Rechtspraak
Uitspraakdatum
10-11-2025
ECLI
ECLI:NL:TADRSGR:2025:225
Zaaknummer
25-209/DH/DH
Inhoudsindicatie
Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in een familierechtelijke procedure. Diverse verwijten allen ongegrond.
Uitspraak
Beslissing van de Raad van Discipline in het ressort Den Haag van 10 november 2025 in de zaak 25-209/DH/DH naar aanleiding van de klacht van:
klager
over:
verweerster gemachtigde: mr. N.A. de Leon-van den Berg
1 VERLOOP VAN DE PROCEDURE 1.1 Op 5 mei 2024 heeft klager bij de deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement Gelderland een klacht ingediend over verweerster. 1.2 Bij beslissing van 30 mei 2024 heeft de plaatsvervangend voorzitter van het Hof van Discipline de klacht verwezen naar de deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement Den Haag (hierna: de deken) voor onderzoek en afhandeling. 1.3 Op 26 maart 2025 heeft de raad het klachtdossier met kenmerk K118 2024 van de deken ontvangen. 1.4 De klacht is behandeld op de zitting van de raad van 29 september 2025. Daarbij waren klager en verweerster, bijgestaan door haar gemachtigde, aanwezig. 1.5 De raad heeft kennisgenomen van het in 1.3 genoemde klachtdossier en van de op de inventaris genoemde bijlagen. Ook heeft de raad kennisgenomen van de aanvullende stukken van klager van 20 april 2025 en van verweerster van 21 april 2025.
2 FEITEN 2.1 Voor de beoordeling van de klacht gaat de raad, gelet op het klachtdossier en de op de zitting afgelegde verklaringen, uit van de volgende feiten. 2.2 Verweerster heeft de ex-partner van klager op basis van een toevoeging bijgestaan in de echtscheidingsprocedure. Verweerster is een kennis van dan wel bevriend met de zus en zwager van de ex-partner. 2.3 Op 13 juni 2023 heeft verweerster aan klager geschreven: “(…) Cliënte heeft u laten weten te willen scheiden. Hiertoe wordt binnenkort een verzoekschrift bij de Rechtbank Gelderland ingediend. U ontvangt hiervan een afschrift. Tevens zal een deurwaarder dit verzoek aan u gaan betekenen. (…) Ondanks de inzet van ondergetekende wil cliënte graag met u het gesprek aangaan om de mogelijkheden van gezamenlijke afspraken te verkennen. Zij acht het van groot belang voor jullie kinderen om de gevolgen van de echtscheiding in goed onderling overleg te regelen. Cliënte wil graag op maandag 19 juni 2023 om 9:00 uur met ondergetekende, u en uw advocaat in gesprek om met elkaar over de echtscheiding te spreken. Het gesprek vindt plaats aan [adres]. Een dergelijk gesprek wordt ook wel een viergesprek genoemd. Staat u hiervoor open? Uw reactie ontvang ik graag uiterlijk op vrijdag 16 juni 2023 om 14:00 uur. (…) Indien een reactie op deze brief uitblijft of u wenst niet nader in gesprek te gaan, dan zal ik namens cliënte de procedure verder vorm geven. Ik merk nadrukkelijk op dat dit niet de voorkeur van cliënte heeft. (…) ” 2.4 Op 14 juni 2023 heeft klager gereageerd: “Ik laat mij zeker bijstaan door een advocaat, waar ik ook recht op heb. Ik heb vandaag een advocaat gevonden die mij bij kan staan maar het verkennende gesprek daarmee kan niet eerder dan op 23 juni aanstaande plaatsvinden. Het advocatenkantoor gaf mij aan dat een vierengesprek binnen 4 dagen na verzending van uw brief een onredelijke termijn is en zo denk ik er zelf ook over. De door u geplande afspraak op 19 juni a.s. gaat dan ook niet door. Na het verkennende gesprek op 23 juni met mijn advocaat zal ik opdracht moeten verlenen, zullen wij de zaken goed voor moeten bereiden en dan pas kan een vierengesprek plaatsvinden. Naar verwachting wordt dat dus niet eerder dan eind juni – begin juli. Mijn advocaat zal hierover te zijner tijd met u in contact treden en in overleg een afspraak inplannen.” 2.5 Op 16 juni 2023 heeft verweerster toegelicht hoe het idee van een viergesprek op korte termijn is ontstaan. Diezelfde dag heeft klager gereageerd met de mededeling het belang te begrijpen, maar dat het gesprek in het bijzijn van zijn advocaat moet plaatsvinden en dat hij zijn best doet om dat op zo kort mogelijke termijn te organiseren. 2.6 Op 22 juni 2023 heeft verweerster het echtscheidingsverzoek, met dagtekening 15 juni 2023, ingediend bij de rechtbank. In het verzoekschrift is opgenomen: “(…) 5. De vrouw heeft gedurende het huwelijk (het meest) voor de kinderen gezorgd. De vrouw acht het derhalve in het belang van de minderjarige kinderen dat de kinderen hun gewone verblijfplaats bij haar zullen hebben. 6. Partijen hebben nog geen overeenstemming kunnen bereiken over een ouderschapsplan. De vrouw zal zich de komende tijd inzetten om tot een ouderschapsplan met de man te komen. (…)” In het petitum wordt verzocht de echtscheiding uit te spreken en om kosten rechtens. 2.7 Op 3 juli 2023 heeft verweerster aan klagers advocaat geschreven: “(…) Ik heb de bijgevoegde* agenda opgesteld. Zijn er wat uw betreft nog andere onderwerpen die op de agenda moet komen? (…) Wat cliënte betreft is de situatie rondom het verblijf in de woning het meest urgent alsook de verdeling van de zorg voor de kinderen. Hiervoor heb ik een verzoekschrift voorlopige voorzieningen opgesteld, maar nog niet ingediend. Ik hoop van harte dat indiening niet nodig zal zijn en dat er tijdens het viergesprek op beide onderwerpen goede afspraken gemaakt kunnen worden. De urgentie en achtergrond zal tijdens het viergesprek nader worden toegelicht.” 2.8 Daarop heeft klagers advocaat diezelfde dag gereageerd: “(…) Het valt mijn cliënt overigens op dat u omschrijft dat u zelfs een verzoekschrift voorlopige voorzieningen klaar hebt liggen. Het hebben van een viergesprek zou zijn om te proberen afspraken te maken zodat dergelijke procedures niet nodig zijn. Dat u meldt dat u deze al klaar hebt liggen nog voordat het gesprek van start is gegaan, bevreemdt mijn cliënt. Het voert onnodig druk op de situatie. Daarnaast vraagt hij zich hierdoor af of uw cliënte daadwerkelijk in gesprek zal gaan met cliënt. Hopelijk lukt het hen beiden in het belang van de kinderen om afspraken te maken. (…)” 2.9 Op 4 juli 2023 heeft een viergesprek plaatsgevonden tussen klager, zijn advocaat, de ex-partner en verweerster. Daarin is onder meer afgesproken dat klager en de ex-partner elkaar tussen 20:00 uur en 7:00 uur geen berichten sturen. Verweerster heeft een beknopte weergave van de gemaakte afspraken naar klagers advocaat gestuurd, waarbij zij heeft aangegeven graag te vernemen “of dit zo correct is weergegeven”. Ook heeft verweerster diverse vraagpunten over kosten voor de vakantie in cursieve tekst opgenomen, beginnend met “Hoewel we dat niet hebben besproken, (…)” 2.10 Op 7 juli 2023 heeft verweerster aan klagers advocaat geschreven: “In bovengenoemde zaak heb ik u gisteren gebeld om wat met u te bespreken. Helaas kon ik u telefonisch niet bereiken, zodat ik via deze weg aandacht vraag voor het volgende. Uw cliënt heeft aan zowel de kinderen als aan cliënte een ‘contactverbod’ opgelegd. De kinderen mogen na 20:00 uur geen berichten meer sturen naar cliënte en vice versa. Ik denk niet dat dit de juiste manier is om met elkaar om te gaan. Recentelijk heeft [T] zelf om 21:15 uur een berichtje naar cliënte gestuurd, waarna cliënte “slaap lekker” terug heeft gestuurd. Deze berichtgeving was voor uw cliënt aanleiding om voormeld contactverbod op te leggen. Als de kinderen bij uw cliënt zijn, is cliënte terughoudend in het contact met de kinderen. Dat geldt andersom ook. Het opleggen van een verbod aan cliënte en de kinderen om na 20:00 uur contact met elkaar te zoeken, gaat echt te ver. Dit is niet in het belang van de kinderen. (…)” 2.11 Op 17 juli 2023 heeft de taxateur van de woning aan de ex-partner geschreven geen taxatierapport te kunnen, willen en mogen uitwerken omdat klager haar werkzaamheden dusdanig zou hebben belemmerd en beïnvloed dat het niet mogelijk is om een objectief rapport te kunnen opstellen. 2.12 Op 16 augustus 2023 heeft verweerster een verzoekschrift tot ordemaatregelen ingediend. Daarin is onder meer opgenomen: “(…) 17. Na het maken van voormelde afspraken heeft de man de vrouw veel berichten gestuurd (soms wel 70 op een dag). Ook in de nachtelijke uren blijft de man de vrouw berichten sturen. De politie heeft melding gemaakt bij Veilig Thuis en naar alle waarschijnlijkheid gaat Veilig Thuis binnenkort een onderzoek doen. Overigens, heeft ook de psychiater van [S] een melding gedaan bij Veilig Thuis. Tijdens een gesprek op 13 juli 2023 met de man en de vrouw was de psychiater van mening dat sprake is van een heftige scheidingssituatie waarvan zij melding moesten maken bij Veilig Thuis. (…)” 2.13 Op 25 augustus 2023 heeft verweerster aan klagers advocaat geschreven: “Vanochtend om 7:00 uur weigerde uw cliënt de woning te verlaten. Ik heb u hierover vanochtend geprobeerd te bellen, maar ik begreep dat u in bespreking bent. Partijen hebben bij het viergesprek afspraken gemaakt. Uw cliënt wil die afspraken wijzigen. Cliënte is het niet die wijzigingen niet eens. Ik verneem graag vandaag uiterlijk om 14:00 uur of uw cliënt de woning vandaag alsnog verlaat, een en ander overeenkomstig de afspraken van het viergesprek en zich aan de afspraken van het viergesprek houdt. Het kan niet zo zijn dat uw cliënt eenzijdig afspraken wijzigt, terwijl cliënte het daar niet mee eens is. Dit is ook niet in het belang van de kinderen. De discussie rondom de zorgregeling is verwarrend voor de kinderen en met name [S] kan hier moeilijk mee omgaan. De door uw cliënt gewenste wijziging kan hij bij de mediator bespreken of bij de rechter neerleggen. Mocht ik geen bevestiging van u ontvangen, dan zal cliënte de rechtbank verzoeken om de voorlopige voorziening z.s.m. op zitting te laten en zal zij niet deelnemen aan de mediation in het kader van de voorlopige voorzieningen.” 2.14 Op 29 augustus 2023 heeft klagers advocaat aan verweerster geschreven: “(…) Termijnen/druk Het werkt (op zijn zachtst gezegd) niet prettig wanneer u mij of mijn cliënt dergelijke korte termijnen ‘oplegt’ zoals u ook nu weer doet. Mijn praktijk is druk. Ik zal aan een zaak altijd de tijd besteden die nodig is, maar ‘opleggen’ dat er binnen een dag (of nog minder dan een dag) zou moeten worden gereageerd, is niet realistisch. Mijn cliënt ervaart het zo dat u vanaf het begin van deze procedure de druk al op die manier opvoert en daarmee aanstuurt op een ‘conflictscheiding’. Daarnaast, u koos er voor uw cliënte al voor een voorlopige voorzienig te starten, extra druk opvoeren is niet nodig. Communicatie Ik blijf erbij dat het niet op de weg van advocaten moet liggen om de communicatie voor partijen vorm te geven. Als u daar uw medewerking aan wil verlenen, prima, maar namens cliënt geef ik u aan dit niet meer te zullen doen. Wat mij betreft gaan partijen ook dit bij de mediator bespreken. (…)” 2.15 Op 4 september 2023 is het eerste mediationtraject begonnen. 2.16 Op 26 september 2023 heeft verweerster een uitstelverzoek gedaan bij de rechtbank, omdat partijen nog in mediation zitten. 2.17 Op 28 augustus 2023 heeft verweerster aan klagers advocaat geschreven: “(…) Communicatie De berichtgeving van uw client waarin hij een vergelijking heeft gemaakt met Marc Dutroux en de familie Ruinerwold gingen alle grenzen van normale communicatie te buiten, nog los van het feit dat uw client in de nachtelijke uren cliënte weer berichten is gaan sturen. Dit was tegen alle afspraken in. Op advies van de politie dient de communicatie voorlopig via de advocaten te verlopen. Veilig Thuis heeft dit overigens ook geadviseerd. (…) Cliënte kiest nu voor deze weg en hoopt dat de communicatie tussen partijen in de toekomst weer rechtstreeks kan verlopen. (…)” 2.18 Op 16 oktober 2023 is het eerste mediationtraject beëindigd. 2.19 Op 24 oktober 2023 heeft verweerster het verzoekschrift tot echtscheiding aangevuld. 2.20 Op 24 oktober 2023 heeft verweerster aan klagers advocaat en het mediationbureau van de rechtbank geschreven: “Cliënte is ook bereid om met een andere mediator nog het mediationtraject in te gaan. Cliënte is echter niet bereid om de lopende procedures (voorlopige voorziening en de bodemzaak) nog langer aan te houden. Dit laat onverlet dat een nieuwe mediationtraject gestart kan worden. In het geval partijen aldaar afspraken maken, kan dat via de rechtbank bekrachtigd worden. Lukt dat niet, dan hebben partijen ook zich op een uitkomst omdat de procedures dan door zijn gelopen. Het verzoek is om spoedig een nieuwe afspraak met de mediator plaats te laten vinden.” 2.21 Op 13 november 2023 is het tweede mediationtraject gestart. Het traject is op 17 januari 2024 beëindigd. 2.22 Op 17 januari 2024 heeft verweerster aan klagers advocaat een voorstel gedaan over het voorlopig gebruik van de echtelijke woning, partneralimentatie, een zorgregeling, kinderalimentatie en toevertrouwing. 2.23 Op 22 januari 2024 heeft verweerster een aanvulling gedaan op het verzoek om voorlopige voorzieningen. 2.24 Op 11 juni 2024 heeft de ex-partner klager verzocht om een toestemmingsverklaring te ondertekenen voor een vakantie met de kinderen. Op 13 juni 2024 heeft verweerster klager de toestemmingsformulieren nogmaals toegestuurd en hem verzocht deze uiterlijk op 15 juni 2024 om 10:00 uur te ondertekenen in verband met het verstrijken van de optie van cliënte op de camping. 2.25 Klager en de ex-partner hebben de dagen erna per e-mail gediscussieerd over het ondertekenen van de verklaring. 2.26 Op 19 juni 2024 heeft verweerster aan klager geschreven: “Helaas heb ik van cliënte begrepen dat u nog geen toestemming heeft gegeven voor de vakantie van cliënte met de kinderen naar Frankrijk. Het is niet duidelijk welke bezwaren u heeft tegen deze reis. Kunt u dat toelichten? Ik heb begrepen dat er een discussie speelt over ‘klompen’ en ‘elektrische fietsen’. Echter, dat staat los van de vraag of u toestemming geeft voor voormelde vakantie. Omdat cliënte uw toestemming of vervangende toestemming van de rechter nodig heeft voor de vakantie naar het buitenland en deze toestemming van uw zijde uitblijft, zal ik namens cliënte een kort geding opstarten. In dat kort geding wordt de rechter om vervangende toestemming verzocht. Cliënte hoopt dat dit niet nodig is, en zij geeft u hierbij nog een laatste termijn tot en met vrijdag 20 juni 2024 9:00 uur om de formulieren getekend aan cliënte te retourneren. Mocht u geen toestemming geven, dan ontvang ik graag vrijdag 21 juni 2024 uiterlijk om 9:00 uur uw verhinderdagen voor de komende zes weken. De rechter zal dan worden verzocht om een kort geding te plannen. U wordt hiervan uiteraard op de hoogte gebracht. Mocht u inmiddels bijstand hebben van een advocaat, dan verzoek ik u vriendelijk hem of haar een afschrift van dit bericht te verstrekken en uw advocaat te verzoeken contact op te nemen met ondergetekende.” 2.27 Daarop heeft klager diezelfde dag driemaal gereageerd. 2.28 Op 8 juli 2024 heeft de rechtbank Gelderland de echtscheiding uitgesproken. 2.29 Op 16 juli 2024 heeft verweerster aan klager geschreven: “Op 8 juli 2024 heeft de Rechtbank Gelderland de echtscheiding tussen u en cliënte uitgesproken. De echtscheiding is hiermee nog niet definitief. Ik kan de echtscheiding laten inschrijven bij de gemeente [plaats] als de hoger beroepstermijn is verstreken of eerder indien jullie beide een akte van berusting tekenen. De akte van berusting kunt u bij een advocaat laten opstellen en ondertekenen. Omdat u nu niet wordt bijgestaan door een advocaat is mij onbekend of u hiervan gebruik gaat maken. Als u een akte van berusting laat opstellen door een advocaat, wilt u mij de akte van berusting dan binnen 14 dagen na heden toesturen? Mochten wij binnen deze termijn geen getekende akte van berusting hebben ontvangen, dan zullen wij de beschikking, conform de wet, aan u laten betekenen door een deurwaarder. De wet stelt deze eis om een zogenoemde akte van non appel te kunnen opvragen, waarmee de inschrijving van de echtscheiding gerealiseerd kan worden.”
3 KLACHT 3.1 De klacht houdt, zakelijk weergegeven, in dat verweerster tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld als bedoeld in artikel 46 Advocatenwet. Klager verwijt verweerster het volgende. a) Verweerster heeft de ex-partner niet mogen bijstaan, omdat zij een hele goede vriendin is van de zus en zwager van de ex-partner; b) Verweerster heeft een onredelijke termijn in haar brief van 13 juni 2023 genoemd voor een datum van een viergesprek, waarbij het niet mogelijk was een eigen advocaat te benaderen en het viergesprek voor te bereiden; c) Verweerster heeft al een verzoekschrift tot echtscheiding ingediend voordat het eerste viergesprek heeft plaatsgevonden; d) Verweerster heeft in haar brief van 3 juli 2024 gedreigd met een verzoekschrift voorlopige voorzieningen; e) Verweerster heeft de verslaglegging van het eerste viergesprek van 4 juli 2024 onvolledig en eenzijdig opgesteld; f) Verweerster heeft haar cliënte niet of onvoldoende behoed voor activiteiten die nadelig zijn voor een nette afhandeling van de scheiding; g) Verweerster heeft bewust aangestuurd op een hoge conflictscheiding; h) Verweerster heeft ten onrechte beweringen van de ex-partner niet gecontroleerd; i) Verweerster heeft ten onrechte in het verzoekschrift voorlopige voorzieningen van 16 augustus 2023 gesteld dat klager naar een psychiater is geweest, terwijl dat de praktijkondersteuner van de huisarts was; j) Verweerster heeft op 25 augustus 2023 ten onrechte gedreigd dat de ex-partner geen medewerking zal verlenen aan de mediation indien klager niet akkoord zou gaan met de tijdelijke regeling ten behoeve van de kinderen en de woning voor 14:00 uur zou verlaten. Klager vraagt zich af of een advocaat wettelijk mag eisen dat iemand zijn huis wordt uitgezet; k) Verweerster heeft keer op keer deadlines opgelegd en daarbij alleen geredeneerd vanuit het belang van de ex-partner, zonder dat er sprake was van echte urgentie; l) Verweerster heeft meegewerkt aan fraude door bij de aanvraag voor gefinancierde rechtsbijstand het persoonsgebonden budget voor een van de kinderen niet als inkomen op te geven; m) Verweerster is in de alimentatieberekening bewust uitgegaan van een hoger salaris uit 2022 dan klager momenteel ontvangt bij zijn andere werkgever; n) Verweerster heeft inhoudelijke verzoeken ingediend in de bodemprocedure gedurende de mediation; o) Verweerster heeft klager onnodig met hoge proceskosten opgezadeld, door allerlei e-mails naar klagers advocaat te sturen over de dagelijkse gang van zaken over de kinderen, de dieren en de woning; p) De kwaliteit van verweersters producten laat te wensen over; q) Verweerster stuurt aan op conflicten door klager te e-mailen over toestemmingsformulieren voor een vakantie die pas over zes weken is; r) Verweerster heeft oneigenlijk gebruik gemaakt van een termijn van 14 dagen waarbinnen zij de akte van berusting wenste te ontvangen, terwijl klager het recht heeft om drie maanden lang te bezinnen of hij hoger beroep wenste in te stellen. 3.2 Klager verzoekt om een substantieel deel van de proceskosten die hij aan zijn advocaat heeft moeten betalen (€ 22.000,-) als boete dan wel schadevergoeding op te leggen aan verweerster.
4 VERWEER 4.1 Verweerster heeft tegen de klacht verweer gevoerd. De raad zal hierna, waar nodig, op het verweer ingaan.
5 BEOORDELING Toetsingskader 5.1 Deze zaak betreft een klacht over de advocaat van de wederpartij. Voor alle advocaten geldt dat zij partijdig zijn en in principe alleen de belangen van hun eigen cliënt hoeven te behartigen. Zij hebben veel vrijheid om te doen wat in het belang van hun cliënt nodig is, maar die vrijheid is wel begrensd. Advocaten mogen de belangen van de wederpartij niet onnodig of op een ontoelaatbare manier schaden. Zij mogen zich bijvoorbeeld niet onnodig kwetsend uitlaten over de wederpartij. Ook mogen advocaten niet bewust onjuiste informatie verschaffen. Daarbij geldt dat advocaten er in beginsel van mogen uitgaan dat de informatie die zij van hun cliënt hebben gekregen juist is. Slechts in uitzonderingsgevallen zijn advocaten gehouden de juistheid van die informatie te controleren. Tot slot hoeven advocaten in het algemeen niet af te wegen of het voordeel dat zij voor hun cliënt willen bereiken, opweegt tegen het nadeel dat zij aan de wederpartij toebrengen. 5.2 Verder geldt dat in familierechtkwesties de advocaat ervoor moet waken dat de verhoudingen tussen partijen niet escaleren. Van de advocaat mag een zekere terughoudendheid worden verwacht in het doen van uitlatingen over de wederpartij die deze naar verwachting als kwetsend zal ervaren, en in het starten van procedures. De advocaat moet daarbij in iedere zaak afwegen: – het belang van zijn cliënt bij het voeren van de procedure, – het belang van de wederpartij én dat van de kinderen bij het voorkomen daarvan, – het verloop van het geschil tot dan toe en – de kans op succes van de procedure. Klachtonderdeel a) 5.3 Het is de raad niet gebleken dat verweerster onvoldoende onafhankelijkheid heeft bewaard ten opzichte van haar cliënte. Verweerster heeft toegelicht de zus van de ex-partner te kennen via een goede vriendin, dat zij deze zus slechts twee à drie keer per jaar ziet en dat zij geen banden heeft met de ex-partner. De raad ziet met die toelichting en ook overigens in het dossier geen aanwijzingen dat verweerster onvoldoende distantie heeft betracht ten opzichte van haar cliënte. Dat klager op Facebook foto’s heeft gevonden waarop verweerster met de zus en diens vrienden staat, toont ook geen band aan tussen verweerster en de ex-partner. Klachtonderdeel a) is ongegrond. Klachtonderdeel b) 5.4 De raad is verder van oordeel dat verweerster niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld door klager op 13 juni 2023 uit te nodigen voor een viergesprek op 19 juni 2023. Hoewel dit inderdaad op korte termijn was en de datum van het gesprek op een minder stellige wijze had kunnen worden voorgesteld, heeft verweerster klager de ruimte geboden om aan te geven of hij daarmee instemde. Verweerster heeft daarmee gehandeld binnen de aan haar toekomende vrijheid om de belangen van haar cliënte te behartigen. Klachtonderdeel b) is ongegrond. Klachtonderdeel c) 5.5 Verweerster heeft toegelicht het verzoekschrift tot echtscheiding in te hebben gediend voordat het viergesprek heeft plaatsgevonden om enerzijds de peildatum vast te stellen en anderzijds om duidelijk te maken dat zij de beslissing om te scheiden wat haar cliënte betrof definitief was. Dat mocht zij ter behartiging van de belangen van haar cliënte doen. Ook mocht zij daarbij namens haar cliënte het standpunt innemen dat het in het belang van de kinderen was dat zij hun gewone verblijfplaats bij haar zouden hebben, omdat haar cliënte het meest voor hen zou hebben gezorgd. Dat is geen evident onpleitbaar standpunt en ook een relevant beslispunt in een echtscheidingsprocedure. Het was niet nodig om daarover eerst klagers kant van het verhaal te horen tijdens een viergesprek, omdat verweerster als partijdige advocaat als uitgangspunt mag uitgaan van de informatie die zij van haar cliënte krijgt. De raad volgt klager er dan ook niet in dat verweerster hiermee ‘zeer onfatsoenlijk en polariserend’ heeft gehandeld. Overigens geldt ook dat in het verzoekschrift op dat moment alleen werd gevraagd om de echtscheiding uit te spreken en niets ten aanzien van de verdeling van de zorg voor de kinderen. Dat de rechtbank uiteindelijk tot een 50-50%-verdeling is gekomen, bovendien nadat beide ouders hebben aangegeven dat zo te willen hebben, betekent ook niet dat verweerster naar voren mocht brengen dat haar cliënte (aanvankelijk) een andere verdeling wenste. Klachtonderdeel c) is ongegrond. Klachtonderdeel d) 5.6 Evenmin ziet de raad dat verweerster onbetamelijk heeft gehandeld door een opmerking te maken over een voorlopige voorziening in haar e-mail van 3 juli 2023. Verweerster heeft in dat bericht het belang van het komen tot afspraken voor het verblijf in de woning en de verdeling van de zorg voor de kinderen mogen onderstrepen en mogen aankondigen dat er bij gebreke van consensus op dit punt een verzoek om een voorlopige voorziening zou worden ingediend. Een dergelijk verzoek had zij ook mogen doen in het belang van haar cliënte om tot een (tijdelijke) regeling te komen over die punten. Daarbij heeft verweerster uitdrukkelijk opgemerkt dat zij hoopt dat er goede afspraken gemaakt kunnen worden en dat indiening daarvan niet nodig zou zijn. Klachtonderdeel d) is ongegrond. Klachtonderdeel e) 5.7 De raad stelt vast dat verweerster de tijdens het viergesprek gemaakte afspraken op beknopte wijze heeft willen vastleggen. Daarbij heeft zij klagers advocaat gevraagd of de opsomming van de gemaakte afspraken correct was weergegeven. Als klager vond dat belangrijke afspraken ontbraken, dan was dat het moment om die alsnog naar voren te brengen. De raad merkt daarbij op dat ook niet werd gesuggereerd dat het ging om een volledig gespreksverslag, zodat ook niet alle besproken onderwerpen daarin hoefden terug te komen. Dat verweerster in de e-mail ook onbesproken punten heeft opgemerkt over de kosten van de vakantie, is evenmin tuchtrechtelijk verwijtbaar. Verweerster heeft helder gemaakt dat het om een niet besproken punt ging en heeft dat bovendien benadrukt door de tekst cursief te maken. Ook daarop kon klager via zijn advocaat reageren. Klachtonderdeel e) is ongegrond. Klachtonderdelen f) en h) 5.8 Verweerster wordt verder verweten haar cliënte niet of onvoldoende te hebben behoed voor activiteiten die nadelig zijn voor een nette afhandeling van de echtscheiding en niet te controleren wat haar cliënte haar heeft verteld. Zo wijst klager erop dat verweerster heeft aangenomen dat hij een ‘contactverbod’ zou hebben opgelegd aan zijn ex-partner met haar kinderen en dat hij 70 WhatsApp-berichten naar haar zou hebben gestuurd. De raad ziet daarin niet dat verweerster tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Zij mag immers uitgaan van de informatie die zij van haar cliënte krijgt en hoeft daarnaar in beginsel geen nader onderzoek te doen. Van een uitzonderingsgeval is in dit dossier niet gebleken. 5.9 Bovendien heeft verweerster ten aanzien van het ‘contactverbod’ een schermafbeelding overgelegd van een WhatsApp-bericht van klager aan de ex-partner dat “de regel in [gaat] dat er met de kinderen uitsluitend tussen 7.00 en 20.00 uur geappt mag worden”. Verweerster heeft daartegen namens haar cliënte bezwaar mogen maken. 5.10 Klachtonderdelen f) en h) zijn ongegrond. Klachtonderdelen g), j), k), n), o), q) en r) 5.11 Het is de raad op basis van het dossier niet gebleken dat verweerster bewust heeft aangestuurd op een ‘hoge conflictscheiding’. De omstandigheden die klager daarover naar voren heeft gebracht, leiden niet tot dat oordeel. Dat Veilig Thuis volgens klager zou vinden dat verweerster aanstuurde op een ‘hoge conflictscheiding’ is niet onderbouwd met stukken, zodat de raad daaraan voorbijgaat. Bovendien komt de tuchtrechter tot een eigen oordeel. Verder bestaat er geen aanknopingspunt dat verweerster het bericht van de taxateur van 17 juli 2023 heeft laten opstellen, zoals klager beweert. Ook is niet gebleken dat verweerster klager heeft opgelegd dat hij op bepaalde tijden geen berichten meer naar zijn ex-partner mocht sturen, maar is dit tijdens het viergesprek afgesproken tussen partijen. Het verwijt dat verweerster klager zou zwart maken door e mailverkeer in de processtukken op te nemen, is door klager niet geconcretiseerd of voorzien van feitelijke onderbouwing. Dat volgens klager ter zitting daarnaast exact hetzelfde is bereikt als wat bijna in de mediation is bereikt, houdt evenmin in dat verweerster kan worden verweten polariserend te hebben gehandeld. Klager lijkt verweerster in dat opzicht ook te veel te vereenzelvigen met zijn ex-partner. Zo kan verweerster niet worden verweten dat haar cliënte geen gebruik wilde maken van een gezamenlijke kinderrekening, maar de kinderalimentatie rechtstreeks wilde ontvangen. Ook de overige verwijten aan het adres van klagers ex-partner – het volgens klager doen van valse aangifte bij de politie, het niet intrekken daarvan of het plegen van huisvredebreuk – kunnen niet worden toegerekend aan verweerster, daargelaten dat deze verwijten ook niet zijn voorzien van een onderbouwing met stukken. Klachtonderdeel g) is ongegrond. 5.12 Voor zover verweerster wordt verweten op 25 augustus 2025 aan te kondigen de rechter om een voorlopige voorziening te vragen als klager de gemaakte afspraken over de aanwezigheid in de woning niet zou nakomen, mocht zij dit doen om voor de belangen van haar cliënte op te komen. Klachtonderdeel j) is ongegrond. 5.13 Om diezelfde reden heeft verweerster ook termijnen mogen stellen aan klager en zijn advocaat om te reageren of met een voorstel in te stemmen. Dat klager en zijn advocaat deze termijnen (te) kort vonden, maakt niet dat verweerster daarmee buiten de aan haar toekomende vrijheid is getreden om de zaak te behandelen. Zo heeft verweerster toegelicht dat haar cliënte onder meer belang had bij het snel komen tot een echtscheiding of bijvoorbeeld snel de toestemmingsverklaringen ondertekend wilde hebben vanwege de reservering voor de camping die onder optie was. In dat verband heeft verweerster ook mogen aankondigen om een kort geding voor vervangende toestemming te starten als niet tijdig zou worden meegewerkt. Ook heeft verweerster mogen vragen of klager binnen 14 dagen een akte van berusting kon (laten) opstellen als hij geen hoger beroep wenste in te stellen, omdat zij anders de beschikking zou laten betekenen via de deurwaarder. Niet gebleken is dat verweerster klager daarmee onder druk heeft gezet, aangezien zij hem juist de ruimte heeft gelaten om daar langer over na te denken. In dat geval zou zij de beschikking wel laten betekenen. Dat is niet verwijtbaar, maar hoort bij het afronden van de echtscheidingsprocedure. Dat verweerster in haar berichten daarbij diverse keren vroeg of klager werd bijgestaan door een advocaat, is evenmin tuchtrechtelijk verwijtbaar. Verweerster mocht daarnaar vragen, omdat zij in dat geval niet rechtstreeks met klager mocht communiceren volgens de gedragsregels. Klachtonderdelen k), q) en r) zijn ongegrond. 5.14 Het is de raad verder niet gebleken dat verweerster tijdens een lopend mediationtraject inhoudelijke verzoeken aan de rechtbank heeft gedaan. Dat is wel gebeurd tussen het eerste en tweede traject door. Verweerster heeft daarover in haar e-mail van 24 oktober 2023 ook al toegelicht dat haar cliënte de lopende gerechtelijke procedures niet wenste aan te houden gedurende het nog te starten tweede mediationtraject, zodat er zicht was op een uitkomst als het nieuwe mediationtraject geen oplossingen zou bieden. Dat mocht verweerster ook doen in het belang van haar cliënte, die tijdig duidelijkheid wilde hebben. Het dossier bevat geen aanknopingspunt voor het oordeel dat verweerster daarmee nodeloos zou hebben geprocedeerd, zoals klager heeft gesteld. Klachtonderdeel n) is ongegrond. 5.15 Daarnaast heeft verweerster niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door de communicatie van haar cliënte met klager via haar te laten verlopen. De ex-partner wenste niet direct in contact te komen met klager, zodat verweerster als enig contactpersoon heeft mogen fungeren en het contact via de advocaten kon laten verlopen. Dat is geen ongebruikelijke gang van zaken. Dat klagers advocaat niet diezelfde rol wilde vervullen en daarvoor ook kosten doorberekende aan klager, is iets wat niet aan verweerster kan worden verweten. Voor zover klager er op dit punt over bedoeld heeft te klagen dat verweerster in een processtuk zou hebben gesteld dat het schilderwerk aan het huis € 400,- zou kosten, in plaats van de € 11.000,- die klager geoffreerd kreeg, en dat het huis uit de jaren ‘70/’80 kwam, ziet de raad daarin geen klachtwaardig handelen. Zowel de verfkosten (bij zelfwerk) als het bouwjaar kwam uit het bouwkundig rapport en daarop kon verweerster zich baseren. Verweerster kan er ook niet tuchtrechtelijk verantwoordelijk voor worden gehouden als haar cliënte de woning zelf wil schilderen in plaats van dat uit te besteden. Klager kon beide onderwerpen bovendien in de procedure bij de rechtbank weerspreken als hij het daarmee niet eens was. Klachtonderdeel o) is ongegrond. Klachtonderdeel i) 5.16 Verweerster heeft in het verzoekschrift van 16 augustus 2023 duidelijk gesteld dat het ging om de psychiater van zoon S en niet van klager. Klachtonderdeel i) is ongegrond. Klachtonderdelen l) en p) 5.17 Alleen de persoon of de rechtspersoon die door het handelen of nalaten van een advocaat direct in zijn belang wordt of kan worden getroffen, heeft het recht om hierover een klacht in te dienen. Klager heeft geen eigen, rechtstreeks betrokken belang bij zijn klachten over de toevoegingsaanvraag of de kwaliteit van verweersters producten, zoals typefouten en andere slordigheden. Een dergelijk belang hebben slechts respectievelijk de Raad voor Rechtsbijstand en verweersters eigen cliënte. Klachtonderdelen l) en p) zijn niet-ontvankelijk. Klachtonderdeel m) 5.18 Verweerster heeft toegelicht dat zij de behoefte van haar cliënte en de kinderen bij een alimentatie heeft berekend aan de hand van klagers voormalige, hogere inkomen uit 2022. De draagkracht, dus wat klager daadwerkelijk zou kunnen betalen, zou zij echter hebben berekend aan de hand van klagers huidige inkomen. Dat heeft verweerster op die wijze naar voren kunnen brengen. Als klager het daar niet mee eens was, dan kon hij daartegen in de procedure bij de rechtbank gemotiveerd verweer voeren. Klachtonderdeel m) is ongegrond. Conclusie 5.19 De klacht is in zijn geheel ongegrond. Omdat de klacht ongegrond is, ziet de raad ook geen reden om verweerster te veroordelen tot het betalen van een schadevergoeding.
BESLISSING De raad van discipline verklaart de klacht ongegrond.
Aldus beslist door mr. S.M. Krans, voorzitter, mrs. W.R. Arema, M.M. van Wijk, A.T. Bol en E.A.L. van Emden, leden, bijgestaan door mr. M.A.A. Traousis als griffier en uitgesproken in het openbaar op 10 november 2025.
Griffier Voorzitter
Verzonden op: 10 november 2025
