Naar boven ↑

Rechtspraak

Uitspraakdatum

17-11-2025

ECLI

ECLI:NL:TADRSHE:2025:161

Zaaknummer

25-332/DB/ZWB

Inhoudsindicatie

Verzet. De voorzitter heeft bij de beoordeling van de klacht de juiste maatstaf toegepast en voorts rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Daarmee hoeft in redelijkheid niet te worden betwijfeld of de beslissing van de voorzitter juist is. Verzet ongegrond.

Uitspraak

Beslissing van de Raad van Discipline in het ressort ‘s-Hertogenbosch van 17 november 2025 in de zaak 25-332/DB/ZWB

naar aanleiding van het verzet tegen de beslissing van de voorzitter van de raad van discipline van 5 augustus 2025 op de klacht van:

klager

over:

verweerster gemachtigde: [kantoorgenoot verweerster]

 

1    VERLOOP VAN DE PROCEDURE

1.1    Op 11 april 2025 heeft klager tegen verweerster een klacht ingediend bij de deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement Zeeland-West-Brabant (hierna: “de deken”). 

1.2    Op 19 mei 2025 heeft de raad het dossier met kenmerk K25-028 van de deken ontvangen.

1.3    Bij beslissing van 5 augustus 2025 heeft de voorzitter van de raad de klacht kennelijk niet-ontvankelijk verklaard.

1.4    Op 6 augustus 2025 heeft klager verzet ingesteld tegen de beslissing van de voorzitter.

1.5    Partijen zijn opgeroepen voor de mondelinge behandeling op 6 oktober 2025. Noch klager, noch verweerster, noch verweersters gemachtigde is verschenen. Aan partijen is bericht dat op 17 november 2025 een beslissing wordt gegeven.

1.6    De raad heeft kennisgenomen van de beslissing van de voorzitter waartegen het verzet is gericht, van de stukken waarop de beslissing van de voorzitter is gebaseerd, van het verzetschrift en van de volgende nagekomen stukken:  -    de e-mail van klager van 14 augustus 2025 19:23 uur; -    de e-mail met bijlage van verweersters gemachtigde van 15 augustus 2025. 

2    FEITEN EN KLACHT

2.1    Voor een weergave van de vaststaande feiten en de omschrijving van de klacht verwijst de raad naar de beslissing van de voorzitter. 

 

3    VERZET

3.1    De gronden van het verzet houden het volgende in:  Er klopt niets van de beslissing van de voorzitter. De klachten zijn nooit juist of volledig beoordeeld.

 

4    BEOORDELING

4.1    Voordat de raad de klacht inhoudelijk kan beoordelen moet sprake zijn van een gegrond verzet. Een verzet is alleen gegrond als in redelijkheid moet worden betwijfeld of de beslissing van de voorzitter juist is. Twijfel kan bijvoorbeeld bestaan als de voorzitter een verkeerde maatstaf (toetsingsnorm) heeft toegepast of de beslissing heeft gebaseerd op onjuiste of onvolledige feiten. 

4.2    De raad is op grond van het verzetschrift van oordeel dat de verzetgronden van klager niet slagen. De voorzitter heeft bij de beoordeling van de klacht de juiste maatstaf toegepast en voorts rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Daarmee hoeft in redelijkheid niet te worden betwijfeld of de beslissing van de voorzitter juist is. 

4.3    Omdat het verzet tegen de beslissing van de voorzitter ook verder geen nieuwe gezichtspunten oplevert, is er geen plaats voor verder onderzoek naar de klacht. De raad zal het verzet daarom ongegrond verklaren.

BESLISSING

De raad van discipline:          verklaart het verzet ongegrond.

Aldus beslist door mr. V.E.J. Noelmans, voorzitter, mrs. A.A.M. Schutte, H.M.S. Cremers, leden, bijgestaan door mr. T.H.G. Huber – van de Langenberg als griffier, en uitgesproken op 17 november 2025.

Griffier    Voorzitter

Verzonden op: 17 november 2025