Rechtspraak
Uitspraakdatum
27-10-2025
ECLI
ECLI:NL:TADRAMS:2025:203
Zaaknummer
25-652/A/A
Inhoudsindicatie
Voorzittersbeslissing; kennelijk ongegronde klacht over de advocaat wederpartij in een familierechtzaak. Niet gebleken is dat de oorzaak van de vertraging in de echtscheidingsprocedure is veroorzaakt door de proceshouding van verweerder.
Uitspraak
Beslissing van de voorzitter van de Raad van Discipline in het ressort Amsterdam van 27 oktober 2025 in de zaak 25-652/A/A
naar aanleiding van de klacht van: klager
over: verweerder
De plaatsvervangend voorzitter van de raad van discipline (hierna ook: de voorzitter) heeft kennisgenomen van de brief van de deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement Amsterdam (hierna: de deken) van met kenmerk 2395858/ER/FS, door de raad ontvangen op 25 september 2025, en van de op de inventarislijst genoemde bijlagen 1 tot en met 4.
1 FEITEN Voor de beoordeling van de klacht gaat de voorzitter, gelet op het klachtdossier, uit van de volgende feiten. 1.1 Klager en zijn ex-echtgenote zijn verwikkeld in een echtscheidingsprocedure bij de rechtbank Noord-Holland (hierna: de rechtbank). Klager wordt hierin bijgestaan door mr. F. De ex-partner van klager wordt bijgestaan door verweerder. 1.2 Op 19 februari 2024 heeft verweerder namens zijn cliënte een echtscheidingsverzoek tevens houdende verzoek tot het treffen van voorlopige voorzieningen ingediend bij de rechtbank. 1.3 Op 27 maart 2024 heeft een mondelinge behandeling van de voorlopige voorzieningen plaatsgevonden. Voorafgaand aan de zitting heeft mr. F namens klager een verweerschrift, tevens zelfstandige verzoeken, ingediend. 1.4 Klager stond in de echtscheidingsprocedure voor verweer op 2 april 2024. Op 18 juli 2024 - drie maanden na het verstrijken van de verweertermijn - heeft mr. F zich in deze procedure namens klager gesteld en - met instemming van verweerder - uitstel verzocht voor het indienen van een verweerschrift. 1.5 Vervolgens heeft mr. F namens klager viermaal - te weten op 9 september 2024, 7 oktober 2024, 4 november 2024 en 2 december 2024 - om nader uitstel verzocht voor het indienen van een verweerschrift. Op 30 december 2024 heeft mr. F namens klager een verweerschrift ingediend. 1.6 In de tussenliggende periode heeft op 5 september 2024 een viergesprek plaatsgevonden tussen klager en zijn advocaat en de ex-echtgenote en verweerder. 1.7 Bij e-mail van 17 december 2024 heeft mr. F verweerder het volgende bericht gestuurd: “Tot op heden heb ik nog geen concept gekregen met de afspraken die we hadden gemaakt tijdens het viertal gesprek. Kunt u mij berichten of dat deze afspraken nog op papier komen? Het is nu een aantal maanden geleden en mondeling hebben we tijdens het gesprek een aantal zaken besproken en is er op een groot aantal punten een akkoord bevonden. Ik wil nu graag verder. Graag zou ik een reactie willen op korte termijn, zodat ik dit ook kan bespreken met mijn client. Zoals u heeft gemerkt, loopt de frustratie behoorlijk op en kan ik hem geen ongelijk geven. Er lag een plan om de woning te splitten, de tekeningen zijn er, de afspraken waren ook gemaakt. Nu gebeurt er niets, en mijn client verblijft weer in de schuur. Dit is geen wenselijke situatie en het is mij ook niet duidelijk of dat mevrouw met de urgentie een woning krijgt of bezig is met het zoeken van een woning. Mijn client heeft al bijna 9 maanden geen toegang tot zijn woning en wil dat de afspraken alsnog op papier komen.” 1.8 Op 18 december 2024 heeft klager bij de deken een klacht ingediend over verweerder.
2 KLACHT 2.1 De klacht houdt, zakelijk weergegeven, in dat verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld als bedoeld in artikel 46 Advocatenwet. Klager verwijt verweerder dat hij sinds het viergesprek op 5 september 2024 nalaat te reageren op berichten van de advocaat van klager waardoor de echtscheidingsprocedure onnodig wordt vertraagd.
3 VERWEER 3.1 Verweerder heeft tegen de klacht verweer gevoerd. De voorzitter zal hierna, waar nodig, op het verweer ingaan.
4 BEOORDELING 4.1 Deze zaak betreft een klacht over de advocaat van de wederpartij. Voor alle advocaten geldt dat zij partijdig zijn en in principe alleen de belangen van hun eigen cliënt hoeven te behartigen. Zij hebben veel vrijheid om te doen wat in het belang van hun cliënt nodig is, maar die vrijheid is wel begrensd. Advocaten mogen de belangen van de wederpartij niet onnodig of op een ontoelaatbare manier schaden. Zij mogen zich bijvoorbeeld niet onnodig kwetsend uitlaten over de wederpartij. Ook mogen advocaten niet bewust onjuiste informatie verschaffen. Daarbij geldt dat advocaten er in beginsel van mogen uitgaan dat de informatie die zij van hun cliënt hebben gekregen juist is. Slechts in uitzonderingsgevallen zijn advocaten gehouden de juistheid van die informatie te controleren. Tot slot hoeven advocaten in het algemeen niet af te wegen of het voordeel dat zij voor hun cliënt willen bereiken, opweegt tegen het nadeel dat zij aan de wederpartij toebrengen. 4.2 Verder geldt dat in familierechtkwesties de advocaat ervoor moet waken dat de verhoudingen tussen partijen niet escaleren. Van de advocaat mag een zekere terughoudendheid worden verwacht in het doen van uitlatingen over de wederpartij die deze naar verwachting als kwetsend zal ervaren, en in het starten van procedures. De advocaat moet daarbij in iedere zaak afwegen: - het belang van zijn cliënt bij het voeren van de procedure, - het belang van de wederpartij én dat van de kinderen bij het voorkomen daarvan, - het verloop van het geschil tot dan toe en - de kans op succes van de procedure.
Beoordeling klacht 4.3 Klager heeft aan zijn klacht ten grondslag gelegd dat hij sinds februari 2024 betrokken is in een echtscheidingsprocedure. Verweerder heeft de echtscheiding vertraagd door niet te communiceren met de advocaat van klager. Tijdens het viergesprek op 5 september 2024 hebben klager en zijn ex-echtgenote een akkoord bereikt over alle openstaande punten, waaronder het splitsen van de woning van klager en zijn ex-partner. Verweerder zou binnen twee weken alles op papier zetten zodat de procedure ingetrokken kon worden. Dit heeft verweerder nooit gedaan. De advocaat van klager heeft verweerder gemaild, gebeld en geappt, maar zonder succes. De advocaat van klager kan niets doen zonder medewerking van verweerder. 4.4 De voorzitter kan op grond van de onderliggende stukken en hetgeen verweerder heeft aangevoerd, niet vaststellen dat de echtscheidingsprocedure vertraging heeft opgelopen door de proceshouding van verweerder en dat verweerder niet heeft gereageerd op berichten van mr. F. Verweerder heeft onderbouwd toegelicht dat klager niet alleen de verweertermijn heeft laten verlopen, maar nadien ook nog viermaal om uitstel voor het indienen van een verweerschrift heeft verzocht. Pas op 30 december 2024 heeft mr. F namens klager het verweerschrift ingediend. Het viergesprek dat in de tussentijd op 5 september 2024 heeft plaatsgevonden, had volgens verweerder - anders dan klager stelt - een oriënterend en verkennend karakter. Volgens verweerder zijn er die dag geen bindende afspraken gemaakt of concepten opgesteld. Ook betwist verweerder dat er overeenstemming was bereikt over de splitsing van de woning, zoals door klager is gesteld. Voor klagers stelling dat verweerder binnen twee weken na het viergesprek op 5 september 2024 de gemaakte afspraken op papier zou zetten, biedt het klachtdossier onvoldoende feitelijke grondslag. Het klachtdossier bevat geen gespreksverslag van het viergesprek en partijen hebben over het karakter van het gesprek tegengesteld verklaard. De enkele e-mail van mr. F van 17 december 2024 - en derhalve maanden na het viergesprek - is onvoldoende om vast te stellen dat de gang van zaken tijdens het viergesprek is geweest zoals door klager is gesteld. De voorzitter kan niet vaststellen wat er in de tussentijd is gebeurd. Verweerder heeft bovendien op zijn beurt betoogd dat mr. F had toegezegd de afspraken op papier te zetten en dat zij dat op 16 april 2025 uiteindelijk heeft gedaan. De voorzitter overweegt dat het aan klager is om zijn klacht voldoende feitelijk en concreet te omschrijven en met bewijs te onderbouwen. Tegenover het verweer van verweerder heeft klager zijn klacht onvoldoende onderbouwd, terwijl in de overgelegde stukken ook geen aanknopingspunten kunnen worden gevonden voor de juistheid van klagers verwijten. 4.5 Op grond van voorgaande feiten en omstandigheden komt de voorzitter tot de slotsom dat de klacht kennelijk ongegrond is. Al hetgeen klager verder heeft gesteld, kan de voorzitter niet tot een ander oordeel leiden.
BESLISSING De voorzitter verklaart de klacht, met toepassing van artikel 46j Advocatenwet, kennelijk ongegrond.
Aldus beslist door mr. S.D. Arnold, plaatsvervangend voorzitter, bijgestaan door mr. N. Borgers-Abu Ghazaleh als griffier en uitgesproken in het openbaar op 27 oktober 2025.
Griffier Voorzitter
Verzonden op: 27 oktober 2025
