorporatie." Tot op heden heeft uw advocaat geen contact met mij opgenomen. Nu u stelt dat u reeds bent gestopt met het fokken van honden, kunt u toch ook schriftelijk aan mij bevestigen dat u geen honden meer zult fokken in uw woning? Uw bedrijven ten behoeve van het fokken van honden zijn reeds uitgeschreven van het adres van uw huurwoning, zo heeft [WW Wonen]  geconstateerd. Ik vraag u hierbij dan ook om mij uiterlijk op 24 januari a.s. in een e-mail te laten weten dat u definitief bent gestopt met het fokken van honden in uw huurwoning (en ook met het verkopen van honden/puppies vanuit uw huurwoning) en dat u zich qua aantal huisdieren in uw huurwoning zult beperken tot uw huidige vier honden. Het is [WW Wonen] gebleken dat de geluidsoverlast die uw onderburen momenteel nog vanuit uw huurwoning ervaren voornamelijk is gelegen in het na 22:00 uur gooien van hondenspeeltjes op de vloer. Kunt u hiermee stoppen? Natuurlijk moet u ook in algemene zin rekening houden met de gehorigheid van het complex en geen geluiden veroorzaken die goed hoorbaar zijn voor uw onderburen. Door de door u aangebrachte vloerbedekking is de overlast al enorm verminderd. Tot slot: tussen 22:00 uur en 07:00 uur moet het rustig en stil zijn in het complex!” 1.9    Bij brief van 19 februari 2025 van de Landelijke Inspectiedienst Dierenwelzijn aan klagers partner is bevestigd dat bij gelegenheid van een controlebezoek  op 18 februari 2025 was geconstateerd dat het bedrijfsmatig houden van dieren was gestaakt.  1.10    Klager heeft een advocaat, mr. B, in de arm genomen. Verweerster en mr. B hebben met elkaar over de kwestie gecorrespondeerd. 1.11    Op 27 maart 2025 heeft klager bij de deken een klacht ingediend over verweerster. 

2    KLACHT 2.1    De klacht houdt, zakelijk weergegeven, in dat verweerster tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld als bedoeld in artikel 46 Advocatenwet. Klager verwijt verweerster het volgende:  De brieven van verweerster aan klager zijn onnodig grievend en bevatten onwaarheden en onterechte beschuldigingen aan het adres van klager.

3    VERWEER 3.1    Verweerster heeft tegen de klacht verweer gevoerd. De voorzitter zal hierna, waar nodig, op het verweer ingaan.

4    BEOORDELING 4.1    Deze zaak betreft een klacht over de advocaat van de wederpartij. Voor alle advocaten geldt dat zij partijdig zijn en in principe alleen de belangen van hun eigen cliënt hoeven te behartigen. Zij hebben veel vrijheid om te doen wat in het belang van hun cliënt nodig is, maar die vrijheid is wel begrensd. Advocaten mogen de belangen van de wederpartij niet onnodig of op een ontoelaatbare manier schaden. Zij mogen zich bijvoorbeeld niet onnodig kwetsend uitlaten over de wederpartij. Ook mogen advocaten niet bewust onjuiste informatie verschaffen. Daarbij geldt dat advocaten er in beginsel van mogen uitgaan dat de informatie die zij van hun cliënt hebben gekregen juist is. Slechts in uitzonderingsgevallen zijn advocaten gehouden de juistheid van die informatie te controleren.  Tot slot hoeven advocaten in het algemeen niet af te wegen of het voordeel dat zij voor hun cliënt willen bereiken, opweegt tegen het nadeel dat zij aan de wederpartij toebrengen. 4.2    Klager verwijt verweerster dat haar brieven onwaarheden en onterechte beschuldigingen bevatten. Verweerster heeft de klacht weersproken en heeft in dat verband naar voren gebracht dat zij voor de feitelijke onderbouwing in haar brieven gebruik heeft gemaakt van de van haar cliënte verkregen informatie.  4.3    De voorzitter volgt verweerster in haar verweer. Dat klager het met de inhoud van verweersters brieven niet eens is, betekent niet automatisch dat verweerster van de inhoud van die brieven een tuchtrechtelijk verwijt kan worden gemaakt. Klager en verweersters cliënte hebben nu eenmaal een andere visie op het gerezen geschil. Het was de taak van verweerster om de belangen van haar cliënte te behartigen en om in dat verband de standpunten van haar cliënte naar voren te brengen. Verweerster is daarbij afgegaan op de van haar cliënte verkregen informatie. Het stond verweerster op grond van die informatie vrij om klager namens haar cliënte te verzoeken om te stoppen met het fokken van honden. Dat uit het door klager overgelegde uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel blijkt dat een eenmanszaak van klager op 17 mei 2024 is opgeheven, maakt dit naar het oordeel van de voorzitter niet anders. Immers, verweerster is niet alleen afgegaan op een inschrijving in het handelsregister. De door verweerster van haar cliënte verkregen informatie bestond onder meer ook uit een verklaring van een medewerker van haar cliënte dat klagers partner ten overstaan van die medewerker had verklaard dat sprake was van het vijfde nestje puppy’s in het betreffende jaar, uit Marktplaatsadvertenties waarin klager puppy’s te koop aanbood en uit de door klagers onderburen aan verweersters cliënte gerapporteerde geluidsoverlast. Omdat de voorzitter niet is gebleken dat verweerster aanleiding had om aan de juistheid van de van haar cliënte verkregen informatie te twijfelen, mocht zij die informatie gebruiken voor de feitelijke onderbouwing in haar brieven aan klager. Dat verweerster feiten heeft gesteld waarvan zij de onjuistheid kende of behoorde te kennen is kortom niet gebleken.  4.4    Voor zover klager verweerster verwijt dat zij zich op onnodig grievende wijze over of jegens klager heeft uitgelaten, overweegt de voorzitter als volgt. De bewoordingen in en de toonzetting van verweersters berichten aan klager zijn naar het oordeel van de voorzitter zakelijk en professioneel van aard. Van onnodig grievende uitlatingen is geenszins sprake.  4.5    De voorzitter komt tot de slotsom dat niet is gebleken dat verweerster met haar optreden jegens klager de grenzen van de aan haar, in haar hoedanigheid van advocaat van de wederpartij, toekomende vrijheid heeft overschreden. Op grond van het voorgaande zal de voorzitter de klacht, met toepassing van artikel 46j Advocatenwet, kennelijk ongegrond verklaren.

BESLISSING De voorzitter verklaart:  de klacht, met toepassing van artikel 46j Advocatenwet, kennelijk ongegrond.

Aldus beslist door mr. S. Wierink, plaatsvervangend voorzitter, bijgestaan door mr. T.H.G. Huber – van de Langenberg, als griffier en uitgesproken in het openbaar op 5 november 2025.

Griffier         Voorzitter

Verzonden op: 5 november 2025