Rechtspraak
Uitspraakdatum
05-11-2025
ECLI
ECLI:NL:TADRSGR:2025:219
Zaaknummer
25-591/DH/RO
Inhoudsindicatie
Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in een arbeidsrechtelijk geschil. Verweerder mag een ander juridisch standpunt innemen dan klager. Niet gebleken van dreigementen of intimidatie. Verweerder heeft geen onduidelijkheid laten bestaan over zijn hoedanigheid van advocaat. Ook was hij niet verplicht zijn brief naar de FNV-vertegenwoordiger van klager te sturen. Klacht kennelijk ongegrond.
Uitspraak
Beslissing van de voorzitter van de Raad van Discipline in het ressort Den Haag van 5 november 2025 in de zaak 25-591/DH/RO
naar aanleiding van de klacht van:
klager
over:
verweerder
De voorzitter van de raad van discipline (hierna ook: de voorzitter) heeft kennisgenomen van de e-mail van 1 september 2025 van de deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement Rotterdam (hierna: de deken) met kenmerk R 2025/078 en van de op de inventaris genoemde bijlagen 1 tot en met 10. Ook heeft de voorzitter kennisgenomen van de aanvullende stukken van klager van 16 september 2025.
1 FEITEN Voor de beoordeling van de klacht gaat de voorzitter, gelet op het klachtdossier, uit van de volgende feiten. 1.1 Klager is werkzaam bij [bedrijf]. Per augustus 2024 heeft klager zich ziekgemeld. Bij diverse e-mailberichten in de periode van januari tot en met juni 2025 heeft klager zich kritisch uitgelaten over zijn werkgever en diverse medewerkers van het bedrijf. Op 21 mei 2025 heeft de werkgever een instructie gegeven zijn correspondentie enkel tot twee personen te richten en de andere werknemers van het bedrijf niet lastig te vallen. 1.2 Op 19 juni 2025 heeft verweerder klager aangeschreven over het naleven van de re integratieverplichtingen en de wijze waarop hij zich over het bedrijf en diens medewerkers heeft uitgelaten. Daarbij heeft verweerder opgenomen: “[The company] has asked me to advise and write to you on several matters relating to the employment agreement. (…) Your illness and re-integration obligations (…) This means that until now – from [the company’s] point of view – you have not reasonably complied with your obligations in the reintegration process. That does not qualify as a unlawful threat – as you seem to think – and I am sure that your legal advisor will confirm. [The company] has asked the UWV for a ‘deskundigenoordeel’ to underline its point of view. Your excessive, disrespectful, offensive communication On numerous occasions your tone of voice has been unacceptable. Not just perceived by your [company]-colleagues as inappropriate, but even by objective legal standards. In your recent emails you state not to be aware of that, so let me clarify and provide a few examples:” Hierna volgt een beschrijving van gebeurtenissen op vijf dagen. De brief vermeldt verder: “(…) [The company] asked you and later on instructed you on May 21st to communicate with [name 1] and [name 2] only and to stop this interaction (perceived by colleagues as harassment and intimidation). (…) [The company] therefore once again confirms clearly that any further communication from you contrary to that reasonable instruction will have disciplinary consequences. (…) The applicable tax, civil and social security legislation (…) [The company] has recently decided in consultation with you to apply Dutch social security regulations and Dutch income tax on your employment contract. These are complicated matters. [The company] is willing to look at its own responsibility on those topics, as mentioned in [name 3]’s e-mail dd 14 May 2025. [The company] is willing to discuss with you or your legal advisor if any further repair actions are required or reasonable. [The company] suggest that you too look at your responsibilities and obligations when it comes to those topics. If you have not paid taxes nor contributed to any social security scheme in Spain and/or England, this means you have benefited from an unjustified high net income over all those years. The obligation to pay income tax is your obligation and not your employer’s obligation. [The company] often uses [subsidiary] as the vehicle to employ employees that work in a very international setting. This has nothing to do with fraud or exploitative arrangements. (…) I have noticed that you have copied in [name 4] from the trade union FNV. I am happy to discuss this letter with him if deemed necessary. (…)” 1.3 Diezelfde dag heeft klager hierop gereageerd, waarin hij onder meer aangeeft dat zijn voormalig juridisch adviseur niet meer betrokken is en dat klager zichzelf vertegenwoordigt. 1.4 Op 21 juni 2025 heeft klager bij de deken een klacht ingediend over verweerder.
2 KLACHT 2.1 De klacht houdt, zakelijk weergegeven, in dat verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld als bedoeld in artikel 46 Advocatenwet. Klager verwijt verweerder het volgende. a) Verweerder heeft in strijd gehandeld met gedragsregel 8, door valse juridische informatie te verstrekken in zijn brief; b) Verweerder heeft in strijd gehandeld met gedragsregel 9, door misbruik te maken van zijn positie als advocaat; c) Verweerder heeft in strijd gehandeld met gedragsregel 10, door te handelen als manager terwijl hij advocaatbescherming claimt wat onverenigbaar is met de advocatuur. d) Verweerder heeft in strijd gehandeld met gedragsregel 25, door zijn brief niet aan de FNV-vertegenwoordiger van klager te sturen.
3 VERWEER 3.1 Verweerder heeft tegen de klacht verweer gevoerd. De voorzitter zal hierna, waar nodig, op het verweer ingaan.
4 BEOORDELING Toetsingskader 4.1 Deze zaak betreft een klacht over de advocaat van de wederpartij. Voor alle advocaten geldt dat zij partijdig zijn en in principe alleen de belangen van hun eigen cliënt hoeven te behartigen. Zij hebben veel vrijheid om te doen wat in het belang van hun cliënt nodig is, maar die vrijheid is wel begrensd. Advocaten mogen de belangen van de wederpartij niet onnodig of op een ontoelaatbare manier schaden. Zij mogen zich bijvoorbeeld niet onnodig kwetsend uitlaten over de wederpartij. Ook mogen advocaten niet bewust onjuiste informatie verschaffen. Daarbij geldt dat advocaten er in beginsel van mogen uitgaan dat de informatie die zij van hun cliënt hebben gekregen juist is. Slechts in uitzonderingsgevallen zijn advocaten gehouden de juistheid van die informatie te controleren. Tot slot hoeven advocaten in het algemeen niet af te wegen of het voordeel dat zij voor hun cliënt willen bereiken, opweegt tegen het nadeel dat zij aan de wederpartij toebrengen. 4.2 De door klager genoemde gedragsregels luiden als volgt: Gedragsregel 8: De advocaat dient zich zowel in als buiten rechte te onthouden van het verstrekken van feitelijke informatie waarvan hij weet, althans behoort te weten, dat die onjuist is. Gedragsregel 9: 1. De advocaat dient tegenover zijn cliënt en in zijn contacten met derden ervoor zorg te dragen dat geen misverstand kan bestaan over de hoedanigheid waarin hij in een gegeven situatie optreedt. 2. Ook wanneer hij niet in de hoedanigheid van advocaat optreedt dient hij zich zodanig te gedragen dat het vertrouwen in de advocatuur niet wordt geschaad. Gedragsregel 10: De uitoefening van het beroep van advocaat is onverenigbaar met elke andere activiteit die de kernwaarden van de advocatuur of het vertrouwen in de advocatuur in het gedrang kan brengen. Gedragsregel 25 lid 1: De advocaat stelt zich met een partij betreffende een aangelegenheid, waarin deze naar hij weet door een advocaat wordt bijgestaan, niet anders in verbinding dan door tussenkomst van die advocaat, tenzij deze laatste hem toestemming geeft rechtstreeks met die partij in verbinding te treden. Deze regel geldt onverminderd wanneer de bedoelde partij zich tot de advocaat wendt. Klachtonderdeel a) 4.3 Klager heeft in zijn klacht uitvoerig uiteengezet waarom volgens hem de door verweerder namens de werkgever ingenomen standpunten over de disciplinaire maatregelen en de belastings- en socialezekerheidsverplichtingen juridisch onhoudbaar zijn, onder verwijzing naar jurisprudentie van de Hoge Raad en verordeningen van de Europese Unie. Volgens klager is daarom sprake van onder meer intimidatie en misleiding. Dat klager het niet eens is met de door verweerder ingenomen standpunten, maakt echter niet dat verweerder gedragsregel 8 heeft overtreden. Deze gedragsregel ziet op feitelijke informatie. Dat laat onverlet dat verweerder namens zijn cliënte een juridisch standpunt mag innemen dat afwijkt van die van klager. Als klager het daar niet mee eens is, kan hij de kwesties voorleggen aan de daartoe bevoegde rechter. Het is niet aan de tuchtrechter om te oordelen over arbeids-, belasting- of socialezekerheidsrechtelijke vraagstukken. 4.4 Het is de voorzitter evenmin gebleken dat verweerder in dit verband tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld door zich dreigend of intimiderend over klager uit te laten. Verweerder heeft namens de werkgever aangedrongen op het nakomen van de re-integratieverplichtingen en de instructie herhaald om zijn communicatie te richten tot twee personen, omdat klagers communicatie naar medewerkers van het bedrijf als ongepast is ervaren. Verweerder mocht dat doen om de belangen van de werkgever te behartigen en heeft dat bovendien in gepaste en zakelijke bewoordingen gedaan. 4.5 Klachtonderdeel a) is kennelijk ongegrond. Klachtonderdelen b) en c) 4.6 Verweerder heeft geen onduidelijkheid laten bestaan over zijn hoedanigheid van advocaat. De enkele omstandigheid dat verweerder juridische standpunten heeft ingenomen die, volgens klager, in het voordeel van de werkgever zijn en niet zouden kloppen met de jurisprudentie, verandert niet dat verweerder die standpunten heeft ingenomen als advocaat. Klager miskent daarbij dat verweerder als partijdig advocaat het belang van de werkgever dient. Dat betekent niet dat hij daardoor optreedt als manager, werkgever of ’disciplinair leidinggevende’, zoals door klager wordt gesteld. Klachtonderdelen b) en c) zijn kennelijk ongegrond. Klachtonderdeel d) 4.7 Verweerder was op grond van gedragsregel 25 niet verplicht om zijn brief naar de FNV-vertegenwoordiger te sturen, aangezien die regel enkel geldt voor advocaten onderling. Klachtonderdeel d) is kennelijk ongegrond. Overigens heeft verweerder al in zijn brief aangeboden om de brief met de FNV-vertegenwoordiger te bespreken als dat nodig was. Conclusie 4.8 Op grond van het voorgaande zal de voorzitter de klacht, met toepassing van artikel 46j Advocatenwet, daarom kennelijk ongegrond verklaren.
BESLISSING De voorzitter verklaart de klacht, met toepassing van artikel 46j Advocatenwet, kennelijk ongegrond.
Aldus beslist door mr. S.M. Krans, voorzitter, bijgestaan door mr. M.A.A. Traousis als griffier en uitgesproken in het openbaar op 5 november 2025.
Griffier Voorzitter
Verzonden op: 5 november 2025
