Rechtspraak
Uitspraakdatum
28-10-2025
ECLI
ECLI:NL:TADRSHE:2025:154
Zaaknummer
25-452/DB/LI
Inhoudsindicatie
Voorzittersbeslissing. Klacht over de eigen advocaat. Diverse verwijten over de kwaliteit van de dienstverlening en het neerleggen daarvan, de bejegening en afspraken met klagers rechtsbijstandsverzekeraar zijn kennelijk ongegrond.
Uitspraak
Beslissing van de voorzitter van de Raad van Discipline in het ressort ’s-Hertogenbosch van 28 oktober 2025
in de zaak 25-452/DB/LI
naar aanleiding van de klacht van:
klager
over:
verweerster
De plaatsvervangend voorzitter van de raad van discipline (hierna ook: de voorzitter) heeft kennisgenomen van de brief van de deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement Limburg (hierna: de deken) van 9 juli 2025 met kenmerk K25-018, door de raad ontvangen op diezelfde datum, en van de op de inventaris genoemde bijlagen 1 tot en met 11. Ook heeft de voorzitter kennisgenomen van de aanvullende stukken van klager van 23 juli 2025.
1 FEITEN
Voor de beoordeling van de klacht gaat de voorzitter, gelet op het klachtdossier, uit van de volgende feiten.
1.1 Klager heeft drie geschillen met zijn verhuurder. Hij heeft daarvoor zijn rechtsbijstandsverzekeraar ingeschakeld. De verzekeraar heeft de drie zaken doorgestuurd aan verweerster, met wiens kantoor de verzekeraar een samenwerkingsovereenkomst heeft.
1.2 Op 21 januari 2025 heeft verweerster aan klager geschreven:
“In opgemelde aangelegenheid heb ik drie zaken van uw rechtsbijstandsverzekering mogen ontvangen met het verzoek om de zaken te beoordelen. Ik begrijp dat in alle drie de zaken u een geschil heeft met [de verhuurder].
Ik vat kort samen wat ik uit de stukken opmaak. U heeft:
1. Een geschil in verband met vermeende geluidsoverlast door u. Er zou een gesprek op 3 december plaatsvinden. Heeft dat plaatsgevonden? Kunt u aangeven of u er inmiddels al achter bent wie de melding zou hebben gedaan en waar de geluidsoverlast over zou gaan? Ik zie dat u dat voorheen niet wist, maar bent u daar al achter kunnen komen?;
2. Een geschil omtrent de woontoren, toezicht, handhaving, (beheer)maatregelen door [de verhuurder] tussen 22:00 uur ‘s avonds en 6:00 uur ’s ochtends;
3. Een geschil omtrent de beveiligingscamera’s.
Is het juist dat:
1. U van mij wilt weten of u recht op informatie heeft over de vermeende geluidsoverlast?
2. U van mij wilt weten of de wijze waarop door [de verhuurder] toezicht wordt uitgeoefend (zowel in zaak 2 als 3 – het lijkt erop dat dit samenhang heeft, niet waar?) onrechtmatig is?f
Ik wil graag van u stukken ontvangen voordat ik verder kan:
1. Ik wil heel concreet weten wat uw vragen aan mij zijn (dus echt alleen de vragen die u heeft, concrete vraagstellingen en genummerd – zoals bijvoorbeeld ik heb gedaan bij 1 en 2 onder de kop ‘is het juist dat’);
2. De huurovereenkomst en bijbehorende algemene bepalingen;
3. Informatie over het gesprek dat op 3 december gepland stond.
Tot slot zie ik dat u wenst om alleen schriftelijk te communiceren. Hoewel ik dat respecteer en daar alle begrip voor heb, zou ik het toch prettig vinden als wij telefonisch met elkaar zouden kunnen spreken. Ik wil graag uw kant van het verhaal aanhoren, dat is wat mij betreft telefonisch het meest praktisch en prettigst. Ik hoor dan ook graag of u het goed vindt om met mij wel een telefonisch contactmoment in te plannen: ik ben namelijk van mening dat ik u op die manier beter kan helpen. Ik zie de stukken en een reactie op mijn verzoek graag tegemoet.”
1.3 Diezelfde dag heeft klager gereageerd:
“1. N.a.v. uw e-mail bericht aan mij d.d. 21-1-2025 16:03 uur. Waarvoor dank. Hieronder reageer ik daarop.
2. Ik (huurder) heb een geschil met [de verhuurder] (de verhuurder) over drie onderstaande onderwerpen.
3. Ik verzoek u onderwerpen NIET op één hoop te gooien, anderzijds wordt het voor mij onoverzichtelijk, complex, onbegrijpelijk.
Hfst. 1
4. Onderwerp: vermeende geluidsoverlast veroorzaakt door mij ([zaaknummer])
5. Er heeft GEEN gesprek plaatsgevonden tussen mij en de verhuurder.
6. Voor informatie over deze zaak en voor mijn vragen c.q. verzoeken daarover aan u en de verhuurder verzoek ik u kennis te nemen van mijn brief aan [de verzekeraar] d.d. 23-12-2024 (bijlage).
7. Ik verzoek u voor een kopie / afschrift te ontvangen van de opdrachtverstrekking van [de verzekeraar] aan uw advocatenkantoor.
Hfst. 2
8. Onderwerp: woontoren toezicht, handhaving, (beheer)maatregelen door [de verhuurder] tussen 22:00 uur ‘s avonds en 6:00 uur ’s ochtends ([zaaknummer])
9. Voor informatie over deze zaak en voor mijn vragen c.q. verzoeken daarover aan u en de verhuurder verzoek ik u kennis te nemen van mijn brief aan [de verzekeraar] d.d. 29-11-2024 (bijlage).
10. Ik verzoek u voor een kopie / afschrift te ontvangen van de opdrachtverstrekking van [de verzekeraar] aan uw advocatenkantoor.
Hfst. 3
11. Onderwerp: woontoren beveiligingscamera’s ([zaaknummer])
12. Voor informatie over deze zaak en voor mijn vragen c.q. verzoeken daarover aan u en de verhuurder verzoek ik u kennis te nemen van mijn e-mail en brief aan de verhuurder d.d. 3-10-2024, d.d. 11-11-2024 (bijlagen).
13. Ik verzoek u voor een kopie / afschrift te ontvangen van de opdrachtverstrekking van [de verzekeraar] aan uw advocatenkantoor.
Hfst. 4
14. Onderwerp: communicatie tussen u en mij
15. Ik verzoek u voor een volledige schriftelijke afhandeling tussen u en mij van uw rechtshulp, in plaats van een (telefonisch en/of fysiek) gesprek, chatten, bezoek aan huis, omdat ik vrees, vanwege mijn handicap c.q. belastbaarheid, voor onevenredige schade aan mijn gezondheid, persoonlijke levenssfeer, autonomie (in de zin van artikel 01 van de WGBH/CZ). Voorgaand verzoek niet uitsluitend maar mede op grond van: a. artikel 1 van de Grondwet, b. artikel 01, 1, 2, lid 1, en artikel 10 van de WGBH/CZ, welke voorgenoemde Wet verplicht om, indien hierom is verzocht, doeltreffende aanpassingen te verrichten voor een persoon, zijnde mij, met handicaps. Hogere wet en regelgeving heeft voorrang boven lagere wet en regelgeving in de zin van het VNVerdrag Handicap, artikel 14 van het EVRM, artikel 1 van de Grondwet (discriminatieverbod) heeft voorrang boven huur wet- en regelgeving, het Burgerlijk Wetboek, het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
Ik verzoek u voor een email ontvangstbevestiging van dit schrijven. In afwachting.”
1.4 Op 3 februari 2025 heeft verweerster aan klager geschreven:
“In opgemelde aangelegenheid heb ik uw bericht van 21 januari 2025 in goede orde ontvangen.
Laat ik voorop stellen dat ik net zoals u graag de zaken splits, teneinde een ander overzichtelijk te houden.
Laat ik aanvangen met het gegeven dat u geen kopie krijgt van de opdrachtverstrekking van [de verzekeraar] aan ons kantoor. Dat is iets tussen uw verzekering en ons kantoor.
U geeft aan dat u geen telefonisch contact dan wel fysiek contact met mij wenst. U wilt graag een volledig schriftelijke afhandeling. Ik zal proberen dat op die manier te doen. Echter, het is de vraag of dit uiteindelijk voor mij werkbaar is of blijft: ik zal toch ook in staat moeten worden gesteld om mijn werk goed te kunnen doen en op deze manier zal dat een behoorlijke uitdaging zijn.
De zaken zijn onder te verdelen in drie verschillende onderwerpen.
- Onderwerp 1: De vermeende geluidsoverlast veroorzaakt door u.
- Onderwerp 2: Het toezicht binnen de woontoren (het flatgebouw), alsmede handhaving en beheermaatregelen door [de verhuurder] tussen 10 uur ’s avonds en 6 uur ’s ochtends.
- Onderwerp 3: de beveiligingscamera’s van de woontoren (het flatgebouw)
Onderstaand probeer ik samen te vatten wat ik denk dat u aan mij vraagt. Ik heb u namelijk gevraagd om mij uw vragen in de dossiers genummerd te doen toekomen, u verwijst mij naar uw bijlagen met uw berichten aan [de verzekeraar] en bijbehorende stukken. Helaas is dat voor mij niet overzichtelijk. Ik heb derhalve zelf moeten puzzelen om te onderzoeken wat u van mij vraagt, maar moet vooralsnog gissen of ik het bij het juiste eind heb. Vandaar dat ik e.e.a. bij u dien te verifiëren.
Als ik niet weet wat u van mij vraagt, dan kan ik mijn werk niet doen. Indien en voor zover u onderstaand iets mist (ik zal beoordelen wat ik hieronder beschrijf, behoudens ten aanzien van onderwerp 2 – daar weet ik onvoldoende voor) dan vraag ik u om dat met een andere kleur tekst of markering aan te vullen. Daarna kan ik pas overgaan tot het opstellen van een analyse van de zaken en beoordelen in hoeverre ik een kans van slagen aanwezig acht. Ik ben aldus afhankelijk van uw input.
Onderwerp 1: De vermeende geluidsoverlast veroorzaakt door u. Volgens mij zijn de vragen als volgt. U wilt weten of u recht heeft op een kopie of afschrift van de melding waarin de vermeende overlast zou worden gesteld, alsmede bewijs van de beweringen gedaan door [de verhuurder] in het kader van de overlast en dergelijke. Mij lijkt dat hetgeen u opsomt onder a tot en met i in principe betrekking heeft op de vraag of [de verhuurder] verplicht is om inzage te geven in de melding, dan wel de gestelde geluidsoverlast en hoe zij dit kunnen onderbouwen. U wilt weten of u recht heeft op deze stukken.
Onderwerp 2: woontoren, toezicht, handhaving en beheermaatregelen door [de verhuurder] tussen 10 uur ’s avonds en 6 uur ’s ochtends. U bent van mening dat u op onaanvaardbare wijze wordt aangetast in uw woon- en leefklimaat als gevolg van het niet c.q. onvoldoende uitvoeren van woontoren, toezicht, handhaving en beheermaatregelen. U heeft het over: onvoldoende uitvoeren van woontoren toezicht, handhaving, (beheer)maatregelen door [de verhuurder] tussen 22:00 uur en 6:00 uur (slaaptijd)? Kunt u mij uitleggen waarom er volgens u dan onvoldoende wordt gedaan, wat dus anders moet volgens u en wat zij wel doen? Ik kan namelijk niet uit de stukken opmaken waar de wederpartij volgens u in dit aspect in tekortschiet. U moet mij wel duidelijker maken wat er dan feitelijk aan de hand is: Ik kan zo niet aan de slag.
Onderwerp 3: de beveiligingscamera’s van de woontoren. Met betrekking tot dit probleem verwijst u naar uw brief van 3 oktober 2024. U wilt ten aanzien van de camera’s weten welke camera wat precies filmt, wie toegang heeft tot de camerabeelden en dergelijke én informatie over hoelang deze beelden etc. worden bewaard. Kort en goed, u wilt eigenlijk graag informatie hebben over het functioneren van de camera’s.
Conclusie: Ik mag u wel vragen indien en voor zover u nog iets mist bij onderwerp 1 en 3, om dit nog aan te vullen in een reactie aan mij, waarbij u dat dan bij mijn betreffende beschrijving in een andere kleur (of gemarkeerd) erbij schrijft. Ten aanzien van onderwerp 2 heb ik méér informatie van u nodig om te begrijpen wat u nu van mij verlangt. Na ontvangst van nadere informatie zal ik overgaan tot beoordeling van uw dossiers en informeer ik u omtrent de kans van slagen.”
1.5 Op 4 februari 2025 heeft klager aan verweerster geschreven:
“1. N.a.v. uw e-mail bericht aan mij d.d. 3-2-2025. Hieronder reageer ik daarop.
2. U weigert mij een kopie / afschrift te sturen van de opdrachtverstrekking van [de verzekeraar] aan [het advocatenkantoor] (een opdracht met bereidheid-, beschikbaarheid-, werk- en financiële- afspraken informatie, welke informatie wezenlijk belang is voor de uitvoering van de opdracht en voor mijn rechtsbijstandverzekering schadelast), in strijd met artikel 2, lid 2, artikel 12, 14, lid 1, artikel 16, lid 1, artikel 17, lid 2, 4, van de gedragsregel advocatuur, artikel 10a, eerste lid, onder a, b, c, d, van de Advocatenwet . Ik ben belanghebbende voor de opdracht.
3. U behandelt mijn zaak niet c.q. onvoldoende voortvarend n.a.v. mijn bericht d.d. 21-1-2025, in strijd met artikel 6, lid 1, van de gedragsregels advocatuur.
4. U heeft mitsen en maren over een volledige schriftelijke afhandeling tussen u en mij, in strijd met artikel 2, lid 2, artikel 6, lid 1, van de gedragsregels advocatuur.
5. U bekritiseert mijn informatie, stukken en mijn toelichting daarover en ik begrijp uw vermeende samenvatting niet, in strijd met artikel 2, lid 2, artikel 6, lid 1, van de gedragsregels advocatuur. In uw samenvatting voor [zaaknummers] ontbreekt informatie uit mijn stukken. U verzoekt mij mijn vragen te nummeren. U laat na gerichte vragen te stellen over 1 of meerdere alinea’s over mijn informatie, stukken. M.a.w. welke alinea in mijn informatie, stukken is niet c.q. onvoldoende duidelijk?
6. Uw email d.d. 21-1-2025, uw brief d.d. 3-2-2025, uw werkzaamheden zijn een niet / onvoldoende doelmatige behandeling van de zaken c.q. zijn onnodige rechtsbijstandverzekering -kosten / - schadelast in strijd met artikel 6, lid 1, van de gedragsregels advocatuur. U wekt de (subjectieve en objectieve) schijn uw eigen werkzaakheden te creëren.
7. U handelt c.q. laat na in strijd met artikel 10a, eerste lid, onder a, b, c, d, artikel 46 van de Advocatenwet. U handelt onvoldoende zoals van een redelijk bekwaam en redelijk handelend advocaat / dienstverlener in de gegeven omstandigheden mag worden verwacht.
8. Ik betwist uw werkzaamheden en (een) declaratie(s) daarover en vergoeding daarvoor in de zin van artikel 17, lid 5, van de gedragsregels advocatuur.
9. Ik geef u GEEN toestemming voor informatie, stukken aan [de verzekeraar] c.q. derden te verstrekken in de zin van artikel 3, lid 1, van de gedragsregels advocatuur. U heeft aan mij GEEN machtigingsformulier verstrekt ter zake informatie.
10. Ik stel, de directie van, [het advocatenkantoor] hierbij in gebreke, verzuim en aansprakelijk voor een tekortkoming in de nakoming van de uitvoering van de verplichtingen van [de verzekeraar] op zich te nemen (artikel 6:74 van het BW), zoals onderbouwd in dit schrijven.
11. Ik verzoek, vorder en voor zover nodig sommeer [de verzekeraar], binnen 14 dagen na dagtekening van dit schrijven,: a. voor nakoming van de uitvoering van de rechtshulpverlening; b. voor te ontvangen, voorafgaande aan het verrichten van werkzaakheden, een kopie / afschrift opdrachtverstrekking van [de verzekeraar] aan [het advocatenkantoor]; c. voor de gehele door [de verzekeraar] aan [het advocatenkantoor] betaalde vergoeding c.q. bedrag(en) aan [de verzekeraar] terug te betalen; d. voor zich te houden aan de gedragsregels advocatuur en de Advocatenwet; e. voor te ontvangen een kopie / afschrift, wat is de ter zake deskundigheid en proceservaring van [verweerster] ter zake de rechtsgebieden ([zaaknummers])? f. voor gerichte vragen te stellen over 1 of meerdere alinea’s over mijn informatie, stukken. M.a.w. welke alinea in mijn informatie, stukken is niet c.q. onvoldoende duidelijk?
12. Dit schrijven dient tevens ter stuiting van de verjaring van mijn vorderingen op [het advocatenkantoor].
13. Al mijn rechten worden voorbehouden.
14. [Het advocatenkantoor] is niet mijn vrije advocaat keuze. Ik heb met [de verzekeraar] geen geschil ter zake de naleving van vrije advocaatkeuze. De vrije advocaatkeuze is aan de orde wanneer er sprake is van een (administratieve, buitengerechtelijke) procedure. Er is nu (nog) geen sprake van een procedure.
15. Graag zou ik [het advocatenkantoor] willen vragen om zich in te spannen c.q. vaart te maken met de rechtshulpverlening aan mij.
Ik verzoek u voor een email ontvangstbevestiging van dit schrijven. In afwachting.”
1.6 Op 10 februari 2025 heeft verweerster aan klager geschreven:
“(…) Op basis van de stukken, die ik uitgebreid heb bestudeerd, heb ik bij brief van 3 februari 2025 mijn bevindingen doen toekomen. Ik heb daarin kort aangegeven hetgeen in mijn optiek de ‘hamvraag’ in ieder dossier is, dit om overzicht en duidelijkheid te creëren, alsmede om uw hulpvraag aan mij te definiëren. Ik heb u gevraagd mij te laten weten of hetgeen ik heb verwoord juist is en zo niet, daar waar nodig dit aan te vullen. Ten aanzien van dossier nr. 2, heb ik u om een nadere toelichting gevraagd omdat mij onbekend is waarom u vindt dat [de verhuurder] tekort is geschoten en welke concrete aanknopingspunten daarvoor zijn. Kennelijk is mijn brief aan u niet in goede aarde gevallen, gelet op uw reactie d.d. 4 februari 2025.
Laat ik vooropstellen dat ik mij bij de belangenbehartiging in zaken altijd inspan om de onderste steen boven te krijgen, met als doel de cliënt (u in dit geval) zo goed mogelijk van dienst te kunnen zijn. Om iemand goed van dienst te kunnen zijn, is het noodzakelijk dat ik vragen kan stellen omtrent de inhoud van de zaak zodat ik een volledig beeld krijg van de situatie. Dat betekent dat ik bij u moet kunnen verifiëren of ik goed begrijp wat u van mij vraagt.
Ik heb u in mijn brief d.d. 3 februari 2025 gevraagd of mijn kernachtige weergaven van de (door elkaar lopende) kwesties volgens u juist zijn en of ik daarmee correct weergeef wat u van mij verlangt. Dat behelst nog geen volledige analyse: ik heb immers eerst alle informatie (waaronder ook de concrete vraagstelling) nodig om een inschatting van de goede en kwade kansen van uw zaken te kunnen maken. Ook heb ik u in mijn laatste e-mail gevraagd om mij, wegens gebrek aan duidelijkheid omtrent de klachten die bij u leven ten opzichte van [de verhuurder] in het kader van het tweede dossier, van een nadere toelichting te voorzien. Dit allemaal louter met als doel uw belangen zo goed mogelijk te kunnen behartigen.
Het is mijn rol als advocaat om de leiding te nemen in de bijstand bij een juridisch geschil. Dat betekent dat ik als advocaat ook de kans moet krijgen om, waar onduidelijkheid bestaat, duidelijkheid te verkrijgen. Deze duidelijkheid krijg ik, ondanks mijn verzoek daartoe aan u, niet. Ik kan zodoende niet beoordelen of hetgeen u wil juridisch ook mogelijk is: uw wens is mij niet duidelijk.
U heeft mij gevraagd om een volledig schriftelijke afhandeling van uw zaak, telefonisch wenst u geen contact. In mijn e-mail aan u van 21 januari 2025 en brief van 3 februari 2025 heb ik aangegeven dat ik zal proberen dat op die manier te doen. Ik heb aangegeven uw wens te respecteren, maar ik heb daarbij wel kenbaar gemaakt dat ik mijn bedenkingen heb of dit voor mij in de uitoefening van mijn werk haalbaar is en blijft. Dat neemt niet weg dat ik mij bereid heb getoond om aan uw verzoek tegemoet te komen en om die reden ook geen telefonisch contact (dan wel in persoon) met u heb gezocht. Het uitsluitend corresponderen per schrift ontneemt ons beiden ook de kans om op een eenvoudige manier enige onduidelijkheden uit de wereld te helpen. Alleen al het weigeren om fysiek dan wel telefonisch met mij als advocaat te communiceren, had op zich voor mij al een reden kunnen zijn om de zaak niet in behandeling te nemen. Die weg heb ik niet willen inslaan. Ik koos er juist voor om u verder te helpen. Echter, de inhoud en toon van uw brief van 4 februari 2025 bevestigt mij dat deze gang van zaken niet langer werkbaar is.
Uw brief van 4 februari 2025 kan ik niet anders dan als vijandig beschouwen. U trekt daarin fel van leer. Wat mij betreft is daar geen enkele aanleiding voor, zeker niet gelet op het feit dat wij ons in de opstartfase van de dossiers bevinden. Gelet op de vijandige toonzetting in uw brief van 4 februari 2025 - waarvan ik mij ten zeerste afvraag waar ik dat aan heb verdiend -, het gegeven dat ik niet wordt geïnformeerd naar aanleiding van mijn vragen en ik daardoor niet in staat ben om mijn werk te doen, alsook dat u kennelijk twijfelt aan mijn deskundigheid, kan ik niet anders dan concluderen dat er sprake is van een vertrouwensbreuk.
Op grond van de gedragsregels advocatuur zal ik bij die stand van zaken de behandeling van uw zaak neerleggen. Aangezien er nog geen sprake is van een gerechtelijke procedure voorzie ik niet dat uw belangen hierdoor worden geschaad gelet op het moment van de vertrouwensbreuk. De drie voornoemde dossiers worden bij ons op kantoor gesloten en gearchiveerd. Bij die stand van zaken is het passend dat u zich tot uw verzekering wendt met de vraag of een andere advocaat uw zaken in behandeling kan nemen. Uiteraard deel ik géén informatie en stukken met de verzekering omtrent de dossiers, zulks ook conform uw verzoek (c.q. eis).
Op uw sommatie reageer ik hierbij afwijzend. Ook enige aansprakelijkheid wordt hierbij van de hand gewezen. Hoewel u in uw brief niet aangeeft een interne klacht bij ons kantoor te willen indienen, geef ik u mee dat desgevraagd de informatie omtrent deze procedure aan u kan worden verstrekt. Voor wat betreft de uitbestedingen van de zaken aan ons kantoor door uw verzekering heeft te gelden dat ik geen toestemming van uw verzekering heb om deze informatie met u te delen. U kunt dat desgewenst bij hen opvragen.
Ik wens u het allerbeste voor de toekomst en vertrouw er op u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.”
1.7 Op 11 februari 2025 heeft klager aan de directie van het advocatenkantoor waar verweerster werkzaam is geschreven:
“Ik heb bij [het advocatenkantoor] een tuchtrechtelijke klacht ingediend d.d. 4-2-2025 (bijlage) over [verweerster] in de zin van uw interne klachtenprocedure (IKP).
Ik heb van [het advocatenkantoor] een reactie ontvangen d.d. 10-2-2025 (bijlage) in het kader van haar interne klachtenprocedure. (…)”
1.8 Op 13 februari 2025 heeft de eigenaar van het advocatenkantoor gereageerd op de brief van klager van 11 februari 2025.
1.9 Op 14 februari 2025 heeft klager bij de deken een klacht ingediend over verweerster.
2 KLACHT
2.1 De klacht houdt, zakelijk weergegeven, in dat verweerster tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld als bedoeld in artikel 46 Advocatenwet. Klager verwijt verweerster het volgende.
a) Verweerster weigert de samenwerkingsovereenkomst van haar kantoor, [naam] Advocaten met de rechtsbijstandsverzekeraar te overleggen aan klager en heeft klager niet betrokken bij de totstandkoming van de contractuele afspraken;
b) Verweerster heeft de belangen van klager niet zorgvuldig, voortvarend of doelmatig behartigd;
c) Verweerster heeft haar werkzaamheden op onzorgvuldige neergelegd;
d) Verweerster heeft discriminerend naar klager gehandeld door geen rekening te houden met zijn handicaps;
e) Verweerster heeft klager niet geïnformeerd dat zij advocaat-stagiaire was
f) Verweerster heeft de afhandeling van de interne klacht getraineerd.
2.2 Klager wijst er in dat verband op dat verweerster in strijd heeft gehandeld met:
de kernwaarden partijdigheid, deskundigheid en integriteit; gedragsregels 2, leden 1 en 2, 3, lid 1, 6, leden 1 en 2, 12, 13, 14, leden 1 tot en met 3, 16, lid 1 en 17, leden 1, 2, 4 en 5; artikel 10, leden 1 en 2, van Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte.2.3 Klager verzoekt daarnaast om verweerster te veroordelen tot betaling van € 150.000,- en al klagers gerechtelijke en buitengerechtelijke kosten en onkosten gedurende vijf jaar na beëindiging van de rechtsbijstandsverzekering, € 1.000,- aan immateriële schade en op straffe van een dwangsom van € 1.000,- per dag.
3 VERWEER
3.1 Verweerster heeft tegen de klacht verweer gevoerd. De voorzitter zal hierna, waar nodig, op het verweer ingaan.
4 BEOORDELING
Toetsingskader
4.1 Deze klacht gaat over de kwaliteit van de dienstverlening van de advocaat. Er is pas sprake van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen als de kwaliteit duidelijk onder de maat is geweest. De tuchtrechter houdt bij de beoordeling rekening met de vrijheid die een advocaat heeft bij de wijze waarop hij een zaak behandelt. Ook houdt de tuchtrechter rekening met de keuzes waar een advocaat bij de behandeling van de zaak voor kan komen te staan. Die (keuze)vrijheid is niet onbeperkt, maar wordt begrensd door bepaalde eisen die aan het werk van de advocaat worden gesteld. Als algemene professionele standaard geldt dat de advocaat te werk moet gaan zoals van een redelijk bekwame en redelijk handelende beroepsgenoot mag worden verwacht.
Beoordeling
Klachtonderdeel a)
4.2 Verweerster was niet gehouden om de vertrouwelijke samenwerkingsovereenkomst tussen haar kantoor en de rechtsbijstandsverzekeraar te verstrekken aan klager. De partijdigheid die een advocaat moet betrachten bij de belangenbehartiging strekt niet zo ver. Ook de totstandkoming van een overeenkomst van opdracht levert deze verplichting niet op.
4.3 Verweerster heeft klager verder niet hoeven betrekken bij de afspraken die haar kantoor met de verzekeraar (reeds) heeft gemaakt. Klager heeft een polis afgesloten en op basis daarvan heeft de verzekeraar de zaken uitbesteed aan verweerster. Verweerster heeft ook niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door geen financiële afspraken met klager te maken. Daarvan zou slechts sprake zijn als verweerster het budget van de verzekeraar zou hebben overschreden en vervolgens kosten bij klager in rekening zou brengen. Nu daarvan geen sprake is, is ook geen sprake van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen.
4.4 Klachtonderdeel a) is kennelijk ongegrond.
Klachtonderdeel b)
4.5 Verweerster heeft bij aanvang van haar werkzaamheden voor klager helder proberen te krijgen wat zijn geschilpunten precies waren en welke informatie er was, zodat zij daarover een beoordeling kon geven. Dat is niet tuchtrechtelijk verwijtbaar, maar behoort zelfs tot de basis van het goed kunnen behartigen van de belangen van een cliënt. Daarmee handelt verweerster juist zorgvuldig en doelmatig. Dat klager daaruit opmaakt dat verweerster zich autoritair gedraagt en klagers stukken bekritiseert, kan de voorzitter niet volgen. Evenmin is gebleken dat verweerster onvoldoende voortvarend heeft gehandeld. In dat verband signaleert de voorzitter dat verweerster al op de eerste dag dat zij het dossier heeft ontvangen, klager heeft benaderd om de zaak helder te krijgen. Ook daarna heeft verweerster voldoende tijdig gereageerd op de e-mails van klager. Dat verweerster aldus klager de zaken ‘op zijn beloop’ liet, komt niet overeen met de feitelijke gang van zaken.
4.6 Het is de voorzitter ook overigens niet gebleken dat verweerster in de belangenbehartiging tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Klachtonderdeel b) is kennelijk ongegrond.
Klachtonderdeel c)
4.7 Verweerster heeft haar werkzaamheden op grond van gedragsregel 14 lid 2 kunnen neerleggen, nadat zij heeft vastgesteld dat met de brief van klager van 4 februari 2025 sprake was van een vertrouwensbreuk. De voorzitter ziet niet dat verweerster dit op onzorgvuldige wijze heeft gedaan of dat dit onevenredig nadeel heeft opgeleverd voor klager. De omstandigheden die klager noemt, namelijk dat dit voor vertraging heeft gezorgd en dat hij mogelijk geroyeerd kan worden door zijn rechtsbijstandsverzekeraar, zijn daarvoor onvoldoende. Er waren geen nadere termijnen die dreigden te vervallen. Ook kan een mogelijk verslechterde verstandhouding tussen klager en zijn verzekeraar niet aan verweerster worden verweten. In dat verband geldt nog dat verweerster de verzekeraar ook geen informatie heeft verstrekt om welke reden zij de bijstand heeft neergelegd. Verweerster was verder niet gehouden om een nieuwe advocaat voor klager te vinden die de werkzaamheden voort kon zetten. Klachtonderdeel c) is kennelijk ongegrond.
Klachtonderdeel d)
4.8 Verweerster wordt verweten geen rekening te houden met de handicaps en belastbaarheid van klager. De voorzitter ziet niet dat verweerster op dat punt tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Klager heeft verzocht om alle communicatie schriftelijk te laten gaan. Dat heeft verweerster ook gedaan. Dat verweerster daarbij ook heeft verzocht of klager kon instemmen met telefonisch contact omdat dat volgens verweerster beter werkbaar was, laat onverlet dat zij de wensen van klager heeft gerespecteerd. Klachtonderdeel d) is kennelijk ongegrond.
Klachtonderdeel e)
4.9 Er is geen verplichting voor advocaat-stagiaires om de cliënt te moeten mededelen dat zij advocaat-stagiair zijn. Klachtonderdeel e) is kennelijk ongegrond.
Klachtonderdeel f)
4.10 Het is de voorzitter niet gebleken dat verweerster de interne klachtbehandeling heeft getraineerd. Voor zover de brief van 4 februari 2025 al gezien had moeten worden als een klacht op grond van de interne klachtenregeling, heeft verweerster daarop binnen een week gemotiveerd gereageerd. Klachtonderdeel f) is kennelijk ongegrond.
Conclusie
4.11 Gelet op het voorgaande, is niet gebleken dat verweerster in strijd heeft gehandeld met de door klager genoemde kernwaarden en gedragsregels. De klacht is in zijn geheel kennelijk ongegrond.
4.12 Omdat de klacht kennelijk ongegrond is, bestaat er ook geen aanleiding om verweerster te veroordelen tot betaling van een schadevergoeding. Overigens is de mogelijkheid tot toekenning van schadevergoeding in het tuchtrecht in zijn algemeenheid beperkt en gemaximeerd tot € 5.000,-.
BESLISSING
De voorzitter verklaart de klacht, met toepassing van artikel 46j van de Advocatenwet, kennelijk ongegrond.
Aldus beslist door mr. J.M.H. Schoenmakers, plaatsvervangend voorzitter, bijgestaan door mr. M.A.A. Traousis als griffier en uitgesproken in het openbaar op 28 oktober 2025.
Griffier Voorzitter
Verzonden op: 28 oktober 2025
