Rechtspraak
Uitspraakdatum
17-11-2025
ECLI
ECLI:NL:TADRSHE:2025:156
Zaaknummer
25-309/DB/LI
Inhoudsindicatie
Raadbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij. Niet gebleken dat verweerder in strijd heeft gehandeld met gedragsregel 15. Ongegrond.
Uitspraak
Beslissing van de Raad van Discipline in het ressort ‘s-Hertogenbosch van 17 november 2025
in de zaak 25-309/DB/LI
naar aanleiding van de klacht van:
klaagster
over:
verweerder
1 VERLOOP VAN DE PROCEDURE
1.1 Op 24 september 2024 heeft klaagster tegen verweerder een klacht ingediend bij de deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement Limburg (hierna: “de deken”).
1.2 Op 9 mei 2025 heeft de raad het klachtdossier met kenmerk K24-110 van de deken ontvangen.
1.3 De klacht is behandeld op de zitting van de raad van 6 oktober 2025. Verschenen zijn klaagster en verweerder.
1.4 De raad heeft kennisgenomen van het in 1.2 genoemde klachtdossier.
2 FEITEN
2.1 Voor de beoordeling van de klacht gaat de raad, gelet op het klachtdossier en de op de zitting afgelegde verklaringen, uit van de volgende feiten.
2.2 Klaagster heeft een affectieve relatie gehad met S en is in loondienst van I B.V., zijnde een onderneming van S. Verweerder is de advocaat van I B.V. Klaagster heeft in het kader van haar werkzaamheden voor I B.V. regelmatig contact gehad met verweerder. Daarnaast heeft verweerder klaagster in een erfrechtkwestie bijgestaan.
2.3 Op enig moment is de relatie tussen klaagster en S geëindigd. Verweerder heeft aangeboden om als bemiddelaar tussen klaagster en S op te treden.
2.4 Klaagster heeft zich in verband met de afwikkeling van de verdeling voor rechtsbijstand gewend tot mr. N, advocaat. Bij e-mail van 23 februari 2024 heeft mr. N verweerder bericht dat klaagster er niet mee kon instemmen dat verweerder voor S tegen klaagster zou optreden. Verweerder heeft bij e-mail van 26 februari 2024 aan mr. N bericht dat S een advocaat van buiten verweerders kantoor zou aanzoeken.
2.5 S heeft zich voor rechtsbijstand gewend tot mr. R, advocaat, die de zaak in behandeling heeft genomen.
2.6 Verweerder heeft declaraties gestuurd aan I B.V. Klaagster heeft in het kader van haar administratieve werkzaamheden voor I B.V. kennis genomen van de declaraties en de daaraan gehechte urenspecificaties. Klaagster heeft ook kennisgenomen van bij declaraties van mr. R aan S verzonden declaraties en daaraan gehechte urenspecificaties. Op zowel de urenspecificaties van verweerder als die van mr. R is vermeld dat verweerder en mr. R in de periode van 26 februari 2024 tot en met 29 april 2024 meerdere malen contact hebben gehad.
2.7 Op 24 september 2024 heeft klaagster bij de deken een klacht ingediend over verweerder.
3 KLACHT
3.1 De klacht houdt, zakelijk weergegeven, in dat verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld als bedoeld in artikel 46 Advocatenwet. Klaagster verwijt verweerder het volgende:
Verweerder heeft in strijd gehandeld met gedragsregel 15.
4 VERWEER
4.1 Verweerder heeft verweer gevoerd. De raad zal hierna, waar nodig, op het verweer ingaan.
5 BEOORDELING
5.1 Toetsingskader
Klaagster verwijt verweerder dat hij in strijd met gedragsregel 15 heeft gehandeld. Gedragsregel 15 lid 1 bepaalt dat het, gelet op zijn gehoudenheid aan met name de kernwaarden partijdigheid en vertrouwelijkheid, de advocaat niet is toegestaan, behoudens in de gevallen genoemd in het derde en vierde lid, (1) tegelijkertijd voor meer dan één partij op te treden in een zaak waarin deze partijen een tegengesteld belang hebben; (2) tegen een cliënt of een voormalige cliënt op te treden.
5.2 Verweerder heeft de klacht weersproken en in dat verband naar voren gebracht dat hij niet voor S tegen klaagster heeft opgetreden. De raad overweegt als volgt.
5.3 Vast staat dat S zich in de verdelingskwestie voor rechtsbijstand tot mr. R heeft gewend, nadat klaagster bezwaren had geuit tegen het verlenen van rechtsbijstand in die kwestie door verweerder aan S. Naar het oordeel van de raad blijkt uit de overgelegde stukken en hetgeen ter zitting naar voren is gebracht niet dat verweerder voor S tegen klaagster heeft opgetreden. Het enkele feit dat uit de urenspecificaties blijkt dat in de periode van 26 februari 2024 tot en met 29 april 2024 tussen verweerder en mr. R contact heeft plaatsgevonden, maakt dit niet anders. Verweerder heeft gemotiveerd toegelicht dat hij in zijn hoedanigheid van advocaat van de onderneming contact heeft gehad met mr. R omdat de belangen van de onderneming door de afwikkeling van de relatie tussen klaagster en S werden geraakt. Klaagster heeft hier niets tegenover gesteld en heeft niet onderbouwd waarom de op de urenspecificaties vermelde contacten in het licht van gedragsregel 15 ontoelaatbaar zouden zijn.
5.4 De raad komt tot de slotsom dat de klacht dat verweerder in strijd met gedragsregel 15 heeft gehandeld feitelijke grondslag mist. De raad zal de klacht op grond van het voorgaande ongegrond verklaren.
BESLISSING
De raad van discipline: - verklaart de klacht ongegrond.
Aldus beslist door mr. V.E.J. Noelmans, voorzitter, mrs. A.A.M. Schutte, H.M.S. Cremers, leden, bijgestaan door mr. T.H.G. Huber – van de Langenberg als griffier, en uitgesproken op 17 november 2025.
Griffier Voorzitter
Verzonden op: 17 november 2025
