Naar boven ↑

Rechtspraak

Uitspraakdatum

17-11-2025

ECLI

ECLI:NL:TAHVD:2025:231

Zaaknummer

250296

Inhoudsindicatie

Beklag artikel 13 Advocatenwet ongegrond. Klager heeft aan de deken te kennen gegeven die eigen bijdrage niet te willen betalen, dus de deken heeft het verzoek op goede gronden afgewezen. Het hof overweegt in dit verband dat het in artikel 6, eerste lid, van het EVRM neergelegde recht op toegang tot een rechter niet absoluut is, maar aan verschillende beperkingen, waaronder financiële, mag worden onderworpen. Dergelijke beperkingen mogen het recht op toegang tot de rechter niet in essentie aantasten, maar moeten een gerechtvaardigd doel dienen en moeten proportioneel zijn aan dat doel. Het Nederlandse wettelijk systeem, waaronder het betalen van een eigen bijdrage, is daarmee niet in strijd (vgl. ABRvS 11 mei 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1243 en HvD, 20 maart 2017, ECLI:NL:TAHVD:2017:52). Dit systeem levert ook geen schending van enige andere verdragsbepaling op (zie HvD 8 mei 2018 ECLI:NL:TAHVD:2018:79).

Uitspraak

Beslissing van 17 november 2025 in de zaak 250296      naar aanleiding van het beklag op grond van artikel 13 Advocatenwet van:

     klager      tegen:     de deken

 

 

1    DE PROCEDURE 

Bij de deken

1.1    Klager heeft op 7 juli 2025 bij de deken een verzoek ingediend tot aanwijzing van een advocaat als bedoeld in artikel 13 lid 1 Advocatenwet. Dit met als doel deze advocaat een zaak van zijn vorige advocaat (wiens bijstand is geëindigd) over te laten nemen, alsmede een aansprakelijkheidsprocedure tegen zijn vorige advocaat te starten.

1.2    De deken heeft dit verzoek afgewezen met de beslissing van 11 juli 2025. De deken heeft aan de afwijzende beslissing ten grondslag gelegd dat aanwijzing gebeurt op de voorwaarde dat de rechtzoekende de advocaat betaalt. In geval van een toevoeging betekent dit dat de eigen bijdrage betaald moet worden, en eventuele bijkomende kosten zoals griffierecht en deurwaarderskosten. Dat geldt ook voor het geval een advocaat de voortzetting van een zaak die in een eerdere fase door een andere advocaat werd behandeld op zich neemt en daarvoor een nieuwe een toevoeging krijgt. Omdat de deken uit het webformulier en de toelichting opmaakt dat klager niet bereid is om de eigen bijdrage te voldoen, heeft de deken het verzoek van klager om een advocaat aan te wijzen afgewezen.

Bij het hof

1.3    Klager heeft op 20 augustus 2025 een beklag tegen de beslissing van de deken ingediend bij het Hof van Discipline (hierna: het hof). 

1.4    Verder bevat het dossier: -    het verweer van de deken -    de repliek -    de dupliek

1.5    Het hof heeft het verzoek in raadkamer behandeld op basis van de stukken uit het dossier.  

 

2    FEITEN

Het hof stelt de volgende feiten vast.

2.1    Klager heeft in een huurzaak bijstand van een advocaat gehad. Omdat klager van mening was dat deze advocaat tekort is geschoten, is hij een klachtprocedure gestart. Dit heeft geleid tot een uitspraak van het hof van 2 mei 2025, gepubliceerd op tuchtrecht.nl onder nummer ECLI:NL:TAHVD:2025:74.

2.2     Op 7 juli 2025 heeft klager aan de deken verzocht om hem een advocaat toe te wijzen. Klager wil weten hoe hij verder kan met de huurzaak en hij heeft een advocaat nodig om de ex-advocaat op basis van onrechtmatige daad aansprakelijk te stellen. Klager heeft erop gewezen dat hij geen advocaat kan vinden die een andere advocaat aansprakelijk wil stellen. Zeker niet op toevoegingsbasis. Klager stelt dat dit een problematiek is die door de verantwoordelijke instanties over het hoofd gezien wordt en hij vraagt de deken om hiervoor een oplossing te vinden.

2.3    Op 9 juli 2025 heeft de deken informatie opgevraagd bij klager. Om het verzoek te kunnen beoordelen is verzocht om het diagnose document van het Juridisch Loket, de schriftelijke afwijzing van de advocaat naar wie het Juridisch Loket heeft verwezen en (minimaal vijf) schriftelijke afwijzingen van andere advocaten, waaruit blijkt waarom de advocaat klager niet wil bijstaan. De deken heeft klager er daarnaast op gewezen dat hij uit het webformulier opmaakt dat klager niet bereid en/of in staat is de eigen bijdrage te voldoen. Voorwaarde voor aanwijzing van een advocaat is dat de advocaat moet worden betaald. Ingeval er een toevoeging wordt verleend moet de eigen bijdrage worden betaald en eventuele bijkomende kosten. De deken heeft klager verzocht op dit punt een toelichting te geven.

2.4    Op 10 juli 2025 heeft klager de gevraagde documenten aan de deken gestuurd. Klager heeft te kennen gegeven dat hij niet bereid is om opnieuw de eigen bijdrage te betalen.

2.5    De deken heeft bij besluit van 11 juli 2025 klagers verzoek om een advocaat aan te wijzen afgewezen. De deken heeft aan dit besluit ten grondslag gelegd dat hij uit het webformulier van 7 juli 2025 en de toelichting van klager van 10 juli 2025 opmaakt dat klager niet bereid is om de eigen bijdrage te voldoen. Aangezien aanwijzing door de deken van een advocaat altijd gebeurt op de voorwaarde dat de rechtzoekende de advocaat betaalt, ziet de deken in de weigering van klager om de eigen bijdrage te betalen een gegronde reden om het verzoek af te wijzen. 

 

3    BEKLAG EN VERWEER

Gronden van het beklag

3.1    Klager stelt dat de deken het verzoek ten onrechte heeft afgewezen. Klager is van mening dat door het handelen van de deken zijn toegang tot het recht ernstig is belemmerd en de uitvoering van de uitspraak van het hof van 2 mei 2025 ernstig is vertraagd. Klager heeft het hof verzocht te bepalen dat de deken gehouden is uitvoering te geven aan de uitspraak van 2 mei 2025 door zorg te dragen voor aanwijzing van een advocaat.

Verweer

3.2    De deken heeft aangevoerd dat de omstandigheid dat klager niet bereid is de eigen bijdrage voor een aan te wijzen advocaat te betalen op zichzelf een grond oplevert voor afwijzing van het verzoek tot aanwijzing van een advocaat. De deken maakt uit de reactie van klager op dat het hem frustreert dat een opvolgend advocaat een nieuwe toevoeging zal aanvragen en zijn werkzaamheden niet op basis van de eerdere toevoeging zal verrichten. Klager gaat er echter aan voorbij dat deze opvolgend advocaat recht heeft op die eigen bijdrage en vergoeding van eventuele bijkomende kosten.

 

4    BEOORDELING

Toetsingskader

4.1   Op grond van artikel 13 Advocatenwet kan een rechtzoekende die niet (tijdig) een advocaat bereid vindt hem bij te staan in een zaak waarin vertegenwoordiging door een advocaat is voorgeschreven of bijstand uitsluitend door een advocaat kan geschieden, zich wenden tot de deken met het verzoek een advocaat aan te wijzen. Voorwaarde voor aanwijzing van een advocaat is dat de advocaat moet worden betaald. Ingeval er een toevoeging wordt verleend moet de eigen bijdrage worden betaald en eventuele bijkomende kosten.

4.2    Klager heeft aan de deken te kennen gegeven die eigen bijdrage niet te willen betalen, dus de deken heeft het verzoek op goede gronden afgewezen.

4.3   Het hof overweegt in dit verband dat het in artikel 6, eerste lid, van het EVRM neergelegde recht op toegang tot een rechter niet absoluut is, maar aan verschillende beperkingen, waaronder financiële, mag worden onderworpen. Dergelijke beperkingen mogen het recht op toegang tot de rechter niet in essentie aantasten, maar moeten een gerechtvaardigd doel dienen en moeten proportioneel zijn aan dat doel. Het Nederlandse wettelijk systeem, waaronder het betalen van een eigen bijdrage, is daarmee niet in strijd (vgl. ABRvS 11 mei 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1243 en HvD, 20 maart 2017, ECLI:NL:TAHVD:2017:52). Dit systeem levert ook geen schending van enige andere verdragsbepaling op (zie HvD 8 mei 2018 ECLI:NL:TAHVD:2018:79).

4.4    Het hof zal daarom het beklag ongegrond verklaren.

 

5    BESLISSING

Het Hof van Discipline:

- verklaart het beklag van klager tegen de beslissing van 11 juli 2025 van de Deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement Rotterdam ongegrond. 

Deze beslissing is genomen door mr. C.H. van Breevoort - de Bruin, voorzitter, mrs. B.J.R. van Tongeren en J.M. Frons, leden, in tegenwoordigheid van M.H.A. Uri, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 17 november 2025.

griffier     voorzitter

De beslissing is verzonden op 17 november 2025.