Naar boven ↑

Rechtspraak

Uitspraakdatum

27-10-2025

ECLI

ECLI:NL:TADRARL:2025:235

Zaaknummer

25-297/AL/OV

Inhoudsindicatie

Raadsbeslissing. Inspectie van een woning in een huurgeschil. Door naar de inspectie te gaan, zonder te weten of ook de advocaat van klager daarbij zou zijn, heeft verweerder het risico genomen dat hij met klager geconfronteerd zou worden zonder de aanwezigheid van diens advocaat. Niet duidelijk is geworden waarom verweerder de reactie van de wederpartij, die nog geen anderhalf uur na zijn eigen aankondiging van de inspectie is verzonden, niet heeft gezien. Juist in een zaak als deze, waarbij de verhoudingen tussen partijen kennelijk toch al gespannen waren, zou verweerder, zeker ook gelet op de korte termijn van de aangekondigde inspectie (2 dagen), zich ervan moeten vergewissen of zijn bericht is aangekomen en wat daarop de reactie is. Waarschuwing.

Uitspraak

Beslissing van de Raad van Discipline in het ressort Arnhem‑Leeuwarden

van 27 oktober 2025

in de zaak 25-297/AL/OV

naar aanleiding van de klacht van:

 

klager

 

over

 

verweerder

 

1 VERLOOP VAN DE PROCEDURE 

1.1 Op 15 november 2024 heeft klager bij de deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement Overijssel (hierna: de deken) een klacht ingediend over verweerder.

1.2 Op 6 mei 2025 heeft de raad het klachtdossier met kenmerk 2389027 van de deken ontvangen.

1.3 De klacht is behandeld op de zitting van de raad van 1 september 2025. Daarbij waren klager en verweerder aanwezig. Van de behandeling is proces-verbaal opgemaakt.

1.4 De raad heeft kennisgenomen van het in 1.2 genoemde klachtdossier. Ook heeft de raad kennisgenomen van de nadien nog ingekomen stukken van klager van 18 augustus 2025 en van de zijde van verweerder van diezelfde datum.

 

2 FEITEN

Voor de beoordeling van de klacht gaat de raad, gelet op het klachtdossier en de op de zitting afgelegde verklaringen, uit van het volgende.

2.1 Klager is huurder van twee naast elkaar gelegen woningen in [woonplaats].

2.2 Tussen klager en de verhuurder van de woningen is enige jaren geleden een geschil ontstaan omtrent diverse door klager gestelde (onderhouds)gebreken aan de woning(en). Sinds juli 2024 staat verweerder de verhuurder bij in dat geschil.

2.3 Op 31 oktober 2024 heeft verweerder de advocaat van klager laten weten dat de mondelinge behandeling van het door de verhuurder aangespannen kort-geding tegen klager en zijn partner is bepaald op 16 december 2024.

2.4 Bij bericht op 6 november 2024 heeft de advocaat van klager aan verweerder laten weten dat een door klager ingeschakelde deskundige een veelheid aan gebreken heeft geconstateerd die alle herstel of nader onderzoek behoeven. De onderzoeksbevindingen zijn bij dat bericht gevoegd. Verder schrijft de advocaat van klager:

‘Verder kan ik u berichten dat cliënten (andermaal) een inspectie van de woningen door uw cliënte toestaan. Cliënten zijn op korte termijn beschikbaar voor de inspectie en ik verneem graag van u wanneer die kan plaatsvinden. Het meest praktisch is als u een paar voorkeursdata aan mij kenbaar maakt.’

2.5 Op 12 november 2024 om 09:04 heeft verweerder aan de advocaat van klager per e-mail bericht:

‘Op 14 november a.s. zal een deskundige (…) de gehuurde woningen en de beweerde gebreken komen inspecteren. De deskundige verwacht tussen 10.00 en 11.00 uur te zullen arriveren. Cliënte en ikzelf wensen bij die inspectie aanwezig te zijn. Ik wil erop vertrouwen dat uw cliënten deze deskundige geen strobreed in de weg zullen leggen. Als u bij de inspectie aanwezig wilt zijn is dat uiteraard prima’.

2.6 Diezelfde dag om 10:25 uur heeft de advocaat van klager een e-mail gestuurd aan verweerder (met diens kantoorgenote in de cc) dat de volgende passage bevat:

“Nu wordt er van cliënten verwacht dat zij binnen twee dagen beschikbaar zijn voor een eenzijdig vastgesteld bezoek met een aannemer, waarbij u ook aanwezig gaat zijn. Cliënten en ik zijn donderdag aanstaande verhinderd. Komende week zou het wel uitkomen. lk verneem wel van u welke dag en tijdstip een inspectie die week uwerzijds mogelijk is.”.

2.7 Op 14 november 2024 hebben de deskundige, verweerder en zijn cliënte zich op het aangekondigde tijdstip naar het adres van de betreffende woning begeven voor de aangekondigde inspectie. Die inspectie heeft echter niet plaatsgevonden.

2.8 Op 15 november 2024 heeft klager bij de deken een klacht over verweerder ingediend.

2.9 Op 16 december 2024 heeft het kort-geding plaatsgevonden, waarbij de vordering van de verhuurder tot ‘het onbelemmerd kunnen uitoefenen van het inspectierecht’ is toegewezen.

 

3 KLACHT

3.1 De klacht houdt, zakelijk weergegeven, in dat verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld als bedoeld in artikel 46 Advocatenwet door:

a) de nodige professionele distantie niet in acht te nemen;

Toelichting:  Verweerder lijkt het geschil nogal persoonlijk op te nemen door zich tegenover klager en zijn partner uit te laten en zich te gedragen alsof het hem persoonlijk aangaat. Verweerder heeft volgens klager op agressieve wijze bedenkelijke, kwalijke en ongefundeerde uitspraken gedaan die agressief op klager overkwamen. Verweerder viel op schreeuwende toon uit tegen de partner van klager dat hij zou zorgen dat de woning zou worden ontruimd en dat klager en zijn partner alle gemaakte kosten van het bezoek zouden moeten voldoen. Op het moment van zijn uitbarstingen hadden klager en zijn partner bezoek van kennissen, die binnen alles woordelijk konden verstaan. Het was al met al een beschamende vertoning voor een advocaat. Klager voelde zich daardoor in zijn eigen leefomgeving onveilig en bedreigd.      

b) onzorgvuldig te handelen door tijdens een niet afgestemd bezoek op een onbetamelijke wijze de confrontatie te zoeken met klager en zijn partner;

Toelichting: Op 12 november 2024 ontving de advocaat van klager een bericht waarin verweerder de inspectie aankondigde die op 14 november 2024 zou plaatsvinden, slechts twee dagen lager. Daarop heeft de advocaat van klager per kerende mail laten weten dat het niet uitkwam en dat hij de inspectie graag een week later zag plaatsvinden. Verweerder beweert dat hij dit bericht van de advocaat van klager niet heeft gelezen, wat ongeloofwaardig is. Het is onzorgvuldig dat verweerder zijn e-mails niet leest.

c) dit alles buiten de aanwezigheid van de advocaat van klager om te hebben gedaan, terwijl verweerder wist dat klager vertegenwoordigd werd door een advocaat.

3.2 Ter zitting heeft klager zijn klacht nader toegelicht.

 

4 VERWEER

Verweerder heeft tegen de klacht gemotiveerd verweer gevoerd. De raad zal hierna op het verweer ingaan.

 

5 BEOORDELING

Maatstaf

5.1 Naar vaste jurisprudentie van het Hof van Discipline dient de tuchtrechter bij de beoordeling van een tegen een advocaat ingediende klacht het aan de advocaat verweten handelen of nalaten te toetsen aan de in artikel 46 Advocatenwet omschreven normen, onder andere inhoudende dat advocaten zich dienen te onthouden van enig handelen of nalaten dat een behoorlijk advocaat niet betaamt.  Artikel 10a van de Advocatenwet bevat de kernwaarden onafhankelijkheid, partijdigheid, deskundigheid, (financiële) integriteit en vertrouwelijkheid die advocaten bij de uitoefening van hun beroep in acht dienen te nemen. Daarbij geldt dat een advocaat een bijzondere positie in de rechtsbedeling vervult. Een advocaat dient zich te onthouden van handelingen waardoor het vertrouwen in de advocatuur als zodanig wordt geschaad, en dient zich te allen tijde te onthouden van een handelen of nalaten dat een behoorlijk advocaat niet betaamt. De gedragsregels beogen invulling te geven aan de eisen die mogen worden gesteld aan een goede taakuitoefening door een behoorlijk advocaat. De tuchtrechter toetst aan de norm van artikel 46 van de Advocatenwet en niet aan de gedragsregels, waarbij de gedragsregels overigens zo nodig wel van betekenis kunnen zijn bij bedoelde toets.

5.2 Deze zaak betreft een klacht over de advocaat van de wederpartij. Voor alle advocaten geldt dat zij partijdig zijn en in principe alleen de belangen van hun eigen cliënt hoeven te behartigen. Zij hebben veel vrijheid om te doen wat in het belang van hun cliënt nodig is, maar die vrijheid is wel begrensd. 

5.3 De drie klachtonderdelen spitsen zich toe op de gebeurtenissen rondom 14 november 2024 en hebben een onderlinge samenhang. De raad zal daarom de klachtonderdelen gezamenlijk bespreken en als geheel beoordelen.

5.4 Vast staat dat verweerder op 12 november 2024 om 09.04 uur een e-mailbericht heeft gezonden naar de advocaat van klager, waarin een op 14 november 2024 te houden inspectie werd aangekondigd. Ook staat vast dat de advocaat van klager diezelfde dag om 10.25 uur per e-mailbericht aan verweerder heeft laten weten dat hijzelf en zijn cliënten die dag verhinderd zijn en het de komende week wel zou uitkomen. Vast staat ook dat verweerder dit laatste bericht niet heeft gelezen.

5.5 Het gevolg van dat laatste is dat verweerder en zijn cliënte(n) zich op 14 november 2024 samen met een deskundige naar de woning van klager hebben begeven. Wat zich vervolgens heeft afgespeeld en wie wat heeft gezegd kan het hof aan de hand van de stukken en verklaringen van klager en verweerder niet vaststellen. Vast staat wel dat er geen sprake was van een prettige sfeer en dat verweerder en zijn cliënte(n) en de deskundige onverrichter zake zijn vertrokken.

5.6 Naar het oordeel van de raad zou het voor de hand gelegen hebben dat verweerder de datum voor een inspectie gepland zou hebben in overleg met de advocaat van de wederpartij. Verweerder heeft hiervoor niet gekozen en gesteld dat het belang van zijn cliënte deze keuze rechtvaardigde. Het is de raad evenwel niet duidelijk geworden waarom verweerder, die bij de inspectie van het woonhuis van klager aanwezig zou zijn, niet heeft geverifieerd of de advocaat van klager ook aanwezig zou zijn. Ook is de raad niet duidelijk geworden of klager erover nagedacht heeft wat hij zou doen als de advocaat van klager niet, maar klager zelf wel bij de inspectie aanwezig zou zijn. Door naar de inspectie te gaan, zonder te weten of ook de advocaat van klager daarbij zou zijn, heeft verweerder het risico genomen dat hij met klager geconfronteerd zou worden zonder de aanwezigheid van diens advocaat. Ook is het de raad niet duidelijk geworden waarom verweerder de reactie van de wederpartij, die nog geen anderhalf uur na zijn eigen aankondiging is verzonden, niet heeft gezien. Juist in een zaak als deze, waarbij de verhoudingen tussen partijen kennelijk toch al gespannen waren, zou verweerder, zeker ook gelet op de korte termijn van de aangekondigde inspectie, zich ervan moeten vergewissen of zijn bericht is aangekomen en wat daarop de reactie is. Dat de komst van verweerder en diens cliënte en de deskundige uit de hand is gelopen, daarover is iedereen het wel eens. Wat er vervolgens door wie is gezegd is voor de raad niet komen vast te staan, nu de verklaringen daarover haaks op elkaar staan. Wat daar echter ook van zij, de hele situatie had eenvoudig voorkomen kunnen worden als verweerder zorgvuldiger had gehandeld.

5.7 De raad is daarom van oordeel dat verweerder in deze niet heeft gehandeld zoals een goed advocaat betaamt en dat hem dat tuchtrechtelijk kan worden verweten.

 

6 MAATREGEL

6.1 Nu de raad van oordeel is dat verweerder en tuchtrechtelijk verwijt treft, komt aan orde of aan verweerder daarvoor een maatregel moet worden opgelegd en zo ja welke.

6.2 Door de wijze van handelen van verweerder is een ongemakkelijke en onprettige situatie ontstaan. Dit had eenvoudig voorkomen kunnen worden als verweerder zich ervan het vergewist dat de advocaat van zijn wederpartij ook bij de inspectie aanwezig zou zijn geweest. Dat hij kunnen doen door zijn e-mail te controleren, zeker nu hij zelf op korte termijn een inspectie heeft aangekondigd. Nu er geen sprake is van schending van een kernwaarde en verweerder geen eerdere tuchtrechtelijke maatregelen zijn opgelegd is de maatregel van waarschuwing in dit geval passend een geboden. 

 

7 GRIFFIERECHT EN KOSTENVEROORDELING

7.1 Omdat de raad de klacht gegrond verklaart, moet verweerder op grond van artikel 46e lid 5 Advocatenwet het door klager betaalde griffierecht van € 50 aan hem vergoeden binnen vier weken nadat deze beslissing onherroepelijk is geworden. Klager geeft binnen twee weken na de datum van deze beslissing zijn rekeningnummer schriftelijk aan verweerder door.

7.2 Omdat raad een maatregel oplegt, zal de raad verweerder daarnaast op grond van artikel 48ac lid 1 Advocatenwet veroordelen in de volgende proceskosten:

a) € 50 aan forfaitaire reiskosten van klager,

b) € 750 kosten van de Nederlandse Orde van Advocaten en

c) € 500 kosten van de Staat.

7.3 Verweerder moet het bedrag van € 50 aan forfaitaire reiskosten binnen vier weken nadat deze beslissing onherroepelijk is geworden, betalen aan klager. Klager geeft binnen twee weken na de datum van deze beslissing zijn rekeningnummer schriftelijk aan verweerder door.

7.4 Verweerder moet het bedrag van € 1.250 (het totaal van de in 7.2 onder b en c genoemde kosten) binnen vier weken nadat deze beslissing onherroepelijk is geworden, overmaken naar rekeningnummer lBAN: NL85 lNGB 0000 079000, BIC: INGBNL2A, Nederlandse Orde van Advocaten, Den Haag, onder vermelding van “kostenveroordeling raad van discipline" en het zaaknummer.

 

BESLISSING

De raad van discipline:

-    verklaart de klacht in al zijn klachtonderdelen gegrond;

-    legt aan verweerder de maatregel van waarschuwing op;

-    veroordeelt verweerder tot betaling van het griffierecht van € 50 aan klager;

-    veroordeelt verweerder tot betaling van de reiskosten van € 50 aan klager, op de manier en binnen de termijn als hiervóór bepaald in 7.3;

-    veroordeelt verweerder tot betaling van de proceskosten van € 1.250 aan de Nederlandse Orde van Advocaten, op de manier en binnen de termijn als hiervóór bepaald in 7.4.

 

Aldus beslist door mr. J.U.M. van de Werff, voorzitter, mr. H.J. Voors en mr. H. van Katwijk, leden, bijgestaan door mr. H.P.J. Meijerink als griffier en uitgesproken in het openbaar op 27 oktober 2025.

 

Griffier                                                                                      Voorzitter

 

Verzonden op: 27 oktober 2025