Rechtspraak
Uitspraakdatum
12-11-2025
ECLI
ECLI:NL:TADRSGR:2025:232
Zaaknummer
25-620/DH/RO
Inhoudsindicatie
Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat van de wederpartij in een echtscheidingszaak. Verweerster heeft, onder verwijzing naar haar e-mails aan klaagster en de betekeningsexploten van de deurwaarder, toegelicht wat zij heeft ondernomen. Klaagster heeft vervolgens erkend dat zij de e-mails met bijlagen van verweerster in haar e-mailhistorie heeft gevonden, maar zij heeft deze kennelijk over het hoofd gezien. Wat hier ook verder van zij, vast staat dat verweerster daarnaast -zoals juridisch staat voorgeschreven- het verzoekschrift via de deurwaarder heeft laten betekenen. Klacht is kennelijk ongegrond.
Uitspraak
Beslissing van de voorzitter van de Raad van Discipline in het ressort Den Haag van 12 november 2025 in de zaak 25-620/DH/RO
naar aanleiding van de klacht van:
klaagster
over:
verweerster
De plaatsvervangend voorzitter van de raad van discipline (hierna ook: de voorzitter) heeft kennisgenomen van de brief van de deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement Rotterdam (hierna: de deken) van 15 september 2025 met kenmerk R 2025/084, door de raad digitaal ontvangen op dezelfde datum, van de op de inventarislijst genoemde bijlagen 1 tot en met 11. Daarnaast heeft de voorzitter kennisgenomen van de e-mail van klaagster van 25 september 2025 en van de e-mail van verweerster van 30 september 2025.
1 FEITEN Voor de beoordeling van de klacht gaat de voorzitter, gelet op het klachtdossier, uit van de volgende feiten. 1.1 Klaagster is met haar ex-echtgenoot verwikkeld in een echtscheidingsprocedure. 1.2 Op 6 januari 2025 heeft verweerster namens de ex-echtgenoot een verzoekschrift tot echtscheiding ingediend bij de rechtbank Rotterdam (hierna: de rechtbank). 1.3 Op 15 januari 2025 heeft verweerster klaagster gemaild: ‘Tot mij heeft zich gewend [de ex-echtgenoot] met het verzoek namens hem een echtscheidingsprocedure te starten. Inmiddels heb ik namens hem het verzoek tot scheiding ingediend bij de rechtbank Rotterdam. Hierbij treft u de verzonden stukken aan. Indien u het eens bent met de verzoeken van client kunt u een referteverklaring tekenen. Als u dit wenst hoor ik dat graag van u. Als u het niet eens bent met de verzoeken van cliënt dan kunt u via een advocaat verweer voeren. Natuurlijk kunnen we ook gezamenlijk bekijken of u alsnog tot overeenstemming kunt komen. Mocht u vragen hebben dan verneem ik dat graag.’ 1.4 Op 9 januari 2025 heeft de deurwaarder het verzoekschrift betekend. De deurwaarder heeft zijn betekeningsexploot afgegeven bij het Openbaar Ministerie te Rotterdam vanwege een onbekende woon- of verblijfplaats van klaagster in Nederland en daarbuiten. Een uittreksel van het exploot is ook afgekondigd in de Staatscourant. 1.5 Op 3 juni 2025 heeft de rechtbank de echtscheiding uitgesproken tussen klaagster en de ex-echtgenoot. In de beschikking staat dat klaagster geen verweer heeft gevoerd. 1.6 De grosse van de beschikking tot echtscheiding is op 17 juni 2025 door een deurwaarder aan klaagster betekend. De deurwaarder heeft zijn betekeningsexploot afgegeven bij het Openbaar Ministerie te Rotterdam vanwege een onbekende woon- of verblijfplaats van klaagster in Nederland en daarbuiten. Een uittreksel van het exploot is ook afgekondigd in de Staatscourant. 1.7 Op 24 juni 2025 heeft verweerster klaagster gemaild: ‘Op 3 juni 2025 heeft de rechtbank de beschikking afgegeven. De rechtbank heeft: • De echtscheiding uitgesproken • (…) • (…) • (…) De echtscheiding is pas officieel op de datum waarop de echtscheidingsbeschikking is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand. Om tot inschrijving te kunnen overgaan heb ik een door u ondertekende akte van berusting tevens verzoek tot inschrijving nodig. Hierbij stuur ik u zo’n akte met het verzoek deze te ondertekenen, van een datum te voorzien en naar mij in origineel per gewone post terug te sturen. Alle stukken zijn ook door de deurwaarder betekend. U treft de bewijzen hiervan aan. Mocht u de akte van berusting niet aan mij retourneren dan zal ik na 23 september de echtscheiding registreren. Mocht u vragen hebben dan verneem ik dat graag.’ 1.8 Op 16 juli 2025 heeft verweerster klaagster gemaild: ‘Onlangs heb ik u een tweetal mails gestuurd. Gisteren ben ik gebeld door iemand die namens u zou bellen. Ik kan niet zomaar met iedereen spreken. Mocht u vragen hebben wilt u mij dan mailen of toestemming geven om te spreken met iemand die namens u belt?’ 1.9 Op 18 juli 2025 heeft klaagster bij de deken een klacht over verweerster ingediend. Het e-mailadres dat klaagster in haar klacht aan de deken heeft doorgegeven, is hetzelfde e-mailadres als het e-mailadres dat verweerster op 15 januari 2025 en 24 juni 2025 heeft gebruikt om een e-mail aan klaagster te sturen.
2 KLACHT 2.1 De klacht houdt, zakelijk weergegeven, in dat verweerster tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld als bedoeld in artikel 46 Advocatenwet. Klaagster verwijt verweerster dat zij namens de ex-echtgenoot de echtscheiding heeft aangevraagd op gronden die niet op waarheid berusten en zonder klaagster hierover te informeren. De echtscheidingsprocedure is gevoerd zonder dat klaagster is gehoord, geïnformeerd en/of betrokken. Er heeft geen hoor en wederhoor plaatsgevonden. Klaagster heeft nooit brieven ontvangen, zij heeft niets ondertekend en klaagster is pas achteraf geconfronteerd met de echtscheidingsbeschikking van de rechtbank Rotterdam. De rechtbank heeft de echtscheiding uitgesproken op valse gronden/informatie. 2.2 De voorzitter zal hierna bij de beoordeling, waar nodig, op de stellingen en stukken van klaagster ingaan.
3 VERWEER 3.1 Verweerster voert verweer tegen de klacht en betwist dat zij tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. In dat verband merkt verweerster op dat zij klaagster op 15 januari heeft geïnformeerd over de start van de procedure waarbij ook het exploot van de betekening was gevoegd. Volgens verweerster is klaagster op 24 juni 2025 geïnformeerd over de beschikking waarbij alle betekeningsstukken waren bijgevoegd. Verweerster wijst erop dat klaagster bij haar klacht het exploot van betekening van 17 juni 2025 heeft overgelegd, zodat ervan uit kan worden gegaan dat klaagster haar e-mails heeft ontvangen. Daarbij merkt verweerster op dat klaagster nog tot 23 september 2025 de gelegenheid had om in hoger beroep te gaan en dat klaagster dat via een advocaat ook heeft gedaan. Tot slot merkt verweerster op dat klaagster in de klachtprocedure het e-mailadres gebruikt waarop zij klaagster ook heeft gemaild en dat klaagster in repliek heeft bevestigd dat zij de e-mails heeft ontvangen. Daarnaast wijst verweerster erop dat de stukken door de deurwaarder zijn uitgebracht. Verweerster meent als advocaat aan haar verplichtingen te hebben voldaan. 3.2 De voorzitter zal hierna, waar nodig, op het verweer ingaan.
4 BEOORDELING Toetsingskader 4.1 Deze zaak betreft een klacht over de advocaat van de wederpartij. Voor alle advocaten geldt dat zij partijdig zijn en in principe alleen de belangen van hun eigen cliënt hoeven te behartigen. Zij hebben veel vrijheid om te doen wat in het belang van hun cliënt nodig is, maar die vrijheid is wel begrensd. Advocaten mogen de belangen van de wederpartij niet onnodig of op een ontoelaatbare manier schaden. Zij mogen zich bijvoorbeeld niet onnodig kwetsend uitlaten over de wederpartij. Ook mogen advocaten niet bewust onjuiste informatie verschaffen. Daarbij geldt dat advocaten er in beginsel van uit mogen gaan dat de informatie die zij van hun cliënt hebben gekregen juist is. Slechts in uitzonderingsgevallen zijn advocaten gehouden de juistheid van die informatie te controleren. Tot slot hoeven advocaten in het algemeen niet af te wegen of het voordeel dat zij voor hun cliënt willen bereiken, opweegt tegen het nadeel dat zij aan de wederpartij toebrengen. Verder geldt dat in familierechtkwesties de advocaat ervoor moet waken dat de verhoudingen tussen partijen niet escaleren. Van de advocaat mag een zekere terughoudendheid worden verwacht in het doen van uitlatingen over de wederpartij die deze naar verwachting als kwetsend zal ervaren, en in het starten van procedures. De advocaat moet daarbij in iedere zaak afwegen: – het belang van zijn cliënt bij het voeren van de procedure, – het belang van de wederpartij én dat van de kinderen bij het voorkomen daarvan, – het verloop van het geschil tot dan toe en – de kans op succes van de procedure.
De klacht is kennelijk ongegrond 4.2 De voorzitter is op grond van de stukken van oordeel dat verweerster ten aanzien van de gang van zaken rondom de echtscheidingsprocedure tussen klaagster en de ex-echtgenoot geen tuchtrechtelijk verwijt kan worden gemaakt. Verweerster heeft, onder verwijzing naar haar e-mails aan klaagster en de betekeningsexploten van de deurwaarder, toegelicht wat zij heeft ondernomen. Klaagster heeft vervolgens erkend dat zij de e-mails met bijlagen van verweerster van 15 januari 2025 en 24 juni 2025 in haar e-mailhistorie heeft gevonden, maar zij heeft deze kennelijk over het hoofd gezien. Wat hier ook verder van zij, vast staat dat verweerster daarnaast -zoals juridisch staat voorgeschreven- het verzoekschrift via de deurwaarder heeft laten betekenen. Anders dan klaagster stelt, was verweerster niet gehouden om het echtscheidingsverzoek met bijlagen eerst ter verificatie en ondertekening aan klaagster voor te leggen voordat zij dit bij de rechtbank indiende. Verweerster behartigt immers alleen de belangen van de ex-echtgenoot van klaagster in de echtscheidingsprocedure. 4.3 Uit het bovenstaande volgt dat verweerster klaagster op de (juridisch) correcte wijze officieel heeft geïnformeerd over het verzoekschrift van haar cliënt. De klacht is dan ook kennelijk ongegrond.
BESLISSING De voorzitter verklaart de klacht, met toepassing van artikel 46j Advocatenwet, kennelijk ongegrond.
Aldus beslist door mr. A. van Luijck, plaatsvervangend voorzitter, bijgestaan door mr. A.E. van Oost als griffier en uitgesproken in het openbaar op 12 november 2025.
Griffier Voorzitter
Verzonden op: 12 november 2025
