Rechtspraak
Uitspraakdatum
13-11-2025
ECLI
ECLI:NL:TAHVD:2025:229
Zaaknummer
250363
Inhoudsindicatie
Afwijzing verzoek verwijzing klacht over deken. Het indienen van een klacht is niet het ge-eigende middel om de aanpak of de wijze van onderzoek door verweerster (in haar hoedanigheid van deken) ter discussie te stellen.
Uitspraak
Beslissing van de voorzitter van het Hof van Discipline van 13 november 2025 in de zaak 250363
naar aanleiding van de klacht van:
klager
tegen:
verweerster
1 HET VERZOEK
De voorzitter van het hof verwijst naar de e-mailberichten van klager van 29 oktober 2025 waarin klager, na een nadere toelichting op een vraag van de griffie van het hof wat klager precies bedoelt met zijn berichten aan het hof, aangeeft een klacht te hebben over het handelen van verweerster.
2 DE BEOORDELING
2.1 Op grond van het bepaalde in artikel 46c lid 5 Advocatenwet dient een klacht over een deken in beginsel te worden verwezen naar een deken van een andere orde. De voorzitter zal hiertoe echter niet beslissen en licht dit als volgt toe.
2.2 Uit de stukken leidt de voorzitter af dat klager klachten over twee advocaten heeft ingediend bij verweerster. Volgens klager vormen deze klachten één samenhangende kwestie maar onderkent verweerster deze samenhang niet omdat slechts één klacht naar de raad is doorgestuurd.
2.3 In de kern komt de klacht van klager erop neer – zoals ook door klager geformuleerd in zijn e-mailbericht van 29 oktober 2025 van 12.12 uur – dat verweerster zijn klacht onvolledig naar de Raad van Discipline heeft gestuurd en zijn klacht niet voortvarend heeft behandeld. Klager meent dat door de handelwijze van verweerster een vertekende voorstelling van zaken is ontstaan.
2.4 Het indienen van een klacht over verweerster is echter niet het ge-eigende middel om de aanpak of wijze van onderzoek door verweerster (in haar hoedanigheid van deken) ter discussie te stellen. Klager kan zijn klachten, na betaling van het griffierecht, voorleggen aan de Raad van Discipline in het ressort Arnhem-Leeuwarden en laten beoordelen door de tuchtrechter.
Binnen de kaders van die procedure kan klager tevens naar voren brengen op welke punten het dekenaal onderzoek van verweerster niet deugt, hoe volgens klager de klachtomschrijving(en) dien(t)en te luiden en zijn klachten nader onderbouwen en toelichten. Klager kan de raad tevens verzoeken om een gelijktijdige mondelinge behandeling van zijn klachten.
2.5 Omdat klager het klachtrecht gebruikt voor een ander doel dan waarvoor het is bedoeld en klager de mogelijkheid heeft om zijn verzoeken, zoals geformuleerd in een van zijn e-mails van 29 oktober 2025, bij de raad te doen, zal de voorzitter de klacht van klager over verweerster niet verwijzen.
3 BESLISSING
De voorzitter van het Hof van Discipline:
wijst het verzoek tot verwijzing af.
Deze beslissing is gewezen op 13 november 2025 door mr. J. Blokland, voorzitter.
Voorzitter
De beslissing is verzonden op 13 november 2025.
