Naar boven ↑

Rechtspraak

Uitspraakdatum

27-10-2025

ECLI

ECLI:NL:TAHVD:2025:218

Zaaknummer

250270

Inhoudsindicatie

Verzoek tot aanwijzing van advocaat ex artikel 13 Advocatenwet afgewezen.

Uitspraak

Beslissing van 27 oktober 2025 in de zaak 250270      naar aanleiding van het beklag op grond van artikel 13 Advocatenwet van:

 

klager      tegen:     de deken

 

1    DE PROCEDURE 

Bij de deken 1.1    Klager heeft bij de deken een verzoek ingediend tot aanwijzing van een advocaat als bedoeld in artikel 13 lid 1 Advocatenwet. 

1.2    De deken heeft dit verzoek afgewezen met de beslissing van 24 juli 2025. De deken heeft – samengevat – aangegeven dat voor de door klager gewenste acties geen vertegenwoordiging door een advocaat is voorgeschreven en dat de deken geen bijzondere omstandigheden zijn gebleken  die bijstand door een advocaat rechtvaardigen. Daarbij heeft de deken ook aangegeven dat klager niet voldoende heeft onderbouwd dat hij zich heeft ingespannen om een advocaat te vinden.

Bij het hof 1.3    Klager heeft tegen de beslissing van de deken een beklag ingediend bij het Hof van Discipline (hierna: het hof). Het beklag is op 5 augustus 2025 ontvangen door de griffie van het hof.

1.4    Verder bevat het dossier: -    het verweer van de deken; -    de repliek; -    het bericht van de deken van 8 september 2025, waarin de deken afziet van dupliek.

1.5    Het hof heeft het verzoek in raadkamer behandeld op basis van de stukken uit het dossier. 

 

2    FEITEN

Het hof stelt de volgende feiten vast.

2.1    Op 1 juli 2025 heeft klager een verzoek om aanwijzing van een advocaat ingediend in verband met het voeren van een beklagprocedure op basis van artikel 12 Wetboek van Strafvordering (Sv) en in verband met een klachtprocedure bij de politie.

2.2    Per e-mail van 4 juli 2025 heeft de stafjurist van het Bureau van de orde van Advocaten in het arrondissement Midden-Nederland, hierna: de stafjurist, klager geïnformeerd over de voorwaarden om in aanmerking te komen voor aanwijzing van een advocaat. Tevens heeft zij klager erop gewezen dat voor een artikel 12 Sv-procedure geen verplichte rechtsbijstand door een advocaat geldt en de deken derhalve geen advocaat hoeft aan te wijzen. Ook heeft zij erop gewezen dat de deken om diezelfde reden geen advocaat hoeft aan te wijzen voor een klacht tegen de politie. Voor het geval de klager zijn verzoek zou willen handhaven, heeft de stafjurist tevens verzocht om nadere informatie. 

2.3    Vervolgens heeft klager per e-mail van 8 en 9 juli 2025 nadere informatie verstrekt en stukken overgelegd.

2.4    Op 16 juli 2025 heeft de stafjurist klager bericht dat klager alleen een artikel 12 Sv-procedure kan starten indien hij het niet eens is met een beslissing van het Openbaar Ministerie (OM) en daarbij verzocht de betreffende beslissing toe te zenden. Tevens heeft de stafjurist klager erop gewezen dat een artikel 12 Sv-procedure aanhangig gemaakt dient te worden bij het gerechtshof (buiten het arrondissement van de deken), wat maakt dat de deken niet bevoegd is het verzoek in behandeling te nemen. 

2.5    Per e-mail van 18 juli 2025 heeft klager nadere stukken en informatie verstrekt. Hieruit blijkt dat het gaat om een beslissing van de politie [plaats] om geen onderzoek te doen naar aanleiding van de aangifte van klager van eenvoudige mishandeling. 

2.6    Bij beslissing van 24 juli 2025 heeft de deken het verzoek van klager afgewezen. 

 

3    BEKLAG EN VERWEER

Gronden van het beklag

3.1     Klager stelt dat de deken het verzoek ten onrechte heeft afgewezen. Hij voert daartoe, samengevat, het navolgende aan. 

3.2    Ten onrechte heeft de deken geen rekening gehouden met de bijzondere omstandigheden waarin klager verkeert. Klager is onvrijwillig voorzien van een ‘artifical nervous system’ (een chip) in zijn perifere zenuwstelsel. Klager is als gevolg daarvan niet bij machte zijn inhoudelijk complexe zaken - die gaan over het schenden van zijn mensenrechten door de Nederlandse Staat - zelf te behartigen. Reden waarom hij dringend de bijstand van een advocaat nodig heeft en de deken zijn verzoek had moeten toewijzen. 

3.3    Daarnaast voert klager aan dat de deken van een feitelijke onjuistheid is uitgegaan. Klager heeft niet slechts één advocaat benaderd met het verzoek hem bij te staan. Klager heeft in totaal zes advocaten benaderd. Die hebben allemaal het verzoek van klager afgewezen. De desbetreffende kantoren en de redenen van afwijzing heeft klager vermeld in zijn verzoek aan de deken. De deken kan zich er niet op beroepen dat klager slechts één afwijzingsbrief heeft overgelegd. Aan klager is immers nimmer verzocht alle zes de afwijzingsbrieven te overleggen. 

Verweer 3.4    Het verweer van de deken zal hierna, voor zover van belang, worden besproken.

 

4    BEOORDELING

Toetsingskader

4.1    Op grond van artikel 13 Advocatenwet kan een rechtzoekende die niet (tijdig) een advocaat bereid vindt hem bij te staan in een zaak waarin vertegenwoordiging door een advocaat is voorgeschreven of bijstand uitsluitend door een advocaat kan geschieden, zich wenden tot de deken met het verzoek een advocaat aan te wijzen. De deken kan een verzoek op grond van dit artikel alleen wegens gegronde redenen afwijzen. Een dergelijke reden kan onder meer bestaan indien de door klager gewenste procedure geen verplichte procesvertegenwoordiging kent, of indien de procedure geen redelijke kans van slagen heeft.

Overwegingen van het hof

4.2    De verplichting voor de deken om op grond van artikel 13 Advocatenwet een advocaat aan te wijzen geldt alleen voor personen die een advocaat zoeken voor een procedure waarbij een advocaat verplicht is of voor een procedure waarin zij uitsluitend door een advocaat kunnen worden bijgestaan. 

4.3    Het hof is van oordeel dat de deken het verzoek van klager op goede gronden heeft afgewezen. Klager heeft verzocht om een advocaat voor het starten van een beklagprocedure ex artikel 12 Sv. Daarnaast wil klager een klacht indienen tegen de politie [plaats]. Ook wil klager opkomen tegen de afwijzing van zijn verzoek aan de Rijksrecherche om een onderzoek in te stellen naar strafbare feiten gepleegd door ambtenaren. Voor al deze zaken is geen verplichte procesvertegenwoordiging voorgeschreven. De door klager in 3.2 genoemde omstandigheden zijn geen omstandigheden die ertoe leiden dat aan klager toch een advocaat moet worden toegewezen. De deken heeft uiteengezet welke acties klager kan ondernemen om de door de hem gewenste zaken aanhangig te maken. Dergelijke acties, zoals het indienen van een klacht, worden geacht door de burger, en dus ook door klager, zelf te kunnen worden gevoerd. Klager kan zich verder laten bijstaan door iemand die hem daarbij kan helpen, maar die geen advocaat hoeft te zijn. Slotsom is dat de deken het verzoek tot aanwijzing van een advocaat terecht heeft afgewezen.

4.4    Gelet op het voorgaande oordeelt het hof het beklag ongegrond. Aan een beoordeling van de vraag of klager zich voldoende heeft ingespannen om een advocaat te vinden die hem wil bijstaan, wordt door het hof niet toegekomen. 

5    BESLISSING

Het Hof van Discipline:

- verklaart het beklag van klager tegen de beslissing van 24 juli 2025 van de Deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement Midden-Nederland ongegrond. 

Deze beslissing is genomen door mr. J.D. Streefkerk, voorzitter, mrs. V. Wolting en J.A. Huijgen, leden, in tegenwoordigheid van mr. A. Wijtzes, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 27 oktober 2025. 

griffier     voorzitter

De beslissing is verzonden op 27 oktober 2025.