Naar boven ↑

Rechtspraak

Uitspraakdatum

13-11-2025

ECLI

ECLI:NL:TAHVD:2025:230

Zaaknummer

250377

Inhoudsindicatie

Klacht over deken wordt niet verwezen. De klacht is prematuur omdat er nog geen beslissing op het aanwijzingsverzoek op grond van artikel 13 Advocatenwet is genomen. Er is door de deken om nadere informatie en stukken verzocht om het verzoek te kunnen beoordelen. Daarnaast staat bij uiteindelijke afwijzing van het verzoek de beklagprocedure open. 

Uitspraak

Beslissing van de voorzitter van het Hof van Discipline      van 13 november 2025

in de zaak 250377     

naar aanleiding van de klacht van:       

klager     

tegen:

 

verweerder

 

 

1    HET VERZOEK

1.1    De voorzitter van het hof verwijst naar het e-mailbericht van 27 oktober 2025 van het secretariaat van verweerder, met als bijlage een klachtschrift van klager van 20 oktober 2025. 

1.2    Klager heeft een klacht over verweerder ingediend, naar aanleiding van de reactie van verweerder van 20 oktober 2025 op het verzoek van klager van 19 oktober 2025 tot aanwijzing van een advocaat. De klacht van klager komt erop neer dat verweerder het verzoek van klager op onjuiste wijze en onzorgvuldig heeft beoordeeld, waardoor klagers toegang tot rechtsbijstand is vertraagd en de kwetsbare situatie waarin klager zich bevindt is verergerd. 

2    DE BEOORDELING

2.1    Op grond van het bepaalde in artikel 46c lid 5 Advocatenwet dient een klacht tegen een deken in beginsel te worden verwezen naar een deken van een andere orde. De voorzitter zal hiertoe in deze zaak echter niet beslissen en licht dit als volgt toe.

2.2    Naar het oordeel van de voorzitter is de klacht allereerst prematuur. De reactie van verweerder op het aanwijzingsverzoek van klager bevat immers nog geen beslissing op dat verzoek. In de reactie schrijft de deken dat klagers verzoek nog niet kan worden beoordeeld, omdat daartoe noodzakelijke informatie ontbreekt. De deken heeft klager daarom om nadere informatie en stukken verzocht en aangegeven dat het verzoek pas na ontvangst daarvan kan worden beoordeeld. Daarbij heeft de deken er ook op gewezen dat de termijn om op het verzoek van klager te beslissen wordt opgeschort totdat de gevraagde informatie is ontvangen. Klager moet eerst de beslissing van de deken afwachten voordat hij daarover eventueel een klacht kan indienen.

2.3    Verder wijst de voorzitter klager erop dat mocht verweerder het verzoek van klager uiteindelijk afwijzen, klager in dat geval op grond van het derde lid van artikel 13 Advocatenwet binnen zes weken na de bekendmaking van die beslissing daarover beklag kan doen bij het Hof van Discipline. Binnen de kaders van de beklagprocedure kan naar voren worden gebracht op welke punten het onderzoek en de beslissing van de deken naar de mening van klager niet deugen en dat het hof tot een andere conclusie zou moeten komen dan de deken. 

3    BESLISSING

De voorzitter van het Hof van Discipline:

wijst het verzoek tot verwijzing af.

Deze beslissing is gewezen op 13 november 2025 door mr. drs. P. Fortuin, plaatsvervangend voorzitter.

Plaatsvervangend voorzitter

De beslissing is verzonden op 13 november 2025.